Geen producten in je winkelwagen.

Preek 10 oktober 2021

In het evangelie van deze zondag waarschuwt Jezus ons voor de gevaren van rijkdom. Voor de leerlingen was dit gevaar niet zo vanzelfsprekend. Als de rijken niet gered kunnen worden, vragen ze zich af: “Wie kan er dan gered worden?” In het Oude Testament werd rijkdom vaak voorgesteld als een zegen van God. De oude patriarchen waren door God gezegend en  rijk. Tegelijkertijd werd armoede vaak voorgesteld als het resultaat van luiheid, verwaarlozing, onvoorzichtigheid of een gebrek aan knowhow. Israël kende in het verleden een samenleving waarin bijna alle mensen zich sociaal gelijk voelden, totdat een grotere rijkdom voor sommigen en grotere armoede voor anderen verschillen deed ontstaan. Archeologen bevestigen dat in de steden nu –  de wijk van rijke en grote huizen gescheiden was van de wijk waar de bescheiden huizen van de allerarmsten stonden ​​opgestapeld. Wijze mannen en profeten namen de verdediging van deze arme mensen van het land op zich, tegen degenen die heel vaak rijk werden ten koste van de minder bedeelden. Zij stelden rijkdom niet langer voor als een zegen van God en armoede als een straf voor zonde door luiheid en verwaarlozing. Voor de profeten zijn het nu de armen, die door God gezegend zijn en door hem bemind. Rijkdom is niet langer een geschenk van God. De grootste goederen zijn niet langer de goederen van de aarde, goud en zilver, maar, zo leerde de eerste lezing ons, intelligentie en wijsheid. En Jezus zal hetzelfde zeggen: “Wee jullie rijken (Lc. 6/24) … Omdat het moeilijk is voor degenen die rijkdom hebben om het Koninkrijk binnen te gaan …

Het is gemakkelijker voor een kameel om door het oog van een naald te gaan dan voor een rijke om het Koninkrijk van God binnen te gaan.” In deze woorden, hard voor de rijken, heeft Jezus zeker in de eerste plaats  harteloze rijken voor ogen, mensen zonder hart, die niets van hun bezit willen delen. Zoals de rijke over wie in het Evangelie gesproken wordt die gekleed ging in purper en fijn linnen en elke dag een goede maaltijd genoot maar de arme Lazarus zelfs de kruimels weigerden die van zijn tafel vielen. Of die rijke dwaas die er alleen maar aan dacht om zijn graanschuren uit te breiden om reserves op te slaan voor vele jaren. Of de rijke man die vandaag naar Jezus toekomt. De Heer veroordeelt hem niet, maar hij heeft medelijden met hem, want zijn rijkdom verhindert hem Jezus te volgen op het pad van armoede met het oog op het Koninkrijk , op het pad van afstand doen van het bezit zoals de Heer vraagt ​​van degenen die hij roept om hem te volgen bij het verkondigen van het goede nieuws. Jezus vraagt niet aan alle mensen ​​om op zo’n manier afstand doen van alle bezit. Er zijn graden. Men kan Christus volgen, zijn discipel zijn, terwijl men een huis, akkers, man of vrouw en kinderen bezit. Jezus keurt het goed dat Zacheüs slechts de helft van zijn bezittingen aan de armen offert. Lazarus, Martha en Maria waren beslist niet arm in hun gastvrij huis en Jezus noemt hen zijn vrienden. Wat Jezus afkeurt, is de rijkdom die tot slaaf maakt, die iemand vervult van nodeloze zorgen. Hij keurt dwaze rijkdom af, rijkdom die tot zonde leidt, rijkdom verworven ten koste van de armen, van slecht betaalde arbeiders.

Toch is zelfs eerlijk verworven rijkdom een reëel gevaar: geld heeft altijd de neiging om ons te domineren, om de plaats van God in te nemen. Zeggen dat het voor een rijk persoon moeilijk is om het Koninkrijk binnen te gaan, houdt in dat de armen gemakkelijker daar binnen kunnen  komen. Daarin ligt de ware betekenis en de ware wijsheid van dit pessimisme van Jezus tegenover rijkdom, de reden voor de strengheid van zijn woorden tegen de rijken. Het is geen onvoorwaardelijke veroordeling van alle bezit, evenmin een zaligverklaring van alle armen, maar het stelt niettemin als ideaal van het christelijk leven het afstand doen van de goederen van deze wereld voor. Dit is ook de reden waarom de Kerk door de eeuwen heen altijd het religieuze leven heeft goedgekeurd en aanbevolen en dat ze altijd gehoor geeft aan de oproep van Jezus om afstand te doen van elk bezit: “Ga, verkoop wat je hebt, geef – aan de armen, kom dan en volg mij”.

Wie oren heeft, hij hore! Deze vermaningen hebben hun betekenis in iedere samenleving. In onze tijd groeien arm en rijk op gruwelijke wijze uit elkaar. Met een deel van de rijkdom der rijken zou alle honger en ellende uit de wereld geholpen kunnen worden. In plaats van investering in voeding en scholing wordt geïnvesteerd in bewapening en in ruimtevaart, utopische luchtkastelen op buitenaardse plaatsen. Mensen zijn uitsluitend uit op eigen belang en voelen zich niet verantwoordelijk voor hun naaste. Daar rust geen zegen op. Dat heeft geen toekomst. Broeders en zusters, onder ons, volgelingen van het evangelie, die ons vrijgekocht weten door de liefde en het lijden van de Heer, moge een andere geest heersen, de Geest van barmhartigheid en solidariteit. Die Geest is onze ware rijkdom, als we Hem bezitten is dat een garantie voor ons geluk, in dit aardse leven en in Gods eeuwigheid. Paus Franciscus nodigt ieder uit om samen op weg te gaan, samen te zoeken naar een toekomst waarin wij beter beantwoorden aan de oproep van de Heer, aan zijn uitnodiging Hem te volgen. Hij geve ons daartoe de kracht en de moed.

br. Gerard Mathijsen

Nieuwsbrief

Schrijf u vrijblijvend in en blijf op de hoogte van de activiteiten van Abdij van Egmond.

We respecteren uw privacy. Sint-adelbertabdij zal uw e-mailadres nooit delen met derden.
© 2021, Abdij van Egmond Algemene voorwaarden