Geen producten in de winkelwagen.

Nieuws

Viering en processie Adelbertusakker

Gisteren was er eindelijk weer een groot samenzijn op de Adelbertusakker. En meteen vierden we een hele historische viering inclusief een processie. Dit jaar is de translatie van Adelbert 1100 geleden. Om dit te vieren hebben we opnieuw een deel van zijn relieken van de akker naar de kerk gebracht.

Daarnaast was er een bijzondere toevoeging van de kinderen uit het dorp. Zij hebben op school een project gehad over het verhaal van Adelbert en het thema vriendschap. Dit n.a.v het verhaal over de vriendschap tussen de Egmonder Eggo en Adelbert. Ze hebben op perkament een persoonlijke boodschap over vriendschap opgeschreven. Deze zijn verzameld in een kistje dat tijdens de processie ook naar de kerk is gebracht. Er wordt komende tijd gewerkt een aan een houten beeld van Eggo. Deze zal ook een plaats krijgen op de Akker als een monument van vriendschap. Daar zullen de perkamenten hun uiteindelijke plek krijgen.

Kijk hier naar een impressie van de viering en processie.

Overdenking 1100 jaar translatie St. Adelbert

Wij gedenken vandaag dat het 1100 jaar geleden is dat het gebeente van onze patroon Adelbert werd opgegraven op wat nu de Adelbertusakker heet, en werd overgebracht naar het kerkje bij de zusters dat vermoedelijk op het terrein van de huidige buurkerk heeft gestaan.

1100 jaar geleden, wie heeft daar een beeld bij? Hoe zag het leven er toen uit? Hoeveel mensen woonden er toen hier? Hoe gingen zij met elkaar om zonder auto en smartphone? Wat waren hun normen en waarden? Zo heel veel valt er misschien niet over te zeggen, maar toch. Uit de translatie van Adelbert mogen wij opmaken dat onze voorouders 1100 jaar geleden zorg en respect hadden voor hun doden. Adelbert had een graf gekregen en nu kreeg hij zelfs een nieuwe plek. 1100 jaar geleden. Maar aan die translatie gaat nog een geschiedenis vooraf van enige eeuwen. Zonder haar zou er geen translatie zijn gevolgd.

Zo’n 2 eeuwen tevoren werd Adelbert op de akker begraven en werd er al een kerk boven zijn graf gebouwd. Dat overkomt niet iedereen en het zegt iets over de mens Adelbert, wie hij was en wat hij gedaan heeft. Uit zijn vita dat rond 980 werd geschreven leren wij hem kennen als een mens die geliefd was bij de toenmalige bewoners van deze plek.  Wij kennen de naam van een van hen, Eggo, en we lezen hoe pijnlijk getroffen die was toen Adelbert sprak over een bezoek aan zijn vaderland. Eggo zou hem dan moeten missen en hij vreesde dat het zelfs voorgoed zou zijn. Maar dat liep anders.

Adelbert heeft hier met en onder de mensen gewoond en geleefd. Hij is hun vriend geworden en hij is voor hen een bode van Christus geworden door zijn eenvoud, zijn vriendelijkheid en zijn zorg voor hen. Levenderwijs heeft hij hen het evangelie doen kennen. Hij heeft  Jezus bij hen gebracht met zijn leven, hij heeft ze naar Jezus toe  gedragen zoals hij het zoontje van Eggo ten doop heeft gehouden. Misschien mogen wij ook zeggen dat ze elkaar hebben gedragen in hun samenleven daar rond en op de akker. Want anders hadden ze hem vermoedelijk nooit na zijn dood een bijzonder plek gegeven. Zij hebben hem ten grave gedragen en een kerkje boven zijn graf gebouwd, omdat hij hen had gedragen in Gods naam zoals Jezus had gedaan die zelfs het verdwaalde schaap op zijn schouders had genomen.

