Nieuws

Kerst in de abdij

U bent met en rond Kerstmis van harte welkom om de abdij te bezoeken. Dat kan uiteraard op onze gezellige kerstmarkt in de abdijwinkel, maar ook kunt u de stilte opzoeken in onze abdijkerk. U kunt daar de mooie kerststal bewonderen en een kaarsje aansteken bij de kribbe. Ook bent u van harte welkom deel te nemen aan onze diensten. Met Kerst is de dagorde een klein beetje gewijzigd:

Op Kerstavond 24 december komt de dagsluiting van 20:00 uur te vervallen. Om 22:15 uur begint de Kerstnachtwake en deze duurt tot na middernacht. Aansluitend bent u welkom om samen met de communiteit samen koffie of thee te drinken met kerstbrood in de Abdijrefter.  liturgie Kerstwake

Op Eerste Kerstdag 25 december komt de lezingendienst van 6:00 uur te vervallen en begint de morgendienst om 8:00 uur. De Eucharistieviering begint om 10:00 uur.

Uiteraard worden ook alle belangrijke diensten live gestreamd via ons YouTube kanaal.

Laatste bijdrage Timothy Radcliffe Synode

Bij deze delen we met jullie de afsluitende bijdrage van Timothy Radcliffe O.P. aan de synode van 23 okt jl.. De broeders danken iedereen voor de reacties en het doorsturen van deze bijdragen.

 

Het zaad ontkiemt

 

Over een paar dagen gaan we voor elf maanden naar huis. Dit zal ogenschijnlijk een tijd van leeg wachten zijn. Maar het zal waarschijnlijk de meest vruchtbare tijd van de synode zijn, de tijd van ontkieming. Jezus vertelt ons: ‘Het gaat met het Rijk Gods als met een man die zijn land bezaait; hij slaapt en staat op, ’s nachts en overdag, en onderwijl kiemt het zaad en schiet op, maar hij weet niet hoe.’ (Mc. 4, 26-27). We hebben de afgelopen drie weken naar honderdduizenden woorden geluisterd. Soms dachten we: ‘Te veel! De meeste waren positieve woorden, woorden van hoop en aspiratie. Dit zijn de zaadjes die in de grond van de Kerk worden gezaaid. Ze zullen aan het werk zijn in ons leven, in onze verbeelding en ons onderbewustzijn, gedurende deze maanden. Op het juiste moment zullen ze vrucht dragen. De Oostenrijkse dichter Rainer Maria Rilke schreef: Ondanks al het werk en de zorgen van de boer kan hij niet reiken tot waar het zaad langzaam ‘Overgaat in zomer’. De aarde schenkt. [1] Hoewel er misschien niets lijkt te gebeuren, kunnen we erop vertrouwen dat als onze woorden liefdevol zijn, ze zullen ontluiken in het leven van mensen die we niet kennen. Zoals de heilige Therese van Lisieux zei, onlangs geciteerd door de Heilige Vader: “C’est la confiance et rien que la confiance qui doit nous conduire à l’Amour”. “Het is vertrouwen en niets dan vertrouwen dat ons naar de Liefde moet leiden” [2]

Deze elf maanden zullen als een zwangerschap zijn. Abraham en Sara wordt beloofd dat ze nakomelingen zullen krijgen die talrijker zijn dan het zand aan de kust. Maar er lijkt niets te gebeuren. Sarah lacht als ze deze belofte voor de derde of vierde keer hoort, terwijl ze in Genesis 18 in de tent naar de vreemdelingen luistert. Waarschijnlijk een bitterzoete lach. Ze heeft dit allemaal al eerder gehoord, maar ze is onvruchtbaar gebleven. Maar over een jaar zal ze Isaak baren, het kind van de lach. Dit is dus een tijd van stille zwangerschap. Vergeef me, maar dit doet me denken aan de eerste keer dat ik probeerde een toespraak te houden in het Spaans, in Latijns-Amerika. Een bisschop raakte in de war – wat heel zeldzaam is. Hij dacht dat ik een Ierse franciscaan was. Ik legde uit dat ik een Engelse dominicaan was. Ik zei: ‘El obispo esta embarrazado’. Ik bedoelde te zeggen ‘de bisschop was in verlegenheid gebracht’. Helaas zei ik feitelijk: ‘De bisschop is zwanger’. Nog zeldzamer! Dit is een tijd van actief wachten. Laat me de woorden van Simone Weil herhalen die ik tijdens de retraite citeerde. We verkrijgen de kostbaarste gaven niet door ernaar op zoek te gaan, maar door erop te wachten. [3]

Deze manier van kijken is in de eerste plaats aandachtig. De ziel maakt zichzelf leeg van al haar eigen inhoud om de mens waarnaar ze kijkt te ontvangen, precies zoals hij of zij is, in al zijn of haar waarheid. ‘ Dit is diep tegencultureel. De mondiale cultuur van onze tijd is vaak gepolariseerd, agressief en minachtend over andermans opvattingen. De kreet is: Aan wiens kant sta jij? Als we naar huis gaan, zullen de mensen vragen: “Heb je voor onze kant gevochten? Heb je je verzet tegen die onverlichte andere mensen? We zullen hard moeten bidden om de verleiding te weerstaan om toe te geven aan deze partijpolitieke manier van denken. Dat zou betekenen dat we terug zouden vallen in de steriele, dorre taal van een groot deel van onze samenleving. Dat is niet de synodale weg. Het synodale proces is organisch en ecologisch in plaats van competitief. Het is meer het planten van een boom dan het winnen van een veldslag, en als zodanig zal het voor velen moeilijk te begrijpen zijn, soms inclusief onszelf! Maar als we onze geest en ons hart open houden voor de mensen die we hier ontmoet hebben, gevoelig voor hun hoop en vrees, zullen hun woorden ontkiemen in ons leven en de onze in dat van hen. Er zal een overvloedige oogst zijn, een vollere waarheid. Dan zal de Kerk vernieuwd worden. De eerste roeping van de mensheid in het Paradijs was om tuinman te zijn. Adam verzorgde de schepping, hij deelde in het spreken van Gods scheppende woorden en het benoemen van de dieren.

