Preek zondag 17 maart 2024

Zondag 5_40dagentijd B 17-03-2024

Het evangelie van deze zondag plaatst ons in Jerusalem, de dag na de triomfantelijke intocht van Jezus in de stad, die we komende week, op Palmzondag herdenken. De religieuze leiders van het volk waren in alle staten: “de hele wereld is Hem achterna gelopen ” (Joh. 12/19).

Ook Griekse pelgrims, die voor de Paasviering naar Jeruzalem zijn gekomen, bleken zeer onder de indruk. Zij waren geen joden, maar godvrezenden,  heidenen, die zich hadden afgekeerd van de vele goden en zich in hun zoektocht naar de ene God tot het jodendom hadden gewend zonder echter joods te worden. Voor de joden waren zij onbesneden monotheïsten. Nu had het geloof in die ene God sommigen van hen tot Jezus aangetrokken, en zij probeerden Hem te spreken. Je voelt hun goede wil en hun gretigheid om in Jezus te geloven.

Filippus en Andreas spreken Jezus erover aan, en Hij antwoordt: ‘Dit is het uur waarop de Zoon des mensen verheerlijkt moet worden.’ Daarop volgen  zinnen die benadrukken dat zijn verheerlijking zal gaan ten koste van lijden, dood en ondergang. Deze episode in het Vierde Evangelie is te vergelijken met het verhaal bij de andere drie evangelies. over Jezus’verheerlijking op de Tabor: het openbaart zijn heerlijkheid en zijn innige band met de hemelse Vader, en de weg van vernedering en lijden

De woorden antwoord van Jezus zijn ongetwijfeld meer gericht tot de twee apostelen en via hen tot allen die Jezus willen volgen, dan tot deze paar Grieken die Jezus kwamen bezoeken. Zij leren dat om Jezus te zien en te geloven en vervolgens deel te krijgen aan zijn verheerlijking, het altijd nodig zal zijn om te weten welke de voorwaarden zijn om Jezus te volgen: “Als de graankorrel niet in de aarde valt en sterft, blijft hij alleen. Maar als hij sterft brengt hij veel vrucht voort.” De betekenis van dit woord,  bijna een kleine gelijkenis, valt gemakkelijk te begrijpen. De tarwekorrel draagt ​​veel vrucht als hij wordt gezaaid en sterft.  De woorden van Jezus zijn een antwoord aan de Grieken. Hij geeft zijn visie  op zijn missie, zijn roeping. Hij verthult de moeilijkheid en de pijn van zijn weg niet. Hij erkent wat het hem kost om deze te gaan. Hij gaat niet Stoïcijns zijn lot tegemoet. Hij schrikt ervoor terug, heel menselijk: zijn ziel is verontrust. Over enkele dagen als zijn uur gekomen is, zullen wij getuigen zijn van zijn aangrijpende zielestrijd. Andere evangelies beschrijven zijn doodsangst in de Hof van Olijven. Bij Mattheus lezen wij: “Ik ben bedroefd tot stervens toe”, en zijn gebed: “Vader, als het mogelijk is, laat deze beker mij voorbijgaan.” Maar ook: “uw wil geschiede.”

Hier bidt hij: “Vader, verlos mij van dit uur.” In de Hof van Olijven aanvaardt Jezus zijn lot: ‘Niet wat Ik wil, maar wat Gij wilt; niet mijn wil, maar de uwe, geschiede.’ Vandaag horen wij: “Wat kan ik zeggen? Vader, verlos mij van dit uur? Maar nee! Daarom ben ik naar dit uur gekomen. Vader, verheerlijk uw naam.”