En vandaag 1100 jaar geleden kreeg Adelbert een nieuwe plek, toen hij naar het kerkje van de zusters werd gedragen, vol eerbied en vol dankbaarheid.  Want hij die hun opa’s en oma’s had gedragen met zijn vriendelijke aanwezigheid onder hen en met zijn verhaal over Jezus, hij droeg hen nog steeds. Dat woord van leven, dat wij allen gedragen worden dag in dag uit door het geheim van God, dat woord was hun leven blijven dragen ook na Adelberts dood. En de zorg en de eerbied voor zijn relieken getuigen  van hun liefde voor hem en voor het woord van leven dat hij onder hen had geplant en dat vrucht was gaan dragen.

Adelbert, hij werd naar een nieuw rustplaats gedragen. Zij droegen hem zoals zij van hem geleerd hadden in woord en daad, dat wij geroepen zijn om elkaar te dragen.   Een leven lang, elke dag weer.

Soms doe je dat door zoals Adelbert tijd en aandacht te hebben voor het verhaal van Eggo of iemand anders , soms is het door een schouderklop of een helpende hand, een moment aan een ziekbed of een woord van troost en bemoediging. Of door als broeders en zusters samen te leven en elkaar te dienen en samen Gods lof te zingen, want zonder de ander valt het leven stil. En de laatste dienst die wij elkaar mogen bewijzen is de ander ten grave te dragen in het geloof en de hoop dat wij gedragen blijven door de goede herder die Adelbert ons heeft verkondigd.

Dragen en gedragen worden, het is onze roeping, het is onze vreugde en soms ook onze last, maar nooit zonder hoop en belofte zoals Adelbert ons heeft voorgeleefd. Op 26 juni zullen wij hem weer dragen als wij zijn relieken van de akker opnieuw naar de abdijkerk dragen na de viering. Wij dragen hem en hij draagt ons, samen op weg naar de akker van de oogst, leven in volheid. Moge het zo zijn.

Abt Thijs Ketelaars

Litanie herdenking translatie St. Adelbert

Om dankbaarheid voor de aarde, die ons draagt en die ons voedt
Om dankbaarheid voor de brengers van het geloof
Om dankbaarheid voor de communiteit van Sint Lioba en Adelbert
Om dankbaarheid voor de gemeenschap die hier wordt opgebouwd
Om dankbaarheid voor de geloofsgemeenschappen in de Egmonden
Om dankbaarheid voor alle religieuzen en pastores in Kennemerland
Om dankbaarheid voor allen die in onze tijd van Christus’ liefde getuigen
Om dankbaarheid voor het woord ons hier geschonken
Om dankbaarheid voor het levend brood hier aangereikt
Om dankbaarheid voor de hoop ons hier in het hart gelegd
Om dankbaarheid voor de liefde ons hier betoond
Om dankbaarheid voor allen die hier komen bidden
Om dankbaarheid voor allen die dit huis mee opbouwen en onderhouden
Om dankbaarheid voor allen die bouwen aan een nieuwe aarde
Om dankbaarheid voor allen die de deur van hun hart openzetten

Om dankbaarheid voor allen die een welkom thuis bieden
Om dankbaarheid voor alle hulp aan vluchtelingen, dak- en thuislozen
Om dankbaarheid voor allen die mensen in nood bijstaan
Om dankbaarheid voor allen die zorg hebben voor zieken, gewonden enstervenden
Om dankbaarheid voor allen die zich inzetten voor vrede en gerechtigheid
Om dankbaarheid voor allen die in Gods huis stem geven aan lief en leed
Om dankbaarheid voor allen die in Gods huis de taal van de liefde leren
Om dankbaarheid voor allen die zich als levende stenen laten voegen
Om dankbaarheid voor allen die hun leven bouwen op Christus, de rots
Om dankbaarheid voor God die in ons midden woont

Met antwoord op elke bede met een gesproken of gezongen alleluja, alleluja

Vita Heilige Adelbert

Het leven van de heilige Adelbert werd omstreeks het jaar 985 geschreven door de monnik Rupert van Mettlach. De opdracht daartoe ontving hij van aartsbisschop Egbert van Trier,  zoon van graaf Dirk II van Egmond.  De auteur reisde naar het klooster in Egmond om informatie te verzamelen over Adelbert, die volgens de overlevering in het jaar 740 is overleden en wiens gebeente op 15 juni 922 werd opgegraven en naar het bescheiden houten klooster te Hallem ( nu Egmond-Binnen) overgebracht. Daar woonden toen zusters. Bij het  klooster liet graaf Dirk I een kleine kerk bouwen waar het gebeente van Adelbert werd bewaard.