Zullen we in deze elf maanden vruchtbare, hoopvolle woorden spreken of woorden die destructief en cynisch zijn? Zullen onze woorden het gewas voeden of giftig zijn? Zullen we tuiniers van de toekomst zijn of gevangen in oude steriele conflicten? Ieder van ons staat voor die keuze. Paulus zei tegen de Efeziërs: ‘Laat geen slecht woord over uw lippen komen, maar spreekt een goed woord, opbouwend, als het nodig is, tot zegen voor de hoorders. (Ef.4,29).

Fr. Timothy Radcliffe OP

1 De sonnetten aan Orpheus XII’, in Geselecteerde gedichten met parallelle Duitse tekst, trans. Susan Ranson en Marielle Sutherland (Oxford, 2011), p.195

2 Exhortatie Paus Fransicus bij 150e geboorte jaar van Theresa van Lisieux

3. Simone Weil, Wachten op God. Bijleveld.

 

 

 

Kom & Zie Weekend

Ben jij degene die onze broederschap komt verrijken?

Van 10 tot 12 november 2023 is er een Kom & Zie weekend bij ons in de abdij van Egmond. Ervaar jij wel eens een roep om monnik te worden? Dan nodigen wij jou uit om het monastieke pad te verkennen en een weekend met ons mee te leven! Drie dagen lang bid, werk en leef je met de monniken mee. Uiteraard is er ook tijd voor reflectie en uitwisseling van vragen en ervaringen. Een monastieke roeping is vooral iets dat je moet onderzoeken en uitproberen!

Meld je aan via telefoon 072 5061415  of mail: info@abdijvanegmond.nl

Erik Galle: Voorbij het beeld

‘Voorbij het beeld’ is de titel van het nieuwste boek van Erik Galle, waarover hij op 26 oktober 2023 in de Abdijkerk een lezing geeft en waarin hij een belangrijke vraag stelt: Wordt in onze tijd een beeld belangrijker dan de werkelijkheid?

In plaats van iemand te vertellen over wat we gezien hebben, sturen we een foto of een filmpje door. Waarom doen we dat? Erik Galle gaat op zoek naar de impact van de beeldcultuur op onze manier van leven. Hij vraagt zich af wat een beeld eigenlijk is en laat zien hoe onmisbaar beelden zijn voor ons als mens.

Dit boek zet daarna bewust nog een stap verder en begeeft zich op weg naar God voorbij het beeld. De God die dan tevoorschijn treedt, is heel verrassend. Hij blijkt een en al toenadering te zijn … en nog veel meer. Voor ieder die ook wil loslaten en de moed zoekt om de vertrouwde beelden te laten vallen, is deze lezing een unieke kans om God opnieuw de ruimte te geven.

Na afloop wordt er koffie/thee geschonken in de Benedictushof en is er gelegenheid het boek te kopen en te laten signeren. Aanmelden kan hier

Erik Galle Voorbij het beeld

Erik Galle: Voorbij het beeld

‘Voorbij het beeld’ is de titel van het nieuwste boek van Erik Galle, waarover hij op 26 oktober 2023 in de Abdijkerk een lezing geeft en waarin hij een belangrijke vraag stelt: Wordt in onze tijd een beeld belangrijker dan de werkelijkheid?

In plaats van iemand te vertellen over wat we gezien hebben, sturen we een foto of een filmpje door. Waarom doen we dat? Erik Galle gaat op zoek naar de impact van de beeldcultuur op onze manier van leven. Hij vraagt zich af wat een beeld eigenlijk is en laat zien hoe onmisbaar beelden zijn voor ons als mens.

Dit boek zet daarna bewust nog een stap verder en begeeft zich op weg naar God voorbij het beeld. De God die dan tevoorschijn treedt, is heel verrassend. Hij blijkt een en al toenadering te zijn … en nog veel meer. Voor ieder die ook wil loslaten en de moed zoekt om de vertrouwde beelden te laten vallen, is deze lezing een unieke kans om God opnieuw de ruimte te geven.

Na afloop wordt er koffie/thee geschonken in de Benedictushof en is er gelegenheid het boek te kopen en te laten signeren. Aanmelden kan hier

Erik Galle Voorbij het beeld

Kijk terug! Samuel Goyvaerts over huisliturgie

Dinsdag 19 september gaf Samuel Goyvaerts een lezing over Liturgie in kleine kring. Voor iedereen die er graag bij had willen zijn, of het nog eens wil beluisteren delen we de video van deze lezing. De broeders bedanken Samuel Goyvaerts voor de inspirerende lezing!

 

 

Hoogfeest van kerkwijding 7 oktober 2023

Afgelopen woensdag stond Franciscus van Assisi op de heiligenkalender. Voor menigeen staat dat gelijk aan de vermelding ‘Werelddierendag’. Franciscus heeft inderdaad een bijzondere band gehad met al die levende wezens in de lucht, op aarde en in het water. Maar zijn omgang met de schepping reikte verder en dieper. Zijn zorg en liefde, zijn bewondering en dankbaarheid kunnen ons helpen om onze kijk en omgang met de schepping te herzien. De schepping niet als koopwaar, als een voorwerp, maar een levend lichaam dat zorg verdient. Een lichaam ook dat ons voedt als een moeder. Het is dan ook niet voor niets dat paus Franciscus op die dag het vervolg publiceerde op zijn encycliek ‘Laudato Si’. Met het schrijven van “Laudate Deum’ spoort hij aan niet langer te aarzelen maar werk te maken van een nieuwe omgang met de schepping, met de aarde ons gemeenschappelijk huis, deze groene kathedraal, om te voorkomen dat het een onbewoonbaar verklaarde woning wordt.

