Preek 1e Pinksterdag 2023

20230528 Pinksteren Hand. 2,1-11; 1Kor. 12,3b-7. 12-13; Joh. 20,19-23

In onze dagen komt de kerk veelal negatief in het nieuws. Daar zijn gegrond reden voor. Maar het is niet de hele waarheid. Er is ook de onbaatzuchtige inzet van tallozen die wereldwijd handen en voeten geven aan het evangelie. Op deze Pinksterdag vieren wij de geboorte van de kerk.  En omdat bij een geboorte de misstappen nog niet te zien zijn, krijgen wij vandaag alle gelegenheid om onbevangen naar dat nieuwe leven te kijken. Wie weet, wordt het voor ons een moment om zelf herboren te worden en ons als bevlogen en bezielde mensen in te zetten voor het lichaam van Christus dat de kerk is.

Pinksteren, een nieuwe geboorte. Dat verhaal begint eigenlijk al bij de schepping van de eerste mens. Daar zien wij hoe uit het stof van de aarde een levende mens tevoorschijn komt wanneer God zelf er zijn levensadem inblaast, zijn Geest. Het begin van een lang verhaal van vallen en opstaan. Want waar de mens geen ruimte laat aan die levensadem, waar hij kiest voor een ander Geest, dreigt het leven steeds weer een prooi te worden van chaos en dood. Maar Gods Geest blijft almaar zoeken waar er plek voor haar is. Tegen de stroom in misschien, soms als een stille bries dan weer als een storm die neerhaalt wat zich machtig verheft.

En dan is er die ene, uit Gods adem geboren, ontvangen in een hart dat zich opende wijd als de wereld, mens geworden en onder ons weldoende rondgaand. Jezus is zijn naam, God reddend nabij. Die reddende presentie kreeg te maken met tegenweer, met afgunst, jaloezie en machtspolitiek. En daarvoor is niets en niemand veilig en de leugentong zorgde voor de dood. Dat koninkrijk van God verloor zo zijn vaste plek op aarde. God ontrukte die eersteling van zijn schepping evenwel aan de klauw van de dood, want liefde is sterker dan de dood. Maar hoe verging het zijn leerlingen? Het leek het einde, maar zoals Gods adem eens over de donkere oerwateren zweefde, zo zocht zijn Geest die Jezus had bewoond nu een nieuwe plek in hun bestaan.  En uit de verhalen blijkt dat dit niet zonder slag of stoot ging.  Geldt dat niet voor ons allen, wanneer wij met de dood worden geconfronteerd?

En zo zien wij vandaag in het evangelie de leerlingen achter gesloten deuren zitten. Ze hebben zich verschanst, niemand kan erin, niemand kan eruit, een graf gelijk. Maar ook hier zien wij een nieuwe schepping, een geboorte als in het oerbegin. Was het daar doodswater, hier is het een doodskroft waar Jezus binnenkomt en over hen blaast zoals God ooit de eerste mens zijn adem inblies. Een groepje doodsbange mensen, stof en as, zonder hoop en toekomst ontvangt de adem die Jezus bezielde. Dat hoopje stof dat zij zijn, het wordt een bezield lichaam, bevlogen en aanstekelijk zoals hun Heer, boodschappers van Gods leven en vrede. Mensen die de straat opgaan, die deuren openzetten, kluisters afleggen en achter zich laten, getuigen van leven en waarheid. Boden van en voor een nieuwe schepping.

En daarmee vieren wij de geboorte van de kerk, het lichaam van Christus, waar niet moord en dood de dienst uitmaken maar vergeving en vrede, waar mensen elkaar in liefde en waarheid opbouwen tot een gemeenschap waar elk zijn plek heeft.

Het verhaal van Lucas in de eerste lezing geeft nog een heel eigen accent. Daar zien wij de leerlingen samen in een bovenvertrek en de vermelding van wind en vuur doet ons niet alleen denken aan het scheppingsverhaal uit den beginne, maar ook aan het verhaal van de laaiende berg met vuur en de overdracht van de stenen tafelen, woorden van leven. De bevlogenheid en het vuur spat ervan af. Hier worden mensen innerlijk herschapen, maakt de Geest hen tot gedreven getuigen van leven en liefde sterker dan de dood. Pinksteren is de geboorte van een kerk, waar ieder in zijn eigen taal het verhaal hoort van Gods liefde voor de mens. Laten wij vooral niet voorbij horen aan die zin ”ieder hoorde hen spreken in zijn eigen taal’. Geen verhaal in een onbegrijpelijke taal, of in één uniforme taal, nee, in de eigen taal. Hoe zouden wij anders recht kunnen doen aan de veelvormigheid en de diversiteit die eigen is aan het werk van de Geest. De schepping zelf laat het ons zien en vermoeden. Maar wij, mensen van stof en as, die al te vaak de Geest de adem ontnemen, maken hokjes en regels die de veelkleurige rijkdom van Gods spreken en handelen miskennen. Gods werk kent geen uniformiteit maar eenheid in verscheidenheid, diversiteit in verbondenheid. Zij zijn het waarmerk van de Geest.

En dan is er Paulus, die zich met het beeld van het lichaam voegt in het verhaal van de geboorte. Wanneer hij tot de christenen van Korinthe spreekt.  “Er zijn verschillende gaven maar slechts één Geest,” dan past dat bij het Pinksterfeest, geboorte van de kerk, waar alle ledematen nodig zijn voor een vitaal lichaam tot vandaag toe. Die woorden onderstrepen ook nog eens het belang van het synodaal proces. Daar wordt elk lidmaat geroepen het zijne bij te dragen tot de opbouw en vitaliteit van het ene lichaam van Christus. Een veelheid van gaven en talenten in respect voor ieders eigenheid.

Dat alles kunnen wij niet zonder de Geest. Als mensen van stof en as hebben wij nood aan bezieling, aan vuur en bewogenheid. Waar die ontbreken zijn wij tot weinig of niets in staat, of voelen wij ons bedreigd en willen dat kleine hoopje veiligstellen zonder aandacht en zorg voor het grote lichaam waarvan wij deel uitmaken.  Bidden wij daarom met de leerlingen in de bovenkamer om de Geest, zodat wij worden herboren tot het levende lichaam van Christus, dat zorg weet te dragen voor de kwetsbare schepping die God ons toevertrouwt, dat wij er alle leven hoeden, koesteren en bewaren in deemoed, met geloof en onvermoeibare hoop. AMEN.

Abt Thijs Ketelaars.

Nieuwsbrief

Schrijf u vrijblijvend in en blijf op de hoogte van de activiteiten van Abdij van Egmond.

We respecteren uw privacy. Sint-Adelbertabdij zal uw e-mailadres nooit delen met derden.
© 2024, Abdij van Egmond Algemene voorwaarden