Geen producten in de winkelwagen.

Preek 13 februari 2022

Cdhj6 2022 Jer. 17,5-8; 1Kor. 15,12+16-20; Lc. 6,17+20-26

De kerk bevindt zich op het ogenblik in een synodaal proces. Paus Franciscus heeft daartoe alle gelovigen opgeroepen, want samen vormen wij het volk van God. Daar mag iedereen zijn stem laten horen, want de Geest is niet voorbehouden aan een bepaalde groep. Maar veel hangt daarbij af van de wijze waarop wij met elkaar optrekken. Krijgt iedereen de kans om aan het woord te komen en zijn wij in staat met een open oor en hart naar elkaar te luisteren? Dat is geen eenvoudige opgave, niet alleen in de kerk, maar ook in onze samenleving, waar het samen optrekken en het naar elkaar luisteren ook zwaar onder druk staat. Het zwart wit denken en het welles nietes is niet van de lucht met alle negatieve gevolgen van dien.

Het evangelie van vandaag lijkt op het eerste gehoor mee te gaan in dat polariserende gedrag. Vier zaligsprekingen worden daar tegenover vier wee spreuken geplaatst. Het contrast kan niet groter. Inderdaad, en dat nodigt ons uit de oren nog meer te spitsen om te achterhalen wat met die taal bedoeld wordt.

Een eerste stap daarbij is attent te zijn op de context. Heb je daar geen oog voor, dan dicht je de spreker mogelijk heel verkeerde bedoelingen toe. Niet alleen wat er wordt gezegd, maar ook waar het wordt gezegd en hoe het wordt gezegd is medebepalend voor de betekenis. En dat niet alleen voor de bijbel, maar voor al ons spreken, dag in dag uit.

Welnu, Jezus, zo heeft Lucas ons zojuist verteld, heeft een nacht doorgebracht in gebed boven op de berg. Daar heeft hij na die nacht van bidden zijn leerlingen uitgekozen en met hen daalt hij vervolgens van de berg af en komt op een vlak terrein waar alweer een grote menigte van heinde en ver gekomen, staat te wachten om hem te horen en van kwalen te worden genezen. Van de stilte in de drukte, van de hoogte terug in het alledaags gewoel. Is het voor de leerlingen misschien een koude douche?

En dan, wat gebeurt er dan? Gaat Jezus weer verhalen vertellen aan de menigte, parabels die zij kunnen verstaan of gaat hij op al die bedrukte en bezwaarde mensen toe en neemt hij het genezingswerk weer ter hand? Je zou het verwachten, maar nee er gebeurt iets heel anders.

Hij gaat het woord richten tot zijn leerlingen die zojuist met hem van de berg zijn afgedaald. Die mannen die mogelijk nog in hogere sferen verkeren, die samen met hem daarboven hebben gebeden en van wie hij er twaalf een bijzondere rol toebedeelde, zij krijgen van hem een serie zaligsprekingen te horen en een aantal wee roepen. En terwijl die leerlingen zich geconfronteerd zien met een menigte armen en gebrekkigen voor zich, geeft Jezus hun te verstaan dat zij leven in een wereld van tegenstellingen, een wereld waar een grote kloof bestaat tussen rijken en armen, tussen mensen die geen oog hebben voor de nood van anderen en mensen die gebukt gaan onder verdriet, pijn en gemis.

‘Zie het voor je’, lijkt Jezus te zeggen en nu stuur ik jullie als leerlingen díe wereld in met het evangelie, een blijde boodschap. Dat is geen goedkope genade, maar een woord als een twee snijdend zwaard. Een woord dat voor een keuze stelt, een woord dat oproept om te kiezen tussen zegen en vloek, tussen leven en dood. En de leerlingen zelf zijn de eersten die die keuze moeten maken.

Die zaligsprekingen zijn geen zoethoudertje voor al die gebrekkigen en armen die daar voor hen staan, op elkaar gedrongen om Jezus aan te raken en genezen te worden.  Jezus prijst hun mensonterende toestand niet zalig, maar hij geeft zijn leerlingen te verstaan dat hier ménsen voor hen staan, niet meer of niet minder dan zijzelf. Mensen die door Jezus worden gezien en aangeraakt met de blik van de Vader zelf. Een blik die er een is van ontferming, van geraakt worden door hun miserie, een blik die oproept tot breken en delen.

Die armen en verdrukten, die zieken en uitvallers, zij zijn mensen zoals wij, niet meer en niet minder. Als leerlingen van Jezus, kinderen van eenzelfde Vader dienen wij de pijn en de armoe van de ander tot in ons eigen vlees te voelen. Ja, meer dan dat, als boodschapper van Gods blijde boodschap mag je niet afzijdig blijven. Het mag niet blijven bij vrome woorden, maar het evangelie vraagt om daden. Te beginnen bij ons zelf.

Het verhaal van vandaag stelt ons zoals op elke pagina van de Schrift voor een keuze. Voor wat voor leven kies jij, voor zegen of vloek, voor dood of leven? Voor een afgrond die mensen van elkaar scheidt of voor een brug die ons met elkaar verbindt? Zien wij de ander als medemens die leven verdient juist zoals wij, of trekken wij een streep die ons van de ander scheidt?

‘Mensen wij zijn geroepen om te leven’, allemaal zonder uitzondering, maar het leven spreekt dat al te vaak tegen doordat wij de aarde die aan ons allen is gegeven als een tuin om te bewerken en te bewonen, niet willen delen. Maar de tuin zal een woestenij worden waar alleen nog distels en doornen groeien, als wij als leerlingen van Jezus niet doen wat hij ons heeft voorgedaan. Hij heeft zich ons bestaan aangetrokken, hij is niet boven ons gaan staan, maar hij heeft het bestaan van een slaaf aangenomen, hij is gelijk geworden aan de schamele mens die wij allen zijn, om samen met ons en voor ons en midden tussen ons in zijn leven te geven. Met de armen en kleinen van welke soort ook, alles delend om hun de glans en waardigheid te geven van Gods kinderen.

De kerk is onderweg in een synodaal proces. Ieder mag daar zijn woord doen, ieder wordt daar voor vol aangezien, dat is niet vanzelfsprekend en het geeft ons huiswerk. Het vergt een luisterend oor en een ingehouden stap om niemand kwijt te raken, want iedereen is kostbaar in Gods oog. Vergeet daarom het Afrikaanse spreekwoord niet: ’Wil je snel gaan, ga dan alleen, wil je ver komen, ga dan samen’. AMEN.

Abt Thijs Keelaars

Nieuwsbrief

Schrijf u vrijblijvend in en blijf op de hoogte van de activiteiten van Abdij van Egmond.

We respecteren uw privacy. Sint-adelbertabdij zal uw e-mailadres nooit delen met derden.
© 2022, Abdij van Egmond Algemene voorwaarden