Op dezelfde dag was er nog een andere belangrijke gebeurtenis. In Rome werd een nieuwe stap gezet in het synodaal proces. De samenkomst brengt niet alleen bisschoppen en andere prelaten bijeen, maar er zijn ook vertegenwoordigers uit de andere lagen van de kerk, mannen en vrouwen al dan niet religieus uit alle continenten. Samen zijn zij geroepen om in een geest van gebed te luisteren naar elkaar en naar de Geest om te onderscheiden hoe de kerk haar zending van Godswege in onze dagen gestalte kan geven. Kerkopbouw, kerkrenovatie en kerkbezieling.

En vandaag vieren wij de kerkwijding van onze abdijkerk. Wij doen dat in een wereld waar niet alleen ons gemeenschappelijk huis in zwaar weer verkeert, maar waar er ook veel vragen zijn over de staat van ons huis, dat de kerk is. Misschien hebben die twee wel iets met elkaar te maken. Want als de ziel ziek is, heeft dat ook zijn weerslag op het lichaam. Wij zijn medebewoners van het huis van de schepping en wij hebben ons thuis in het huis van de kerk. Hoe met dat alles om te gaan op de kleine plek die de onze is?

Misschien door te beginnen met het tonen van dankbaarheid. Want wij zijn bevoorrechte mensen. Zovelen hebben geen dak boven hun hoofd, letterlijk of figuurlijk en soms zelfs beiden tegelijk. Timothy Radcliffe sprak in zijn tweede meditatie voor de synode gangers in Rome deze week over meer dan 350 miljoen migranten op de vlucht voor oorlog en geweld. Dat zijn getallen die ons voorstellingsvermogen te boven gaan en ons tegelijk inscherpen dat wij bevoorrechten zijn. Maar bij bevoorrechten horen niet alleen lusten, maar ook plichten. Want als wij zulk een plaats hebben in het huis van de schepping, die openlucht kathedraal van God, dan stelt zich de vraag of wij anderen er ook hun plek en plaats gunnen. Zijn wij hoeders van het leven in al zijn verscheidenheid of zijn wij verdedigers van een territorium waarvan we niet eens de eigenaar zijn? Delen wij in die openlucht kathedraal zoals de Heer met ons deelt in zijn huis van gebed waar wij dagelijks aan de tafel genodigd worden, tot zegening en tot lering. ‘Dit is mijn lichaam voor jullie, doet dit tot mijn gedachtenis’, opdat de wereld zal weten wat haar tot vrede strekt. De kathedraal van de schepping verkeert in zwaar weer. Niet omdat er te weinig kerkgangers zijn maar omdat menigeen niet de plek krijgt die hem of haar toekomt. In onze omgang met de schepping als kathedraal met een open dak zijn wij toe aan een bekering.

En als wij dan kijken naar de kerk dan dient zich hetzelfde aan. Ook daar lijken er mensen aan de rand te worden geschoven, soms zelfs helemaal niet te worden toegelaten, terwijl dat toch een huis van gebed voor alle volkeren wordt genoemd. Aan wie ligt dat? Aan de gastheer, de huisheer, die de deur wijd openzet en op de uitkijk staat om ook de verloren zoon of het zwarte schaap te verwelkomen of zijn er andere factoren in het spel? Hebben wij soms zelf al te stellige regels of weten wij niet hoe je regels – en die dienen er te zijn – hoe je daarmee moet omgaan. Niet als stok om te slaan maar als staf om mee te gaan.

In het evangelie van vandaag zie wij hoe Zacheus in een boom klimt omdat hij Jezus wil zien. Dat was een type die niet in kerk of synagoge werd verwacht of misschien zelfs niet werd gewild. Hij klimt in een boom, het is zijn kerk van waaruit hij zicht krijgt op Jezus, een ongebruikelijke plek omdat hij onder het volk vermoedelijk zou worden weggedrukt ‘jij hebt hier niets te zoeken, weg hier’. Maar wie maakt dat uit? Zijn wij niet allen gasten en wie van ons heeft een schoon blazoen? De Heer is met zondaars aan tafel gegaan en daar hoorden de leerlingen ook bij, Petrus wist het als geen ander.

Wanneer wij hier in dit huis eucharistie vieren mogen wij thuiskomen bij de Heer, die ons aan de tafel van het leven nodigt. Hij laat ons delen in de liefde van de Vader die hem bewoont als geen ander. Wij krijgen hier niet alleen een dak boven ons hoofd, maar ook onze ziel krijgt hier een thuis, geroepen tot een gemeenschap die ons hart vervuld met hoop en vreugde. Maar aan die tafel horen wij zoals gezegd ook het woord ‘Doet dit tot mijn gedachtenis’, en dat is meer dan een misje in de kerk. Om zijn gedachtenis werkelijk in leven te houden worden wij geroepen en genodigd om ons leven te geven zoals hij het ons heeft voorgedaan. Wij delen in de liefde van Christus om op onze beurt handen en voeten te geven aan dat geheim en anderen een plek te geven aan de tafel van het leven, hier in dit huis en in het huis van de schepping.

Laten wij God eren in de kathedraal van de schepping en laten wij hem danken hier in dit huis waar Hij bij ons zijn intrek heeft genomen om te delen wat wij dagelijks om niet ontvangen, liefde sterker dan de dood, hoop op eeuwig leven, het lichaam voor ons gebroken.

Voor U in deemoed, met U in geloof, in U in stilte. AMEN.

Abt Thijs Ketelaars

Conferentie T. Radcliffe (deel 4)

In aanloop op de synode heeft Timothy Radcliffe een aantal conferenties gegeven. Bij deze delen we met jullie de vertaling van Abt Thijs en Gerard Mathijsen het 4e deel. We proberen de komende dagen alle conferenties te vertalen en te delen. De broeders wensen iedereen veel goeds en vragen jullie om gebed voor deze synode.

