Geen producten in je winkelmand.

Nieuws

Abdij van Egmond op Radio NH

Vanuit de KNR ( Konfederatie Nederlandse Religieuzen) is er een brief verzonden naar de regering met vraag om steun voor de door Corona getroffen kloosters en abdijen.  Ook hier zijn de winkels, gastenhuizen en proeflokalen gesloten geweest in het afgelopen jaar en wordt er financieel verlies geleden. Radio Noord Holland wijdde er een interview aan.   De brief van de KNR kunt u hier lezen

Preek 2e zondag veertigdagentijd

Vorige week, de eerste zondag van de veertigdagentijd speelde het verhaal zich af in de woestijn, vandaag worden wij liefst tweemaal een berg op gevoerd. Woestijn en bergtop, twee plekken die voor ons gewoonlijk buiten het dagelijks leefpatroon vallen. Maar in deze coronatijd is het leven voor velen een woestijn geworden en voor anderen een moeitevolle klim. Bieden de verhalen van vandaag misschien een hulp in deze benauwde tijd?

Het offer van Abraham of de binding van Isaak zoals het in de joodse traditie wordt genoemd, is een van de meest bekende vertellingen uit de Schrift. Tegelijk is het ook een van de meest dramatische verhalen uit het boek van ons geloof. Wat gebeurt er met de mens, met ons die dit verhaal te horen krijgen? Wat te denken van de God die hier op het toneel verschijnt? Is het dan toch waar dat het Oude Testament een toornige, verslindende god tekent, terwijl het Nieuwe Testament ons het beeld levert van een barmhartige en menslievende God?

Een ding is zeker, we hebben hier te maken met een levenssituatie waar het gaat om leven en dood. Maar wie is wie? De onlangs overleden opperrabbijn Jonathan Sacks schrijft in zijn Genesis commentaar bij deze passage de volgende notitie: “We koesteren waar we op wachten en wat we het meest dreigen te verliezen.”

Abraham heeft lang moeten wachten voor hij tenslotte op zijn oude dag het kind kreeg waarop hij hoopte. Dat lange wachten was hem zwaar gevallen, ja het duurde te lang, en op een bepaald moment nam hij het heft zelf in handen om de impasse te doorbreken. Maar dat zorgde voor complicaties die voor alle betrokkenen heel pijnlijk bleken te zijn. Wachten, het was een beproeving, want wie zegt dat het er nog ooit van komen zal. Het vergt geloof en vertrouwen om de impasse uit te houden en tegelijk open te staan voor een toekomst die op zich wachten laat. Zo was het voor Abraham, zo is het voor ons in deze crisistijd.

En dan breekt voor Abraham toch nog de morgen aan van een geboorte, van Isaak, de langverwachte. En hoe kan het ook anders, Abraham hecht zich aan de jongen, hij koestert de welbeminde en waakt over hem. Hem verliezen zou rampzalig zijn. Alles waarvan hij droomde zou in duigen vallen, de toekomst die God hem had beloofd.

Maar kinderen zijn er niet om de dromen van hun ouders te vervullen, hoe vroom die misschien ook zijn. Kinderen moeten hun eigen weg kunnen gaan, hun eigen roeping volgen. God schrijft geschiedenis met ons mensen, maar niet zelden langs een andere weg dan wij denken of willen.

Maar dat loslaten wordt voor Abraham een hele klim en God zelf dient al zijn creativiteit aan te wenden om Abraham ertoe te brengen afstand te doen van Isaak, hem zijn eigen weg te laten gaan.

 

Abraham zal door God verlost worden, de binding van Isaak zal worden losgemaakt.  De Belofte waarop Abraham al zijn hoop had gesteld, betekent niet dat hij over zijn graf moet willen regeren.  God belooft toekomst te schrijven met hem en zijn nageslacht, maar dan moet hij het God ook laten doen. Vader van de gelovigen wordt Abraham genoemd, want hij schenkt vertrouwen, en zo krijgt Isaak een toekomst en God zal met Isaak verder geschiedenis schrijven.

Waren wij op die eerste berg getuige van een bevrijding, op de tweede berg, die uit het evangelie, is het niet anders. In het eerste verhaal ontmoetten we een mens die de gevangene was van zijn eigen dromen, waarvan hij bevrijd moest worden. In het evangelie staat een mens voor ons die de vrijheid zelf is en vandaaruit anderen roept tot vertrouwen in een bestaan dat zich geeft tot op de bodem.

Was de tocht van Abraham in donker gehuld, op deze berg baadt alles in licht. Hier gaat de grote zoon van Abraham de berg op, niet om het leven naar zijn hand te zetten, maar om het uit handen te geven, om in gesprek met Mozes en Elia het ja te bevestigen voor de weg die voor hem ligt. Niet zelf bepalend, maar instemmend met die stille stem die in wet en profeten vraagt om zichzelf te geven. Hij wordt in licht gekleed, alsof hij de dood al achter zich heeft gelaten, opgenomen in de heerlijkheid van de Vader.

