Nieuws uit de Boekwinkel
Wachten met De Wachter
‘Wachten’ van Dirk de Wachter is een aangenaam pleidooi voor bedachtzaamheid. In vijftien korte hoofdstukken vertelt hij het verhaal van zijn leven, waarin wachten een belangrijke rol speelt. Het brengt hem niet niks: kwaliteit, schoonheid en betekenis. Hij geeft bescheiden aan dat zijn boek geen omgevallen boekenkast mag zijn vol citaten van andere schrijvers. Deze citaten versterken naar mijn mening juist zijn verhaal. Juist omdat die andere schrijvers, meest dichters, door hun dichterlijke taal het moeilijk zegbare zegbaar, voelbaar kunnen maken.
Belang van dichters
Juist die dichters zijn goed in wachten… De Wachter verwijst naar Herman de Coninck: “poëzie is een kwestie van wachten”. Ze vragen je om traag te lezen, te herlezen, nog eens te lezen, de woorden tijd geven. Poëzie helpt in elk geval mij om als bezig baasje weer rustig te worden. Poëzie als een soort medicijn. Je gaat er beter van lezen. Wandelen helpt De Wachter ook om te vertragen. Hij is dat steeds meer gaan doen. Niet enkel vanwege de lagere snelheid op zich, maar ook omdat je beter je omgeving kan zien. Ik moet bekennen dat ik zelf enkele jaren geleden mijn racefiets heb verruild voor wandelschoenen.
Watchful waiting
In De Wachters psychiatrische, en meer in het algemeen in de medische praktijk is wachten vaak het beste om te doen, al is laten waarschijnlijk een beter begrip. Niet ‘gewoon laten’ in de zin van niets doen, maar met een scherp oog voor en op de patiënt; en in actie komen als het nodig is. In De Wachters woorden: “Wachten is na een diagnose vaak het beste als zorg” en “Wacht niet te lang, maar wacht als het kan.”
Beleefdheid
We kennen De Wachter niet per se als iemand die het benedictijns gedachtegoed is toegedaan. Maar ook zonder dat weet hij de kern daarvan te raken wanneer hij aangeeft dat wie iemand voor laat gaan de deugd ervaart van het wachten die voortkomt uit die beleefdheid. “Het jezelf niet voorop stellen. Niet het idee hebben dat je zelf belangrijker bent dan de andere, neen, doe maar eerst, het kan geen kwaad. Het is met andere woorden een levenshouding.”
Hoever is de nacht?
Een gedicht kan het moeilijk zegbare voelbaar maken. Hetzelfde geldt ook voor muziek. Hierover mijmerend kom ik terecht bij een mooie combinatie: ‘Hoever is de nacht’, een lied op tekst van Huub Oosterhuis met gebruikmaking van Jesaja 21,11-12. In het lied gaat het om de wachter die waarschuwt als een vijand de stad bedreigt. Als hij dan zegt dat de morgen komt, dan kun je daar ook op rekenen. Zowel in letterlijke als in figuurlijke zin, bijvoorbeeld in de betekenis van: er breken andere, betere tijden aan.
Hoe ver is de nacht, hoe ver,
wachter, hoe ver is de nacht?
De morgen komt, zegt de wachter,
maar nog is het nacht.
Het is een lied. Daarom mogen we de verklanking niet vergeten. Lees hierover in het bekende Liedboekcompendium: “Het lied is een voorbeeld van muzikale verkondiging, van expressie van een tekst in muziek. In dit concrete geval wordt het wachten in klank gerealiseerd. De nachtwachters wachten op het moment dat ze vanaf de stadsmuur het licht mogen begroeten. Ze vragen het elkaar op verschillende toonhoogtes. Zo van: ‘Zie je al iets komen, iets dagen?’ Zie de over elkaar heen buitelende stemmen. Wachten… Wachten… Ja! Nee, nóg niet!.” En vergeet niet te luisteren:
Tot slot
Terug naar ‘Wachten’. De boeken van De Wachter zijn net zo aangenaam om te lezen, als het is om te luisteren naar zijn presentaties of interviews met hem op radio of tv. Het aangenaam lezen wordt bovendien versterkt door de fraaie illustraties van Paul Verrept. Tot slot het bijna onvermijdelijk advies: wacht niet met het lezen van ‘Wachten’ van De Wachter.
Michiel Oosschot
