Geen producten in de winkelwagen.

Preek Aswoensdag 2022

Aswoensdag 2022 Joël 2,12-18; 2Kor. 5,20-6,2; Mt. 6,1-6+16-18

Vorig jaar was het leven ontregeld door het covid virus toen wij de veertigdagentijd begonnen, dit jaar is er een andere vijand die ons leven bedreigt. En ook dit keer is het een crisis die heel onze wereld in zijn greep heeft. Wij hebben er niet voor gekozen, maar nu het ons treft is de vraag: hoe gaan wij ermee om?

Hoe gaan wij met het leven om, dat van anderen, dat van onze aarde en dat van onszelf? Die vraag komt op deze Aswoensdag op ieder van ons heel persoonlijk toe. Een vraag als een weg: waaruit leef ik, waarvoor leef ik en waar leef ik naartoe?

Vragen, zo oud als de mens, vragen die hun weerslag hebben gevonden in de Schrift, dat boek van ons geloof. Vanaf Adam tot op de dag van vandaag wordt ons leven getekend door die vragen en door de antwoorden die wij geven. Niet abstract, maar levenderwijs, geen theorie in een boek opgetekend, maar een weg geschreven in het leven van mensen van vlees en bloed.

De liturgische tijd die wij vandaag beginnen, wil ons helpen om het antwoord van een kompas te voorzien. Want waar dat ontbreekt, lopen wij verloren. Wij zien het om ons heen gebeuren op kleine en grote schaal.

Wij maken in deze veertigdagentijd een reis die ons van de gebrokenheid en de vergankelijkheid van ons bestaan wil leiden naar de herschepping van dat broze bestaan van ons mensen. Van dood naar leven.

Dat is een pad van veertig dagen, het bijbels getal voor een heel leven, want het is geen sinecure en het vergt moed en volharding. Daar kun je voor terugschrikken, je kunt er ook over mopperen zoals onze voorouders in de woestijn, want is het leven al die moeite wel waard? Waar doe ik het voor, waar leidt het heen? In dagen als de onze wordt ons geloof beproefd, als de nacht de zon van het leven lijkt te overschaduwen. Maar ook op die weg hebben wij voorgangers die ons bemoedigen kunnen, want zij hebben de nacht doorstaan.

Wij beginnen vandaag de tocht als mensen stof uit de aarde en bij de asoplegging wordt er nog aan toegevoegd ‘en tot stof zul je wederkeren’.  Zo sterfelijk zijn wij als een windvleugje, een bloem die verwelkt. Wij hebben dus niets om ons op te laten voorstaan. Voor je het weet, is er het einde. Waarom ons dan zo nodig laten gelden, hakken in het zand zetten en rechten opeisen, spelen met het leven van anderen alsof jij of ik heer en meester bent van het bestaan. Stof zijn wij en niet meer. Maar dat hoopje niets heeft God zijn adem ingeblazen om er een levende mens van te maken, geroepen om te leven, geroepen om leven te geven en leven te hoeden.

En zo beginnen wij de veertigdagentijd als mensen van niets, maar onverdiend begenadigd met leven. Het zou ons dankbaar mogen stemmen en bescheiden, nederig, want wie zijn wij? Stof uit de aarde, leem waarmee de grote pottenbakker aan het werk gegaan is om er een sieraad van te maken, een kruik waaruit anderen gelaafd kunnen worden.

Een levende mens, broos en breekbaar, maar ook geroepen en begenadigd om op de weg van het leven samen met anderen een gemeenschap op te bouwen waarin God verheerlijkt wordt, waar de mens de adel van zijn wezen tot zijn recht laat komen in zorg voor zijn naaste en zorg voor de aarde, die tuin die hij bewonen mag. Maar gaandeweg lijkt die tuin steeds meer te verzanden in een woestijn van afgunst en hoogmoed, van machtsstrijd en doodslag, waar geen leven meer veilig is en de naaste als vijand wordt gezien in plaats van broeder en vriend.

Wij zien het dezer dagen weer op een beangstigende wijze gebeuren. En het leven, dat kostbaar geschenk, is niet meer in veilige handen. Je zou eraan gaan wanhopen.

En juist daarvoor wil deze veertigdagentijd ons bewaren. Want op die moeizame weg wordt ons een doel voor ogen gehouden, een einder waar de zon der gerechtigheid over ons opgaat, ons herschept.

Want op die woestijnweg gaat één ons voor als leidsman ten leven, één die de hitte van de dag en het duister van de nacht niet heeft geschuwd, die de roeping die ons is toebedeeld met hart en ziel en alle kracht is gegaan en die niet geaarzeld heeft voor ons door het vuur te gaan.

Wij worden geroepen, broeders en zusters, om in deze veertigdagentijd in Jezus’ voetstappen te treden, om in zijn gevolg de weg te gaan. Niet óm te zien, maar om ons heen te zien om niemand van onze tochtgenoten te verliezen en tegelijk met de blik gericht op de einder waar hij ons wacht, die alles heeft volbracht. Hij wil van ons Paasmensen maken, gaande weg en aan het eind in Licht gehuld.

Wij beginnen een reis van veertig dagen. En de Heer zelf geeft ons vandaag in het evangelie het gereedschap voor de tocht. Aalmoezen, bidden en vasten, die drie. Hij heeft ze zelf gebruikt en hij heeft ons metterdaad getoond hoe effectief ze zijn. Het gebed vormt het hart van de drie. Wij laten er ons vormen en bezielen door de Geest die ons maakt tot mensen van God. Mensen geroepen om het leven met anderen te delen, om te geven en vergeven zoals ons door God elke dag weer gegeven en vergeven wordt. Uit die vergeving leven wij en uit die vergeving putten wij om anderen leven te geven, zeventig maal zeven maal. En dan dat ander instrument, het vasten. Dat is meer dan een afslankcursus, tenzij wij het verstaan als een oefening om ons te bekeren van onze overdaad tot vrijgevigheid en mededeelzaamheid, maar boven al is het een middel om ons te oefenen in een innerlijke houding waar wij niet onszelf met zijn begeertes en verlangens in het midden plaatsen, maar waar wij leren leven als mensen met een zuiver hart. En zo wordt de aalmoes geen duit in het zakje, maar de gave van onszelf.

In deze dagen van dreiging krijgen wij een weg aangeboden die ons en onze wereld wil leiden in sporen van waarheid en leven voor allen, dichtbij en veraf. Heden is het daartoe de gunstige tijd, zegt Paulus. Laten wij dan niet aarzelen en begeven wij ons op weg. AMEN.

Abt Thijs Ketelaars

Nieuwsbrief

Schrijf u vrijblijvend in en blijf op de hoogte van de activiteiten van Abdij van Egmond.

We respecteren uw privacy. Sint-adelbertabdij zal uw e-mailadres nooit delen met derden.
© 2022, Abdij van Egmond Algemene voorwaarden