Geen producten in je winkelmand.

Nieuws

Preek begrafenis br. Simon Laoût 15 juni 2021

De Prins Hendrikstichting waar onze broeder Simon de laatste twee jaar van zijn leven met veel zorg werd omgeven, was oorspronkelijk een rusthuis voor bejaarde zeelui. Het was hun laatste ankerplaats. Nu was broeder Simon bij mijn weten geen zeeman, al was hij al sinds zijn doop aan boord genomen van het schip van de kerk. Zijn leven is veeleer gekenmerkt door het evangelie van vandaag en dat speelt zich af op het land. Het verhaal van de Emmausgangers, zo staat in zijn aantekeningen, moest in de uitvaartliturgie als evangelie gebruikt worden.

Sinds jaar en dag wordt die tekst in ons getijdengebed gelezen tijdens de completen van Paasdag.  Als koster en man van de liturgie had broeder Simon die taak voor zich gereserveerd.  En zo hebben wij hem zijn lievelingstekst uit de Schrift elk jaar horen voorlezen.

Als monnik word je grootgebracht met de Schrift. Zo ook broeder Simon. En gaandeweg raak je steeds meer thuis in dat verhaal van God met ons mensen en ontdek je er je eigen plek in. Simon herkende zich in die twee leerlingen op weg. Maar eerst en bovenal ontdekte hij dat de verrezen Heer met hem optrok nog voor hijzelf dat in de gaten had. Dat Emmausverhaal bevat een grote troost en bemoediging en daar heeft hij zich een leven lang aan opgetrokken. Hij, de Heer, trekt in ons midden met ons mee. Daar hoeven we ons geen zorgen over te maken. Veeleer dienen we erop bedacht te zijn dat wij niet voorbijlopen aan zijn aanwezigheid onder ons. Dat vraagt om stille aandacht en een ontvankelijk hart. Paus Franciscus spreekt graag over de vreugde van het evangelie en Simon stemde daar graag mee in. Zijn geloof werd gekenmerkt door een opgewektheid, een vreugde, die voortkwam uit de diepe overtuiging dat Hij, de Heer, met ons gaat en ons gaande de weg ons de weg wijst. We staan er niet alleen voor.

Maar behalve die aanvankelijk ongeziene gast zijn er nog twee figuren in het verhaal en die maken ook wezenlijk onderdeel uit van broeder Simons levensreis.  Als monnik was hij een man van het koorgebed, en zijn leven lang heeft hij trouw als cantor met zijn heldere stem meegezongen in het koor. Van de vroege morgen tot aan de completen als afsluiting van de dag. Maar hij was ook een man van mensen. Dat hoorde bij zijn aard en hij legde heel gemakkelijk contact met jan en alleman. Niet voor niets wordt in de vele condoleances die wij dezer dagen ontvangen verwezen naar zijn vriendelijkheid en attente zorg voor mensen. Die trek heeft hij herkend in het evangelie van vandaag. Hij is heel zijn leven met mensen onderweg geweest, op welke post hij ook stond. Dat charisma kwam helemaal tot zijn recht toen hij gastenbroeder werd. Hij was geen geleerde theoloog en moeilijke discussies hadden niet zijn belangstelling, maar eens te meer wees het evangelie hem hier de weg. Samen optrekken in het geloof dat die derde in ons midden de weg zal wijzen. Luisteren naar het lief en leed van de ander die je levenspad kruist en gaandeweg de stem van de derde ontdekken die een weg wijst, die moedeloosheid doet verkeren in hoop en die kille en weifelende harten kan doen warmlopen voor een nieuwe weg.

