Geen producten in de winkelwagen.

Nieuws

Preek 3 juli 2022

De afgelopen dagen waren een en al feestelijkheid. We vierden St. Jan de Doper, het H. Hartfeest, St. Adelbert, de apostelen Petrus en Paulus. Maar ook deze gewone zondag, de veertiende door het jaar is een dag van grote vreugde, en bevat voor ons een boodschap bevat van vreugde waarmee we meer dan een week vooruit kunnen.

De afgelopen dagen waren een en al feestelijkheid. We vierden St. Jan de Doper, het H. Hartfeest, St. Adelbert, de apostelen Petrus en Paulus. Maar ook deze gewone zondag, de veertiende door het jaar is een dag van grote vreugde, en bevat voor ons een boodschap bevat van vreugde waarmee we meer dan een week vooruit kunnen.

Een opbeuring kunnen we wel gebruiken, want we leven in een bewogen tijd, in een wereld vol onzekerheid en dreiging. Binnenlands is er veel onrust, ontevredenheid, wantrouwen, zorg. Ik hoef dat hier niet allemaal nader te benoemen, in de kerk houden we de politiek graag buiten, maar met de gevoelens van onrust en onzekerheid hebben we wel te maken.

Laten we kijken naar Jezus, onze voorganger. Hij is op weg naar Jeruzalem met een boodschap van vreugde en vrede, maar Hij kent de prijs die Hij zelf zal betalen met zijn Bloed. Uit zijn doodgemarteld Lichaam zal de Geest stromen die de aarde vernieuwt, die een nieuwe schepping tot stand brengt, een nieuw Godsvolk, zijn Kerk.

72 leerlingen zendt Jezus uit. Eerder heeft Lucas, evenals Marcus en Matheus al verteld dat Jezus 12 leerlingen uitkoos die Hij ook apostelen noemde. Dat twaalftal, ieder met name genoemd, vertegenwoordigt de 12 stammen van het volk Israël. Hier is sprake van 70 of 72 leerlingen ( voor beide getallen zijn goede argumenten te geven). Het  getal van 72 moet worden opgevat in zijn symbolische betekenis van universaliteit.Men nam aan dat er tweeenzeventig volkeren waren in de wereld, en dat tweeenzeventig talen werden gesproken. De discipelen werden naar alle volkeren gezonden, omdat de Heer gekomen is om allen te redden. Eerst twaalf naar de verloren schapen van het huis Israël, “in elke stad en plaats, waar Hij zelf heen zou gaan”, daarna een groot aantal van zijn discipelen, om uit te gaan over de hele wereld, naar alle volkeren en stammen en talen. Twee aan twee moesten zij getuigen zijn van zijn evangelie, als zijn gevolmachtigden, en om dat te staven toegerust met wondermacht. In het boek Handelingen lezen wij over zulke zendelingsparen: Paulus en Barnabas, Barnabas en Marcus, Paulus en Silas. Hun immense opdracht ging hun aantal, en daarmee hun mogelijkheden verre te boven. Daarom moesten zij allereerst bidden tot de Heer van de oogst om arbeiders te sturen. Dat was en is de eerste taak van Jezus’ gezanten: het gebed. Als Jezus de twaalf aanstelt doet Hij dat ook nadat Hij de nacht heeft doorgebracht in gebed. Laten we nooit vergeten dat gebed ook onze eerste opdracht is.

In de sacramentskapel hier in de kerk hebt u vast wel eens gekeken naar de gedenksteen die daar tegen de achterwand is aangebracht. Hij beeldt de droom uit van aartsvader Jacob te Bethel. Die heeft daar een visioen van een ladder die op de aarde rust en tot in de hemel rijkt, waarlangs engelen opstijgen en neerdalen. (Gen. 28, 12). Die engelen zijn boden die de noden van de mensen brengen voor Gods troon, en de genade van God vanuit de hemel naar de mensen brengen. Beelden, uiteraard, symbolen, die uitdrukken dat er communicatie is tussen hemel en aarde, tussen de Schepper en zijn schepping, tussen de Eeuwige en ons aardse stervelingen. In de Oosterse traditie delen de monniken in de opdracht van de engelen. Wij denken bij engelen allereerst aan hemelse geesten, gevleugelde gestalten, maar het woord engel betekent bode, gezondene, eigenlijk hetzelfde als apostel, eveneens gezant. Het hoort tot de opdracht van de monniken om die ladder tussen heme en aarde te gaan, omhoog te klauteren en af te dalen, om de verbinding tussen God en mensen levendig te houden in trouw gebed. En het eerste waarvoor zij moeten bidden is dat de Heer meer arbeiders stuurt om te oogsten. Bij de goede God bevelen wij de belangen van alle mensen, van heel de wereld aan, alle noden en die zijn even talrijk als gevarieerd, en namens de Heer mogen zijn boodschappers een geweldig kado brengen nl. de vrede aanbieden: laat uw eerste woord zijn: vrede aan dit huis!