PAX!

 

Gesprek onderweg naar Emmaüs

 

We zijn geroepen om de synodale weg in vriendschap te bewandelen. Anders komen we nergens. Vriendschap, met God en met elkaar, is geworteld in de vreugde van het samenzijn, maar we hebben woorden nodig. In Caesarea Filippi liep het gesprek vast. Jezus had Petrus ‘Satan’ genoemd, vijand. Op de berg weet Petrus nog niet wat hij moet zeggen, maar ze beginnen naar Jezus te luisteren en zo kan het gesprek opnieuw beginnen als ze naar Jeruzalem reizen.

Onderweg maken de discipelen ruzie, begrijpen Jezus verkeerd en laten hem uiteindelijk in de steek. De stilte keert terug. Maar de verrezen Heer verschijnt en geeft hen woorden van genezing voor hun onderling gesprek. Ook wij hebben helende woorden nodig die de grenzen  over te steken die ons van elkaar scheiden: de ideologische grenzen van links en rechts, de culturele grenzen die het ene continent van het andere scheiden, de spanningen die mannen en vrouwen soms van elkaar scheiden. Gedeelde woorden zijn het levenssap van onze Kerk. We moeten ze vinden omwille van onze wereld waarin geweld wordt aangewakkerd door het onvermogen van de mensheid om te luisteren. Gesprek leidt tot bekering.

Hoe moeten gesprekken beginnen? In Genesis is er na de zondeval een vreselijke stilte. De stille gemeenschap van Eden is de stilte van schaamte geworden. Adam en Eva verstoppen zich. Hoe kan God die kloof overbruggen? God wacht geduldig tot ze kleren hebben aangetrokken om hun verlegenheid te verbergen. Nu zijn ze klaar voor het eerste gesprek in de Bijbel. De stilte wordt verbroken met een eenvoudige vraag: “Waar ben je? Het is geen verzoek om informatie. Het is een uitnodiging.

 

Misschien is dit de eerste vraag waarmee we de stilte die ons scheidt, moeten doorbreken. Niet: ‘Waarom heb je deze belachelijke opvattingen over liturgie?’ Of ‘Waarom ben je een ketter of een patriarchale dinosaurus?’ of ‘Waarom ben je doof voor mij?’ Maar ‘Waar ben je?’ ‘Waar maak je je zorgen over?’ ?’ Dit is wie ik ben. God nodigt Adam en Eva uit om uit hun schuilplaats te komen en zich te laten zien. Als ook wij in het licht te treden en ons laten zien zoals we zijn, zullen we woorden voor elkaar vinden. Bij de voorbereiding van deze synode zijn het vaak de geestelijken geweest die het meest terughoudend zijn geweest om in het licht te treden en hun zorgen en twijfels te delen. Misschien zijn we bang om in ons blootje gezien te worden. Hoe kunnen we elkaar aanmoedigen om niet bang te zijn voor naaktheid?

Na de opstanding wordt de stilte van het graf opnieuw verbroken met vragen. In het evangelie van Johannes: ‘Waarom ween je?’ In Lucas: ‘Waarom zoek je naar de levende onder de doden?’ Wanneer de leerlingen naar Emmaüs vluchten, zijn ze vervuld van woede en teleurstelling. De vrouwen beweren de Heer gezien te hebben, maar het waren slechts vrouwen. Zoals vandaag de dag vrouwen soms niet lijken te tellen! De leerlingen rennen weg van de gemeenschap van de Kerk, zoals zoveel mensen vandaag de dag. Jezus verspert hen de weg niet en hij veroordeelt hen ook niet. Hij vraagt: ‘Waar hebben jullie het over?’ Wat zijn de hoop en teleurstellingen die je hart beroeren? De leerlingen spreken op boze toon. Het Grieks betekent letterlijk: ‘Wat zijn dat voor woorden die jullie naar elkaar smijten?’ Daarom nodigt Jezus hen uit om hun woede te delen. Ze hadden gehoopt dat Jezus degene zou zijn die Israël zou verlossen, maar ze hadden het mis. Hij faalde. Dus loopt hij met hen mee en stelt zichzelf open voor hun woede en angst.

 

Onze wereld is gevuld met woede. Wij spreken over de politiek van de woede. Een recent boek heet American Rage. Deze woede infecteert ook onze Kerk. Een terechte woede over het seksueel misbruik van kinderen. Woede over de positie van vrouwen in de kerk. Woede over die vreselijke conservatieven of vreselijke liberalen. Durven wij, net als Jezus, elkaar te vragen: ‘Waar hebben jullie het over? Waarom ben je boos? Durven we het antwoord te horen? Soms word ik het beu om naar al deze woede te luisteren. Ik kan het niet verdragen om nog meer te horen. Maar luisteren moet ik net als Jezus, op de weg naar Emmaüs.

Veel mensen hopen dat tijdens deze synode hun stem zal worden gehoord. Ze voelen zich genegeerd en stemloos. Ze hebben gelijk. Maar we zullen alleen een stem hebben als we eerst luisteren. God roept mensen bij hun naam. Abraham, Abraham; Mozes, Samuël. Ze antwoorden met het prachtige Hebreeuwse woord Hinneni, ‘Hier ben ik’. De basis van ons bestaan is dat God ieder van ons bij naam aanspreekt, en wij luisteren. Niet het cartesiaanse ‘ik denk dus ik ben’ maar  ik luister dus ik ben. Wij zijn hier om naar de Heer en naar elkaar te luisteren. Zoals ze zeggen: we hebben twee oren, maar slechts één mond! Pas na het luisteren komt het spreken.

