preek broeder Thijs zondag 15 maart 2020

A40dtijd3 2020 Joh 4,5-42

 

Dat was een lang verhaal, broeders en zusters, het langste zelfs uit het Nieuwe Testament. En het is niet alleen lang, maar het bespeelt ook meerdere thema’s, zodat je het zicht op het geheel gemakkelijk kunt kwijtraken.

Waar gaat het verhaal eigenlijk over? Daar is in de traditie heel wat over geschreven en  gepreekt. En dat levert geen eenstemmig koor op. Reden te meer om vandaag bescheiden te zijn en tegelijk goed te luisteren.

Maar  bij de voorbereiding kwam ik een samenvatting tegen die me raakte. Het hele verhaal teruggebracht tot één zin. ‘ Zij kwam voor water en ging naar huis met de bron’.[1] Dat lijkt me inderdaad de spijker op zijn kop te slaan. ’ Zij kwam voor water en ging naar huis met de bron’. Wat kun je meer wensen dan dat?

Maar wat is er dan allemaal gebeurd en hoe is dat gegaan? Laten we samen bij een aantal details stil staan om iets van de reikwijdte van de tekst te proeven.

Het gaat om een ontmoeting van twee personen. De ene is Jezus en de andere een Samaritaanse vrouw. De een is moe en dorstig. Rond het middaguur, op het heetst van de dag, gaat hij bij een put zitten.  De ander komt met haar kruik om water te putten op een uur dat er gewoonlijk niemand anders is. Opvallend, want vrouwen gaan op het heetst van de dag geen water putten, dat doe je in de avondschemer. Denk maar aan Rebekka[2] die water ging halen en daar in de avond een drukte aantrof van jewelste. Waarom komt die Samaritaanse op dat ongebruikelijke uur? Wil ze misschien het gezelschap ontlopen, is ze bang te worden nagewezen of commentaar te krijgen?

Maar laten we nog even stilstaan bij Jezus, die daar bij de put is gaan zitten, vermoeid van de tocht. Dat is een opmerkelijke zin in het evangelie van Johannes, waar Jezus’ menselijkheid door goddelijkheid wordt omgeven. Daar valt hier op het eerste gezicht weinig van te bespeuren. We zien een Jezus die aan het eind van zijn krachten is en een plek zoekt om  op verhaal te komen. Die kwetsbaarheid van Jezus, die heel menselijke trek, we kunnen er aan voorbijgaan op zoek naar een diepere, geestelijke, goddelijke waarheid, maar misschien lopen we die dan juist mis. Als hij onze menselijke staat tot in zijn diepste armoede heeft omarmd, dan vraagt deze uitgeputte Jezus om een lange overweging van onze kant. Die dorstige Jezus, zegt hij ons iets over Gods dorst, Gods dorst naar leven voor elk mensenkind.

Twee mensen die elkaar toevallig ontmoeten bij de put,  twee mensen die dorst hebben. Die nood hebben aan water. En dan ontspint zich een gesprek. En als we dan toch op de details willen letten, dan horen we hoe Jezus begint met een vraag: ‘Geef mij wat te drinken.’ Is dat geen meesterlijke insteek voor een gesprek? Hij plaatst zich niet boven de vrouw, hij begint ook niet met haar vragen te stellen over haar presentie op dit uur, en nog minder begint hij met haar aan te spreken op haar leefwijze of met het oproepen tot bekering. Niets van dit alles. Dat hij hier in vreemd land een vrouw treft met wie hij eigenlijk niet behoort om te gaan, is voor de vrouw misschien een probleem, maar Jezus gaat aan conventies en grenzen voorbij als het om leven gaat. Niets houdt hem er van af met haar in gesprek te gaan, en wel als gelijken. En met die bescheidenheid en fijngevoeligheid schept hij de openheid voor een gesprek op een dieper niveau. Het water waarvoor ze beiden naar de put gekomen zijn, brengt hen gaandeweg naar de innerlijke bron, die hen beiden tot lafenis is gegeven, maar waar de vrouw voorlopig nog geen toegang toe heeft.

Zouden wij als kerkgemeenschap niet heel wat kunnen leren van deze houding van Jezus? Niet de mensen benaderen vanuit de hoogte, ook niet agressief een boodschap aan de man of vrouw brengen, maar aansluiten bij de situatie waar de ander zich bevindt en dan samen op weg gaan , luisterend en vragend, om de bron zoeken die levend water geeft.

Jezus is de vragende aan het begin van de ontmoeting, maar gaandeweg raken de rollen omgekeerd. Nu is zij het die dorst. Eerst is dat nog een verlangen naar water dat haar verlost van het steeds weer naar de put moeten komen, maar als Jezus haar een vraag stelt naar haar relatie, neemt het gesprek een andere wending.

‘Ga uw man roepen’,  over dat gedeelte in het verhaal is inmiddels heel wat inkt gevloeid. Nieuwsgierig graven, niet naar levend water, maar naar het seksuele leven van de vrouw. Veel van die commentaren ademen een heel ander sfeer dan Jezus optreden. Hij is niet aan het gluren en gissen, maar hij laat de vrouw zonder beschuldigingen of verwijten te maken in de spiegel kijken om haar zo te helpen haar ware dorst te ontdekken. Waar leef je voor, en waar leef je uit?

De vrouw heeft dorst, maar Jezus evenzeer. Hij heeft inmiddels zijn droge keel vergeten en dorst er naar dat deze vrouw de bron zal ontdekken waaruit levend water ontspringt.

In dit gesprek van hart tot hart, wordt die levensader aangeboord, al gaat dat niet van zelf. De Samaritaanse poogt zich nog te verschuilen achter de vraag of God nu hier of elders moet worden aanbeden. Maar Jezus gaat daar niet in mee. Integendeel, hij geeft zich helemaal bloot. Het is de eerste keer in het evangelie van Johannes dat hij een ‘ik ben’[3] uitspraak doet. Het is een vrouw die dat voorrecht heeft, en nog wel een Samaritaanse. Hij wijst naar zichzelf: ‘Ziet de mens’[4], Gods presentie is te vinden in deze mens die hier voor je staat en je wil laten delen in het levende water.

En de vrouw die aan het begin van het verhaal  op het heetst van de dag naar de put kwam om toch maar niemand te ontmoeten, zij is op het eind van het verhaal een vrouw die anderen samenbrengt en deelgenoot maakt van wat haar overkomen is. Zij schaamt zich voor niets of niemand meer., zij put nu uit een andere bron. Ja, zij wordt apostel: ‘kom en zie’[5]. Geen droge catechismusles, nee, zij neemt de mensen mee naar Jezus, terwijl ze haar ervaring vertelt. Zij gunt ook ons die leven schenkende ontmoeting, waarin wij op onze beurt Jezus leren kennen als degene die leven schenkt, voorbij alle mislukking, veroordeling of kwetsuren. Nieuw geboren, gelaafd en gesterkt uit de bron van levend water opborrelend tot eeuwig leven. AMEN.

 

 

[1] Rev. Donn Moomaw, geciteerd door Fr. Büchner: The gospel of John p. 273

[2] Vgl. Gen. 24

[3] Joh. 4,26

[4] Joh. 19,5

[5] Joh. 1,39; 1,46

Nieuwsbrief

Schrijf u vrijblijvend in en blijf op de hoogte van de activiteiten van Abdij van Egmond.

We respecteren uw privacy. Sint-adelbertabdij zal uw e-mailadres nooit delen met derden.
© 2020, Abdij van Egmond Algemene voorwaarden