THUISKOMEN BIJ DE HEILIGEN
De heiligen over wie de broeders elke dag in de refter lezen, voor de soep wordt opgediend, zijn een voorbeeld, voor iedereen die katholiek is. Toch stuit ik altijd op een punt waarop ik de heilige niet meer kan begrijpen, treurig genoeg.
Ik heb het voorrecht gekregen een stuk of driehonderd heiligen goed te leren kennen. De broeders hebben mij namelijk gevraagd de nieuwe heiligenstukjes te schrijven, die in de refter dagelijks worden voorgelezen. Het oude Egmondse martyrologium hing letterlijk en inhoudelijk uit zijn voegen.
Het schrijven was een reis door de kerkgeschiedenis, een reis van bewondering en verwondering en dan steeds weer: ik kan deze manier van Jezus navolgen niet vatten…
IJskoude cel
‘Ik zou alle martelingen willen verduren die de martelaren hebben ondergaan’, schrijft Teresia van Lisieux in haar autobiografie, om daarna in detail te treden over wat Sint Agnes, Sint Cecilia en andere eerste martelaressen van het jonge christendom is aangedaan. Teresia verlangt ernaar dat lot te ondergaan, schrijft ze, rillend in haar ijskoude kloostercel, zittend op haar bedje van stro.
Troost van medezusters was er nauwelijks en de priorin had alleen maar kritiek. Vijftien jaar was ze nog maar, Teresia, toen ze met onnavolgbare beslistheid koos voor het klooster.
Roze wolken
Waarom Teresia het lot van de grote martelaars voor het christelijk geloof zou willen ondergaan, begrijp ik alleen voor zover het een breken uit je eigen cocon is. Dat stemt wel nederig. Toch is Teresia een van de meest geliefde heiligen: haar autobiografie is in bijna zestig talen vertaald en heeft miljoenen harten geraakt. Het leest als een kinderboek vol bloemetjes en familiegeluk en roze wolken en dan, net zo eenvoudig en direct, over de vreselijkste ontberingen, en dan óók nog over de nachten en dagen waarin ze God kwijt is, op weg naar haar dood.
Maar, in de geloofsleer die Teresia ons heeft nagelaten, kunnen we haar zomaar wél volgen. Die noemt ze haar ‘kleine weg’. In haar autobiografie schrijft ze dat ze op zoek was naar een lift die haar met een flinke vaart op zou tillen naar Jezus. Die vond ze in het heel klein willen zijn. In Jesaja 66:13 vond ze wat God geeft aan kleine mensen: ‘Zoals een moeder haar kind liefkoost, zo zal ik u troosten.’
We kunnen met Teresia’s leven van hulpeloosheid stap voor stap meeleven, omdat ze op verzoek van haar priorin haar levensverhaal heeft opgeschreven, toen eenmaal duidelijk was dat ze niet lang zou leven. Ik geloofde in Gods liefde heet het boek en het ligt gewoon in de abdijboekhandel.
Teresia stierf op haar 24ste aan tuberculose, omringd door haar medezusters karmelietessen die allemaal dol waren op de kinderlijke blijheid die ze behield, ook tijdens de benauwdheid en het grote lijden op haar sterfbed.
Klein taakje
Ik ben blij dat ik Teresia heb leren kennen, en aan het eind van haar boek denk ik dat ik haar offers toch meer begrijp, al durf ik dat haast niet op te schrijven. Ik denk dan aan een scène in de koude kloostergang waar Teresia loopt met een oude, mopperende zuster die ze ondersteunt. Ze heeft een fantasie over een warme salon waar elegant geklede meisjes lachen en elkaar complimentjes maken. Ineens verlichtte de Heer haar ziel met de stralen van de waarheid, schrijft Teresia. Die waarheid is dat ze haar kleine taakje van naastenliefde niet zou willen ruilen voor duizend wereldse feesten.
tekst Renée Braams