Wij luisteren niet alleen naar wat mensen zeggen, maar ook naar wat ze proberen te zeggen. We luisteren naar de onuitgesproken woorden, de woorden waarnaar ze zoeken. Er is een Siciliaans gezegde: ‘La miglior parola è quella che non si dice’[1] ‘Het beste woord is het woord dat niet wordt gesproken’. We luisteren naar hun gelijk, naar hun kern van waarheid, zelfs als wat ze zeggen verkeerd is. Wij luisteren met hoop en niet met minachting. We hadden één regel op de Generale Raad van de Dominicaanse Orde. Wat de broeders zeiden was nooit onzin. Het kan berusten op verkeerde informatie, onlogisch en zelfs verkeerd zijn. Maar ergens in hun verkeerde woorden schuilt een waarheid die ik moet horen. Wij zijn bedelmonniken op zoek naar  de waarheid. De eerste broeders zeiden over de heilige Dominicus dat ‘hij alles begreep in de nederigheid van zijn intelligentie’[2].

Misschien hebben religieuze ordes de Kerk iets te leren over de kunst van het gesprek. Sint-Benedictus leert ons consensus te zoeken; Sint-Dominicus houdt van debat, Sint-Catharina van Siena houdt van gesprekken, en Sint-Ignatius van Loyola, van de kunst van het onderscheiden. St Philip Neri, van de rol van het lachen.

Als we echt luisteren, zullen onze kant-en-klare antwoorden verdampen. We zullen tot zwijgen worden gebracht en geen woorden meer hebben, net als Zacharias voordat hij in gezang uitbrak. Als ik niet weet hoe ik moet reageren op de pijn of de verwarring van mijn zuster of broeder, moet ik me tot de Heer wenden en om woorden vragen. Dan kan het gesprek beginnen.

Een gesprek vereist een fantasierijke sprong in de ervaring van de ander. Om met hun ogen te kijken en met hun oren te horen. We moeten in hun huid kruipen. Uit welke ervaringen komen hun woorden voort? Welke pijn of hoop dragen zij met zich mee? Welke reis zijn ze aan het maken?

Er was een verhit debat over preken op een Dominicaanse Generaal Kapittel over de aard van preken, altijd een actueel onderwerp voor Dominicanen! In het document dat aan het kapittel werd voorgesteld, werd preken opgevat als een dialoog: we verkondigen ons geloof door in gesprek te gaan. Maar sommige kapittelleden waren het daar absoluut niet mee eens en voerden aan dat dit op de rand van relativisme stond. Ze zeiden: ‘We moeten de waarheid vrijmoedig durven prediken’. Langzaam werd het duidelijk dat de ruziënde broeders vanuit totaal verschillende ervaringen spraken.

Het document was geschreven door een broeder uit Pakistan, waar het christendom noodzakelijkerwijs in een voortdurende dialoog met de islam verkeert. In Azië is er geen prediking zonder dialoog. De broeders die krachtig tegen het document reageerden, kwamen voornamelijk uit de voormalige Sovjet-Unie. Voor hen had het idee van een dialoog met degenen die hen gevangen hadden gezet geen zin. Om het meningsverschil te boven te komen was rationeel argumenteren noodzakelijk, maar niet genoeg. Je moest je voorstellen waarom de ander aan zijn of haar standpunt vasthield. Welke ervaring heeft hen tot deze visie gebracht? Welke wonden dragen zij? Wat is hun vreugde?

Dit vereiste luisteren met al je verbeeldingskracht. Liefde is altijd de triomf van de verbeelding, zoals haat een mislukking van de verbeelding is. Haat is abstract. Liefde is bijzonder. In Graham Greene’s roman The Power and the Glory zegt de held, een arme, zwakke priester: ‘Als je de lijnen in de ooghoeken zag, de vorm van de mond, hoe het haar groeide, was het onmogelijk om te haten. Haat was gewoon een mislukking van de verbeelding.’ We moeten niet alleen over de grenzen van links en rechts heen springen, of over culturele grenzen heen, maar ook over generatiegrenzen heen. Ik heb het voorrecht om samen te leven met jonge Dominicanen wier geloofsreis anders is dan de mijne. Veel religieuzen en priesters van mijn generatie zijn opgegroeid in sterk katholieke gezinnen. Het geloof drong diep door in ons dagelijks leven. Het avontuur van het Tweede Vaticaans Concilie bestond erin de seculiere wereld te bereiken. Franse priesters gingen in fabrieken werken. We legden het habijt af en dompelden ons onder in de wereld. Een boze zuster, die zag dat ik mijn habijt droeg, barstte uit: ‘Waarom draag je dat oude ding nog steeds?’

Tegenwoordig groeien veel jonge mensen – vooral in het Westen, maar steeds vaker overal – op in een seculiere wereld, agnostisch of zelfs atheïstisch. Hun avontuur is de ontdekking van het evangelie, de Kerk en de traditie. Ze trekken het habijt graag aan. Onze reizen zijn tegengesteld maar niet tegenstrijdig. Net als Jezus moet ik met hen meegaan en leren wat hun hart opwindt. ‘Waar heb je het over?’ Welke films kijk je? Van welke muziek hou je? Dan vinden we woorden voor elkaar.

Ik moet me voorstellen hoe ze mij zien! Wie ben ik in hun blik? Ik fietste eens door Saigon met een groep jonge Vietnamese Dominicaanse studenten. Dit was lang voordat toeristen gemeengoed werden. We sloegen de hoek om en daar stond een groep westerse toeristen. Ze zagen er zo groot en dik uit en hadden een vreemde, lelijke kleur. Wat een vreemde mensen. Toen besefte ik dat ik er ook zo uitzag!

