Geen producten in de winkelwagen.

Paasnacht 2022

Ook dit jaar hebben wij weer een lange reis door de Schrift gemaakt in deze Paasnacht. Misschien is een deel van wat aan ons is voorgelezen aan ons voorbijgegaan, maar toch. Wij zijn opgenomen in een groot verhaal dat begint met schepping uit chaos en duisternis en wij eindigen in een graf waar niemand te vinden was. En bij dat alles is er deze nacht ook nog het vuur en het water, twee elementen die zorgen voor leven maar ook voor dood. En dan lest best is er de Paaskaars, licht ontstoken in de nacht, licht dat ons voorgaat in de nacht van het leven.

Wij begonnen in de nacht dat God met zijn scheppend woord licht en leven tevoorschijn roept en waar stap voor stap een wereld wordt geschapen die tot op onze dag wacht op een beheer dat recht doet aan Gods scheppend werk en een loflied zijn mag op zijn Naam. Die roeping vraagt om een houding van respect, van dankzegging en dienstbaarheid. Want waar een mens zich dat geschenk toe-eigent, waar het anderen wordt ontzegd of afgenomen, doet de dood zijn intrede en keert het leven terug tot de duistere chaos waaruit het tevoorschijn is geroepen. Voor die dood heeft God ons niet geschapen, maar voor de grote sabbat waar God zelf genieten kan en wij met hem. Dat aloude verhaal is geen historie, maar laat zich lezen als de ziel van ons bestaan, als zin en zegen van ons leven. Gisteren, heden en tot in eeuwigheid.

Wij zijn geroepen en genodigd uit dat woord te leven, het dagelijks in ons hart te overwegen en te proeven hoe met het leven om te gaan, dat ons dagelijks om niet te beurt valt.

Dat blijkt een hachelijk avontuur, want leven met open handen, met vertrouwen en dankzegging vindt de tegenspeler op de weg, die aanzet tot wantrouwen, tot macht hebben en houden, tot leven naar je hand zetten en alles wat een mens zich bedenken kan om zijn eigen territorium en zijn toekomst te verdedigen.

Wij hoorden hoe Abraham worstelde met zijn toekomst en zijn zoon. Hoe hij de vuurproef moest doorstaan, het gevecht om hem los te laten en zijn eigen weg te laten gaan. De vrijheid schenken om God geschiedenis te laten schrijven met het kind van de belofte.

Wij hoorden van  een land waar de dood heerst, waar Farao kleine en kwetsbare mensen opoffert voor zijn eigen gedroomde wereld. Slaven, meer mogen zij niet zijn, vrije kinderen Gods, dat is hun niet gegund. Het vergt de opgeheven hand van Mozes, moed en geloof om de stem te volgen die een pad door zee wijst, een weg over ongebaande wegen. Gaan waar geen weg is, midden door de dood.

Wij hoorden ook midden in de ballingschap mensen te midden van alle verlorenheid dromen en spreken over een stad die wordt herbouwd, gegrondvest op gerechtigheid en van vrede vervuld. Over levend water dat dor en droog land tot nieuw leven wekt, vertrouwend op die stille stem, dat woord van Gods barmhartigheid die ons niet voor de dood heeft geschapen, maar voor een leven in  Gods barmhartigheid.

Wij hoorden spreken over levend water voor dorstige zielen, om niet gegeven voor wie de handen er voor opent. Over een woord dat onze gedachten te boven gaat, dat zielloze levens en al die plekken waar het leven dood bloedt, toekomst wil geven, zaad dat ontkiemt tot nieuw leven.

Wij hoorden over een leven dat de dood gelijk is en dat opnieuw wordt opgeroepen zijn oor te openen voor de wijsheid en in Gods licht te wandelen, bevrijd uit een bestaan van vervreemding en verbanning.

Wij hoorden over terugkeer uit ballingschap en de gave van een nieuw hart en een nieuwe geest, zodat wij de aarde die ons gegeven is als nieuwe mensen zullen bewonen. Een oord waar niet de dood zich breed maakt, maar mensen met elkaar leven als gunstelingen Gods.

Wij hoorden een lang verhaal van vallen en opstaan, van vervreemding en verbroedering, van leven in Gods verbond. Wij lazen een oud verhaal en wij herkennen er ons eigen leven in, dat elke dag voor dezelfde gave en opgave staat, voor leven dat het pad van de waarheid de rug toekeert of voor leven dat ja zegt op de zorg ons toevertrouwd.

En als slot traden wij met de vrouwen het graf binnen, die plek waar zij een dode willen balsemen, nu er niets meer rest van het bestaan dat zij hadden geleefd met hem. Het leven door God hun gegeven in deze mens is door een brute en onrechtvaardige dood ten einde. Er valt niets meer te hopen, alleen nog zorg te dragen voor de dode. Maar midden in deze duistere tombe wordt hun een woord toegesproken, gehuld in licht. De dood krijgt niet het laatste woord, de vrouwen  worden verwezen naar de herinnering aan de aloude woorden. Zij moeten  doen wat wij vannacht hebben gedaan. In de oude schrift Jezus’ leven teruglezen. En stilaan wordt het licht in hun hart, aarzelend nog, maar gaandeweg breekt het door als de zon van een nieuwe dageraad. Gods scheppend woord van den beginne, dat leven schept en schrijft en zoekt, het heeft deze ene in wie geen duister te vinden was, die een leven lang in en uit het licht heeft geleefd, niet aan het duister prijs gegeven, maar thuis gebracht in het volle licht, in het huis van de Vader, opdat wij zouden leven als mensen van hoop; het licht en het leven dienend al onze dagen zoals het ons is verteld en zoals hij ons heeft voorgedaan, de opgestane Heer. Hij onze vrede voor tijd en eeuwigheid. AMEN.

Vader Abt Thijs

Lukas 24, 1 – 12.

Nieuwsbrief

Schrijf u vrijblijvend in en blijf op de hoogte van de activiteiten van Abdij van Egmond.

We respecteren uw privacy. Sint-adelbertabdij zal uw e-mailadres nooit delen met derden.
© 2022, Abdij van Egmond Algemene voorwaarden