Geen producten in je winkelmand.

Nieuws

Vacatures

Abdij van Egmond zoekt horecamedewerkers

In de Benedictushof bevinden zich de abdijwinkel, het museum, de kaarsenmakerij en het atelier, de conferentiezaal en de ruime ontvangstgelegenheid met wisselende exposities.
Het geheel wordt bijna uitsluitend door vrijwilligers gerund onder auspiciën van de monniken. Een gemêleerd palet aan gasten mogen wij rekenen tot onze bezoekers zoals dagjesmensen, fietsers, wandelaars, bedevaartgangers, dorpsgenoten, winkelpubliek en cultuursnuivers.
Om, naast koffie en thee, ook een kleine kaart te kunnen voeren willen we de horeca professioneler gaan inrichten.
Wij zoeken daarvoor vrijwilligers in de horeca.

Vacature: Horecamedewerker:

We zijn op zoek naar gemotiveerde horecamedewerkers die bij toerbeurt een dag per week het restaurant willen runnen of als barmedewerker c.q. gastvrouw/heer willen optreden.
Houdt er rekening mee dat een gedreven team de horeca vanaf de basis gaat opbouwen en dat jouw inbreng hierbij uitermate op prijs wordt gesteld.
De openingstijden van de horeca zijn van dinsdag tot en met zaterdag van 10.30 tot 16.30 uur.

Verantwoordelijkheden en taken:

  • Serveren van koffie en thee, alsmede van frisdrank en diverse producten van de kleine kaart (zoals gebak, tosti’s, broodjes);
  • Verzorgen van mise en place, zoals indekken van tafels en bereiden van lichte lunches;
  • Assisteren bij de opbouw van ontvangstruimte (recepties en partijen);
  • Als gastvrouw/heer en begeleiden van groepen;
  • Lichte schoonmaakwerkzaamheden (horeca spoelmachine is aanwezig)

Kwalificaties en vaardigheden:

  • Open enthousiaste en collegiale houding waarbij geldt: afspraak is afspraak;
  • Schoon, hygiënisch, representatief en dienstverlenend;
  • Empathisch, flexibel met grote mensenkennis en communicabel;
  • Affiniteit met de Benedictijnse monnikengemeenschap alhier, die oecumenisch is ingesteld met een bourgondische evenwel maatschappijkritische instelling.

Wat wij bieden:

  • Een SVH diploma Sociale Hygiëne of IVA ‘Instructie Verantwoord Alcohol schenken’ behoort tot de voorzieningen die wij u zo nodig bieden;
  • U krijgt 15% korting op de producten uit de abdijwinkel;
  • Een kop soep uit eigen keuken, koffie en thee zijn gratis;
  • Reiskostenvergoeding (vanaf 10 km) € 19 per kilometer;
  • Platte organisatiestructuur en informele bedrijfscultuur;
  • Een ruime parkeergelegenheid is gratis beschikbaar.

Interesse?

Stuur dan je motivatie (vormvrij) waarom deze functie jou op het lijf geschreven is naar broeder.erik@abdijvanegmond.nl. Bellen voor meer informatie mag natuurlijk ook naar broeder Erik 072 5062786. Adres voor schriftelijke sollicitatie t.a.v. Broeder Erik, Stichting Eggo van Egmond, Vennewatersweg 27a, 1935 AR Egmond-Binnen.

 

Vrijwilligers gezocht voor de Abdijwinkel

In de Benedictushof bevinden zich de abdijwinkel, het museum, de kaarsenmakerij en het atelier, de conferentiezaal en de ruime ontvangstgelegenheid met wisselende exposities.

Het geheel wordt bijna uitsluitend door vrijwilligers gerund onder auspiciën van de monniken. Een gemêleerd palet aan gasten mogen wij rekenen tot onze bezoekers zoals dagjesmensen, fietsers, wandelaars, bedevaartgangers, dorpsgenoten, winkelpubliek en cultuursnuivers.

Een toenemend aantal klanten weten de rijk gesorteerde abdijwinkel te vinden. Het assortiment bestaat uit verschillende religieuze producten zoals Iconen, beelden, kandelaren, wierookbranders, kerstgroepen en natuurlijk vele ambachtelijke kaarsen uit eigen kaarsenmakerij. Verder vindt men er verschillende kloosterproducten zoals thee, kruiden, zeepproducten, wierook, honing, jam, tafelzuren, snoep, verschillende kazen, wijnen en abdijbieren.  In de gespecialiseerde boekhandel zijn boeken verkrijgbaar  over theologie, filosofie, spiritualiteit, poëzie, e.d.

Wij zoeken een vrijwilliger als verko(o)p(st)er in de abdijwinkel. 

Vacature: Verkoopmedewerker abdijwinkel

Ben jij het enthousiaste retail talent, die gemotiveerde verkoopmedewerker waar wij naar op zoek zijn? Wil jij bij toerbeurt een dag of meerdere dagen per week in de abdijwinkel acteren? De openingstijden van de abdijwinkel zijn van dinsdag tot en met zaterdag van 11.00 tot 16.30 uur.