Net als in de tuin van Gethsemane legt Jezus zich neer en aanvaardt dat zijn uur gekomen is. In Getsemane zal Hij worden getroost door een engel die vanuit de hemel aan hem verschijnt. Ook hier spreekt een engel hem vanuit de hemel toe en troost hem namens de Vader. De twee scènes lijken dan ook erg op elkaar. Als het Vierde Evangelie het tafereel van Jezus’ lijden in Gethsemane niet vermeldt, komt dat ongetwijfeld omdat het dit andere tafereel, dat een paar weken vóór dat van Gethsemane plaatsvond, al had weergegeven en dat beide scènes zo op elkaar leken dat dit niet meer herhaald hoefde te worden. In de evangeliën blijkt uop vele plaatsen dat Jezus gedurende geheel zijn openare leven zijn gewelddadig einde voorziet en dat Hij dat wel moedig tegemoet gaat, maar niet stoïcijns, dat Hij zich heel menselijk angstig voelt, bedroefd, ontredderd. In de tuin van Getsemane, de Hof van Olijven,  komt die strijd tot een hoogtepunt, vecht Hij tegen de verleiding om zijn roeping als lijdende Messias op te geven: “Vader, als het mogelijk is, laat dit uur aan mij voorbijgaan.” Hij spoort de apostelen aan om voor hem en voor zichzelf te bidden, zodat noch hij, noch zij voor de verleiding bezwijken. Vanaf het begin van zijn openbare leven tot aan de vooravond van zijn lijden heeft  Jezus moeten vechten met zijn roeping als lijdende Messias. In de Hof van Gethsemane bereikten deze verleiding, zijn angst en zijn droefheid hun hoogtepunt, zozeer zelfs dat Jezus tot de Vader bidt om verlossing van dit uur, het uur van zijn naderende dood.  Lucas vertelt dat Jezus wanneer Hij nog onderweg is naar Jeruzalem al sprak over deze angst in het aangezicht van de dood: “Ik moet een doopsel ondergaan, zei hij daar, en hoe beklemd voel Ik mij totdat het volbracht is.” Het doopsel dat Jezus moet ontvangen is het doopsel van het bloed, waardoor Hij aan het kruis zal sterven. Vertelt de tweede lezing van deze zondag ons niet hetzelfde, wanneer er wordt gesproken over de kreten en tranen, de gebeden en de smeekbeden van Jezus tot God, tot degene die hem van de dood kon redden? De brief aan de Hebreeën verwijst hier naar het gekwelde gebed van Jezus in de Hof van Olijven. En dit gebed van Jezus werd verhoord in de zin dat Jezus getroost werd, en dat Hij, door zich te onderwerpen aan de wil van de Vader en te gehoorzamen tot de dood, de oorzaak van de verlossing voor ons allen werd: als de graankorrel niet in de aarde valt, en sterft,  blijft hij alleen; maar als hij sterft, draagt ​​hij veel vrucht.

Dit gold voor Jezus. Dit geldt ook voor ons. De aanwezigheid van het lijden, de onvermijdelijkheid van fysieke  pijn, maar ook de aanwezigheid .van vijandschap en haat, van oorlogen en geweld het is voor ieder van ons een mysterie en een schandaal, een steen waaraan wij ons stoten en waarover wij struikelen. Wij hebben moeite dit in overeenstem-ming te brengen met Gods Voorzienigheid en almacht. Jezus lost dit mysterie niet op. Maar Hij gaat ons wel voor. Hij toont ons de weg, Hij gaat met ons mee,  Hij is onze weg.

“De hele wereld loopt Hem achterna” zeiden zijn vijanden. Mocht dat zo zijn, dan zou de wereld zijn gered. Laten wij bidden dat wij Jezus nabij blijven in  leven en in sterven, tot heil van ons zelf en van velen, en dat zijn heilig lijden de zinloosheid van het geweld en de machteloosheid van het mateloze lijden mag genezen en heiligen, en de slachtoffers mag binnenleiden in het hemels Koninkrijk.

br. Gerard Mathijsen osb

 

 

Nieuwsbrief

Schrijf u vrijblijvend in en blijf op de hoogte van de activiteiten van Abdij van Egmond.

We respecteren uw privacy. Sint-adelbertabdij zal uw e-mailadres nooit delen met derden.
© 2024, Abdij van Egmond Algemene voorwaarden