Apostelen en engelen zijn boodschappers van God. We weten dat er helaas ook gevallen engelen zijn. Die hebben ook een naam: duivel diabolos, dat betekent verdeler. Zij zijn onze vijanden en proberen verder te verscheuren, en verdeeldheid te zaaien, vijandschap in ons hart te planten. Als wij leerlingen van Jezus willen zijn, en ons willen aansluiten bij die eerste tweeenzeventig, laten we dan vasthouden aan de vrede en niet toegeven aan de diabolische werking van de vijanden van Christus’kruis. Laten we zelfs het stof van onze voeten schudden maar vasthouden aan de kern van ons geloof: “het Rijk Gods is nabij! ” Dat is het goede nieuws, de troostende boodschap.

Onze samenleving verspreidt bij voorkeur het onkruid van het slechte nieuws, het fake news, dat zoveel gemakkelijker gehoor vindt dan de boodschap die het Evangelie brengt. Het slechte nieuws wordt gretig geloofd en verspreid, het krijgt alle gelegenheid om voort te woekeren. Positief nieuws is niet interessant. De waarheid mag niet worden gezegd, de vredeboodschap wordt ontkend.  Maar toch: “zalig de vredebrengers, zij zullen kinderen van God worden genoemd.” Kinderen van God, dat is nog mooier dan engelen, apostelen of gezanten. En daartoe zijn wij allen geroepen. Apostelen waren er maar twaalf, de 72 leerlingen, die in de Oosterse traditie ook allemaal een naam hebben gekregen en gezamenlijk worden gevierd, waren een 6 maal grotere groep, maar tot kinderen van God zijn wij allen geroepen. Moge ons gemeenschappelijk getuigenis onze samenleving omvormen tot vrede, zodat God bij zijn mensen kan wonen en ons allen kan vervullen van zijn vrede en zijn barmhartigheid. Dan zal ons hart zich kunnen verheugen, onze beenderen zullen bloeien als het jonge groen, en de dienaren van de Heer zullen zijn macht ervaren.

Br. Gerard Mathijsen osb

14e zondag dhj C 3 juli 2022  Jes. 66, 10-14c; Gal. 6, 14-18; Lc. 10, 1-12+17-20.

Preek 3 april 2022

Het zal u ook wel eens overkomen zijn, dat u mensen niet hebt laten uitspreken of dat u voortijdig hebt gereageerd op een verhaal dat nog niet af was. Soms loopt dat goed af, maar het kan ook gebeuren dat uw reactie de plank misslaat. Had u de ander de kans gegeven zijn hele verhaal te doen, dan was het vermoedelijk anders gelopen.

Vandaag begeven wij ons op glad ijs, nu de liturgie ons maar een klein fragment laat horen uit een lang hoofdstuk. Dat heeft ertoe geleid dat wij dat verhaal meestal van het opschrift voorzien ‘de overspelige vrouw’. Dat lijkt heel correct, maar wanneer wij het verhaal binnen het groter verband bekijken, is het de vraag of wij het bij het juiste eind hebben.

Er dreigt een vrouw gestenigd te worden die op overspel is betrapt. Zo begint het hoofdstuk. En het einde is niet veel anders. Daar horen wij hoe er stenen worden opgeraapt om Jezus te stenigen. De vrouw ontkomt omdat Jezus het voor haar opneemt en op het eind neemt Jezus de wijk en ook hij ontkomt aan de dood. Voorlopig althans.

Er is nog iets dat onze aandacht verdient. Hoofdstuk 8 speelt zich helemaal af in de tempel.

De plek waar God bij de mensen woont. De plek waar in het heilige der heiligen de twee tafelen van het verbond worden bewaard met woorden die tot doel hebben het leven te hoeden en richting te geven. Woorden door God zelf geschreven omdat hem het leven van de mens zo lief is. Woorden van waarheid geijkt aan de geschiedenis van God met zijn volk. Woorden om te onderhouden en te doen.

En juist op die plek, in de tempel, zijn wij vandaag getuige van een scene, waar heel andere krachten en mechanismen aan het werk zijn.  De overspelige vrouw is daar maar een eenvoudige pion in een schaakspel waar zij ten tonele wordt opgevoerd om een andere persoon ten val te brengen.