Download hier het Vita van Sint Adelbert in de vertaling van de hand van G.N.M. Vis.

15 Mei: Open Kloosterdag Abdij Egmond

Zondag 15 Mei is er weer de Open Kloosterdag. De Abdij Egmond is van 14 – 16 open voor wie een kijkje wil nemen. Samen met de broeders kunt u een kijkje nemen in onze kerk, museum en tuin. Ook is onze winkel open en kunt een gezellig een bakje koffie of thee komen drinken. Aansluitend kunt u de Vespers meevieren om 17 uur.

Kijk hier voor alle andere kloosters die u kunt bezoeken op 15 Mei!

 

PAX en tot Zondag!

Drie mensen bij een leeg graf

Wij doen het maar één keer per jaar: echt vuur maken en daaraan de Paaskaars ontsteken. En in het duister van de kerk zijn wij vannacht achter die vlam aangegaan die ons als een licht in de nacht voorging. En de weg die wij daarna aan de hand van de Schrift zijn gegaan, bracht ons bij het lege graf. Dat stelde ons voor raadselen zoals de eerste leerlingen, Hij die zij er zochten was er niet, maar waar dan wel en wat heeft dat te zeggen.

Pasen, vanmorgen zijn wij opnieuw bijeen om dat geheim te vieren. En opnieuw lezen wij de Schrift en horen wij van leerlingen die elk op hun eigen wijze reageren op de ontdekking van het lege graf. Het zal je maar overkomen. Degene met wie je lief en leed hebt gedeeld, die je hoop en verwachting was, ja, die je deed hopen op Gods rijk onder de mensen, hij was niet alleen gestorven, maar hij was op een vreselijke manier aan zijn eind gebracht. En nu was het verhaal uit. Wat kun je anders dan vertrekken of naar het graf gaan voor een laatste groet, een laatste eerbetoon. En daarna, wat dan? Wat als de dood een einde maakt aan je leven?

Wij die gewend zijn aan halleluja’s op Paasmorgen horen ze niet klinken in of rond het graf. Waren er in Bethlehem engelen met hun gezang van vrede, deze morgen zien wij Maria Magdalena naar het graf gaan op een uur dat het nog donker is, donker aan het firmament, maar meer nog donker in haar hart en ziel. En wat zij er aantreft stelt haar niet gerust, integendeel. De dood van Jezus was voor haar een verschrikking, maar waarmee ze nu geconfronteerd wordt, lijkt niet veel beter. En als ze Petrus en Johannes erbij haalt, wordt het ook nog niet meteen Paasmorgen, licht dat alle duisternis verdrijft.

Drie leerlingen van Jezus, de een, Maria Magdalena,  door Jezus tot nieuw leven gewekt, toen hij zeven duivels uit haar verdreef, de ander, Petrus, die als eerste Jezus had beleden, maar die hem desalniettemin op het uur der waarheid verloochende, en Johannes, de door Jezus beminde leerling, die onder het kruis had gestaan. Drie leerlingen, elk met hun eigen verleden en hun eigen weg. En vanmorgen, zo horen wij in het evangelie, elk met hun eigen reactie op het lege graf.

Terwijl de mannen in geen velden of wegen te bekennen zijn, is Maria al in alle vroegte naar het graf gegaan. Zij die Jezus zozeer had liefgehad, zij hield het na de rust van de sabbat niet meer uit, en wil gaan rouwen bij het graf. Zij leeft in het verleden, alles is voorbij en dat er nog toekomst zou kunnen zijn, is voor haar ondenkbaar. Het verhaal dat zij na haar ontdekking aan de leerlingen gaat vertellen,  getuigt ervan. ‘Ze hebben hem uit het graf weggenomen en wij weten niet waar zij hem hebben neergelegd.’ Zij denkt aan grafschennis, zij ziet en trekt haar conclusie. Maar is die waar? Ziet zij wat zij ziet? Of ziet zij wat haar hart bezwaart?