Hij straalt zoals iemand stralen kan die helemaal door liefde wordt bewoond en die is waartoe hij is geschapen en geroepen. Om Licht uit Licht te zijn.

Zo verschijnt hij op de berg aan de leerlingen, omdat hij de dood innerlijk heeft aanvaard en door niets of niemand meer wordt gebonden om zich in liefde te geven, trouw aan de weg.

De vrienden die zijn meegenomen de berg op, worden erdoor overrompeld en Petrus, haantje de voorste als altijd, begint over het bouwen van tenten, want dit is niet iets voor een ogenblik maar hij zou het willen laten duren. En gelijk heeft hij, maar ons bestaan is er een van reizen totdat alles is volbracht.

Ze zijn hier niet om vaste woonplaats te maken, maar om gesterkt te worden voor de tocht die hen te wachten staat.  Het duister dat de weg van Abraham overschaduwde zal hen niet worden bespaard. De toekomst die zij zich met Jezus droomden, zal zwaar beproefd worden. Geen koningstroon maar een schandpaal. Wat blijft daar nog te hopen over? Niets tenzij je gesterkt bent door het Licht dat deze nacht heeft getrotseerd, liefde sterker dan de dood.

Twee verhalen, één leven, ons leven. Soms staan we op de berg, eenzaam maar niet alleen, met het gevecht om los te laten, on God geschiedenis te laten schrijven. Maar hopelijk kennen we ook die andere berg, waar Jezus in heerlijkheid verschijnt, waar ons de schellen van de ogen vallen en wij ontdekken dat het de moeite waard is om te sterven voor een leven dat als een graan in de akker brood van eeuwig leven voortbrengt.  AMEN.

Abt Thijs Ketelaars

 

Lezingen: Gen 22 / Rom 8,31-34 / Mk 9,2-10

Afbeelding: schilderij van Francois Mes titel: Landschap in Auvegnes

Leven met de geschiedenis (Blog)

Deel 10

De legende van de steen ostelaen

Over de schenking van het gouden altaar door Gravin Hildegard heb ik in een vorige blog (9) geschreven. Dit bijzondere geschenk wordt in de kroniek van Egmond, beschreven door de karmeliet Johannes van Leyden, vermeld als volgt:

“daar en boven heeft de Gravinne Hildegaart aan de Kerke van Egmond geoffert een Altaar-tafereel, schitterende geheel van goud, met vele onwaardeerlyke edele gesteentens vercierd, uit wiens bovenst top men zegt dat de steen Ostulanus, die ’s nachts de gehele Gerw-kamer met glinsterende straalen verlichtte, en den geenen, die hen by zich droeg, onzichbaar maakte, gestoolen is.”.

Deze vermelding van de steen Ostulanus en haar diefstal heeft al eeuwen mensen geïntrigeerd. De schrijfster Marie Koenen[1] heeft bij gelegenheid van de heroprichting van onze abdij een bundel genaamd Egmond verhalen geschreven. Een van de verhalen gaat over de steen ostelaen. Ik wil hier een samenvatting geven van dit verhaal.

De oude Ebba zat op de bank voor haar hut en zat daar te wachten op de grote vogel , een ooievaar. Ze vergat hierbij haar werk achter het spinnewiel. Ze kon alleen nog maar denken aan deze bijzondere vogel die zij gevonden had met een gebroken poot. Langzaam benaderde ze de vogel en na zijn vertrouwen gewonnen te hebben wist ze zijn poot te verbinden en hem te verzorgen tot hij volledig genezen was. Negen dagen had hij daar gezeten op het nest dat zij gebouwd had tussen de appelbomen. Vanmorgen was hij plotseling weg. In haar verdriet om zijn vertrek, ze was immers aan hem gehecht geraakt, zat ze nu voor zich uit te staren. Ze had graag met hem gesproken, ook al deed hij niet anders dan naar haar kijken als ze sprak. Ze sprak over de naderende winter en de zorgen die ze had voor de komende kou. In zijn blik had zij iets van begrip gelezen. Zij en alle horigen van Graaf Dirk II hadden altijd moeite in de winter, ze was immers arm en afhankelijk van het spinwerk dat zij deed. Er was ook  nog eens constant angst voor de opstandige west-Friezen die de Kennemers en de Graaf constant bedreigden. Met een zucht ging ze achter haar spinnewiel zitten en verzuchtte “ geef Sint Adelbert, dat wij door uw voorspraak mogen verkrijgen, wat wij door eigen kracht niet verwerven kunnen”. 

