Preek Hemelvaart 2024

20240509 Hemelvaart Hand. 1,1-11; Ef. 4,1-13; Mc 16,15-20

Veertig dagen hebben wij inmiddels Pasen gevierd. Dat is een bekend bijbels getal. Het werd uitdrukkelijk genoemd  in de eerste lezing, waar sprake is van Jezus’ verschijnen aan de leerlingen gedurende veertig dagen na zijn verrijzenis.  Dat getal  roept bij ons misschien de veertig jaren op die Israël door de woestijn trok op weg naar het beloofde land. Beeld van een levenslange reis.

Na die veertig dagen werd Jezus ten hemel opgenomen, zo meldt Lukas ons. Veertig dagen, dat getal  evenals het beeld van het opstijgen naar de hemel vraagt om een oplettend oor en een luisterend hart.

De leerlingen waren na Jezus’ wrede dood helemaal van de kaart. Zij hadden het zich allemaal heel anders voorgesteld. En het bericht van zijn verrijzenis waarmee de vrouwen aankwamen, werd aanvankelijk niet geloofd. Kun je ze het kwalijk nemen? Hoe zouden wij hebben gereageerd? Dood is dood, en zeker zo’n dood als hij gestorven was. Het was een vloek volgens de Schrift. Maar daar bleef het niet bij. Een weg van veertig dagen hebben ze nodig gehad om de dood en opstanding van Jezus te verstaan. Veertig dagen lang legde de verrezen Heer hen de Schriften uit.  Dat was geen voortzetting van het oude bestaan. Er is geen lijk opgewekt, dat moge duidelijk zijn uit de wijzen waarop hij herkend werd. Nee, de herkenning vond plaats door de wijze waarop ze werden aangesproken, door het verwijzen naar de Schrift, en door het breken van het brood. Er was herkenning, maar er was ook onbegrip. Zij stelden vragen over het koninkrijk voor Israël, wanneer konden zij dat nu verwachten?  Hoe moet dat nu verder? Op die vraag krijgen ze geen direct antwoord. Maar wij horen wel iets heel nieuws. Jezus spreekt over de Geest die ze zullen ontvangen als vrucht van zijn totale inzet voor Gods koninkrijk. En vervolgens horen wij Jezus grenzen verleggen. De Geest die hij zal zenden, de Geest die schept en herschept, zal hen aanzetten tot aan het einde van de wereld te gaan. De liefde van Christus, zijn gave totterdood, is niet voor een kleine of selecte groep. In zijn dood en opstanding is heel de mensheid herschapen, is de Nieuwe Adam verschenen en daarvan moeten de leerlingen getuigen tot aan het einde van de wereld. Was het voor Pasen een evangelie geweest voor het Joodse volk, na Pasen is het een blijde boodschap voor alle volken. Met die opdracht wordt de kleine wereld van de leerlingen opengebroken en op zijn kop gezet. Het zal een tijd duren voordat ze er alle consequenties van overzien. En die ontdekkingstocht duurt voort tot op de dag van vandaag. Want is de universaliteit waartoe de kerk geroepen is wel doorgedrongen tot in alle  aspecten en onderdelen van haar getuigenis? Worden er misschien nog mensen of groepen buitengesloten in plaats van ingesloten?  De Geest die bij het begin van de schepping over de wateren zweefde en in Christus herscheppend aan het werk is,  laat zich niet beperken tot een kleine groep of natie, die wil heel de schepping vernieuwen in Christus en daar krijgen de leerlingen als lichaam van Christus een actieve rol in toebedeeld.

Veertig dagen en toen werd Jezus ten hemel opgenomen. Voor Jezus een nieuw begin, maar ook voor de leerlingen een nieuw begin. Jezus, opgenomen in de schoot van de Vader vanwaar hij ons ook geschonken is, toen hij als mensenkind onder ons verscheen. Teruggekeerd in die intimiteit waaruit hij als beminde zoon van God aan ons gegeven is. Hij is de weg van de mens gegaan in totale overgave aan de Vader en zijn dood was een laatste ja  en dat ja werd in de verrijzenis en de opneming ten hemel door de Vader bevestigd, liefde sterker dan de dood. Liefde van voor alle tijden, liefde in de tijd, liefde voor altijd, thuis gebracht in het huis van de Vader, zittend aan zijn rechterhand.

Veertig dagen, een woestijntijd voor de leerlingen, een oefenschool zoals Jezus ooit veertig dagen in de woestijn doorbracht en hij zijn trouw aan de Vader en aan zijn levensweg bevestigde. Veertig dagen, waarin de leerlingen de tijd krijgen om met de nieuwe situatie om te gaan. Dat bleek nog niet zo eenvoudig en dat herkennen wij misschien ook wel.

Veertig dagen, een tijd om herschapen te worden. Een tijd om door de verrezen Heer te worden onderwezen, zijn leven te herlezen in het licht vaan Pasen, een tijd om Jezus los te laten om hem te laten binnengaan in het geheim van de Vader, een tijd ook om de liefde van Christus, sterker dan de dood, op een nieuwe wijze binnen te laten in hun eigen bestaan. Niet als iets waar wij recht op hebben of wat aan een kleine groep van uitverkorenen  is voorbehouden.  Nee, de liefde van Christus moge ons de oude mens doen afleggen zodat wij bekleed kunnen worden met de nieuwe mens, toegerust met de gaven van omhoog om ons met hart en ziel te wijden aan het werk waartoe de Heer ons roept. Paulus wijdt daar prachtige woorden aan in de tweede lezing die wij hebben gehoord. Maar laat het niet bij het horen blijven, maar zetten wij ons  er ook toe ze in praktijk te brengen, opdat onze verscheurde en verdeelde aarde wordt opgebouwd tot het ene lichaam van Christus, waar wij elkaar dragen en dienen zonder onderscheid  en God alles in allen mag zijn.

Veertig dagen zijn verstreken, maar er resten ons nog negen dagen naar Pinksteren. Laten ze gevuld zijn met een eenstemmig gebed om de gaven van de Geest, dat wij ten volle toegerust worden tot het werk dat ieder van ons wacht. AMEN.

Abt Thijs Ketelaars

Nieuwsbrief

Schrijf u vrijblijvend in en blijf op de hoogte van de activiteiten van Abdij van Egmond.

We respecteren uw privacy. Sint-adelbertabdij zal uw e-mailadres nooit delen met derden.
© 2024, Abdij van Egmond Algemene voorwaarden