Geen producten in je winkelmand.

Preek Palmzondag 2021

Markus 11,1-10

Wij zijn vanmorgen samen om de viering van de Goede week te beginnen met de intocht in Jeruzalem. Daar was destijds veel meer volk op de been dan de kleine groep die hier vanmorgen bijeen is. Dat aantal van Jeruzalem zouden wij nooit gehaald hebben, ook niet als corona ons geen parten had gespeeld. Maar wij die hier wel mogen vieren, willen de velen niet vergeten die vandaag niet kunnen aansluiten.

Palmzondag, misschien is het de meest dramatische viering van het jaar. Op Goede Vrijdag horen we ook het passieverhaal lezen, maar die dag staat al van de vroege morgen in het teken van lijden en dood. Palmzondag begint daarentegen met een juichende menigte, die Jezus volverwachting welkom heet in Jeruzalem, waar hij op een ezelsveulen binnenkomt. Maar als wij straks de passie horen, klinkt er een heel ander geluid. Het Hosanna in den hoge wordt vervangen door het luid geschreeuw ‘kruisig hem’. Dat is een draai van 180 graden. Nu kunnen we de menigte daarom kapittelen, maar laten we het niet te vlug doen. Gaat het er in onze dagen dan anders aan toe? Daar in Jeruzalem veranderden mensen in een handomdraai ten gevolge van manipulatie. Ziet het er in onze dagen zoveel anders uit? Hoe komt het dat toen en nu mensen, ja wijzelf, zo gemakkelijk veranderen? Achter wie of wat lopen wij aan? En wat is de drijfveer? Vragen van gisteren en van vandaag.

Maar buiten de velen die hosanna roepen is er in het verhaal naast Jezus nog een andere figuur. Hij valt niet op, schreeuwt niet, maar stapt stil voort: het ezelsveulen. Het is gehoorzaam en draagt stil Jezus op zijn rug.

Dat ezelsveulen ontlokt Augustinus het volgende commentaar:[1]

“Herinnert u zich dat ezeltje dat naar de Heer werd gebracht? Dat zijn wij, niemand hoeft zich daarvoor te generen. Laat de Heer maar op ons zitten en ons roepen waarheen Hij wil. Wij zijn zijn lastdier. Wij zijn op weg naar Jeruzalem. Met Hem op de rug ervaren wij geen last, maar verlichting. Met Hem als gids verdwalen wij niet: wij gaan naar Hem, wij gaan door Hem, wij gaan niet ten onder.”

Laten we dat woord van Augustinus de komende dagen in ons hart bewaren en overwegen, dat wij de stille nederigheid van het ezelsveulen tot de onze maken en wij hem volgen die niet op een paard kwam, met macht en geweld, maar zachtmoedig en nederig van hart op een ezelsveulen. Dan ligt ondanks alles Pasen in het verschiet.

Abt Thijs Ketelaars

 

[1] Preek 189.4

Nieuwsbrief

Schrijf u vrijblijvend in en blijf op de hoogte van de activiteiten van Abdij van Egmond.

We respecteren uw privacy. Sint-adelbertabdij zal uw e-mailadres nooit delen met derden.
© 2021, Abdij van Egmond Algemene voorwaarden