Petrus en Johannes lopen op dat bericht snel naar het graf en ook zij zien een lege plek, maar de conclusies verschillen. Petrus ziet dat zwachtels en zweetdoek keurig waren opgerold en neergelegd. Dat doet geen grafschenner of rover. Maar wat hij ervan denken moet, weet hij niet.

En dan Johannes die eerder dan Petrus is aangekomen, maar op hem  heeft gewacht, hem de voorrang heeft gelaten bij het graf. Johannes ziet en gelooft, zegt het verhaal ons. Maar wat gelooft hij?

Drie mensen bij het graf, elk met hun eigen leven en hun eigen gedachten. Twee van hen, Maria Magdalena en Johannes hadden ook onder het kruis gestaan, terwijl Petrus Jezus had verloochend en was gevlucht. Samen zijn zij het beeld van de kerk van het begin. Een vrouw die hartstochtelijk had liefgehad, een leerling die diep had gepeild naar het geheim van Jezus’ persoon en  één die rots moest zijn, maar wankelde en omviel. Samen staan zij bij het lege graf. Zij hebben elkaar nodig en zij zijn geroepen om elkaar tot steun te zijn. De twee die trouw zijn gebleven tot in de dood, schragen de man die was gevallen en samen delen zij hun vragen en angsten. Paasmorgen begint in het duister  zoals elke dood het leven weer aan de chaos lijkt prijs te geven. Toen en nu.

Maar terwijl Maria Magdalena het niet kan vatten en bij het graf achterblijft,  gaat de geliefde leerling  samen met Petrus weer naar huis, niet wetend en gelovend. Zij hebben allen nog een eigen weg te gaan voordat het Paaslicht doorbreekt. Het verhaal is niet uit zoals zij denken, maar zij moeten het verhaal herlezen, eenmaal en misschien een leven lang, zoals wij allen. Zij dienen de Schrift te herlezen, dat verhaal waaruit en waarin Jezus heeft geleefd.  Gods woord van den beginne dat geschiedenis met ons maakt, is een woord van leven. Gods mens geworden Woord, dat liefde is, laat zich door geen dood weerhouden. Die liefde trotseert de dood, gaat er doorheen, en laat niemand verweesd achter. Hij die met hen over de stoffige wegen van Galilea ging, hij wordt door de Vader thuis gebracht, maar hij wordt ook aan de leerlingen teruggegeven  door en in de Geest. Brandde ons hart niet in ons zullen de Emmaüsgangers zeggen en door diezelfde Geest bewoond en bezield zullen Petrus, Johannes en Maria Magdalena  nieuwe wegen gaan in het geloof dat liefde sterker is dan alle dood.

Nu is het onze beurt. Moge de Geest ook ons de Schrift doen verstaan; dat wij leven mogen uit hem en met hem en in hem, wiens naam is ‘ik zal er zijn’, ík ben bij jullie’ alle dagen tot alles is volbracht en herschapen in Gods Licht. AMEN.

 

Br. Thijs

Schrift: Hand. 10 34a+37-43; Kol. 3,1-4; Joh. 20,1-9

Afbeelding: Julia Stankova

Paasnacht

Ook dit jaar hebben wij weer een lange reis door de Schrift gemaakt in deze Paasnacht. Misschien is een deel van wat aan ons is voorgelezen aan ons voorbijgegaan, maar toch. Wij zijn opgenomen in een groot verhaal dat begint met schepping uit chaos en duisternis en wij eindigen in een graf waar niemand te vinden was. En bij dat alles is er deze nacht ook nog het vuur en het water, twee elementen die zorgen voor leven maar ook voor dood. En dan lest best is er de Paaskaars, licht ontstoken in de nacht, licht dat ons voorgaat in de nacht van het leven.

Wij begonnen in de nacht dat God met zijn scheppend woord licht en leven tevoorschijn roept en waar stap voor stap een wereld wordt geschapen die tot op onze dag wacht op een beheer dat recht doet aan Gods scheppend werk en een loflied zijn mag op zijn Naam. Die roeping vraagt om een houding van respect, van dankzegging en dienstbaarheid. Want waar een mens zich dat geschenk toe-eigent, waar het anderen wordt ontzegd of afgenomen, doet de dood zijn intrede en keert het leven terug tot de duistere chaos waaruit het tevoorschijn is geroepen. Voor die dood heeft God ons niet geschapen, maar voor de grote sabbat waar God zelf genieten kan en wij met hem. Dat aloude verhaal is geen historie, maar laat zich lezen als de ziel van ons bestaan, als zin en zegen van ons leven. Gisteren, heden en tot in eeuwigheid.

