Preek 16 april 2023

Zondag 2 na Pasen A 2023

Dierbaren, wij vieren de zondag, en voor ons is dat heel gewoon. Jammer genoeg heeft de zondag voor veel mensen zijn eigenlijke betekenis verloren. Veel activiteiten, misschien veel te veel, maar geen venster op de eeuwigheid, en dan bedoel ik niet uitsluitend het hiernamaals, maar op de breedte, de diepte en de hoogte van het leven hier.

Geen blik op de gever van het leven. Die is buiten beeld geraakt. De lezingen van vandaag roepen het prille begin van de zondag in herinnering. De overwinning van Jezus op de dood gebeurde volgens zijn voorzegging en volgens het getuigenis van de Evangelieën op de derde dag na zijn sterven aan het kruis op Golgotha. Die eerste dag was van toen af de Heer gewijd: met de opstanding van Jezus begon een nieuwe tijd in de relatie van de Eeuwige met zijn volk, een verbond met heel het mensdom. Van toen af aan werd die eerste dag een feestdag, dag van een nieuw begin, dag van de Heer, Dominica dies. En dat begin wordt gemarkeerd doordat gelovigen samen komen in gebed. De leerlingen van Jezus zoeken elkaar op, eerst nog achter gesloten deuren, maar al vlug groeit de gemeenschap zo sterk dat de ruimten uitpuilen. In het boek Handelingen horen wij van zo’n samenkomst op de eerste dag van de week in Troas, waar Paulus het woord voert in een bovenvertrek, en een jonge man uit het raam tuimelt. De ruimte puilde dus uit. Samenkomen, elkaar opzoeken, was en is vitaal voor het geloofsleven van de kerk. De eerste lezing vandaag, uit de Handelingen van de apostelen vat het samen: “Zij legden zich ernstig toe op de leer der apostelen, bleven trouw aan het gemeenschappelijk leven en ijverig in het breken van het brood en het gebed” : je zou het de grondwet van de kerk kunnen noemen.  Op die woorden hebben de eerste monniken zich gebaseerd, en daarop is altijd teruggegrepen. Samen God zoeken, trouw aan de onderlinge eenheid, gevoed worden door de sacramentele eenheid en door samen bidden. Zou het niet desastreus zijn voor het kerkelijk leven en voor het geloof als die traditie verloren zou gaan, als mensen niet langer samenkomen, samen vieren, samen delen. Zou het geloof dan niet verschralen en verdwijnen? De verrezen Heer komt aanwezig te midden van de gemeenschap, daar geeft Hij zijn vrede, daar bewerkt Hij verzoening en barmhartigheid, daar breken de gelovigen het brood en delen de eucharistische gaven, daar brengen zij hun gebeden samen.

De viering van die eerste dag van de week heeft in de loop van de geschiedenis verschillende vormen aangenomen, De nadruk is nogal eens komen te liggen op wat die dag allemaal niet mocht. De lijst van die verboden werd langer, en maakte het leven zwaarder. Het werden stille saaie dagen, met verplicht herhaaldelijk kerkbezoek. Niet langer ervaren als een feest, maar leeg, vormelijk, vervelend. De zondag werd de dag waarop vooral heel veel niet mocht: geen sport, geen autorijden, niet dansen, geen karweitjes opknappen die konden vallen onder “slafelijk werk”. Veel mensen hebben het geloof vaarwel gezegd omdat zij afwilden van die suffe observantie.

In onze tijd kennen wij in ons land verschillende geloofsgemeenschappen-pen, die vanuit de oorlogsmisère hun toevlucht hebben gevonden in Nederland. Syriërs, Armeniërs, Kopten. Zij hebben eigen kleine gemeenschappen, en komen op zondag samen in kerkgebouwen, dikwijls overgenomen van andere christelijke gemeenschappen die deze niet meer konden onderhouden. Zij vieren daar dat het een aard heeft. De orthodoxen hebben vandaag hun Paasviering, en hebben waarschijnlijk de halve of de hele nacht gevierd op een manier die ons begrip te boven gaat. En na zo’n viering blijven zij samen en beleven zij hun verbondenheid. Als zij in ons land blijven dan zal die intensiteit na enkele generaties wel slijten, en zullen zij acclimatiseren, d.w.z. verkillen, maar nu laten zij ons zien wat kerk zijn betekent, geloofsgemeenschap, verbondenheid.

Geloof, niet als een verplichting, maar als een mogelijkheid, een rijkdom, een erfenis, een overtuiging die uitzicht biedt op een vreugdevolle toekomst. De geloofsbeleving is hun verbinding met thuis, met hun land en met elkaar, En de Naam van de Eeuwige, van God, de Vader van Jezus houdt alles samen en schenkt zijn zegen.

 

Het evangelie vertelt ons hoe op die eerste zondag de leerlingen in de avond elkaar hebben opgezocht. Achter gesloten deuren, uit vrees voor de mannen van Juda. Judas was er niet meer bij maar ook Thomas ontbrak. Dus waren zij nog met z’n tienen, genoeg voor een Joodse gebedsbijeenkomst. En die avond ervoeren zij de weldoende aanwezigheid van de Verrezen Heer. Hij vervult hun met zijn vreugde en schenkt hen zijn Heilige Geest. Die avond is Thomas er niet bij. De tien hebben zich opgesloten uit vrees, en Thomas heeft zich doen kennen als een man zonder vrees: toen Jezus aangaf dat Hij naar Bethanië wilde gaan waar Lazarus was gestorven, had Thomas gezegd “Laten ook wij gaan om met Hem te sterven”. Blijkbaar was hij niet bang zijn leven te wagen, en voelde hij er niet voor zich op te sluiten. Maar als hij gehoord heeft dat Jezus aan de anderen is verschenen wil hij er het zijne van weten, en acht dagen later is hij erbij.

De Heer stelt hem niet teleur, maar geeft hem een overtuigend bewijs van zijn aanwezigheid, zijn identiteit. En Tomas beantwoordt die barmhartige liefde met een groots geloofsgetuigenis. “Mijn Heer en mijn God.”

U weet wat Jezus dan zegt: “Zalig die niet zien en toch geloven.”

Het geloof is zaligmakend, een kostbare gave, de grootste schat van ons leven.

Dat geloof is ons toevertrouwd in het doopsel. De kerk heeft het ons gegeven. Wat is het de moeite waard om het te behouden? En hoe kunnen we het beter behouden dan door trouw te blijven aan de onderlinge samenkomst? Door de zondag te onderhouden, door graag de kerk te bezoeken, en ook buiten de kerk uiting te geven aan onze verbondenheid door sociale activiteiten.

Wij sluiten vandaag de Paasoctaaf af, maar ieder zondag is een viering van Pasen. Laat het geen verplichting zijn, en zeker geen saaie verplichting.

De kerk is er niet om je te vervelen, maar om te vieren. Ieder die daaraan wil bijdragen is welkom en mag binnenstappen, zoals Thomas zich ook bij de anderen voegden, al vond hij hen misschien angsthazen. En juist hij wist Jezus het mooiste getuigenis te geven: “Mijn Heer en mijn God.”

Br. Gerard Mathijsen osb

 

 

Nieuwsbrief

Schrijf u vrijblijvend in en blijf op de hoogte van de activiteiten van Abdij van Egmond.

We respecteren uw privacy. Sint-Adelbertabdij zal uw e-mailadres nooit delen met derden.
© 2024, Abdij van Egmond Algemene voorwaarden