Terwijl de leerlingen naar Emmaüs lopen, luisteren ze naar deze vreemdeling die hen dwazen noemt en hen tegenspreekt. Hij is ook boos! Maar ze beginnen zich te verheugen in zijn woorden. Hun hart brandt in hen. Kunnen we tijdens de synode het extatische plezier leren van onenigheid die tot inzicht leidt? Hugo Rahner, de jongere broer van Karl (en veel gemakkelijker te begrijpen) schreef een boek over homo ludens, speelse mensheid[3]. Laten we spelenderwijs met elkaar leren praten! Zoals Jezus en de Samaritaanse vrouw bij de put doen in Johannes 4. In de eerste lezing van vandaag horen we dat in de volheid van de tijd ‘de stad gevuld zal zijn met jongens en meisjes die op straat spelen.’ (Zacharia 8:5) Het evangelie nodigt ons allemaal uit om kinderen te worden: ‘Amen, ik zeg jullie tenzij u zich omkeert en als kinderen wordt, zult u het Koninkrijk der hemelen niet binnengaan’ (Matteüs 18.3). Wij bereiden ons voor op het Koninkrijk door speels, kinderlijk maar niet kinderachtig te worden. Soms worden wij in de kerk gekweld door een saaie, vreugdeloze ernst. Geen wonder dat mensen zich vervelen!

In de nacht van het nieuwe millennium, terwijl ik in Ivoorkust zat te wachten op een vlucht naar Angola, zat ik in het donker met onze Dominicaanse studenten, onder het genot van een biertje, ongedwongen te praten over wat ons het meest dierbaar was. We genoten van het plezier om verschillend te zijn, om verschillende verwachtingen te koesteren. Het genot van verschil! Ik was bang dat ik het vliegtuig zou missen, maar het was drie dagen te laat! Verschil is vruchtbaar, leven gevend. Ieder van ons is de vrucht van het prachtige verschil tussen mannen en vrouwen. Als we vluchten voor verschillen, zullen we onvruchtbaar en kinderloos zijn, zowel thuis als in onze kerk. Nogmaals, danken wij alle ouders in deze Synode! Gezinnen kunnen de kerk veel leren over hoe om te gaan met verschillen. Ouders leren hoe de hand uit te strekken naar kinderen die onbegrijpelijke keuzes maken en toch weten dat ze nog een thuis hebben.

Als we er plezier in kunnen vinden ons voor te stellen waarom onze zusters en broeders standpunten koesteren die we vreemd vinden, dan zal er een nieuwe lente beginnen in de Kerk. De Heilige Geest zal ons de gave geven om andere talen te spreken.

Merk op dat Jezus niet probeert het gesprek te beheersen. Hij vraagt waar zij het over hebben; hij gaat waar zij heen gaan, niet waar hij heen wil; hij accepteert hun gastvrijheid. Een echt gesprek kan niet worden gecontroleerd. Je geeft je over aan de richting ervan. We kunnen niet voorspellen waar het ons zal brengen, naar Emmaüs of Jeruzalem. Waar zal deze synode de Kerk heen leiden? Als we het van tevoren wisten, zou het houden ervan geen zin hebben!  Laten wij ons verrassen!

Een echt gesprek is daarom riskant. Als we ons openstellen voor anderen in een vrij gesprek, zullen een verandering ondergaan. Elke diepgaande vriendschap brengt een dimensie van mijn leven en identiteit tot leven die nog nooit eerder heeft bestaan. Ik word iemand die ik nog nooit eerder ben geweest. Ik ben opgegroeid in een prachtig conservatief katholiek gezin. Toen ik dominicaan werd, raakte ik bevriend met mensen met een andere achtergrond, een totaal andere politiek, wat mijn familie verontrustend vond! Wie was ik dan toen ik naar huis ging om bij mijn familie te logeren? Hoe verzoende ik de persoon die ik was met hen en de persoon die ik aan het worden was met de Dominicanen?

Elk jaar maak ik kennis met pas ingetreden Dominicanen met verschillende overtuigingen en verschillende manieren om de wereld te zien. Als ik mezelf in vriendschap voor hen openstel, wie zal ik dan worden? Zelfs op mijn hoge leeftijd moet mijn identiteit open blijven. In Madeleine Thiens roman over Chinese immigranten in de VS, Do Not Say We Have Nothing, zegt een van de personages: ‘Probeer nooit slechts één ding te zijn, een ongebroken mens. Als zoveel mensen van je houden, kun je dan echt één ding zijn?[4] Als we ons openstellen voor meerdere vriendschappen, zullen we geen nette, strak gedefinieerde identiteit hebben. Als we ons tijdens deze synode voor elkaar openstellen, zullen we allemaal een verandering ondergaan.  Het zal een beetje doodgaan en verrijzen worden.

Een Filippijnse Dominicaanse novicemeester had een briefje op zijn deur: “Sorry, werk in uitvoering.’ De samenhang zullen wij in de toekomst ontdekken, in het Koninkrijk. Dan zullen de wolf en het lam in ieder van ons vrede met elkaar hebben. Als we nu gesloten, vaste identiteiten hebben die in steen zijn geschreven, zullen we nooit het avontuur van nieuwe vriendschappen kennen die nieuwe dimensies zullen ontvouwen van wie we zijn. Wij zullen niet openstaan voor de ruime vriendschap van de Heer.

Als ze Emmaüs bereiken, eindigt de vlucht vanuit Jeruzalem. Jezus kijkt alsof hij verder wil gaan, maar met glorieuze ironie nodigen ze de Heer van de Sabbat uit om bij hen te rusten. ‘Blijf bij ons, want het is bijna avond en de dag is bijna voorbij.’ (Lukas 24:29). Jezus aanvaardt hun gastvrijheid zoals de drie vreemdelingen in Genesis 18 de gastvrijheid van Abraham aanvaardden. God is onze gast. Ook wij moeten de nederigheid hebben om gasten te zijn. De Duitse inzending zei dat we ‘de comfortabele positie moeten verlaten van degenen die gastvrijheid verlenen. We moeten het onszelf gunnen te worden verwelkomd in het bestaan van wie onze metgezellen zijn op de reis van de mensheid’.