Wij zijn geroepen en genodigd uit dat woord te leven, het dagelijks in ons hart te overwegen en te proeven hoe met het leven om te gaan, dat ons dagelijks om niet te beurt valt.

Dat blijkt een hachelijk avontuur, want leven met open handen, met vertrouwen en dankzegging vindt de tegenspeler op de weg, die aanzet tot wantrouwen, tot macht hebben en houden, tot leven naar je hand zetten en alles wat een mens zich bedenken kan om zijn eigen territorium en zijn toekomst te verdedigen.

Wij hoorden hoe Abraham worstelde met zijn toekomst en zijn zoon. Hoe hij de vuurproef moest doorstaan, het gevecht om hem los te laten en zijn eigen weg te laten gaan. De vrijheid schenken om God geschiedenis te laten schrijven met het kind van de belofte.

Wij hoorden van  een land waar de dood heerst, waar Farao kleine en kwetsbare mensen opoffert voor zijn eigen gedroomde wereld. Slaven, meer mogen zij niet zijn, vrije kinderen Gods, dat is hun niet gegund. Het vergt de opgeheven hand van Mozes, moed en geloof om de stem te volgen die een pad door zee wijst, een weg over ongebaande wegen. Gaan waar geen weg is, midden door de dood.

Wij hoorden ook midden in de ballingschap mensen te midden van alle verlorenheid dromen en spreken over een stad die wordt herbouwd, gegrondvest op gerechtigheid en van vrede vervuld. Over levend water dat dor en droog land tot nieuw leven wekt, vertrouwend op die stille stem, dat woord van Gods barmhartigheid die ons niet voor de dood heeft geschapen, maar voor een leven in  Gods barmhartigheid.

Wij hoorden spreken over levend water voor dorstige zielen, om niet gegeven voor wie de handen er voor opent. Over een woord dat onze gedachten te boven gaat, dat zielloze levens en al die plekken waar het leven dood bloedt, toekomst wil geven, zaad dat ontkiemt tot nieuw leven.

Wij hoorden over een leven dat de dood gelijk is en dat opnieuw wordt opgeroepen zijn oor te openen voor de wijsheid en in Gods licht te wandelen, bevrijd uit een bestaan van vervreemding en verbanning.

Wij hoorden over terugkeer uit ballingschap en de gave van een nieuw hart en een nieuwe geest, zodat wij de aarde die ons gegeven is als nieuwe mensen zullen bewonen. Een oord waar niet de dood zich breed maakt, maar mensen met elkaar leven als gunstelingen Gods.

Wij hoorden een lang verhaal van vallen en opstaan, van vervreemding en verbroedering, van leven in Gods verbond. Wij lazen een oud verhaal en wij herkennen er ons eigen leven in, dat elke dag voor dezelfde gave en opgave staat, voor leven dat het pad van de waarheid de rug toekeert of voor leven dat ja zegt op de zorg ons toevertrouwd.

En als slot traden wij met de vrouwen het graf binnen, die plek waar zij een dode willen balsemen, nu er niets meer rest van het bestaan dat zij hadden geleefd met hem. Het leven door God hun gegeven in deze mens is door een brute en onrechtvaardige dood ten einde. Er valt niets meer te hopen, alleen nog zorg te dragen voor de dode. Maar midden in deze duistere tombe wordt hun een woord toegesproken, gehuld in licht. De dood krijgt niet het laatste woord, de vrouwen  worden verwezen naar de herinnering aan de aloude woorden. Zij moeten  doen wat wij vannacht hebben gedaan. In de oude schrift Jezus’ leven teruglezen. En stilaan wordt het licht in hun hart, aarzelend nog, maar gaandeweg breekt het door als de zon van een nieuwe dageraad. Gods scheppend woord van den beginne, dat leven schept en schrijft en zoekt, het heeft deze ene in wie geen duister te vinden was, die een leven lang in en uit het licht heeft geleefd, niet aan het duister prijs gegeven, maar thuis gebracht in het volle licht, in het huis van de Vader, opdat wij zouden leven als mensen van hoop; het licht en het leven dienend al onze dagen zoals het ons is verteld en zoals hij ons heeft voorgedaan, de opgestane Heer. Hij onze vrede voor tijd en eeuwigheid.  AMEN.

