Preek Sacramentsdag 2024

2024 Sacramentsdag

Wij vieren vandaag het hoogfeest van Sacramentsdag. Is dat geen verdubbeling van Witte Donderdag, en is dat wel nodig? Daarover kun je van mening verschillen, en dat mag. Maar misschien is het vruchtbaarder de vraag te stellen, wat dat feest ons vandaag zou kunnen zeggen over het geheim dat wij in dit sacrament vieren.

De eucharistie, die laatste maaltijd van Jezus met de zijnen. We vinden dat gebeuren terug in drie van de vier evangelies, en Johannes, zo weet u, heeft er een variant op met  het verhaal van de voetwassing. Dat is op zich al iets dat te denken geeft. Blijkbaar kun je het grote teken van Jezus’ leven en sterven, van zijn liefde totterdood op verschillende manieren vertellen. En ook de drie evangelisten die het verhaal van het laatste avondmaal hebben overgeleverd doen dat met eigen accenten. Zij hebben elk in zeker zin hun eigen theologie. Dat behoort tot de rijkdom van ons geloof, en alles willen terugbrengen tot één formule of tot één theologisch traktaat doet daar afbreuk aan. Wij hoeven niet bang te zijn voor eenheid in verscheidenheid. De oudste overlevering van Jezus’ leven en sterven zet er zijn stempel op als waarmerk van echtheid.

Vandaag hoorden wij het verhaal zoals Marcus dat heeft opgetekend. Het is het oudste en de overige evangelisten hebben leentjebuur gespeeld voor hun weergave van dit bijzonder moment van Jezus en zijn leerlingen, waarbij  toch elk zijn eigen toets en kleur er aan heeft gegeven.

Laat ons dan een ogenblik stilstaan bij een paar trekken uit het Marcus’ verhaal die ons misschien kunnen helpen het gebeuren met nieuwe ogen te zien en er de diepte van te peilen.

Marcus begint zijn verhaal met de zin:   “  Op de eerste dag van het ongedesemde brood, de dag waarop men het paaslam slacht, zeiden de leerlingen tot Jezus: Waar wilt gij dat we voorbereidselen treffen zodat ge het paasmaal kunt houden.” Dat is een zin om niet overheen te lezen.  Paaslam en paasmaal, die horen bij elkaar. Maar hier op een bijzondere manier. Want wat Jezus met hen gaat vieren is een paasmaal waar hij zichzelf in tekenen geeft als  paaslam. En wie het heeft over paaslam heeft het over offeren en vrijkopen. Bevrijding uit slavernij en knechtschap, bevrijding van de laatste vijand die de dood is, dat is de inzet van Jezus’ leven en sterven.  De leerlingen en wij met hen schuiven hier dus aan bij een bijzondere maaltijd, een maaltijd die een teken en een testament is. Geen doordeweeks etentje, maar een zwaar beladen moment, waar Jezus zijn leven op het spel zet in tekenen. Hij loopt vooruit op wat komen gaat.

Maar om de ware aard en de wijze van dit offer op het spoor te komen verdient ook nog een ander woord uit die eerste zin van Marcus onze aandacht.  Het gaat om het woord ‘ slachten’, offeren dat Marcus gebruikt. Dat komt in zijn evangelie alleen op deze plaats voor:  “het slachten van het paaslam” Wij weten allemaal wat slachten is, offeren, maar het woord krijgt  een andere draagkracht en inhoud als wij  het verbinden met het woord  “offer, slachtoffer”, dat bij Marcus ook maar één keer voorkomt. ( In het Grieks is het van dezelfde stam als het woord  ‘slachten’.)“  God beminnen met heel zijn hart en al zijn krachten gaat boven alle brand- en slachtoffers,”[1] zo horen wij een Schriftgeleerde instemmend zeggen op een uitlating van Jezus. Met dat citaat  in ons achterhoofd krijgt niet alleen het woord slachten maar al wat hier te gebeuren staat een andere kleur en betekenis. De laatste maaltijd van Jezus, die hier wordt voorbereid, is dus van de orde van de liefde: het laatste avondmaal gaat alle offers overtreffen, het zal er de definitieve afschaffing van markeren’[2]

Er is in de theologie, in de spiritualiteit, in de kunst en recentelijk in de cinematografie veel aandacht geweest voor het lijden en de kruisdood van Jezus. Die worden op de meest gruwelijke wijze afgebeeld en beschreven. Mel Gibson kon het niet erg genoeg afbeelden om aan te geven hoe groot en afschuwelijk het lijden van Jezus was. Dat was het inderdaad, en er is tot op de dag van vandaag nog steeds een zee van lijden dat alle verbeelding tart. Maar dat lijden is niet bevrijdend en verlossend omdat het zo groot is.

Het lijden van Jezus, waarvan het brood dat gebroken wordt en de beker van het verbond de tekenen zijn, dat lijden is maar verlossend en bevrijdend omdat het de uitdrukking is van een onvoorwaardelijk ja op een leven in trouw aan de Vader. De liefde dringt hem, zij drijft hem zich te blijven geven ook waar alles en ieder zich tegen hem keert. Zijn liefde voor allen die hem zijn toevertrouwd, voor allen die hij met de liefde van de Vader bemint, die liefde maakt geen halt voor de dreiging van de dood, hij aanvaardt ze als uiterste consequentie.

Wij vieren vandaag geen bloederig offer, maar wij vieren een liefde sterker dan de dood, een liefde die allen omvat vriend en vijand, leerling en tegenstander, een hoogte en diepte, een breedte en lengte die ons te boven gaat,

Hoe diep die liefde reikt wordt ons getoond in de passage  die vandaag helaas in de tekst is weggelaten. Daar staat dat alle twaalf leerlingen met Jezus aan tafel gaan. Judas is er dus ook bij,: “een van u zal mij overleveren, een die met mij eet”, horen wij Jezus zeggen. Dat is voor de kerk in de loop der eeuwen moeilijk verteerbaar geweest. Maar kan het anders, Jezus is gekomen om zondaars te redden en niet enkel rechtvaardigen een plaats aan de tafel te geven.  Gods liefde die ons in Jezus wordt geopenbaard,  sluit allen in. Daarvoor heeft Jezus zijn leven gegeven ook toen Judas zijn leven verspeelde. In het uur dat door Jezus het brood gebroken wordt en hij zich geeft voor ons aller heil, wordt door Judas de communio verbroken door hem over te leveren.   Hier reikt prijsgave, overgave door Judas  en het zichzelf vrij geven door Jezus met elkaar verbonden op leven en dood, maar het is de liefde die het duister zal overwinnen.

Naderen wij dan tot de tafel van de Heer als mensen die leven van zijn vergeving en sluiten wij op onze beurt niemand uit van de tafel die heil en heling schenkt.  AMEN.

Abt Thijs Ketelaars

[1] Mc.12,33

[2] David Marc D’Hammonville: Marc, l’histoire d’un choc . pg 316

Nieuwsbrief

Schrijf u vrijblijvend in en blijf op de hoogte van de activiteiten van Abdij van Egmond.

We respecteren uw privacy. Sint-adelbertabdij zal uw e-mailadres nooit delen met derden.
© 2024, Abdij van Egmond Algemene voorwaarden