Man van gebed, man van mensen, misschien is er nog een derde element in het verhaal dat broeder Simon karakteriseert. Een van de jongere broeders merkte afgelopen dagen op dat hij broeder Simon zo bewonderde omdat die vanuit een kerk die voor het concilie alle trekken had van een gesloten bastion, gegroeid was naar een open houding, waarin ook mensen werden verwelkomd en omarmd die buiten de geijkte kaders vielen. Geen veroordeling, maar een warm hart om te zien hoe samen de weg van het evangelie, de weg van het leven te kunnen ontdekken en gaan. Die houding vindt de goede verstaander ook terug in het evangelie van vandaag. Daar zouden we het woord dialoog en gesprek aan kunnen verbinden. In het verhaal van de Emmausgangers zijn twee en later drie personen onderweg. Die twee leerlingen zijn in een crisis beland en ze weten niet wat hun te doen staat. Daar helpen regels en voorschriften gewoonlijk niet direct verder. Zo’n situatie vraagt om een gesprek, om een dialoog om samen te zoeken naar de weg. Broeder Simon is niet alleen voor talloze bezoekers van het gastenhuis maar ook voor velen daarbuiten een gesprekspartner geweest. Iemand die met een vriendelijke glimlach of een attent gebaar de weg opende voor een gesprek dat deuren ontsloot naar een hoopvol verdergaan op de eigen levensweg.

Man van gebed, man van mensen, man van dialoog.  Hij heeft Jezus ontmoet die met hem op de lange weg van zijn leven is meegegaan, hij heeft tochtgenoten ontmoet en met hen lief en leed gedeeld. En gaandeweg zijn zij, en wij met hem, voor elkaar beeld van de Christus geworden die de ogen opent en het hart opnieuw tot leven wekt, toekomst geeft.

Wij nemen vandaag afscheid van een broeder die een leven lang geleefd heeft met en uit een verhaal dat leven heeft gegeven aan hemzelf en aan velen die hij op zijn levenspad heeft ontmoet. Zo lezen wij zijn portret in het Emmausverhaal.  En tegelijkertijd kijken wij in een spiegel en wordt het verhaal voor ons een uitnodiging, wordt broeder Simon voor ons een uitnodiging om in zijn voetstappen te treden. Ieder op zijn eigen plek, met zijn eigen gaven en zijn eigen roeping. Met vallen en opstaan en samen onderweg.

Laten we eindigen aan de zee. Een van de vrijwilligers die Broeder Simon regelmatig bezocht, ging af en toe met hem in de rolstoel naar de zee. Ze zaten daar een aantal keren samen stil naar de zee te staren. En bij haar kwam de vraag op: zou broeder Simon als zijn naamgenoot over water hebben kunnen lopen? Ik blijf het antwoord schuldig op die vraag. Hij was een landrot, dat weet ik, een pelgrim op Gods wegen en daar heeft hij menigeen die geen grond meer onder voeten had met een glimlach, een gebaar of een woord een pad gewezen door de zee, en stappen doen zetten in nieuw land. God zij gedankt voor dit leven midden onder ons. AMEN.

Abt Thijs Ketelaars

Lc. 24, 13-35

Hoogfeest van de Aankondiging van de Heer

Tijdelijke gelofte br. Erik de Jong.

 

In het voetspoor van het Tweede Vaticaans Concilie heeft het feest van vandaag een naamsverandering ondergaan.  Maar de volksmond spreekt nog altijd van Maria-Boodschap. Over die naamsverandering kun je van mening verschillen. Was dat nu nodig? Wie daarover het laatste woord heeft, mag het zeggen. Maar die verschuiving in de naam, laat zien dat wij mensen onze kijk op gebeurtenissen kunnen veranderen. Wat eerst voorop kwam maakt plaats voor een andere kijk. Stond in de benaming ‘Maria-Boodschap’ Maria in het centrum van de belangstelling, bij de “Aankondiging van de Heer’ verschuift de blik en is die primair op Jezus gericht.

