Geen producten in je winkelmand.

Preek 20 juni 2021

Afgelopen dinsdag hebben we onze broeder Simon begraven. Tijdens de eucharistie lazen we het Emmausverhaal. Dat was zijn laatste wens. Heel zijn leven had hij inspiratie en bemoediging geput uit dat verhaal. Hij was en is niet de enige. Het verhaal spreekt tot de verbeelding en is heel herkenbaar. Zijn we niet allemaal onderweg en ontmoeten we niet dagelijks tochtgenoten?

Die Emmaüsgangers waren onderweg en er wordt zelfs verteld waarheen ze liepen. Maar de goede verstaander ontdekt toch ook dat ze eigenlijk geen grond onder de voeten hadden, want heel hun leven verkeerde in crisis en ze wisten niet waarheen en waartoe. Was er wel toekomst voor hen, nu de man van wie ze alles hadden verwacht, gekruisigd en gestorven was? Maar dan is er die derde in het verhaal, die ze aanvankelijk niet hebben opgemerkt, ze hebben hem niet herkend.

Geen grond onder de voeten. Ze verkeerden zogezegd in zwaar weer. Het is een situatie die we moeiteloos kunnen herkennen. Is het niet voor onszelf, dan kennen we wel andere mensen die in dit schuitje zitten. En hoe dan verder?

Het verhaal van de Emmaüsgangers speelt zich af op het droge, het vaste land. Dat is bij een eerste blik het tegendeel van de storm op het meer. Maar schijn bedriegt soms. Misschien lijkt het verhaal dat wij zojuist uit Marcus hebben horen voorlezen meer op het verhaal dat broeder Simon zo lief was, dan we aanvankelijk dachten.

De leerlingen zitten letterlijk en figuurlijk in de boot. Spaans benauwd hebben ze het en ze zijn bang dat ze met man en muis zullen vergaan. De wind zit tegen, ja meer nog, het stormt vervaarlijk. Doodsangsten staan ze uit, niet wetend of ze het volgend moment nog zullen leven. Sla er de krant of het nieuws maar op na, het is een verhaal van alle tijden.

Maar dan, in hun angst storen ze zich aan Jezus die prinsheerlijk op de achtersteven ligt te slapen. “Kan het je niet schelen dat we vergaan?” Iedereen in paniek en hij ligt als Jona onbekommerd te slapen. Hoe haalt hij het in zijn hoofd. Is hij dan helemaal niet bezorgd voor zijn makkers die hij in de boot genomen heeft? Laat het hem koud of is hij niet bij machte een keer te brengen in hun lot? Je zou het haast denken en dan ben je niet de enige.

Wie een beetje met de Schrift vertrouwd is, herkent de beschuldiging van de leerlingen. Hoe vaak wordt God niet verweten dat hij doofstom is voor het geroep. Waarom Heer blijft gij zwijgen? Hoelang blijft het nog duren? Sta op en kom ons te hulp. Woorden uit een ver verleden, woorden die nog dagelijks over heel de wereld worden gebeden en gehoord. Je zult in India wonen midden tussen de talloze coli doden of in Syrië waar je je leven niet veilig bent, of in Mexico waar de straten zich vullen met doden in de strijd om drugs. Waarom Heer? Of je zit in Amsterdam driehoog waar de eenzaamheid je aanvliegt en je levensboot in zwaar weer verkeert.

We weten en kennen het allemaal, dichtbij of veraf. Overvallen door angst, omdat het schip van het leven dreigt te zinken. Doodsangsten uitstaand omdat je meent dat je er alleen voorstaat, geen redder aan boord.

Angst kan verlammen, de blik vernauwen en je kijk op de situatie vertekenen. Misschien moeten we het verhaal van de storm op het meer een aantal keren herlezen, pauzes inlassen, stiltes nemen, om te ontdekken dat er één in de boot zit die geen angst kent. Zij schreeuwen in stervensnood, maar Jezus is bij hen in de nood. “In die wankele boot, omgeven door het woelige water, houdt Jezus hun gezelschap. Hij rust in hun midden, heen en weer geslingerd zoals zij, en doornat zoals zij.”[1] Maar dat biedt hun geen troost of hulp, integendeel, ze maken hem verwijten.

En toch, wordt ons in die slapende Jezus niet getoond, dat er bij ons één in de boot zit, één met ons gaat, die niet beducht is voor de overslaande golven en die in doodsnood blijft vertrouwen op God die leven geeft? We hebben een tochtgenoot die niet bevangen is door vrees zoals wij, maar die in alle menselijkheid zich geborgen weet onder Gods vleugels.

Wij zijn in zwaar weer niet alleen, ook al hebben we misschien die indruk, en voelen we ons door God verlaten.  Hij is aan boord, maar niet met de vrees die ons in zijn greep heeft, maar met een overgave die gedragen wordt door de Geest. Die Geest die vanaf het begin over de woelige wateren waait en leven uit de chaos tevoorschijn doet komen.

Wie of wat zal ons scheiden van de liefde van Christus, schrijft Paulus en dan noemt hij een aantal situaties die niet veel verschillen van deze storm op het meer. Hij, Christus, is aan boord en hij blijft aan boord, ook als de golven over de boot slaan.

“Waarom zijn jullie zo bang? Hebben jullie nog geen geloof?” Die vraag van hem is dan ook geen beschuldiging, maar eerder een uitnodiging. Hebben jullie nog niet ontdekt dat God met ons is tot in de chaos? In die verlorenheid is hij niet ver gebleven, tot daarin is hij afgedaald en gaat hij met ons de weg.

Ik moet hier denken aan menige aantekening in het dagboek van Etty Hillesum, die midden in de nacht van het leven niet ten onderging aan de zee van dood en onmenselijkheid.  De laatste woorden die wij van haar hebben staan op een kaart die ze schreef in de trein op weg naar Auschwitz en uit de wagon wierp. “De Heer is mijn hoog vertrek”,[2] een citaat uit psalm 18. Het is als horen we een echo van Jezus, die in de boot lag te slapen. Midden in de dood geborgen in Gods leven.

De twee leerlingen liepen verloren, de dood in de schoenen. De leerlingen in de boot vreesden in de golven ten onder te gaan. Maar er was een derde wiens leven gevende nabijheid ze over het hoofd zagen.

En wij, moge het ons gegeven worden te vertrouwen op die niet vermoede tochtgenoot, altijd en overal.

Voor U in deemoed, met U in geloof, in U in stilte [3]. AMEN.

Abt Thijs Ketelaars

Mc. 4,35-41

[1] Debie Thomas Mc 4,35-41

[2] Etty pg 702, kaart van 7 september 1943

[3] Dag Hammarskjöl

Nieuwsbrief

Schrijf u vrijblijvend in en blijf op de hoogte van de activiteiten van Abdij van Egmond.

We respecteren uw privacy. Sint-adelbertabdij zal uw e-mailadres nooit delen met derden.
© 2021, Abdij van Egmond Algemene voorwaarden