Misschien kunnen wij de titel van ‘overspelige vrouw’ beter vervangen door de titel ‘strikvraag’. Het gaat die schriftgeleerden en Farizeeën helemaal niet om die vrouw en of zij nu wel of niet schuldig is, het gaat die mannen erom Jezus in zijn woorden te vangen en zo een argument te hebben om hem ter dood te brengen.

‘Wij willen de broedervolken verenigen’ werd er afgelopen weken in een presidentieel paleis en een kerk gezegd en daarbij werd er beroep gedaan op heilige traditie en heilige woorden en instituties, maar in feite is het erom te doen een regering ten val te brengen en een land en volk te annexeren.

In het evangelie van vandaag gebeurt hetzelfde. De geleerden halen er de wet van Mozes bij, maar intussen wordt die wet misbruikt voor heel andere doeleinden onder het mom van waarheid en recht.  Zo gaat dat de eeuwen door.

En de waarheid is daar het kind van de rekening. Ja, meer nog, Jezus is het kind van de rekening, hij die het levende beeld is van de waarheid. Op het eind van het evangelie zal hij op de vraag van Pilatus geen antwoord geven, maar zwijgen. Want de waarheid is zo weerloos als een pasgeboren mensenkind. De waarheid kan zich niet verdedigen, zij kan alleen maar zichzelf blijven, zwijgen en zich tonen in al haar naaktheid en kwetsbaarheid. Jezus geeft dan ook geen antwoord op hun vraag, want het beste antwoord zou een slag in de lucht zijn voor wie niet horen wil. Zij hebben hun antwoord al klaar. Het enige dat Jezus doet is een symbolische daad stellen. Hij schreef in het zand. Het is de enige keer dat Jezus iets schrijft, verder horen of zien wij hem in de Schrift nergens schrijven. Wij zien hem wel lezen en bidden, maar niet schrijven. En nu hij één keer schrijft, kunnen wij het niet lezen. Is het om ons eraan te herinneren dat wij hém moeten lezen, het woord in vlees en bloed?  Dat woord spreekt, eerst tegen de mannen en pas in laatste instantie tot de vrouw. Zijn antwoord op hun aanhoudend vragen is kort. Het is niet wat zij verwachten, maar roept hen op het levende woord van God in hun eigen hart te overwegen. Wat zegt het daar over jezelf? Plaats jezelf eerst eens onder het woord voordat je een ander aanklaagt. En het feit dat zij allemaal afdruipen, siert hen ondanks hun heimelijke bedoelingen. Zij beseffen dat ze zelf geen schone lei hebben.  Mochten zij en wij daar dan ook naar handelen. Voorlopig mislukken hun plannen.

En Jezus blijft over met de vrouw in het midden van de kring die leeg is.  Het gesprek dat dan volgt beperkt zich tot het wezenlijke. Geen slaapkamerverhaal en ook geen zedenpreek, maar een woord dat toekomst biedt, dat bevrijdt en uitnodigt tot nieuw leven.

Wij zijn vandaag op onze weg naar Pasen getuigen van een bijzonder verhaal. Wij zijn getuigen hoe het woord van God geschreven in de wet en in de harten van mensen wordt misbruikt. Niet openlijk, maar verhuld in religieuze taal. En daarmee verwordt Gods woord van een medicijn en een wegwijzer ten leven tot een gif en een wapen om te doden.

Maar wij zien ook hoe het woord van God geschreven in het zand, en geschreven niet op steen maar in vlees en bloed, bij machte is nieuw leven te geven.  En uit kracht van dat woord is Jezus in staat het eigen leven prijs te geven opdat anderen van de dood zouden worden gered.

Wij gaan op naar Pasen. De weg wordt steiler en nauwer, en waar er nu nog een ontkomen is, daar zal dadelijk de strik van de vogelaar dicht getrokken worden. Maar de waarheid, waarvoor wij onze oren in dit verhaal hebben gespitst, laat zich niet de mond snoeren en de vogel zal ontkomen uit het net van de vogelaar en opwieken hemelhoog. Dat hopen en geloven wij. In die hoop gaan wij onze weg en in die hoop worden wij geroepen te doen wat Jezus ons heeft voorgedaan, opdat de steppe zal bloeien en allen zich mogen laven aan de bron van levend water. AMEN.

Abt Thijs Ketelaars

C40d5 2022  Joh. 8. 1-11

Nieuwsbrief

Schrijf u vrijblijvend in en blijf op de hoogte van de activiteiten van Abdij van Egmond.

We respecteren uw privacy. Sint-adelbertabdij zal uw e-mailadres nooit delen met derden.
© 2022, Abdij van Egmond Algemene voorwaarden