Maakt dat nu zoveel verschil?  Ja, dat maakt echt verschil, want nu komt Maria in de schaduw van Jezus te staan en niet andersom. Niet dat Jezus haar die plaats misgunt en zich nu naar voren dringt. Integendeel, als het verhaal iets in het licht stelt, dan is het wel de nederigheid van God, die om ons geluk niet veraf wil blijven en afdaalt tot onze menselijke staat om samen met ons en midden onder ons de weg te gaan die naar het leven leidt. Op dat bochtige en soms zware en onbegrijpelijke parcours blijft hij niet toekijken vanuit de verte, maar hij trekt mee in de lange rij van mensen onderweg, bemoedigend, hoopgevend en zo nodig ook kritisch. Maria is dus niet de hoofdpersoon in het verhaal, maar we moeten haar ook niet helemaal aan de rand zetten. Eigenlijk moeten we die twee benamingen van het feest samen gebruiken. Dan krijgen we misschien het beste beeld. Want bij God ligt dan wel het initiatief en hij zendt daartoe zijn engel uit, maar hij kan dit grote avontuur maar aan, als de mens ermee instemt.  En dat is nauwelijks te vatten. Dat God zich zo kwetsbaar en afhankelijk heeft gemaakt van de mens, dat hij vraagt en zoekt om diens hand en hart, om de schoot en het leven van Maria. Daarin spiegelt zich onze menselijke adel en onze verantwoordelijkheid. Ondanks alle falen dat we in heel de geloofsgeschiedenis zien, wordt God niet moe en aarzelt Hij niet om telkens weer opnieuw de aanzoek te doen om zijn verbond met de mens te kunnen verwezenlijken.

Die naamsverandering, die verandering van perspectief, is niet voorbehouden aan de liturgie.  We treffen haar ook aan in het leven van alledag, waar onze kijk op wat is voorgevallen of ons is overkomen soms verandert en ons voor nieuwe keuzes plaatst.

Misschien is zoiets het geval, wanneer je na een half leven in de maatschappij de bakens verzet en kiest voor een heel ander pad. Dat hoeft niet te betekenen dat het oude bestaan daarmee als minderwaardig of een mislukking terzijde wordt geschoven, maar het laat zien dat het leven in een ander perspectief wordt gezien en dat leidt tot een andere weg.

Vandaag zal broeder Erik professie afleggen en zet hij een nieuwe stap op de monastieke weg die wij samen gaan. Aan die stap is een lange reis voorafgegaan en we hopen dat er nog een lange weg op volgt, hier in onze gemeenschap.

Maar laten we nog eens terugkeren naar het evangelieverhaal van vandaag.

In de iconografie wordt Maria hier gewoonlijk afgebeeld terwijl ze geknield of zittend een boek leest. Leest ze de Schrift en gaan de woorden misschien dansen op de pagina, komen ze tot leven, wanneer ze innerlijk wordt geraakt en aangesproken?

En dat gebeurt niet in de hoofdstad of de tempel. Niet in het publiek domein voor aller ogen, maar verborgen in een binnenvertrek. Niet in storm en donder, maar bij het suizen van de zachte bries van de Geest en de onbeschreven presentie van een engel. Onze God heeft een voorkeur voor het verborgene, een mediapresentatie staat niet op zijn agenda.

Dat woord van alzo hoge, dat innerlijk geraakt worden, Maria weet er aanvankelijk geen raad mee. Het zal je maar gebeuren, maar ze sluit de deur niet, ze vraagt en ze luistert naar woorden waarvan haar de betekenis nog ontgaat. Ze wikt en weegt, en bij alle duister wekken ze in haar vertrouwen en ze geeft haar ja woord op een avontuur waarvan ze de gevolgen bij lange niet overziet. Het pad zal vreugde brengen, maar ook verdriet, pijn en onbegrip, maar ze zal het gaan ten einde toe in de schaduw van haar zoon.