 

Vader Abt

Afbeelding: Genesis , Julia Stankova

Schriftgedeelte: Lukas 24: 1 -12

 

 

Vrijdag 25 Maart meebidden in de Abdij

Op vrij­dag 25 maart sluiten de Neder­landse bis­schop­pen aan bij een gebedsestafette die door heel Europa gaat. Tijdens deze estafette wordt er gebe­den voor vrede in Oekraïne en voor de slacht­of­fers van de corona­pan­de­mie. De broeders sluiten zich aan bij dit initiatief en nodigen iedereen uit mee te bidden.

Op vrijdag 25 maart van 19:00 tot 19:45 is er aanbidding waarbij we stilstaan bij de nood aan zorg en vrede in deze wereld. In het bijzonder de slachtoffers van het Coronavirus en de oorlog in Oekraïne. Aansluitend zijn er om 20:00 uur de completen.

Voor wie al wil bidden delen we het mooie gebed van Domenico Battaglia, aartsbisschop in  Napels.

Vergeef ons voor oorlogen

Heer Jezus Christus, Zoon van God,

ontferm U over ons, zondaars.

Heer Jezus, in de schaduwen van bommen die op Kyiv vielen,

ontferm U over ons.

Heer Jezus, gestorven in de armen van een moeder in een bunker in Charkiv,

ontferm U over ons.

Heer Jezus, als twintigjarige naar het front gestuurd,

ontferm U over ons.

Heer Jezus, die in de schaduw van uw kruis nog gewapende handen ziet,

ontferm U over ons!

 

Vergeef ons Heer.

 

Vergeef ons als we niet genoeg hebben aan de spijkers

waarmee we uw handen hebben gekruisigd,

als we nog steeds onze dorst lessen

met het bloed van hen die uiteengerukt worden door wapens,

Vergeef ons, als deze handen,

die U geschapen hebt om te zorgen,

zijn omgevormd tot werktuigen van de dood.

 

Vergeef ons, o Heer, als we nog steeds onze broer doodslaan.

 

Vergeef ons, als we nog steeds, net als Kaïn,

de stenen van het veld oprapen om Abel te doden.

Vergeef ons, als we onze wreedheid blijven goedpraten

door onze inspanningen,

als we de gewelddadigheden van onze daden legitimeren

met onze pijn. Vergeef ons voor oorlog.

 

Vergeef ons voor oorlog, o Heer.

 

Heer Jezus Christus, Zoon van God, we smeken U:

pak Kaïn bij de hand!

Verlicht ons geweten,

laat onze wil niet gedaan worden,

geef ons niet over aan onze eigen daden.

Houd ons tegen, o Heer, houd ons tegen!

En als U de hand van Kaïn hebt teruggehouden,

zorg dan ook voor hem.

Hij is onze broer,

O Heer, maak een einde aan het geweld!

Houd ons tegen, o Heer!

 

Tekst: aartsbisschop Domenico Battaglia van Napels

 

 

 

 

Preek Feest Benedictus 2022

In een Europa waar sinds een aantal weken de vrede ver te zoeken is, staat sinds mensenheugenis boven de poort van abdijen het woord PAX. Ook in Egmond. Boven de oude ingang met zijn majestueuze deur staat het woord in steen gebeiteld.

Nu wij vandaag de feestdag van onze vader Benedictus vieren, is het misschien een goed moment om ons een ogenblik te bezinnen op dat woord vrede in zijn benedictijnse context. Wat heeft dat woord ons in deze benarde tijd te zeggen? Een woord trouwens dat in de Schrift diep verankerd is en dat iedereen kent als sjaloom. En alsof dat nog niet genoeg is, wordt die vrede ons elke dag door de Heer zelf toegesproken in de eucharistie, juist voor wij ter communie gaan. Vlak voor wij het gebroken brood ontvangen, teken van de grootste liefde maar ook teken van het grootste geweld, biedt de Heer ons zijn vrede aan.