Verantwoordelijkheden en taken:

  • Zelfstandig adviseren van klanten over de aankoop van producten;
  • Aanvullen winkelartikelen en verzorgen van een nette presentatie;
  • Afrekenen van producten aan de kassa;
  • Uitvoeren van administratieve taken met betrekking tot de voorraad;
  • Lichte schoonmaakwerkzaamheden in de winkel en magazijnen;
  • Kortom, je zet de klant centraal in je denken en handelen, zodat de klant een prettige winkelervaring heeft. 

Kwalificaties en vaardigheden:  actief

  • Je bent enthousiast en klantgericht, je hebt passie voor de detailhandel en handelsgeest zit in je genen;
  • Je verdiept je in de producten zoals kunstobjecten, ambachtelijk gemaakte kaarsen en producten van diverse kloosters;
  • Open enthousiaste en collegiale houding waarbij geldt: afspraak is afspraak;
  • Je weet van aanpakken, bent flexibel en communicabel;
  • Affiniteit met de Benedictijnse monnikengemeenschap alhier, die oecumenisch is ingesteld met een bourgondische evenwel maatschappijkritische instelling. 

Wat wij bieden:

  • Een leuke, afwisselende vrijwilligersbaan in een dynamisch monastieke omgeving; de abdijwinkel is uitgegroeid tot een van de bekendste reli-shops van Nederland.
  • U krijgt 15% korting op de producten uit de abdijwinkel;
  • Een kop soep tijdens de lunch uit eigen keuken, koffie en thee zijn gratis;
  • Reiskostenvergoeding (vanaf 10 km) € 19 per kilometer;
  • Platte organisatiestructuur en informele bedrijfscultuur;
  • Een ruime parkeergelegenheid is gratis beschikbaar.

Interesse?

Stuur dan je motivatie (vormvrij) waarom deze functie jou op het lijf geschreven is naar broeder.erik@abdijvanegmond.nl. Bellen voor meer informatie mag natuurlijk ook naar broeder Erik 072 5062786. Adres voor schriftelijke sollicitatie t.a.v. Broeder Erik, Stichting Eggo van Egmond, Vennewatersweg 27a, 1935 AR Egmond-Binnen.

De nieuwe appel- en perenoogst is binnen in de abdijwinkel

1 zak van 3 kilo  Alkemene appels 1e klasse voor slechts € 4,50

Er zijn weer volop biologisch geteelde appels en peren verkrijgbaar in de abdijwinkel.

Haast u want ze zijn vers geplukt en dan zijn ze echt op z’n allerlekkerst!

1 zak van 2,5 kilo Triomphe de Vienne 1e klasse voor slechts € 4,50

Bisschopswijding Bernd Wallet

Op zaterdag 18 september ontving Bernd Wallet, de aartsbisschop-elect van de Oud Katholieke Kerk van Utrecht, in de Sint Libuïnuskerk te Deventer na maanden van wachten vanwege corona de wijding.
Deventer neemt vanouds een speciale plaats in binnen het territorium van Utrecht. In de tijd van de Vikingen namen de bisschoppen er dikwijls hun toevlucht. Al in de 11e eeuw verrees er een grote basiliek en de huidige Gotische hallenkerk werd tussen 1450 en 1525 gebouwd.
In 1559 werden in onze gewesten nieuwe bisdommen gesticht, o.a. Haarlem en Deventer. Maar in die roerige tijd heeft er eigenlijk slechts een bisschop geresideerd Aegidius Del Monte. Na hem fungeerde Godfried van Mierlo (1518-1587), de tweede bisschop van Haarlem maar vandaar verdreven, hier korte tijd als wijbisschop. Hij ligt begraven in de krypte.
Het bijzondere is dat bisschop Godfried tevens de laatste abt is van de oude abdij van Egmond. Zowel hij als zijn voorganger kregen deze waardigheid erbij, om uit het vermogen van de abdij hun inkomsten te ontvangen. Dat de monniken niet blij waren met deze regeling laat zich raden. Naderhand heeft Deventer voor de Oud Katholieke Kerk een tijdlang als bisschopsstad gefungeerd. In de 20e eeuw is daaraan een eind gekomen.

Intussen is er veel water door de Tiber en de IJssel gevloeid. De twee geloofsgemeenschappen hebben beide hun mooie en hun pijnlijke geschiedenis. Zij hebben elkaar veel te bieden en kunnen elkaar ook tot steun zijn in een tijd waarin het Godsgeloof vervaagt.

