Geen producten in je winkelmand.

Preek Abt Thijs 28 februari 2021

B40d2 Gen 22; Rom 8,31-34; Mk 9,2-10

Vorige week, de eerste zondag van de veertigdagentijd speelde het verhaal zich af in de woestijn, vandaag worden wij liefst tweemaal een berg op gevoerd. Woestijn en bergtop, twee plekken die voor ons gewoonlijk buiten het dagelijks leefpatroon vallen. Maar in deze coronatijd is het leven voor velen een woestijn geworden en voor anderen een moeitevolle klim. Bieden de verhalen van vandaag misschien een hulp in deze benauwde tijd?

Het offer van Abraham of de binding van Isaak zoals het in de joodse traditie wordt genoemd, is een van de meest bekende vertellingen uit de Schrift. Tegelijk is het ook een van de meest dramatische verhalen uit het boek van ons geloof. Wat gebeurt er met de mens, met ons die dit verhaal te horen krijgen? Wat te denken van de God die hier op het toneel verschijnt? Is het dan toch waar dat het Oude Testament een toornige, verslindende god tekent, terwijl het Nieuwe Testament ons het beeld levert van een barmhartige en menslievende God?

Een ding is zeker, we hebben hier te maken met een levenssituatie waar het gaat om leven en dood. Maar wie is wie? De onlangs overleden opperrabbijn Jonathan Sacks schrijft in zijn Genesis commentaar bij deze passage de volgende notitie: “We koesteren waar we op wachten en wat we het meest dreigen te verliezen.”

Abraham heeft lang moeten wachten voor hij tenslotte op zijn oude dag het kind kreeg waarop hij hoopte. Dat lange wachten was hem zwaar gevallen, ja het duurde te lang, en op een bepaald moment nam hij het heft zelf in handen om de impasse te doorbreken. Maar dat zorgde voor complicaties die voor alle betrokkenen heel pijnlijk bleken te zijn. Wachten, het was een beproeving, want wie zegt dat het er nog ooit van komen zal. Het vergt geloof en vertrouwen om de impasse uit te houden en tegelijk open te staan voor een toekomst die op zich wachten laat. Zo was het voor Abraham, zo is het voor ons in deze crisistijd.

En dan breekt voor Abraham toch nog de morgen aan van een geboorte, van Isaak, de langverwachte. En hoe kan het ook anders, Abraham hecht zich aan de jongen, hij koestert de welbeminde en waakt over hem. Hem verliezen zou rampzalig zijn. Alles waarvan hij droomde zou in duigen vallen, de toekomst die God hem had beloofd.

Maar kinderen zijn er niet om de dromen van hun ouders te vervullen, hoe vroom die misschien ook zijn. Kinderen moeten hun eigen weg kunnen gaan, hun eigen roeping volgen. God schrijft geschiedenis met ons mensen, maar niet zelden langs een andere weg dan wij denken of willen.

Maar dat loslaten wordt voor Abraham een hele klim en God zelf dient al zijn creativiteit aan te wenden om Abraham ertoe te brengen afstand te doen van Isaak, hem zijn eigen weg te laten gaan.

Abraham zal door God verlost worden, de binding van Isaak zal worden losgemaakt.  De Belofte waarop Abraham al zijn hoop had gesteld, betekent niet dat hij over zijn graf moet willen regeren.  God belooft toekomst te schrijven met hem en zijn nageslacht, maar dan moet hij het God ook laten doen. Vader van de gelovigen wordt Abraham genoemd, want hij schenkt vertrouwen, en zo krijgt Isaak een toekomst en God zal met Isaak verder geschiedenis schrijven.

Waren wij op die eerste berg getuige van een bevrijding, op de tweede berg, die uit het evangelie, is het niet anders. In het eerste verhaal ontmoetten we een mens die de gevangene was van zijn eigen dromen, waarvan hij bevrijd moest worden. In het evangelie staat een mens voor ons die de vrijheid zelf is en vandaaruit anderen roept tot vertrouwen in een bestaan dat zich geeft tot op de bodem.

Was de tocht van Abraham in donker gehuld, op deze berg baadt alles in licht. Hier gaat de grote zoon van Abraham de berg op, niet om het leven naar zijn hand te zetten, maar om het uit handen te geven, om in gesprek met Mozes en Elia het ja te bevestigen voor de weg die voor hem ligt. Niet zelf bepalend, maar instemmend met die stille stem die in wet en profeten vraagt om zichzelf te geven. Hij wordt in licht gekleed, alsof hij de dood al achter zich heeft gelaten, opgenomen in de heerlijkheid van de Vader.

Hij straalt zoals iemand stralen kan die helemaal door liefde wordt bewoond en die is waartoe hij is geschapen en geroepen. Om Licht uit Licht te zijn.

Zo verschijnt hij op de berg aan de leerlingen, omdat hij de dood innerlijk heeft aanvaard en door niets of niemand meer wordt gebonden om zich in liefde te geven, trouw aan de weg.

De vrienden die zijn meegenomen de berg op, worden erdoor overrompeld en Petrus, haantje de voorste als altijd, begint over het bouwen van tenten, want dit is niet iets voor een ogenblik maar hij zou het willen laten duren. En gelijk heeft hij, maar ons bestaan is er een van reizen totdat alles is volbracht.

Ze zijn hier niet om vaste woonplaats te maken, maar om gesterkt te worden voor de tocht die hen te wachten staat.  Het duister dat de weg van Abraham overschaduwde zal hen niet worden bespaard. De toekomst die zij zich met Jezus droomden, zal zwaar beproefd worden. Geen koningstroon maar een schandpaal. Wat blijft daar nog te hopen over? Niets tenzij je gesterkt bent door het Licht dat deze nacht heeft getrotseerd, liefde sterker dan de dood.

Twee verhalen, één leven, ons leven. Soms staan we op de berg, eenzaam maar niet alleen, met het gevecht om los te laten, on God geschiedenis te laten schrijven. Maar hopelijk kennen we ook die andere berg, waar Jezus in heerlijkheid verschijnt, waar ons de schellen van de ogen vallen en wij ontdekken dat het de moeite waard is om te sterven voor een leven dat als een graan in de akker brood van eeuwig leven voortbrengt.  AMEN.

Nieuwsbrief

Schrijf u vrijblijvend in en blijf op de hoogte van de activiteiten van Abdij van Egmond.

We respecteren uw privacy. Sint-adelbertabdij zal uw e-mailadres nooit delen met derden.
© 2021, Abdij van Egmond Algemene voorwaarden