Pax, vrede, het staat boven onze kloosterpoort, in steen gebeiteld, ik zei het al. Maar als het daar bij blijft, wordt het woord dan wel leven gevend? Moet dat woord ook niet in het hart van de communiteit gegrift staan, wil het bewerken waarvoor het staat? Laat die in steen gehouwen tekst ons er aan herinneren dat de vrede ook vlees en bloed van ons moet worden.

Vrede, achtmaal treffen wij het woord in de regel aan. Zesmaal heeft het betrekking op de broeders en tweemaal op de ontvangst van de gasten.

De eerste keer dat het in de regel voorkomt, is in de proloog. De nieuweling die zich op het monastieke pad begeeft, wordt het volgende voorgehouden: ‘Als je het ware en eeuwige leven wil hebben, weerhoud je tong van het kwade en laat je lippen geen bedrieglijke taal spreken. Keer je af van het kwaad en doe het goede, zoek de vrede en jaag die na[1].’ Wij horen hier niet alleen het doel van het monastieke leven, het ware en eeuwige leven, maar ook de weg daarheen. Eerst is er een negatieve formulering: je tong ervan weerhouden kwaad of bedrieglijke taal te spreken. Als dan ook nog de daad bij het woord wordt gevoegd zodat we niet afbreken maar opbouwen, dan komt de vrede in zicht. Hier vinden wij in een notendop niet alleen doel en weg van het monastieke leven, maar van het leven waartoe wij allen als mens zijn geroepen.

Vrede zoeken, het is het gaan van een weg waarbij woorden en daden een belangrijke rol vervullen. Want waar waarheid wordt gesproken en gedaan, creëer je een ambiance waarin een mens zich veilig kan voelen, waar je thuis kunt komen bij jezelf, bij de ander en bij God.

Die weg voor de nieuwkomer geldt ook voor ons die leerlingen blijven tot onze laatste ademtocht. Het pad is gegeven, maar dat wil niet zeggen dat het een gelopen race is. Want wij dragen allen ook de oude adam in ons, die zich laat verleiden tot andere wegen. Benedictus beseft dat terdege, Want in hoofdstuk vier ontmoeten wij twee teksten die ons laten zien dat de vrede in een communiteit niet altijd een feit is. ‘Geen gehuichelde vredeskus geven[2]’ en’ vóór zonsondergang vrede sluiten met wie je onenigheid hebt[3]’, geeft wel aan dat het niet altijd pais en vree is. Er blijft dus werk aan de winkel, en daarbij komt het aan op herstel, op vergeving en nieuwe kansen geven en krijgen, elke dag weer, om te voorkomen dat het woord vrede alleen in steen boven de poort staat en niet in het hart van de gemeenschap. Daartoe heeft ieder in de leerschool van het evangelie de weg van de persoonlijke bekering te gaan.

Maar naast die persoonlijke inzet voorziet Benedictus ook een structurele aanpak binnen de gemeenschap om de vrede te bewerken en te bewaren. De verscheidenheid aan mensen  zorgt voor een rijkdom in de gemeenschap, maar kan ook een bron van conflict zijn. Daarom dient er met ieders capaciteiten en zwakheden rekening gehouden worden. Anders gezegd, de maat is niet altijd voor iedereen hetzelfde, en waar wij dat van elkaar accepteren, kunnen alle ledematen in vrede zijn.[4]  En elders zegt Benedictus dat het voor het behoud van de liefde en de vrede het beste is, dat de abt een aantal zaken zelf kan bepalen.[5] Vrede, ze wordt gediend en opgebouwd in een samengaan van persoonlijke inzet en structurele zorg.

Waar die twee elkaar ondersteunen zal de pax benedictina niet alleen in steen gebeiteld zijn, maar ook in een levende gemeenschap, die mensen weet te ontvangen met de liefde van Christus.

