Preek 3 september 2023

Zowel de vorige zondag als vandaag is er in het evangelie volgens Mattheüs veel aandacht voor de persoon van Petrus, voor zijn speciale plaats in de kerk van de Heer. Vandaag treft het dat het ook de gedachtenis is van een van de grootste pausen uit de geschiedenis, Gregorius de Grote, een man met wijde visie en met een pastoraal hart. Voor zijn pauskeuze verbleef hij een tijdlang  als vertegenwoordige van de bisschop van Rome bij de patriarch van Constantinopel, en in de Oosterse kerk is hij nog een van de meest gerespecteerde heiligen van de Westere christenheid. Dezer dagen is de huidige bisschop van Rome, paus Franciscus, voor een 4-daags bezoek in Mongolië. Ook hij is een bruggenbouwer, op zoek naar vrede en verzoening, en in dienst van Christus spaart hij zijn krachten niet. Hij voelt zich verantwoordelijk voor de kerkgemeenschap van Jezus, die voortbouwt op het fundament van de apostelen. De traditie ziet in de bisschop van  Rome de opvolger van Petrus de door Jezus aangestelde sleuteldrager van het rijk der hemelen. Het evangelie van vandaag bouwt voort op die bijzondere roeping van Petrus als hoofd van het apostelcollege, maar doet dat door de menselijke interpratatie daarvan op niet mis te verstane wijze te corrigeren.

De vorige week hoorden wij de geloofsbelijdenis van Petrus: “Gij zijt de Christus, de zoon van de levende God”, en hoe hij daarop van de Heer een compliment kreeg, dat hij een kei was, en hij zijn aanstelling ontving tot sleutelbewaarder van het Rijk van de Vader.

Wat was dat een geweldige opsteker voor Petrus. Hij zal er het onderste boven van zijn geweest. Je kunt niet zeggen dat hij een egocentrisch persoon is met een hoge dunk van zich zelf: “Heer, ga weg van mij, want ik ben een zondig mens”, zegt hij na de wonderbare visvangst. En als Jezus hem aan het einde van het vierde evangelie nog eens zijn schapen en lammeren heeft toevertrouwd, wijst hij op Johannes, en zegt: wat met hem?  Maar Petrus staat bovenal gericht op Jezus. Voor Hem gaat hij door het vuur, voor Hem springt hij in het water. Jezus is zijn Meester, en staat in zijn beleving centraal. Het rijk der hemelen is op Hem gebouwd, en nu kondigt Hij zijn lijden aan en zijn dood. “Dat nooit”, denkt de vers aangestelde sleutelbewaarder, en wat Petrus denkt dat houdt hij niet verborgen. Hij acht het zijn plicht om zijn Meester a.h.w. tot de orde te roepen.

Arme Petrus! Wat begrijpt hij nog weinig van de Gods wegen!

Zijn goed bedoelde opmerking kost hem een ongezouten verwijt: “Ga weg, satan, terug! Gij zijt Mij een aanstoot, want gij laat u leiden door menselijke overwegingen, en niet door wat God wil.” Wat daarop volgt is ons heel bekend: “Wie zijn leven wil redden zal het verliezen. Maar wie zijn leven verliest om Mijnentwil zal het redden.” Voor alle martelaren vanaf het begin van het christendom tot nu toe zijn die woorden van de Heer hun houvast geweest.

Zusters en broeders, wie kent niet de bekoring om zich te laten leiden door menselijke overwegingen? Wie vraagt zich bij beproevingen niet af of er geen ontsnapping mogelijk is? We mogen ons toch niet overleveren aan kwade machten, we moeten ons toch verweren? Onze welvaartstaat verdedigen? Ons bezit veilig stellen? Zijn we ons bewust dat de keuzse voor Jezus ons echt tot andere mensen maakt?

Jezus leert vandaag aan Petrus, en natuurlijk aan ons allemaal dat de keuze voor Hem harde consequenties kan hebben. ´T is niet altijd leuk om in onze samenleving aan de kant van Jezus te staan, je kunt je daar alleen voelen. Dat geldt voor iemand met zo´n heel bijzondere roeping als Jeremia, over wie wij hoorden in de eerste lezing vandaag, maar voor ieder van ons kan het wel eens ongemakkelijk zijn. Mensen kunnen je aankijken op het feit dat je gelovig bent, dat je katholiek bent, dat je bidt, dat je probeert je te houden aan de geboden.