Marie-Dominique Chenu OP, de grootvader van het Tweede Vaticaans Concilie, ging de meeste avonden uit, zelfs toen hij tachtig was. Hij ging erop uit om te luisteren naar vakbondsleiders, academici, kunstenaars, families en hun gastvrijheid te genieten. ’s Avonds dronken we een biertje en vroeg hij: ‘Wat heb je vandaag geleerd? Met wie heb je aan tafel gezeten? Welke gaven heb je ontvangen?’ De Kerk op elk continent heeft gaven voor de universele Kerk. Om maar één voorbeeld te noemen: mijn broeders in Latijns-Amerika leerden mij mijn oren te openen voor de woorden van de armen, vooral onze geliefde broeder Gustavo Gutiérrez. Zullen we ze deze maand in onze debatten horen? Wat zullen we leren van onze broeders en zusters in Azië en Afrika?

‘Toen hij bij hen aan tafel zat, nam hij het brood, zegende het, brak het en gaf het aan hen. Toen werden hun ogen geopend, herkenden ze hem en verdween hij uit hun zicht.’ (Lukas 24:29). Hun ogen werden geopend. We hoorden  die zin voor het eerst toen Adam en Eva de vrucht van de Boom des Levens namen, en hun ogen opengingen en ze wisten dat ze naakt waren. Dit is de reden waarom sommige commentatoren uit de oudheid de Emmaüsgangers zagen als Cleopas en zijn vrouw, een getrouwd stel, een nieuwe Adam en Eva. Nu eten ze het brood des levens.

Nog een laatste kleine gedachte: wanneer Jezus uit hun zicht verdwijnt, zeggen ze: ‘Brandde ons hart niet in ons toen Hij onderweg met ons sprak?’ (Lukas 24:32) Het is alsof ze zich pas na afloop bewust worden van de vreugde die ze hadden toen ze met de Heer wandelden. De heilige John Henry Newman zei dat we ons er pas bij de terugblik op ons leven bewust van worden hoe God altijd bij ons was. Ik bid dat dit ook onze ervaring zal zijn.

Tijdens deze Synode zullen wij zijn als deze leerlingen. Soms zijn we ons niet bewust van de genade van de Heer die in ons werkt en denken we zelfs dat het allemaal tijdverspilling is. Maar ik bid God dat we achteraf, als we terugkijken, ons ervan bewust zullen worden dat God altijd bij ons was en dat ons hart in ons brandde.

 

[1] “La megliu parola è chiddra chi nun si dici”

[2] ‘humili cordis intelligentia’[2]

[3] Man at Play or Did you ever practice eutrapelia? Translated by Brian Battershaw and Edward Quinn, Compass Books, London, 1965

[4] Granta, London 2016, p. 457

 

Toespraak Paus voor de Oblaten

Op 15 september hield Paus Franciscus een toespraak op het 5e internationale congres voor Benedictijnse Oblaten. Broeder Gerard Mathijsen vertaalde de toespraak voor ons! Lees hier de toespraak;

 

Beste broeders en zusters, goedemorgen!

Ik heet u van harte welkom en ben verheugd u te ontmoeten ter gelegenheid van uw Wereldcongres.

De Benedictijnse Oblaat “erkent en aanvaardt in zijn of haar eigen familie en sociale omgeving de gave van God… en inspireert zijn of haar eigen geloofsreis met de waarden van de Heilige Regel en van de monastieke spirituele traditie” Dit staat in artikel 2 van de Statuten van de Italiaanse Benedictijnse Oblaten. Ik denk hier aan uw charisma dat, zo meen ik, op een bepaalde manier kan worden samengevat door de zeer mooie uitdrukking van Sint Benedictus, die zijn volgelingen uitnodigde om een “hart te hebben dat verruimd wordt door de onuitsprekelijke zoetheid van de liefde” (Regel van Sint Benedictus, Proloog, n. 49).

Hoe mooi is die zin: een hart verruimd door de onuitsprekelijke zoetheid van de liefde! Dit verruimde hart kenmerkt de benedictijnse geest, die de spiritualiteit van de westerse wereld versterkte en zich vervolgens over alle continenten verspreidde. Deze uitdrukking, “een verruimd hart”, is heel belangrijk. Door de eeuwen heen is het benedictijnse charisma een charismatische heraut van genade geweest, want zijn wortels zijn zo stevig dat de boom goed groeit, de tand des tijds doorstaat en de smakelijke vruchten van het evangelie draagt. Ik geloof dat dit verruimde hart het geheim is van het grote evangelisatiewerk dat het benedictijnse monnikendom verricht en waaraan jullie jezelf toewijden als Oblaten, “opgeofferd” in de voetsporen van de grote Heilige Abt. Daarom wil ik kort met u nadenken over drie aspecten van deze “verruiming van het hart”: het zoeken naar God, het enthousiasme voor het evangelie en de gastvrijheid.

Het benedictijnse leven wordt allereerst gekenmerkt door een voortdurende zoektocht naar God, naar zijn wil en naar de wonderen die hij verricht. Dit zoeken gebeurt vooral door zijn woord, waarmee u elke dag gevoed wordt door lectio divina. Maar u doet dit ook door de schepping te beschouwen, door u te laten uitdagen door de dagelijkse gebeurtenissen, door het werk te ervaren als gebed, tot het punt waarop u de middelen van uw werk verandert in instrumenten van zegen, en ten slotte door mensen, in die broeders en zusters die de goddelijke Voorzienigheid u laat ontmoeten. In dit alles bent u geroepen om Godzoekers te zijn.