De eeuwen door hebben monniken dit tafereel gelezen als een beeld van hun eigen leven. Ook wij zoeken dagelijks in de lectio ruimte te maken voor het woord. We doen dat op een stille plek. We luisteren en proberen de stilte in het leven van alledag te bewaren om het stille suizen van de Geest niet te missen als wij worden aangesproken of aangeraakt. We spiegelen ons aan Maria om met moed en geloof ja te zeggen en zo hopen we dat ons hart zich zal verruimen zoals Benedictus het uitdrukt om de dienst van de Heer met vreugde te vervullen, om de Christus in ons geboren te laten worden.

Niets stellen boven de liefde van Christus[1], zo houdt Benedictus ons voor. Dat is geen gebod, maar het is het antwoord op een aanzoek. Dat is een persoonlijk avontuur, maar wij gaan het samen in een gemeenschap van broeders. En samen pogen wij op deze plek gestalte te geven aan het lichaam van Christus, als een plek van vrede, gebed en gastvrijheid, waar mensen op adem kunnen komen om hun eigen weg met moed en vertrouwen te kunnen vervolgen.

Het feest van de aankondiging van de Heer is een uitgelezen moment om professie te doen, om samen met Maria ja te zeggen op de onverwachte aanzoek van de Heer. Het is een heel persoonlijke beslissing, maar de weg hoef je niet alleen te gaan. We gaan hem samen met jou, broeder Erik, en we hopen en bidden dat we samen onder geleide van het evangelie, en vertrouwend op Gods barmhartigheid[2] hier de lof Gods mogen zingen tot in lengte van dagen. AMEN.

Abt Thijs Ketelaars

Jes. 7,10-14; Hebr. 10,4-10; Lc. 1,26-38

[1] Vgl. RB 4,21; 72,11

[2] Vgl. RB 4, 74

Preek 1e zondag veertigdagentijd

Afgelopen woensdag zijn wij de veertigdagentijd begonnen.

In een abdij is dat een sterke tijd, die je samen beleeft. Veel gelovigen staan er alleen voor, moeten er voor zichzelf iets van zien te maken, nu ook nog in een tijd waarin gemeenschappelijke vieringen zijn weggevallen, vertrouwde verbanden van parochies niet meer bestaan. Dan kun je juist bijzonder behoefte voelen aan een gemeenschap die steun geeft. En voor wie zoekt is dat ook wel t vinden, maar meestal digitaal, virtueel, je moet ervoor achter je computer gaan zitten. We mogen dankbaar zijn dat we daar een rijk aanbod vinden, maar het is natuurlijk niet ideaal, het vervangt geen levende gemeenschap. Kerkzijn betekent meer. Samen luisteren, samen bidden, samen zingen, samen vieren, je samen engageren voor een daad van solidariteit.

Zelf vond ik het zinvol dat ik op Aswoensdag mocht deelnemen aan een gebedsviering in Den Haag, gevolgd door een stille tocht naar het ministerie van defensie om daar met het aanbrengen van gewijde as te herinneren aan de vergankelijkheid en broosheid van al het aardse. De reden van deze actie was het uitlekken dat in 2022 nieuwe atoom kernwapens zullen worden geplaatst op de vliegbasis Volkel.

In plaats van ontwapening nog meer riskante en uiterst kostbare wapens, terwijl er zoveel nood en ellende is. Onze actie was kleinschalig en hield rekening met alle regels vanwege de endemie, we bewaarde ruime afstand en droegen mondklapjes. De deelnemers waren uiterst vredelievende, zachtzinnige personen, die elkaar vonden in gebed en zorg voor de aarde, en ik vind het bijna hilarisch te merken hoe politie en marechaussee het gebeuren begeleidde en bewaakte alsof het een staatsondermijnende actie was. In werkelijkheid zijn het die wapens die de samenleving bedreigen. Ondanks de serieuze inzet was er gelukkig geen sprake van bittere polarisatie, waarbij overheid en bevolkingsgroepen tegenover elkaar staan en hun onderlinge verbondenheid uit het oog verliezen in vijandigheid. In Nederland leven wij in een klimaat van verdraagzaamheid en onderling vertrouwen. Dat is in veel landen wel anders!