Preek zondag 19 september 2021

Het evangelie laat ons optrekken met Jezus´ leerlingen. Samen met hen ontvangen wij zijn onderrichting. Dat is bijzonder. want Hij wilde niet dat iemand het te weten kwam, want Hij was bezig zijn leerlingen te onderrichten. Zijn lessen waren aanvankelijk niet voor iedereen bestemd. Dat gold tijdens Jezus’ aardse leven, zolang Hij zijn missie niet voltooid had. Nu mogen zij gehoord worden opdat zijn werk voortgang vindt in onze wereld, opdat het koninkrijk van God, het rijk van vrede en gerechtigheid het wint van ons egoisme. Wat de Heer zijn leerlingen vertelde was onvoorstelbaar hard en ongelooflijk. Het ging in tegen al hun verwachtingen en ambities. De leerlingen van de Heer zagen zich zelf al op kussens zetelen als Hij zou triomferen over zijn vijanden. Maar Hij kwam met een heel ander verhaal dat zij niet eens wilden horen, laat staan geloven.  Hij zou worden gedood, en na drie dagen weer opstaan. In het evangelie van Marcus zal Jezus die zelfde boodschap drie maal herhalen. De eerste keer probeert Petrus Hem tot andere gedachten te brengen, maar hij hoort dan de altijd zo zachtmoedige Jezus opstuiven: Ga weg, satan, je laat je leiden door menselijke overwegingen, en niet door wat God wil. De derde keer komen de zonen van Zebedeüs naar Hem toe, vragen om de beste plaats als Jezus in zijn glorie zal zijn: alleen voor die glorieuze finale hebben zij oor. In de pericope van deze zondag ontvangen de leerlingen de harde boodschap voor de tweede keer.

Over hun reactie nu komen wij in eerste instantie niets te weten. Zij durven Jezus niet om uitleg te vragen. Blijkbaar hebben zij hun weg gescheiden van elkaa vervolgd, zijn zij niet samen opgetrokken maar in los verband naar huis gegaan. Naar Kafarnaum, het stadje waar Jezus beter thuis lijkt dan in Nazareth. Eenmaal thuis moet de Heer iets aan hun hebben gemerkt. Hadden sommigen van opwinding nog een kleur? Bleven zij teveel bij elkaar uit de buurt? In ieder geval, Jezus leek te voelen dat er iets was. Waar hebben jullie onderweg over getwist? Er broeide iets. En zij zwegen, want zij waren bezig geweest met de vraag wie de grootste was.

Dan gaat de Heer verder met zijn onderrichting. Eerst heeft Jezus zijn leerlingen iets geopenbaard over zichzelf. Over zijn persoonlijke missie, hoe Hij zijn leven uit handen zal geven, en terug ontvangen van de Vader, hoe Hij zal sterven en verrijzen.

Nu leert Hij de apostelen wat Hij van zijn volgelingen verwacht. Dus ook van ons! Het gaat om iets heel belangrijks. Jezus gaat ervoor zitten. Hij neemt de positie van een leraar in, Hij verzamelt de twaalf, en spreekt hen toe: Als iemand de eerst wil zijn, zal hij de laatste van allen moeten wezen en de dienaar van allen. Dat is duidelijke taal. Zij konden moeilijk zeggen dat zij dit niet begrepen. Bovendien geeft Jezus hun een duidelijke uitleg. Hij neemt een kind op en zegt  Wie zo´n kind opneemt in mijn Naam neemt Mij op, en wie Mij opneemt neemt Hem op die Mij gezonden heeft. Zoals Hij elders zegt Wat jullie doen voor de minsten der mijnen, dat hebben jullie aan Mij gedaan. Dat is de grondwet die Jezus zijn volgelingen geeft. Daarin vloeien de twee grote geboden van liefde voor God en voor de mensen samen tot een. Door de eeuwen heen is dat het kenmerk geweest van de gelovigen; daardoor is de gemeenschap van de kerk hecht opgebouwd: dienstbaarheid en voorkeursliefde voor de zwakke. Door die prioriteiten te stellen heeft de jonge kerk zich in de eerste eeuwen geliefd gemaakt en is het christendom verbreid.

Mettertijd zijn de kerkelijke leiders, de ambtsdragers, grote heren geworden, kregen zij maatschappelijk aanzien, maar groeide ook de afstand tussen “groten” en “kleinen”, precies wat Jezus wilde vermijden. Hij roept op tot dienstbaarheid: dat is navolging van Hem. En ter illustratie plaatst Hij een kind centraal, omarmt het en zegt: “Wie een kind als dit opneemt in mijn Naam neemt Mij op.” Het accent lig hier niet op de noodzaak om te worden als kinderen, om nieuw geboren te worden, ( dat zal de Heer bij een andere gelegenheid wel uitdrukkelijk vragen) maar Hij roept hierop om ons te bekommeren om een kind, om een zwak en kwetsbaar mens.

