Preek zondag 18 juli 2021

In deze vakantietijd is het fijn een passage uit het leven van Jezus te horen waarin Hij zijn volgelingen ook uitnodigt voor een “dagje uit”. Helaas valt de voorgenomen picknick in het water, of liever, zoals wij volgende week uit het vierde evangelie zullen horen, loopt het uit de hand, en vraagt dit uitje extra inspanning van de leerlingen.

De evangeliepericope van deze zondag vertelt ons van de omgang tussen de Heer en zijn apostelen. “Apostelen”: het is de enige keer dat Marcus de twaalf aanduidt met die term.  Tevoren had hij dan ook uitdrukkelijk vermeld dat Jezus begon hen twee aan twee uit te zenden (ηρξατο αποστελλειν) om te prediken en hen daarbij de macht gaf over onreine geesten. Zo waren zij in staat zelf wonderen te verrichten, en hun optreden had veel mensen aangetrokken. Zij komen dan enthousiast, en uiteraard ook flink vermoeid, bij de Heer verslag uitbrengen over wat zij gedaan en onderwezen hebben. Dat heeft ongetwijfeld beantwoord aan hun zendingsopdracht: zij hebben verkondigd dat het Rijk der hemelen nabij was, en hun woorden bekrachtigd door zieken te genezen en demonen uit te drijven. Hun succes heeft als gevolg dat veel mensen hen blijven volgen en hen zo handen vol werk geven. Iedereen wil genezen worden, en wie lijdt niet onder een kwaal of ongemak? Er waren daar heel wat mensen met klachten, gebreken en allerhande kwalen, en zij kwamen in groten getale achter de apostelen aan. Het was rond de Heer een gedrang van jewelste. Voor de twaalf betekende dat hard werken. Want door Jezus te zijn uitgekozen was natuurlijk eervol en spannend, maar het vroeg grote inzet. Als Hij straks het wonder van de broodvermenigvuldiging voltrekt, waarbij 5000 mannen worden gevoed, vrouwen en kinderen niet meegerekend, -maar die zullen waarschijnlijk nog talrijker zijn geweest-, reken maar dat het voor de apostelen een gigantisch karwei is geweest dat voedsel uit te delen, en vervolgens de overgebleven brokken te verzamelen. Daar zou tegenwoordig geen horecamedewerker aan beginnen. Het is dan ook goed te begrijpen dat de Heer zorg heeft voor zijn trouwe medewerkers, en hen na hun eerste missietocht wat rust gunt, een korte vakantie. “Kom naar een stille plek en rust wat uit.” Hij toont zich een goede herder voor zijn volgelingen. Hij gunt ze vrede, uitwendig en inwendig. Maar kijk, ook voor Jezus gaan de dingen niet zoals Hij had voorzien. De menigte voelt aan waarheen het bootje van Jezus zal koersen, en te voet langs de oever van het meer komen zij op de bestemde plek, nog voor de apostelen, roeiend of zeilend zijn overgevaren. “De velden staan wit van de oogst” dat wist Jezus. Soms oogstte Hij alleen maar ongeloof op plaatsen waar Hij zoveel goeds had gedaan en wonderen verricht, maar ook kon het gebeuren dat Hij volkomen onverwacht een heel groot geloof ontmoette. Hoe dikwijls hebben we het niet gehoord: b.v. bij een heidense honderdman, of bij de vrouw die aan bloedvloeiing leed. Als Jezus zo’n geloof aantreft, dan kan het onverwachte gebeuren, dan blijkt het onmogelijke mogelijk. Hij laat zich overwinnen, geeft zijn onderricht, en het loopt uit op die wonderbare broodvermenigvuldiging waarover wij komende zondag zullen horen. Hij geeft zich in het gebroken brood, Hij deelt zijn eigen leven met wie in Hem gelooft, toen en nu. En Hij doet meer dan het lichaam voeden, Hij voedt onze ziel. Hij doodt de vijandschap en sticht vrede, hoorden we Paulus zeggen. Aan zijn apostelen had Hij de macht gegeven over de onreine geesten.

De oude monniken hebben daarover veel nagedacht. Zij zagen het als hun opgave bij uitstek om die strijd aan te gaan, in de Naam van Jezus en uit kracht van die Naam. En zij hebben de uitwerking van de invloed van de boze geesten beschreven, en ook de wapens om zich er tegen te verweren. We kunnen het vreemd vinden dat in de evangelies zo serieus wordt gesproken over bezetenheid en boze geesten. Wat een primitieve ideeën! Maar die geesten werken in mensen van alle tijden.  De oude monniken hebben daar met veel psychologisch inzicht over geschreven. Die boze geesten huizen in het hart van de mens, en wat zij uitwerken zijn bewegingen in ons gemoed die ons gedrag beïnvloeden. Die foute inblazingen die onze vrede verstoren en ons van het rechte pad brengen benoemen zij in acht afwijkingen van een mooi leven: gulzigheid, lust, hebzucht, droefheid/depressie, toorn/opvliegendheid, lusteloosheid, opgeblazenheid/schone schijn, en – ergste van allemaal: hoogmoed, verwaandheid.

Dat zijn de bekoringen van de mensen in alle tijden. Wij herkennen ze gemakkelijk. Zij leven ook vandaag in het hart van de mensen, verstoren onze gemoedsrust en worden aangeblazen in de samenleving door alle media, in films en kranten, T.V. en internet, kortom in communicatiemiddelen die in dienst kunnen staan van wat mooi, waar en goed is, maar zo gemakkelijk ons de verkeerde kant optrekken.

Jezus is de goede herder die bekwaam is om ons te leiden langs wegen van gerechtigheid en eerlijkheid. Hij sticht vrede en verzoening, verzoening die begint met ons zelf, dat wij ons zelf accepteren, met onze grenzen en onmogelijkheden, en ons aanzet om ons in dienst te stellen van de mensen om ons heen; Hij verzoent mensen met elkaar, brengt ons samen in heilzame verbondenheid, en voert ons naar onze bestemming in Gods eeuwigheid. Onze wereldwijde samenleving is nog ver verwijderd van deze eenheid, van dit ideaal, leeft nog in vijandigheid en wantrouwen, wordt nog beheerst door die kwade hartstochten.

Tegelijk is er het werken van de goede geest. Ook dat zien wij nu, in de solidariteit met slachtoffers van de overstromingen, in het meeleven bij de aanslag op Peter R. de Vries, in zoveel menselijke goedheid die deugd doet en het leven kleur geeft.

Laten wij als kleine gemeenschap hier rond het altaar samen bidden voor heel die wereld, om uitkomst voor de grote problemen van onze samenleving, en innerlijke genezing en heling, dat er vrede mag komen in ons hart, in de kring van onze eigen leefwereld en in de grote wereld dat de verbondenheid groeit en wij leren erkennen dat wij één familie zijn, in Christus onze Heer.

Abt Thijs Ketelaars

Zondag 16 dhj B   Jer. 23, 1-6, Ef. 2, 13-18; Mc.6, 30-34

 

Volgend artikel Bekijk het overzicht
Gastenverblijf
Een plaats van gebed en ontmoeting, van rust en stilte, waar iedereen zich thuis mag voelen en op adem mag komen.
Meer informatie