Onderscheiden wat God van ons wil? Het is geen eenvoudige opdracht. Met welke maatstaf moet je meten? Jeremia werd van binnenuit geïnspireerd, hoe weten wij of onze inspiratie uit God is?  Vroeger, in de tijd van de verzuilde samenleving, was er veel uiterlijkheid,  werd van buiten bepaald,  het was vanzelfsprekend dat ieder zich strikt hield aan de normen van de eigen groep, de sociale controle was groot. Gelukkig is dat veranderd. Maar nu verklaren ze je voor gek als je leeft volgens de normen van de kerk: wie houdt zich daar nog aan? Dat maak je zelf toch uit? Wij zijn op ons geweten teruggeworpen. Maar het geweten dient wel gevormd te zijn, er wordt eigenlijk meer van ons gevraagd. Paulus bezweert de christenen van Rome: Stemt uw gedrag niet af op deze wereld. Wordt andere mensen. Hij spoort aan om met andere ogen naar de werkelijkheid te kijken, niet puur menselijk, maar a.h.w. van Gods standpunt, om te kunnen onderscheiden wat God van ons wil. En Paulus gaat verder: om te kunnen onderscheiden wat goed is, wat zéér goed is, en volmaakt. Als onze intentie zuiver is, als wij oprecht zoeken, hoeven wij niet in het duister te tasten.

God heeft het goed met ons voor. Wel kan de weg die wij moeten gaan moeilijk zijn, ons zelfs tegen de borst stuiten, zoals bij Jeremias.

Dat probeert Jezus zijn leerlingen duidelijk te maken. En Hij geeft zichzelf als voorbeeld. Hij geeft hen te verstaan dat zijn weg een moeilijke is, een kruisweg. Dat Hij zal moeten lijden, en ter dood zal worden gebracht. Maar Hij probeert hen ook in te wijden in het geheim van zijn Pasen: dat die smadelijke dood niet het einde betekent, maar dat Hij zal verrijzen, dat het goed met Hem zal gaan, zeer goed.

Petrus wil daar in eerste instantie niet van horen. Alsjeblief geen lijden, geen kruis: dat mag Jezus niet gebeuren. Wat een harde taal komt er dan uit de mond van die zachtmoedige Meester! Ga weg van Mij, satan!

Satan, dat is de engel die in opstand is gekomen tegen God. Die niet instemde met Gods plannen. Satan, dat is de hoogmoed in persoon. Jezus wil de weg gaan van God, Hij wil zich schikken in de wil van de Vader, want Hij weet dat die leidt naar de heerlijkheid.

Waarom we op onze weg naar Gods heerlijkheid het kruis ontmoeten, waarom het lijden onontkoombaar is, met die vraag hebben mensen altijd geworsteld. Ook wij zullen het antwoord daarop niet vinden. Althans niet het antwoord dat ons verstand bevredigt, dat ons dit waarom doet begrijpen. Er is enkel het antwoord van het hart, van de overgave, van het vertrouwen. God weet wel wat goed voor ons is, Hij heeft het beste met ons voor. Wij leven in geloof. Dat geloof is Jezus ons komen brengen, dat heeft Hij voorgeleefd, dat geloof bevrijdt ons en roept ons op te leven als kinderen van God.

Het valt niet mee om ons daartoe te laten vormen. In gebed, in het vieren van de sacramenten zoeken wij steun. Als gemeenschap van gelovigen helpen we daarbij elkaar, bidden wij voor elkaar. Denk aan paus Franciscus die niet ophoudt aan het einde van iedere toespraak om gebed te vragen. Vergeten wij ook elkaar niet, dat wij steunend op elkaars voorbede samen ons geloof belijden en eucharistie vieren, in dankbaarheid en vertrouwen.

br. Gerard Mathijsen osb

Volgend artikel Bekijk het overzicht
Gastenverblijf
Een plaats van gebed en ontmoeting, van rust en stilte, waar iedereen zich thuis mag voelen en op adem mag komen.
Meer informatie