Dierbare zusters en broeders, het is vandaag Vredeszondag. We weten allemaal: de heersers in onze wereld, de machthebbers, de groten der aarde zoeken hun heil in spierballentaal: in bewapening en bedreiging. De technische ontwikkelingen hebben hen verstrikt in een wapenwedloop die als het tot een treffen zou komen heel onze planeet meesleept in de vernietiging. Machtspolitiek maakt slachtoffers. Onvermijdelijk. Maar even goed pure waanzin. Want de strijd om de macht kent geen einde. Zij loopt uit op de totale ondergang. De enige hoop voor de wereld is niet nog meer macht, nog meer wapens, de enige hoop is bezinning, ommekeer, oog hebben voor de ander, de kleine, het kind, maar ook de ontheemde, de vluchteling, elk ander mens in diens anders zijn.

Geen vijand denken, maar omarmen. Tweeduizend jaar geleden hebben de volgelingen van Jezus dit begrepen. Die volgelingen waren geen geboren heiligen. De eerste leerlingen van Jezus, we hoorden het in het evangelie vandaag, waren hardleers: Jezus had een engelengeduld nodig om hen bij te brengen wat van hen verlangd werd. Moge Hij ook geduld hebben met ons, en vooral, moge de genade in de mensen van nu bewerken wat zij in het verleden bewerkt heeft, zodat wij weer een kerk worden waarvan de buitenstaanders zeggen: zie hoe zij elkaar liefhebben, en de Kerk een aantrekkelijke gemeenschap wordt waar men graag deel van wil uitmaken in dankbaarheid, dienstbaarheid en vrede.

Br. Gerard Mathijsen

25e Zondag dh jaar B  – 19-09-2021

Preek zondag 12 september 2021

Wij mensen zijn vragenstellers. En dat is niet van gisteren. Dat doen we al sinds mensenheugenis. En wij zijn niet de enigen die vragen stellen. In het boek van ons geloof, die schat aan verhalen, lezen we dat ook God vragen stelt en ook diens tegenstrever. De eerste vraag wordt in de Schrift zelfs gesteld door de slang, die daarmee de vrouw op het verkeerde been zet.

Vragen, ze zijn er in soorten.  Als kleuter hebben we onze eerste vraag ongetwijfeld aan moeder gesteld en mettertijd heeft de kring van vragenstellers zich uitgebreid. Het waren mensen van vlees en bloed die ons gaandeweg antwoorden hebben aangereikt op onze levensweg.

Vandaag worden we in het evangelie deelgenoot gemaakt aan een gesprek waar Jezus de leerlingen een vraag stelt. Geen vraag over koetjes en kalfjes, maar een die het hart van zijn en hun leven raakt.

De vraag van Jezus is een soort tweetrapsraket. Eerst horen we: ‘wie zeggen de mensen dat ik ben?’ en even later wordt het: ‘wie zeggen jullie dat ik ben?’ Dat maakt nogal verschil. Wil Jezus misschien niet direct met de deur in huis vallen. Het zou kunnen, maar geeft die dubbele vraag ook niet mooi aan hoe wij in ons leven aan antwoorden komen? Anders gezegd, hoe wij worden gevormd in ons kennen en oordelen.

Wat zegt de kring waarin je leeft en de samenleving waarin je opgroeit? Wat voor antwoorden krijg je daar? En sluiten de antwoorden uit de grote wereld daarop aan, of krijg je daar een andere voorstelling van zaken aangereikt?

En bleef het nu maar bij vragen die gaan over gewicht en getal, dan was het nog tot daaraan toe. Maar de belangrijke vragen spelen op een heel ander terrein.

Het gaat vandaag niet over de kleur van het haar en ook niet over de plaats waar iemand geboren is. Nee, het gaat om de binnenkant, wie ben je, wie is hij, wie ben ik?

Van alle antwoorden die de leerlingen over Jezus hebben opgevangen kunnen ze allereerst leren dat niet iedereen dezelfde mening heeft. Er is wel gelijkenis in de antwoorden. Jezus wordt op één lijn gezet met een aantal grote bijbelse figuren. Hij is dus niet de eerste de beste.

En nu is het de beurt aan de leerlingen. Wie zeggen jullie dat ik ben? Bij die vraag is er meer in het geding dan een uurtje les volgen of anderen napraten.

Hoe lang zal het stil zijn geweest op die vraag? Wie durfde er voor de dag te komen en wisten ze eigenlijk wel wat ze wilden zeggen?  Petrus was het die ook dit keer het voortouw nam ‘Gij zijt de Christus”, horen we hem zeggen.

En Jezus’ reactie is verrassend.  Hij zegt niet dat Petrus gelijk of ongelijk heeft, maar hij verbiedt de leerlingen nadrukkelijk daarover te spreken.

Toen en nu werd er van alles over Jezus verteld. En soms wordt er met namen of beelden uit de Schrift of uit de traditie een heel treffende uitspraak gedaan. Maar dan nog blijft de vraag: wat bedoel je daarmee, hebben we het over hetzelfde, hebben we het over dezelfde? Is dat de Christus zoals hij werkelijk is of is het de Christus van jouw dromen?

