Geen producten in je winkelwagen.

Preek 17 oktober 2021

Bdhj29 Jes. 53,10-11; Hebr. 4,14-16; Mc. 10,35-45

 

Vorige week zondag preekte paus Franciscus bij de opening van het synodaal proces in de Sint Pieter over het evangelie van de rijke jongeling. Wij hebben dat verhaal hier toen ook horen voorlezen.

U weet het nog. Iemand kwam op Jezus toelopen en stelde hem een vraag. Daarmee begint hun ontmoeting onderweg, kan het alledaagser. Wanneer vandaag in alle kerken en parochies wereldwijd een begin wordt gemaakt met het synodale pad, dan geven wij daarmee hopelijk een nieuwe impuls aan de roeping van alle gelovigen: samen op weg zijn. En dat is in goed Nederlands de vertaling van synode, sun odos in het Grieks.

Gods volk onderweg, een term die het tweede Vaticaans concilie graag gebruikte en die door paus Franciscus is opgepakt. Samen op weg, elkaar dragend en dienend, naar een toekomst die we nog niet kennen, maar waarvoor we ons inzetten op grond van de hoop die ons in het hart is gelegd.

Samen op weg, dat is niet nieuw, maar nieuw is wel dat de paus onderstreept dat het niet enkel gaat om een kleine groep of een elite uit de kerk, niet enkel bisschoppen of priesters, maar allen en iedereen, gewijd, ongewijd en toegewijd, allemaal samen op weg. Samen op weg, luisterend naar de ene Geest en naar elkaar, naar ieders ervaringen met het woord van God en met het leven van alledag. Luisterend en zoekend waartoe dat ons als kerk uitnodigt en verplicht in deze tijd.

En de paus reikte drie woorden aan, drie houdingen op dat synodale pad: ontmoeten, luisteren en onderscheiden. Ontmoeten, luisteren en onderscheiden, hij herkende ze in de episode van de rijke jongeling en wij komen ze opnieuw tegen in het evangelie van vandaag.

Wij ontmoeten er Jakobus en Johannes. Zij behoorden tot de intimi, samen met Petrus, en zij waren getuigen op bijzondere momenten in het leven van Jezus.  Maar zoals Petrus het op een bepaald moment beter meende te weten en door Jezus werd teruggefloten, zo ook die andere twee uit het illustere gezelschap. Het zijn niet de minsten in leerlingenschaar die in de fout gaan.

Jakobus en Johannes, zij kwamen naar Jezus toe en dat is hier ook het begin van een ontmoeting. Maar wel een van een gemankeerde soort, een met het mes op tafel, zo lijkt het. Ze zijn nog niet gearriveerd en ze beginnen met voorschrijven en commanderen: ‘wij willen dat u voor ons doet wat wij u vragen’. Op zo’n begin kan nauwelijks een zegen rusten. Hier is geen sprake van een open gesprek, van een ontmoeting waar je je niet boven de ander plaats, maar waar je op gelijke voet met elkaar in gesprek gaat, samen zoekt en luistert wat de weg ten leven is voor allen.  Dit is geen goed begin voor een synodaal proces, voor het samen een weg gaan; hier scheiden de wegen al voor dat er goed en wel aan de tocht begonnen is.

Hoe nu verder? Waar het gesprek, de ontmoeting zo begint, lijkt er geen toekomst in het verschiet. Of het nu een relatie, een samen kerkzijn, of de formatie van een regering betreft, op die manier zal het niet lukken.  Wie met een dergelijke houding aan het synodaal proces begint, zorgt voor grote struikelblokken. Hoe die uit de weg te ruimen? Jezus probeert het pad vrij te maken. Niet door er tegenin te gaan, maar door te vragen naar een nadere toelichting. Dat schept al ruimte en Jakobus en Johannes komen met hun vraag voor de dag. Zij vragen om een voorkeursplek. Wij zien het voor onze ogen gebeuren, daar en toen.

En dan de reactie van Jezus: ‘gij weet niet wat ge vraagt’. Beseffen jullie wel wat je vraagt en heb je over de consequenties voor jezelf maar ook voor anderen goed nagedacht? En zonder blikken of blozen zeggen ze ja. Mensen zijn soms zo zeker van zichzelf, terwijl de waarheid om voorzichtigheid en bescheidenheid zou vragen.

Zolang al trekken ze met Jezus op, hebben ze dan zo slecht geluisterd, want hun vraag staat haaks op alles wat Jezus heeft gezegd en voorgeleefd. Dat kan ons verbazen. Waren ze zo doof en hebben ze zo weinig begrepen. Maar als we naar de kerk van onze dagen kijken, broeders en zusters, als we naar ons eigen zogezegd christelijk leven kijken, wat zien we dan? Zijn wij beter?

De tien anderen blijken in elk geval uit hetzelfde hout gesneden, want in plaats van een doorbraak te zoeken, worden zij kwaad, want met dat optreden van die twee komt hun eigen positie in gevaar. Nee, heel de groep, heel de kerk, moet bij Jezus op herhaling, ze hebben nog niet geleerd wat het betekent Zoon van God te zijn. Dat heeft niets van doen met het opeisen van eerste plaatsen, van voorrechten en privileges, van je boven anderen verheffen. Integendeel, het is de minste plaats innemen, want God is afgedaald tot in het stof. Hij heeft de gestalte van een slaaf aangenomen schrijft Paulus, hij is gekomen om te dienen, om samen op te trekken en hen de voeten te wassen.

Dat staat haaks op de dromen van deze twee, van de twaalf, van ons misschien. Afdalen van de troon van voorrechten en privileges om naast anderen te gaan zitten in het stof en ze zo op te tillen, dat vraagt de gave van onderscheiding en dat is niet iets van een bevlieging, maar van een stil luisteren, samen en alleen, horen en aftasten wat de Geest tot de kerk zegt en er dan naar handelen.

Samen op weg, we worden ertoe geroepen. Een weg van luisteren, onderscheiden en ontmoeten. Waar dat gebeurt is er toekomst en wordt dat armzalige stof sterrestof, met de zachte glans van de liefde die zichzelf niet zoekt, maar geeft met huid en haar, met hart en ziel, opdat het aanschijn der aarde zal worden vernieuwd. Zo moge het zijn. AMEN.

Abt Thijs Ketelaars

Nieuwsbrief

Schrijf u vrijblijvend in en blijf op de hoogte van de activiteiten van Abdij van Egmond.

We respecteren uw privacy. Sint-adelbertabdij zal uw e-mailadres nooit delen met derden.
© 2021, Abdij van Egmond Algemene voorwaarden