Preek abt Thijs 15 november 2020

Zondag 33 Adhj 2020

Het evangelie is vandaag van begin tot het eind een mannenverhaal. Het gaat over een man die bij zijn vertrek naar het buitenland drie werknemers bij zich roept en hun ieder een deel van het vermogen toevertrouwt. Vrouwen komen in het verhaal niet voor. Zou misschien daarom die lezing uit het boek Spreuken zijn gekozen om te laten zien dat ook een vrouw de handen uit de mouwen kan steken? Is dat misschien een vrouwvriendelijke aanvulling op het evangelie?

Het zou kunnen, maar er is iets merkwaardigs met die tekst aan de hand. Wij hoorden maar een gedeelte uit het 31e hoofdstuk, er is in geknipt. Dat is een ingreep die in onze hedendaagse samenleving op grote schaal wordt toegepast. Er worden delen uit berichten en verhalen geknipt en voordat je het weet, staat er precies het tegendeel van wat er gezegd was. Dat gebeurt in de politiek, het gebeurt in de verhalen rond de pandemie, het gebeurt ook in de kerk. Soms valt het op, soms wordt het niet opgemerkt en voordat je het weet, ontstaat er een heel ander beeld van de werkelijkheid.

De vrouw uit het Spreuken verhaal verschijnt nu aan ons als een degelijke huisvrouw, die van wanten weet en druk in de weer is. Zij is dan de pendant van de mannen in het evangelie, maar dan binnenshuis, zogezegd op haar terrein.

Maar doen wij daarmee wel recht aan die vrouw uit het boek der Spreuken, of is hier in de tekst geknipt om een bepaald model van vrouw zijn te propageren?

Hoe het ook zij, als je de tekst niet knipt, staat er een heel andere vrouw voor je. Die blijkt over veel meer talenten en hoedanigheden te beschikken. Haar activiteiten reiken veel verder dan het eigen gezin.

De vrouw uit Spreuken 31 is niet alleen een goede echtgenote en een zorgzame moeder, in de geschrapte verzen blijkt zij ook nog eens een intelligente en bekwame zakenvrouw en iemand die met kennis van zaken Gods Thora, Gods gebod en goedheid onderwijst. “Zij opent haar mond in wijsheid en Thora van goedheid ligt op haar lippen”, staat er in vers 26. Zij blijkt dus niet alleen een manager met uitstekende kwaliteiten, die van wanten weet bij aankoop en verkoop van landerijen en textiel, zij krijgt hier ook een heel eigen plaats en rol toebedeeld in de overdracht van de religieuze traditie.

Wie Spreuken 31 goed en in zijn geheel leest, ontmoet niet een vrouw die tevreden moet zijn met een plaats in de binnenkamer. Wij mogen ons verbazen en verheugen dat in zo’n oude tekst uit onze Joods Christelijke traditie een dergelijke plaats aan de vrouw wordt toegekend. Geen tweederangs persoon, maar één die zelfstandig zaken doet en wijs onderricht weet te geven. Deze naamloze figuur roept bij ons die andere zakenvrouw in herinnering, waarvan Lukas ons in Handelingen 16,14 wél de naam overlevert. Lydia, die handelde in purperen stoffen en als een der eersten in Europa haar oor en hart opende voor de boodschap van het Evangelie.

De vrouw, die ons vandaag wordt voorgesteld is van koninklijke allure en meer dan dat. Het boek der Spreuken begint met vrouwe Wijsheid die zichzelf prijst, en aan het einde van het boek ontmoeten we opnieuw een vrouwengestalte, die geschilderd wordt in de kleuren van vrouwe Wijsheid. De wijsheid, die op haar beurt weer beeld is van Gods Thora, Gods leven gevende woord voor de mens.

Maar met dat al hebben wij de tekst nog niet in al zijn rijkdom geproefd. Luisteren en lezen vereist aandacht en geduld. Want wijdere samenhangen en verbanden kunnen soms onvermoede betekenissen aan het licht brengen. Laat mij dan op één detail mogen wijzen.

In dit hoofdstuk over de voortreffelijke vrouw is er ook sprake van haar kleren. Daarbij wordt melding gemaakt van scharlaken, purper en linnen. Een joodse commentator maakt erop attent, dat het hier gaat om uiterst dure goederen. Dat een vrouw zich die kan aanschaffen, wijst op grote rijkdom en welstand. Dat is zeker waar, maar er is een ander commentaar, ditmaal van een vrouw – Katrin Brockmöller – die erop wijst dat die drie stoffen maar tweemaal in de Schrift samen worden vermeld. Hier in Spreuken 31 en in de hoofdstukken uit het boek Exodus waar gesproken wordt over de kleding van de hogepriester. Ook die gaat in scharlaken, purper en linnen gekleed.

Wat leert ons deze samenhang? De vrouw in hoofdstuk 31 van het boek der Spreuken heeft de trekken van Vrouwe Wijsheid en gaat gekleed als de hogepriester in het heiligdom. De priesterkleren maken deze vrouw niet alleen tot “priesteres van het huis”, zoals in de joodse traditie gebruikelijk is, maar zij onderwijst ook zoals de priesters de Thora, Gods woord van leven. Wie naar haar onderricht luistert en het aanvaardt, vindt de weg naar het leven. In haar priesterlijke dracht bemiddelt zij met haar wijs onderricht de ervaring van Gods nabijheid in handel en wandel van het mensenbestaan. Vrouwe wijsheid en de geleefde wijsheid van vrouwen worden daarmee van levensbelang, ja zij zijn meebepalend voor de weg van heil en zegen van ons mensen.

We hebben vandaag het evangelie laten rusten en hebben ons oor te luisteren gelegd bij een oude tekst die van een ongekende actualiteit is. Wie de vrouw in kerk en samenleving geen volwaardige plek wil toekennen, kan zich daarvoor niet beroepen op de traditie. Of beter gezegd, de oude traditie is veel ruimer en rijker dan wat er later van is gemaakt met allerlei knip- en plakwerk. En zeker moeten we er voor waken welke traditie ook voor onveranderlijk te verklaren.

Laat ons dan al die talenten die ons als man en vrouw geschonken zijn, niet begraven, maar ze wijs en gewetensvol gebruiken tot zegen van een menselijke samenleving en tot glorie van Hem die ons zijn gaven schenkt. AMEN.

 

 

Nieuwsbrief

Schrijf u vrijblijvend in en blijf op de hoogte van de activiteiten van Abdij van Egmond.

We respecteren uw privacy. Sint-adelbertabdij zal uw e-mailadres nooit delen met derden.
© 2020, Abdij van Egmond Algemene voorwaarden