Het verder verloop van het verhaal laat ons verstaan dat Jezus en de leerlingen een heel verschillende opvatting hebben over de naam die Petrus heeft genoemd. Jezus geeft een heel ander beeld dan Petrus voor ogen staat. Is Petrus dan zo’n slechte verstaander, heeft hij Jezus dan zo slecht begrepen?  Wie zal het zeggen.

Een ding is wel duidelijk. Jezus heeft gaandeweg ontdekt dat zijn prediking en zijn zorg voor kleine en marginale mensen niet bij iedereen op bijval kon rekenen. Voor hem waren alle mensen Gods gunstelingen, niemand uitgezonderd. Dat toonde hij in zijn doen en laten, zijn spreken en zwijgen. Voor die God, die hij zijn vader noemde, en wiens armen zich sloten rond sloebers en sletten, voor die vader ging Jezus door het vuur. Dat was voor hem een kwestie van leven en dood.

Ja, gaandeweg was het hem gaan dagen dat die liefde en de trouw aan die roeping om Jan en alleman te beminnen met de barmhartige blik van God misschien het uiterste van hem zouden vragen. Die mogelijkheid sloot hij niet uit maar in, en hij aanvaardde ze. Dat was voor hem geen mislukking zoals Petrus dat zag, maar het was voor hem de uiterste trouw aan zijn gegeven bestaan.

Wie hem van die weg wilde afhouden, wie het op een akkoordje wilde gooien met het leven of wie het een stupiditeit achtte, die hadden menselijkerwijs natuurlijk volkomen gelijk, of dacht u van niet. Het is de dwaasheid ten top in de ogen van de wereld, maar wie het innerlijk vuur kent van de liefde die geen mens verloren wil zien gaan, hij of zij weet beter. Maar de leerlingen hebben op hun beurt nog een weg te gaan eer zij dat vatten. Trouw aan het leven, Gods leven, Jezus geeft er alles voor.

Wij leven in een wereld waar mensen voor minder worden geofferd, we zien het om ons heen. De wereld staat op zoveel plaatsen in brand, mensen dobberen op zee, en wij weten niet beter te doen dan grenzen te sluiten, mensen terug te sturen de woelige zee op. Het kost ons te veel, wij zien er een bedreiging in. Maar één heeft hen gezien als broeders en zusters en hij is afgedaald tot in de zee van hun lijden. Kopje onder, maar de liefde is sterker dan de dood. Daar vertrouwde hij op, en de Vader heeft dat vertrouwen niet beschaamd.

Nu is het aan ons, wat of wie willen wij redden? De Geest schenke moed en kracht om in de voetstappen te treden van Hem die geen mens verloren wil zien gaan. AMEN.

Abt Thijs Ketelaars

Bdhj26 2021 Mc. 8,27-35

Binnen- en Buitenkant

De vakantie is voorbij en het heeft er de schijn van dat de liturgie er ook zo over denkt, want het intermezzo van de afgelopen 5 weken is nu ook afgelopen. De uitstap naar Johannes maakt weer plaats voor het evangelie van Markus. Uit het eerste deel van hoofdstuk 7 hebben we zojuist een aantal verzen gehoord, waarin we getuigen zijn van een discussie tussen Jezus en de farizeeën en die wordt afgesloten met Jezus’ woorden aan het volk.

Die episode prikkelt tot commentaar. Maar dat is in de christelijke kerk in de loop der eeuwen niet zelden heel nefast geweest. Farizeeën en Schriftgeleerden werden in een kwaad daglicht gezet en de Joodse religie werd afgedaan als wettisch en uiterlijk vertoon. En dat leverde weer voer voor antisemitisme dat zulke kwalijke gevolgen heeft gehad.

We moeten dus goed oppassen hoe we deze en gelijkaardige teksten lezen. Ze zijn er niet om te slaan, en zeker niet de ander, ze zijn er primair om zelf in de spiegel te kijken en ons te bekeren. Want de leefwijze die Jezus hier hekelt, is niet voorbehouden aan Farizeeën en Schriftgeleerden, ze komt ook voor in onze eigen gelederen. Wie daaraan twijfelt, moet maar eens kijken naar de discussie en felle strijd naar aanleiding van de beslissing van Paus Franciscus betreffende het gebruik van het Tridentijns misformulier.

Maar kijken we nog eens van nabij naar het verhaal dat we gehoord hebben. Allereerst merken we op dat Jezus het ritueel van het handen wassen niet veroordeelt. Wat hij aanklaagt is de wijze waarop de Farizeeën met dit ritueel omgaan. Als godsdienst tot uiterlijk vertoon wordt, dan schiet het aan zijn doel voorbij. Dan worden riten en gebruiken die beogen vorm te geven aan geloof en leven tot een dodelijke en steriele beknotting.

