Preek 28 augustus 2022

C22dhj 2022 Luc 14,1. 7-14

Wij hebben afgelopen dagen in kranten en in andere media veel aandacht gezien voor de situatie in Ter Apel. Ten hemel schreiende beelden die doen denken aan kampen in oorlogsgebied. Hoe is het in Gods naam mogelijk? In de berichtgeving wordt veelal verwezen naar het falen van de regering. Er is steeds meer beknibbeld op opvang en zorg voor asielzoekers lezen wij.  Dat zal waar zijn, maar in ons land is het tot nu gelukkig nog altijd zo, dat een regering gekozen wordt door het volk. Met een beschuldigende vinger naar het bestuur wijzen is dus maar de halve waarheid.  Wat bezielt ons dat wij als kiezers het zover hebben laten komen? Die vraag is des te klemmender omdat wij ons graag laten voorstaan op onze humanitaire en christelijke principes.  Grote woorden, maar waar blijven de daden?  Is het niet de hoogste tijd dat wij ons collectief en individueel de vraag stellen, waartoe wij als mens geroepen zijn, wat is in onze ogen een leven waard, en dan niet alleen het onze, maar dat van elk mens. Hoe kunnen wij ons gedrag rechtvaardigen als onze christelijke traditie gebouwd is op het fundament ‘wat gij niet wilt dat u geschiedt doet dat ook een ander niet.  En mocht dat woord in onze zogezegde post christelijke cultuur niet meer gelden, laat ons dan elkaar bevragen en luisteren op welke grondslag wij een samenleving willen bouwen waar elk mensenkind in tel is.

Ja, maar wij kunnen niet het leed van de hele wereld op ons nemen, en ons kleine landje zit al vol. En wat dan als wijzelf op enig moment elders aan de deur kloppen omdat ons eigen land een woestijn is geworden of anderszins niet meer bewoonbaar is? Hopen wij dan een andere ontvangst te krijgen dan die wij nu geven?

Het leven is een kostbaar goed en een bijzonder geschenk, maar wil het zijn glans behouden of krijgen, dan is er ook werk te verzetten. Elke dag opnieuw en ook dan nog worden wij geconfronteerd met duisternis en dood die ons bestaan overhoop kunnen halen.

Waartoe zijn wij op aarde? Het is de eerste vraag uit een verdwenen catechismus. Het boekje is misschien tweedehands nog verkrijgbaar, maar de vraag is actueler dan ooit. Het geluk van ons eigen bestaan en dat van heel veel anderen, ja van heel de mensheid, hangt af van het antwoord. En dat niet als een antwoord van het verstand, maar als een wijze van leven, als een zich met hart en ziel en alle kracht inzetten.

Het evangelieverhaal toont ons vandaag Jezus als gast in het huis van een van de voornaamste Farizeeën. Er wordt een feestmaal gegeven en Jezus is ook van de partij. En Lucas vertelt hoe het eraan toe gaat. En we ontdekken al gauw, dat er niets nieuws onder de zon is. De eeuwige strijd om de beste plaatsen. Er zijn er die kost wat kost bovenaan willen zitten, die gezien willen worden.

Jezus ziet het allemaal gebeuren en hij heeft het lef de mensen erop aan te spreken. Dat doet hij niet om iemand te kleineren, maar hij wil ons  bevrijden. Waarom die wedijver, die afgunst en dat ellebogenwerk?  Jezus wil ons vandaag bevrijden van een leven dat zo nodig hogerop wil, omdat het denkt anders niet mee te tellen.

Juist als de mensen uit het evangelie behoren ook wij tot de genodigden aan het feestmaal van het leven. En net als zij hebben wij daarvoor geen toegangsprijs hoeven te betalen. We hebben allemaal gratis toegang gekregen.  Sommigen hoor je wel eens zeggen dat ze om die kaart niet hebben gevraagd, maar dat is een ander verhaal.  Vandaag gaat het in het evangelie om mensen die er als de kippen bij zijn om niets te missen en de beste plaatsen te krijgen. Jezus kijkt ervan op. Waartoe dat dringen en verdringen aan de tafel van het leven?  Heb je meer rechten? Waartoe toch die wedijver en die jaloezie?  Zo oud als de mens, ja, maar vanaf den beginne toch ook geroepen om te leven en te laten leven als kinderen Gods. Allen begiftigd met het leven, en geen van ons heeft er meer recht op dan een ander. Niemand is in Gods ogen minder. Aan Gods tafel wordt niemand buitengesloten of naar een lagere plek verwezen.

Hoe zou het feestmaal van het leven eruitzien, broeders en zusters, als we uit dat geloof zouden durven leven? Geen samenleving van ellenbogenwerk, van naijver en agressie, geen hoog of laag, maar allen kinderen Gods, bemind en gezien, van harte welkom aan de tafel van het leven, ieder met zijn eigen gezicht.

Dat optreden van Jezus getuigt van moed. Het getuigt ook van een innerlijke kracht. Wat hij hier vertelt, is niet het verhaal van een buitenstaander.  Hij geeft in deze woorden te kennen wat de ziel is van zijn leven, wie en wat hem drijft. Waaruit hij leeft en waarvoor hij leeft. Hij leeft uit Gods adem, ware zoon van God, die elk mens leven gunt en geeft. Hij waagt het zijn leven te verliezen, want door het te geven, door anderen leven te geven, wint hij het zelf.  Door de Vader gedragen in leven en sterven, tot over de dood heen.

Waaruit leven wíj? Waarvoor léven wij? Wie of wat bepaalt ons doen en laten? Willen wij misschien niet delen, omdat wij ons veilig bestaan niet kwijt willen raken? Of houden wij de deur misschien dicht omdat wij bang zijn, want wat voor volk halen wij in huis of in de straat? Het zijn allemaal kinderen Gods, niet beter of slechter dan wijzelf. Zouden wij niet allen winnen, vreemdeling en honkvaste Nederlander, als wij niet leven ten koste van elkaar of uit angst voor elkaar, maar als wij samen, samen, de weg zouden gaan, elkaar tot stut en steun, tot hulp en zegen? Is het gemakkelijk? Nee. Is het de moeite waard? Ja, het draagt de belofte in zich van goddelijk leven, van een nieuwe aarde, leven in al zijn volheid. AMEN.

Abt Thijs Ketelaars

Nieuwsbrief

Schrijf u vrijblijvend in en blijf op de hoogte van de activiteiten van Abdij van Egmond.

We respecteren uw privacy. Sint-Adelbertabdij zal uw e-mailadres nooit delen met derden.
© 2024, Abdij van Egmond Algemene voorwaarden