Geen producten in de winkelwagen.

Preek 30 oktober 2022

Cdhj31 2022 Wijsheid 11,23-12,2

 

Wij lezen in de eucharistie niet zo vaak uit het boek van de Wijsheid.  Dat boek is in de katholieke bijbel terecht gekomen dankzij Augustinus. Het is niet in het hebreeuws geschreven en daarom wilde Hieronymus het niet opnemen in de canonieke geschriften van de bijbel. Augustinus was het daar niet mee eens, volgens hem moest er ook plaats zijn voor een aantal boeken die in het Grieks geschreven waren. De Rooms katholieke en orthodoxe traditie is hem daarin gevolgd. Dat geschrift is vermoedelijk kort voor de christelijke jaartelling geschreven in het Egyptische Alexandrië. Dat was toen het mekka van geleerdheid in de Mediterane wereld. Het boek is een soort hervertelling van een gedeelte van de hebreeuwse bijbel, waarbij de schrijver zich eraan waagt de oude verhalen te vertalen in de taal en de filosofie van zijn dagen. En dat was in Egypte een mix van de Griekse en Hebreeuwse cultuur en filosofie. Wanneer nu in onze dagen gepoogd wordt de boodschap van de Schrift te vertalen in de wereld en de taal van onze tijd is er dus niets nieuws onder de zon. Dat is al zo oud als de Schrift zelf.

Maar nu de passage die ons vandaag is voorgelezen. De draagkracht daarvan wordt pas echt duidelijk als we de bredere samenhang niet uit het oog verliezen. Die woorden volgen namelijk op het verhaal van Israëls verblijf in Egypte. Zij kwamen er ten tijde van een hongersnood in eigen land. Aanvankelijk waren ze welkom in den vreemde, maar de stemming sloeg daar om en het leidde tot verdrukking, niet tot uitwijzing. Ze tot slaaf maken was veel lucratiever voor Egypte. Maar gaandeweg kwam er verzet en Mozes en Aäron pleitten voor verandering. “laat het volk in vrijheid gaan’, Maar de herhaalde roep was aan dovemans oren gericht. De farao wilde er niet van weten. En toen het volk tenslotte uittrok, achtervolgde het leger  hen en daarbij  gingen Egyptes strijdwagens en soldaten zelf ten onder. Israël ontkwam ternauwernood door Gods bijstand. Zo kennen wij het verhaal. Maar dan voegt de schrijver iets opmerkelijks toe. Hij zegt dat God niet heel Egypte prijs gaf aan de dood.  Dat wilde Hij niet. Dat mag verbazen, want het betekent dat de veiligheid van Israël een kwetsbaar iets blijft. Waarom heeft God Egypte niet met wortel en tak uitgeroeid? Was de misdaad dan niet groot genoeg? Waarom een volk dat dood en verderf zaait, zelf in leven laten? Ja, het kan niet ongestraft blijven en dat blijft het ook niet, er vielen slachtoffers en waren in Egypte doden te betreuren. Maar dan volgen de woorden die wij zojuist in de eerste lezing hebben gehoord. “Gij God houdt immers van alles wat bestaat en verafschuwt niets van wat Gij geschapen hebt.” Dat is een zin om vele malen te herhalen en van alle kanten te bekloppen en te beluisteren. En die zin krijgt nog ruggensteun van een volgende zin “Ja, alles spaart Gij, want alles is van U.” Dood en ondergang is niet wat God voor ogen staat of met ons voorheeft. “Gij houdt immers van alles wat bestaat”, en wat je lief is kun je toch niet verwensen of vernietigen? Zou je niet veeleer willen dat er een ommekeer en bekering ten leven zou komen en dat de tegenstanders die elkaar vandaag naar het leven staan zich zouden verzoenen? En zo komt de schrijver al mediterend tot het gelovig inzicht dat God bij alle destructie en vernietiging zoekt naar een begrenzing omdat alle mensen hem ter harte gaan. Hij zoekt te sparen om leven mogelijk te maken. Israël hoop op een totale vernietiging van Egypte kunnen wij ons levendig voorstellen, maar dood, ook de dood van de vijanden brengt geen leven voort, maar hooguit nog meer doden. Vernietiging is niet Gods parool, maar sparen, in de hoop op omkeer, want Egypte en Israël zijn beiden werk van zijn handen en hij houdt van alles wat hij geschapen heeft. Waarom de vijanden van vrede en een veilig bestaan laten voortbestaan? Het is geen vraag uit een ver verleden alleen. Je zult in Oekraïne wonen, in Ethiopië of Eritrea of op een van die andere plaatsen waar dood en verderf wordt gezaaid. De schrijver van het boek wijsheid probeert ons een pad te wijzen door het mijnenveld van woede, boosheid en agressie waar mensen  en hele volkeren elkaar naar het leven staan. Hij spreekt geen gemakkelijke en goedkope woorden, maar ze zijn wel een licht op ons pad om te voorkomen dat duisternis de overhand krijgt en alle lichten doven. De tekst zegt niet dat er geen onrecht is, die tekst zegt ook niet dat God het kwaad goedkeurt. ‘Gij houdt van alles wat bestaat’’ en “alles spaart Gij, want alles is van U”,  die woorden geven ons te verstaan, dat God een God van barmhartigheid is, die steeds weer een kans wil geven voor een nieuw begin.  Het slot zei het zo: “Gij straft de zondaars met mate, opdat zij hun boosheid verlaten”.  Wij zijn niet geschapen om dood en verderf te zaaien, om anderen te knechten of van het leven te beroven. Met zo’n gedrag verloochenen wij het wezen van ons mens-zijn, want wij zijn geschapen om te beminnen als kinderen Gods. Ja, God  blijft hopen en tijd geven voor een omkeer, voor een keuze die het leven van jan en alleman rechtdoet. God wil Egypte en Israël het leven geven, Hij wil Rusland en Oekraïne leven geven, want beiden heeft Hij geschapen, van beiden houdt Hij.

Is dat wereld vreemde taal? Ja, want het komt niet overeen met wat wij zien.Het is geloofstaal, die ons bemoedigt en aanzegt dat er van Godswege steeds de mogelijkheid is tot een nieuw begin. Ook voor hen die nu lijnrecht als vijanden tegenover elkaar staan op leven en dood. Die ervaring is reëel, maar wij worden opgeroepen het niet daarbij te laten, maar te blijven zoeken naar een opening, te blijven geloven in leven voor allen. Dat is soms een heel smalle weg, het gaan door het oog van de naald. Een weg waar de angst en het daaruit voortkomend geweld wordt afgelegd, een weg waar vooroordelen en valse ideeën prijsgegeven worden, waar miskenning en wantrouwen niet het laatste woord krijgen, maar waar het kompas van het vertrouwen wordt gevolgd, soms met kleine schreden. Wij worden geroepen elkaar dichtbij en veraf, in klein en groot verband, toekomst te geven in Gods naam. AMEN.

Abt Thijs Ketelaars

 

Nieuwsbrief

Schrijf u vrijblijvend in en blijf op de hoogte van de activiteiten van Abdij van Egmond.

We respecteren uw privacy. Sint-adelbertabdij zal uw e-mailadres nooit delen met derden.
© 2022, Abdij van Egmond Algemene voorwaarden