Die Farizeeën beoogden iets goeds, ze wilden met hun eerbiedwaardige tradities het leven behoeden en de heiligheid ervan bewaken. Maar in hun ijver voor God en zijn heiligheid dreigden ze bijzaken tot hoofdzaken te maken. Dan worden vrome en uiterlijke gebruiken belangrijker dan het eerste gebod. Met gewassen handen aan tafel gaan, want eten is een heilig gebeuren, kaarsen aansteken, het is allemaal mooi en zinvol, maar als dan vervolgens de deur wordt gesloten en de arme en de vreemdeling niet aan de tafel van het leven worden toegelaten, dan is het vroom gedoe om niks.

Gij laat het gebod van God varen en houdt vast aan menselijke overlevering, is Jezus’ verwijt aan het adres van de farizeeën. En vermoedelijk kunnen we er in één adem aan toevoegen dat ook wij daarmee niet buiten schot blijven.

De kerk heeft evenals de Joodse geloofstraditie in de loop der eeuwen een menigvoud aan regels en wetten opgesteld. Zij beoogden het leven te dienen en vorm te geven aan onze christelijke identiteit. Maar wat als die uiterlijke vorm geen innerlijke binnenkant kent? Of wanneer de vorm zo belangrijk wordt dat er niet aan getornd mag worden, wanneer de tijden veranderen.

Maar hoe moeten wij dan het Schriftwoord uit de eerste lezing verstaan? Daar is toch sprake dat wij aan Gods wet niets mogen toevoegen en er niets van mogen afdoen. En Jezus herhaalt dat, wanneer hij zegt dat je geen haaltje of jota van de wet mag weglaten. Dat is toch klare taal.  Jawel, maar Jezus zelf is er het meest klare voorbeeld van dat een buitenkant, dat vrome gebruiken zonder binnenkant God niet eren en de mens niet dienen. Hij maakt van bijzaken geen hoofdzaken en omgekeerd. Hij zoekt hoe te leven vanuit het grote gebod dat wij God en de mens moeten beminnen.

Gods wet wil de mens de weg wijzen om de binnenkant van ons leven te zuiveren en te vormen naar Gods beeld, naar een authentieke zorg voor het leven, waar mensen elkaar dragen en dienen. En dan gaat het niet om uiterlijkheden en franjes, maar om de inzet van heel de mens. Dat is een grootse roeping, en zij is minder eenvoudig dan het lijkt, maar we mogen er niet van weglopen. Daarom ook kent de wet van Mozes zoveel wetten en regels. In de loop der tijd werd dat grote gebod van God- de Heer uw God beminnen en u naaste als uzelf- beluisterd en beklopt om te horen wat dat voor deze tijd, voor onze tijd betekent.

Menselijke overlevering en goddelijk gebod. Die twee leven niet zelden op gespannen voet. Ofwel verslijten wij voor goddelijk wat het niet is, maken wij van bijzaken hoofdzaken, ofwel zijn wij ons er niet van bewust dat we het belangrijkste vergeten.

Jezus zelf geeft vandaag in het evangelie te verstaan dat die buitenkant een façade kan zijn die een binnenkant verbergt die het daglicht niet kan verdragen. Ware godsdienst en mensendienst wordt geboren wanneer die binnenkant een bekering heeft doorgemaakt, wanneer ons hart gezuiverd wordt en wij belangeloos en met volharding beminnen zoals Jezus ons heeft voorgedaan.

Vanuit bepaalde kringen – en het zijn niet de minste- krijgt Paus Franciscus op het ogenblik zware kritiek. Men verwijt hem, en meer dan dat, dat hij zich te veel met politiek, milieu en migratie bezighoudt. Hij zou zich meer met geloofszaken en liturgie moeten bezighouden. De critici dienen het evangelie van vandaag nog eens goed te overwegen. En laten zij en wij het woord van de grote Dietrich Bonhoeffer ter harte nemen die ten tijde van de Jodenvervolging in het Nazirijk schreef: ‘Wie niet voor de joden opkomt, kan geen kerkliederen zingen.’

Echt evangelisch leven vraagt meer dan uiterlijke vroomheid. De apostel zegt het ons vandaag kort maar krachtig: ‘Zuivere en onbevlekte vroomheid in de ogen van onze God en Vader is dit: wezen en weduwen opzoeken in hun nood en zichzelf vrijwaren van de besmetting van de wereld.’ Dat betekent dus niet dat we ons afzijdig moeten houden van de wereld, integendeel, maar wij moeten die wereld beminnen met de liefde van Christus, Bidden wij te mogen onderscheiden waar het in het leven op aan komt en laat ons er dan naar leven met hart en ziel en al onze krachten. AMEN.

Abt Thijs Ketelaars

Bdhj22 2021 Dt. 4,1-2+6-8; Jak. 1,17-18+21b-22+27; Mc. 7,1-8.14-15.21-23

Expositie Huug Zentveld

Van 3 augustus tot eind september 2021 exposeert Huug Zentveld in de Benedictushof.