En dat brengt ons bij allen die aan de kloosterpoort aankloppen. Ze moeten ontvangen worden als Christus zelf.[6] En dat geldt voor ieder zonder uitzondering. In onze grote en kleine wereld is het vaak anders.  Daar worden grenzen getrokken, de een mag wel binnen de ander wordt de toegang geweigerd. Benedictus zegt heel uitdrukkelijk ‘allen die langskomen’, en een zin verder ‘allen wordt eer betoond,’ want in allen verschijnt Christus aan de poort.

Is dat niet naïef en teveel gevraagd? Benedictus is niet wereldvreemd, maar hij kent tegelijk de liefde van God die groter is dan ons hart. Die ons uitdaagt en oproept ons hart te laten verruimen tot die maat. Maar dat sluit voorzichtigheid en onderscheiding niet uit. Om te achterhalen of de mensen die aankloppen zonder kwade bedoelingen komen en de vrede in huis zullen respecteren, dient er bij aankomst eerst met de gast gebeden te worden. Is dat in waarheid gebeurt, dan wordt de vredeskus aangeboden en wordt de gast opgenomen. Daarbij maakt Benedictus nog een aantal kostbare opmerkingen. Bekend of onbekend, in elke mens, hij herhaalt het nog eens, wordt Christus ontvangen en daarbij past van de kant van de monniken het grootste respect. Wij zijn niet beter en wij moeten ons ook niet boven hen plaatsen, integendeel, de monnik buigt zich voor de binnenkomer, want hij ontvangt in hem Christus, hoe verscholen ook. En na de ceremonie laat men het de gasten aan geen goede zorg ontbreken[7], letterlijk staat er ‘dat men hen alle humaniteit- humanitas- bewijst.’ Wat is er menswaardiger en goddelijker?

Pax benedictina, laten wij er ons dagelijks voor inzetten opdat onze wereld voor allen een huis van vrede mag worden. AMEN.

Abt Thijs Ketelaars

Hoogfeest Benedictus / 21-03-22  /   Gen 12, 1-4a Fil 4,4-9  Joh 17,20-26

[1] RB Prol. 17

[2] RB 4,25

[3] RB 4,73

[4] RB 34,5

[5] RB 65,11

[6] RB 53,1

[7] RB 53,9

Litanie Veertigdagentijd


REFREIN: Sta ons bij Heer, in iedere nood!

Laten ons met aandrang bidden:

Hoor ons Heer in uw kerk van heiligen en zondaars
Hoor ons Heer in uw kerk van Licht en duister
Hoor ons Heer in uw kerk van goede ijver en tweedracht
Hoor ons heer in uw kerk van zelveloze zorg en ambitie
Hoor ons heer in uw kerk van verzoening en verdeeldheid
Hoor ons Heer in uw kerk van toewijding en ontrouw
Hoor ons Heer in uw kerk van geloof en twijfel
Hoor ons Heer in uw kerk van onbaatzuchtige liefde en misbruik
Hoor ons Heer in een wereld van voorspoed en onrecht
Hoor ons Heer in een wereld van overvloed en armoede
Hoor ons Heer in een wereld van vriendschap en verdeeldheid
Hoor ons Heer in een wereld van vrede en oorlog
Hoor ons Heer in een wereld van ontferming en haat
Hoor ons Heer in een wereld van scholing en ongelijkheid
Hoor ons heer in een wereld van broederschap en tweespalt
Hoor ons Heer in een wereld van vrijgevigheid en hebzucht
Hoor ons Heer in ons verlangen naar eenheid
Hoor ons Heer in onze nood aan onbaatzuchtigheid
Hoor ons Heer in onze zorg voor armen en kleinen
Hoor ons Heer in onze nood aan vergeving
Hoor ons Heer in onze omgang met de schepping
Hoor ons Heer in onze roep om bekering
Hoor ons Heer in onze hoop op herschepping
Hoor ons Heer, verhoor ons Heer

Nieuwsbrief

Schrijf u vrijblijvend in en blijf op de hoogte van de activiteiten van Abdij van Egmond.

We respecteren uw privacy. Sint-adelbertabdij zal uw e-mailadres nooit delen met derden.
© 2022, Abdij van Egmond Algemene voorwaarden