Een tweede belangrijke karakteristiek is enthousiasme voor het evangelie. Naar het voorbeeld van de monniken wordt het leven van hen die zich laten inspireren door Sint Benedictus, als een gave, heel en rijk. Net als de monniken, die de plaatsen waar ze wonen vruchtbaar maken en hun dagen met ijver markeren, bent u ook op deze manier geroepen om uw dagelijkse omgeving te veranderen, waar u ook woont, door te handelen als een zuurdesem in het deeg, met vaardigheid en verantwoordelijkheid, en tegelijkertijd met zachtheid en mededogen. Het Tweede Vaticaans Concilie schetst dit missionaire enthousiasme op een welsprekende manier wanneer het over de rol van de leken in de Kerk zegt dat ze geroepen zijn “om het koninkrijk van God te zoeken door zich te engageren in tijdelijke aangelegenheden en deze te sturen naar Gods wil… van binnenuit, als zuurdesem” (Lumen Gentium, 31). In die zin moeten we bedenken wat de aanwezigheid van het monnikendom, met zijn model van evangelisch leven gekenmerkt door het motto ora et labora en de vreedzame bekering en integratie van talrijke volkeren, heeft kunnen opbouwen tijdens de overgangsperiode van de val van het Romeinse Rijk tot het ontstaan van de middeleeuwse samenleving! Al deze ijver werd geboren uit enthousiasme voor het Evangelie, en ook dit is een zeer actuele zaak voor u. Inderdaad, vandaag, in een geglobaliseerde maar gefragmenteerde en snelle wereld die gewijd is aan consumentisme, in leefomstandigheden waar familie en sociale wortels soms bijna lijken te verdwijnen, is er geen behoefte aan christenen die met de vinger wijzen, maar aan enthousiaste getuigen die het Evangelie uitstralen “in het leven door het leven”. Steeds is er de verleiding: in plaats van “christelijke getuigen” “christelijke aanklagers” te worden. Er is maar één aanklager, de duivel. We moeten niet de rol van de duivel aannemen, maar die van Jezus. We zijn leerlingen van de school van Jezus, van de zaligsprekingen.

Het derde kenmerk van de benedictijnse traditie waarover ik wil nadenken is dat van de gastvrijheid. In zijn Regel heeft Sint Benedictus hier een heel hoofdstuk aan gewijd (cf. Hfdst. LIII, Over het ontvangen van gasten). Het hoofdstuk begint met deze woorden: “Laat alle gasten die in het klooster aankomen ontvangen worden zoals Christus, want eens zal hij zeggen: ‘Ik was een vreemdeling en u hebt mij opgenomen’ (Mt 25,35)”. (n. 1). Venit hospes, venit Christus. En hij gaat verder met het aangeven van enkele concrete houdingen die de hele gemeenschap moet aannemen ten opzichte van gasten: “Laten ze hem tegemoet treden en hem op alle mogelijke manieren hun liefde betuigen; laten ze samen bidden en dan elkaar begroeten en de vredeskus uitwisselen” (n. 3), dat wil zeggen dat ze met de gast moeten delen wat hen het meest dierbaar is. Benedictus sprak vervolgens over degenen die “speciale” gasten zijn en zei: “Laat de grootste zorg worden besteed, vooral aan het ontvangen van armen en pelgrims, omdat Christus in hen meer speciaal wordt ontvangen” (n. 15). Als Oblaten is jullie ruimere klooster de wereld, de stad en de werkplaats, want het is daar dat jullie geroepen zijn om modellen van welkom te zijn ten aanzien van wie er ook aan jullie deur klopt, en modellen in voorkeursliefde voor de armen. Dit is wat het betekent om welkom te heten, maar toch worden we geconfronteerd met de verleiding om ons af te sluiten. In onze huidige samenleving, onze cultuur, zelfs een christelijke cultuur, is roddelen een van de manieren om ons van anderen af te sluiten. Roddelen “bevuilt” andere mensen. “Ik sluit me af voor een ander omdat hij of zij een ellendeling is”. Laten u als benedictijnen uw tong gebruiken om God te loven en niet om over anderen te roddelen. Als u in staat bent om uw leven zo te veranderen dat u geen kwaad meer spreekt over anderen, dan hebt u de deur geopend voor uw heiligverklaring! Ga op deze manier vooruit. Soms lijkt het alsof onze samenleving langzaam verstikt in de gesloten gewelven van egoïsme, individualisme en onverschilligheid. Roddels sluiten ons op in deze realiteit.

Beste broeders en zusters, ik wil de Heer met u zegenen voor het grote patrimonium van heiligheid en wijsheid waarvan u de bewaarders bent, en ik nodig u uit om uw hart te blijven verruimen en het elke dag toe te vertrouwen aan Gods liefde, zonder ophouden die te zoeken, er met enthousiasme van te getuigen en haar te verwelkomen in de armsten die u door het leven ontmoet. Ik bied u mijn oprechte dank aan voor uw oblaat zijn en vraag u alstublieft niet te vergeten voor mij te bidden. Dank u wel!

 

Kom & Zie Weekend

Ben jij degene die onze broederschap komt verrijken?

Van 10 tot 12 november 2023 is er een Kom & Zie weekend bij ons in de abdij van Egmond. Ervaar jij wel eens een roep om monnik te worden? Dan nodigen wij jou uit om het monastieke pad te verkennen en een weekend met ons mee te leven!
Drie dagen lang bid, werk en leef je met de monniken mee. Uiteraard is er ook tijd voor reflectie en uitwisseling van vragen en ervaringen. Een monastieke roeping is vooral iets dat je moet onderzoeken en uitproberen!

Meld je aan via telefoon 072 5061415  of mail: info@abdijvanegmond.nl

Nieuwsbrief

Schrijf u vrijblijvend in en blijf op de hoogte van de activiteiten van Abdij van Egmond.

We respecteren uw privacy. Sint-adelbertabdij zal uw e-mailadres nooit delen met derden.
© 2024, Abdij van Egmond Algemene voorwaarden