“Als vaste bezoeker van de abdij en omdat ik 80 jaar jong ben geworden, hebben vader-Abt en de monniken mij een twee maanden durende solo-expositie aangeboden in de Benedictushof van de Abdij”, staat er te lezen in de uitnodiging die Huug wijd en zijd heeft verspreid.

Als telg uit een zeer creatief gezin kon het haast niet uitblijven dat de vonk ook op hem zou overslaan. Huug Zentveld (geboren 18 juni 1940 te Egmond-Binnen) heeft in zijn 30-jarige loopbaan in het stukadoorsvak de mooiste dingen mogen maken o.a. enkele beelden voor de Egmonden, in opdracht van woningbouwvereniging Sint-Jozef. Maar deze duizendpoot is zich ook gaan toeleggen op het maken van grafstenen waarin hij helemaal zijn eigen ideeën kwijt kan.

Met schilderen is Huub Zentveld al jong begonnen en trachtte hij aan te sluiten in de surrealistische stijl van Dali, Daveaux en Willink. Later is hij een andere richting ingeslagen van veel directer werken, wat ook zeker beter bij zijn aard en gevoelsleven past. Als groot aanhanger van de Haagse en Bergense school zal men zeker overeenkomsten terugzien in zijn werk.
“De grootste passie is het figuratieve zoveel mogelijk in stand te houden, waarin vooral de mens met alles daarom heen centraal staat”.

Huug vormt al meer dan 25 jaar samen met Jos Apeldoorn en Erik Baart het schilderscollectief ‘Hallem’. In stijgende lijn hebben de drie hun stijl en werk steeds weten te verbeteren en hebben inmiddels in vele delen van het land geëxposeerd tot zelfs op de eilanden toe. Ook de Kunst10Daagse in Bergen, waar het collectief al verschillende jaren exposeert in het Oude Raethuys, trekt nog steeds veel belangstellenden. Daarnaast hebben ze ook vaak geëxposeerd in buurland België, in zusterstad Zottegem in het kasteel van hun Egmondse Graaf Lamoraal.

Maar nu is de Abdij van Egmond aan de beurt.
Deze mooie overzichtstentoonstelling van het werk van onze Egmondse Huug mag u zeker niet missen.
De Benedictushof is geopend van dinsdag tot en met zaterdag van 11.00 tot 16.30 uur.

U ben van harte welkom, de koffie staat klaar. De kans is groot dat Huug zelf ook aanwezig is tijdens zijn expositie om u te ontvangen en uitleg te geven over zijn uitgebreide werk. Natuurlijk is zijn werk te koop.

Graag tot ziens.

Preek 15 augustus 2021 Maria Tenhemelopneming

Dezer dagen schreef Mgr. de Korte bisschop van Den Bosch dat er in zijn bisdom momenteel helaas kerken worden gesloten, terwijl er tegelijkertijd meer Mariakapelletjes worden gebouwd dan er kerken sluiten. Wat zegt dat over Maria of misschien meer nog over de Maria vereerders? En in de pers verschenen er de afgelopen maanden ook veel aandacht voor het lijvige boek over Maria van de protestantse theoloog Arnold Huijgen. Daar werd in katholieke kring lovend en kritisch over gesproken, maar in bepaalde reformatorische kringen waren de reacties minder enthousiast. Wat zegt dat over Maria en wat zegt het over de lezers en critici van het boek?

Maria, ze staat klaarblijkelijk nog steeds in de belangstelling. Merkwaardig eigenlijk, want al ze iets niet heeft gezocht dan is het wel aandacht en verhalen in het nieuws. Dat ze nog steeds niet vergeten is, zegt vermoedelijk toch iets over haar, maar het zegt ook iets over ons die haar eren of minstens over haar spreken en schrijven.

Vandaag vieren wij de voltooiing van haar leven, gewoonlijk aangeduid onder de naam Maria-Hemelvaart. Maar de preciezen onder u weten dat Maria ten Hemelopneming een juistere titel is. Maakt dat nu echt verschil zal iemand vragen? Ja zeker, soms moet je op de kleintjes letten, want die kunnen het verschil maken. Zij is niet zelf naar de hemel opgevaren, maar is door haar zoon thuisgebracht, opgenomen in het huis van de Vader, die haar bereid had gevonden om moeder van het mens geworden woord te worden.

Maria ten Hemelopneming, het is in de Christelijke traditie al eeuwenlang afgebeeld en gevierd voordat het in de catholica in 1950 tot dogma werd verheven. Dat laatste schrikt tegenwoordig menigeen af, en is reden tot discussie en strijd. Maar kunnen we uit die impasse geraken? Wat is een dogma? Een dogma is geen waterdicht bewijs of een wetenschappelijke uitspraak. Het is een geloofsuitspraak en die heeft meer gemeen met een icoon of schilderij, een lied of gedicht dan met een objectief verslag. Als het gaat om zaken van het geloof is al ons spreken een vorm van verbeelding in de goede zin van het woord, een uitdrukking van het onzienlijke. Een icoon is geen foto, maar een schepping waarin de ziel van de persoon of gebeurtenis wordt bloot gelegd in het licht van God. Het is dus geen steen om je aan te stoten, maar een venster op de eeuwigheid. Een dogma is geen eindpunt, maar een perspectief in de diepte. Je zou ook kunnen zeggen, het is een stok om te gaan en niet een stok om te slaan. En een stok is een hulpmiddel bij het gaan van de weg. Een dogma is zo’n hulpmiddel, het wijst de richting aan om het doel te bereiken. Een dogma geeft zicht als we het tenminste in het juiste licht lezen.