Ook voor Jezus was het anders. Heel zijn openbare leven, waarin Hij weldoende rondging, velen genas, en voor iedereen woorden van opbeuring en troost sprak, werd Hij omringd door toenemende vijandschap en haat, en werd het net rondom Hem dichtgetrokken, met de bekende dramatische afloop. En Jezus wist dit vanaf het begin.

Nadat Johannes Hem gedoopt had in de Jordaan, zo schrijft het Evangelie, dreef de Geest Jezus naar de woestijn.  Veertig dagen bracht Hij daardoor, terwijl Hij door de satan op de proef werd gesteld. Die periode was zeker geen vakantie, geen weldoende rust, zoals gasten die komen genieten die zich enkele dagen terugtrekken in een abdij. Het was een snoeiharde woestijnervaring, Hij was zonder gezelschap van mensen, maar werd beproefd en belaagd door de satan in persoon, de boze, listige doodsvijand. Die had in het paradijs weinig moeite met het eerste mensenpaar te bedriegen, maar Jezus weerstond hem, 40 dagen lang. Een bittere strijd, zoals Hij die nog eenmaal zou moeten voeren in de laatste nacht van zijn leven, in Getsemane, waar zijn ziel dodelijk bedroefd was en Hij de Vader smeekte of de kelk niet aan Hem voorbij mocht gaan: “maar niet zoals Ik wil, maar zoals Gij wilt.” Als Lucas dit verhaalt in het lijdensverhaal is er in meerdere versies van dit evangelie sprake van een engel, die Jezus in dat droeve uur komt troosten. En Marcus schrijft hoe hier, als Jezus de satan heeft weerstaan, engelen komen en Hem hun diensten bewijzen. Ook staat er dat Hij verbleef met de wilde dieren, wat wel wil duiden op het herstel van de paradijssituatie van volmaakte vrede en harmonie.

De overwinning van Jezus in de woestijn, de vrede met het dierenrijk en de harmonie met de hemelmachten, was intussen in de mensenwereld nog allerminst een feit. Dat bleek wel uit de gevangenneming van Johannes. Jezus kondigt de nabijheid aan van het Rijk Gods, en in zijn Persoon was dat ook aanwezig, maar het wordt pas realiteit onder de mensen als zij zich daarvoor openstellen. Daarom luidde zijn boodschap, en die klinkt tot vandaag: “bekeert u, en gelooft in de blijde boodschap.”

De monniken van de byzantijnse ritus kennen net als wij, het gebruik van kerkklokken, en maken er bij grote feesten uitbundig gebruik van. Voor de aankondiging van gewone gebedsdiensten gebruiken zij het simandron, een houten of metalen plaat waarop met een hamer ritmisch wordt geklopt. Dat symboliseert de oproep van Noach die de dieren bijeenbrengt in de ark van het behoud. De kerk is die ark, die allen samenbrengt om ons te sparen voor de zondvloed, en veilig brengt naar het land van belofte waar God redding brengt en zijn vredeboog gespannen heeft, waar Jezus die zetelt aan Gods rechterhand ons wacht. Moge het geloof in die verbondenheid ons sterken en vreugde geven, vandaag en alle dagen tot in Gods eeuwigheid.

 

Br. G.M.

Zondag 21 februari 2021 eerste zondag veertigdagentijd

Lezingen: Genesis 9, 8-15; 1 Petr. 3, 18-22; Mc. 1, 12-15

Foto: Eeke Anne

 

Nieuwsbrief

Schrijf u vrijblijvend in en blijf op de hoogte van de activiteiten van Abdij van Egmond.

We respecteren uw privacy. Sint-adelbertabdij zal uw e-mailadres nooit delen met derden.
© 2021, Abdij van Egmond Algemene voorwaarden