Maria ten Hemelopneming, het is de afsluiting, de voltooiing van een leven.  Het begon allemaal met een aanzoek uit den hoge, een klop op de deur van het hart en nog voor ze goed besefte waar ze ja op zei, gaf Maria zich gewonnen. Dat moment wordt veelal afgebeeld, terwijl Maria de Schrift leest of aan het bidden is. Dat woord uit den hoge kwam bij haar binnen als een persoonlijk aanzoek. Het bleek bezield met de adem van de Geest en het vroeg om een plaats te bieden aan het leven zoals God het in zijn puurste vorm wilde geven. Zij zei ja en begon aan een reis waarvan ze nog niet vermoedde waarheen die haar voeren zou. En wat voor haar gold, geldt voor ons allen. Wij weten niet wat ons te wachten staat, maar we worden als Maria uitgenodigd er ja op te zeggen en de weg met al zijn obstakels met geloof en vertrouwen te gaan.

Maria ten Hemelopneming. Het werd een lange weg en op de weinige plekken waar we haar aantreffen in de Schrift zien we haar pleiten bij haar zoon, we zien haar ook met vragen en zorgen over diens weg en tenslotte staat ze onder het kruis als een moeder die haar zoon niet afvalt, ook al is dat kruis ook voor haar een pikdonker gebeuren. En het laatst zien wij haar in de kring van de leerlingen, met wie ze na de verrijzenis samen in gebed is. Op de iconen zit ze in het midden van de kring als een kloek die haar kuikens om zich heeft verzameld. Daar deed ze wat haar zoon tijdens zijn leven had gedaan: mensen samenbrengen en samenhouden in geloof en vertrouwen. En al de rest van haar leven moeten we tussen de regels door lezen. Maar ook dat wit spreekt een taal. Want in die verzwegen tekst ontmoeten we haar als de vrouw die op de achtergrond bleef, die haar leven helemaal in dienst stelde van haar zoon. Hij moest groter worden, zij noemde zichzelf enkel een dienares. Nee, dat betekent niet dat de vrouw op het tweede plan komt of niet voor een toppositie mag gaan. Zij bereikte haar top, haar unieke plaats, door haar eigen roeping te vervullen. En dan maakt het niet uit of je huismoeder bent of directrice. Zij wist zich geroepen om te dienen en niet om gediend te worden. Dat had ze van haar zoon of had hij het van haar? Of hadden ze het allebei door te luisteren naar de Geest die leven geeft?

Een leven lang heeft ze gediend, met hart en ziel en met lijf en leden. Haar schoot en haar hart werden een thuis voor het leven. Jezus heeft zij gedragen, gevoed en gevolgd tot aan het einde. Met hart en ziel, met lijf en leden.

Maria ten Hemelopneming. Van deze moeder belijden wij dat ze met hart en ziel, met lijf en leden in Gods Heerlijkheid is opgenomen. Kan het anders? Heeft niet de zoon die zij heeft gedragen, gezegd: ‘waar ik ben zal ook mijn dienaar zijn.’  Zou zij dan niet als eerste dat woord in vervulling hebben zien gaan?

Maria, moeder van Jezus, moeder van de kerk, moeder van allen die geroepen zijn de zoon te volgen. Moge haar geloof en toewijding ons bezielen en bemoedigen. Dat wij het leven dienen zoals zij het heeft gedaan en allen worden thuisgebracht in de vreugde die geen einde kent. AMEN.

Abt Thijs Ketelaars

Apok. 11,19a; 12,1. 2-6a.10ab; 1Kor. 15,20-26; Lc. 1,39-56

 

 

 

Tuinploeg in beeld

Om de natuur rondom de abdij goed te onderhouden krijgen de broeders hulp van de groenwerkgroep. Iedere tweede zaterdag van de maand komen de vrijwilligers voor de maandelijkse tuindag. De vrijwilligers werken dan op diverse plekken in de tuin.

Bekijk hier de Tuinploeg in beeld

Lees meer

Nieuwsbrief

Schrijf u vrijblijvend in en blijf op de hoogte van de activiteiten van Abdij van Egmond.

We respecteren uw privacy. Sint-adelbertabdij zal uw e-mailadres nooit delen met derden.
© 2021, Abdij van Egmond Algemene voorwaarden

Binnenkort is onze webshop actief en kunt u online abdijproducten bestellen Sluiten