Ze had de naam van Sint Adelbert nog maar net uitgesproken of ze hoorde een wiekslag boven de appelbomen en ze zag de majestueuze vogel neerstrijken voor haar hut. Daar stond hij op zijn genezen poot de ander onder zijn veren opgetrokken. Hij boog zijn kop en liet vlak voor haar voeten een fonkelende ronde edelsteen neervallen. Hij sloeg zijn vleugels uit en vloog met een grote boog weg. Hij kwam toch nog even om haar te bedanken. Nadat zij de vogel natuurde totdat hij een klein stipje was aan de hemel, boog de oude Ebba zich over naar de steen die de vogel had laten vallen. Het was een doorzichtige steen  maar het bijzondere aan deze steen was toch wel dat ze wisselde van kleur, van rozerood naar goud en dan weer hemelsblauw. Dit moest wel een kostbaarheid zijn. Ebba werd ongerust, hoe kon zij in haar schamele hut zo een schat bewaren. Wat moest zij er sowieso mee doen, ze zou nooit meer rust kennen als ze deze steen zou houden. Opeens wist ze wat te doen! Met de steen stevig in haar hand geklemd ging zij gelijk op weg naar het huis van de Graaf van Holland. Gravin Hildegard had veel edelstenen, zij zou vast wel weten wat te doen met dit exemplaar. 

In de Hal van het grafelijk hof zaten de Graaf en Gravin op ivoren zetels. Naast hun stonden hun zonen Aernout en Egbert, als prinsen gekleed. Omringd door hovelingen en kunstschatten ontving het grafelijk paar onderdanen die vragen of klachten hadden. Vandaag gin Ebba als laatst van allen naar binnen, het was de eerste keer. Gravin Hildegard was verbaasd en verwonderd toen de oude Ebba de edelsteen in haar handen legde. Door de glans van de steen verbleekte alle pracht en praal van het hof. “ dit kan niet anders dan de steen Ostelaen zijn” riep de Gravin uit “ de steen Ostelaen, die alle licht en kleur van zon, maan en sterren, van zee en hemel, van lentebloei en zomerrozen in zich bevat en zelfs de donkerste nacht verheldert tot een klare morgen. Deze steen is ooit gestolen en lang vermist geweest. Hoe komt u aan zo een uitzonderlijke steen?”. De oude Ebba vertelde over de ooievaar en hoe hij deze steen bracht terwijl zij Sint Adelbert aanriep om zijn bescherming voor het Kennemerland. “ zou het kunnen zijn, Ebba, dat de steen aan Sint Adelbert geofferd moet worden?” vroeg de Gravin, “maar ik moet u zeggen dat deze steen meer waard is dan alle juwelen en edelstenen die ik heb. Het zou zeker teveel gevraagd zijn van u die op uw oude dag nog moet werken om rond te komen. U bent zeker de rijkste vrouw van Kennemerland geworden.” Ebba schrok hiervan en zei snel, “nooit heb ik naar rijkdom gezocht het zou alleen maar een last zijn in deze onzekere tijden. Nee u hebt gelijk, de ooievaar heeft de steen vast gebracht om hem te offeren aan Sint Adelbert opdat de heilige Adelbert u en mij en heel het Kennemerland zal beschermen”. De graaf die het hele gesprek tussen zijn vrouw en de oude spinster heeft gevolgd sprak plotseling, “ik denk dat Sint Adelbert weinig gediend zal zijn met zo een kostbare schat, het zal zeker rovers en plunderaars aantrekken. Moeder Wulfsit en haar zusters in het houten klooster zijn kwetsbaar met zulk een schat.” De gravin antwoorde haar man, “ En deze kapel en dit klooster zijn wel goed genoeg om het gebeente van onze beschermheilige te herbergen en het gebeente van uw ouders?.” Beschaamd boog de graaf zijn hoofd “ teveel heb ik gedacht aan de verdediging van mijn eigen huis en het veilig stellen van mijn eigen eigendommen. Ik zal een stenen klooster bouwen en weerbare monniken hier laten wonen. Maar moeder Wilfsit heeft met haar zusters oude rechten hier. Zij is immers degene aan wie de Heilige Adelbert gevraagd heeft om zijn relieken op te graven en te vereren.” Als dit uw plan is” sprak de gravin “ dan zal ik met Moeder Wilfsit spreken over deze ontwikkelingen. En u Ebba, haal uw bezit en uw spinnewiel dan kunt u hier onder mijn hofdames verblijven en voor mij spinnen.”  

Gravin Hildegard nam de steen en ging naar het kleine houten klooster. Ze toonde de bijzondere steen aan de oude Moeder Wilfsit en vertelde het verhaal van de ooievaar en de oude Ebba. De steen lag fonkelend in de tere hand van de Overste. “ dit kan haast niet anders dan dat deze steen uit de kroon van Sint Adelbert komt” sprak de oude zuster, “ als het zijn wil is dan zal ik met mijn zusters naar een andere plaats gaan opdat dit klooster in steen mag worden opgebouwd en door broeders van onze benedictijnse orde worden bewoond. Wij zullen uitwijken voor weerbare mannen die dit heiligdom kunnen beschermen.” De gravin sprak tot haar, “ de graaf geeft u een nieuw huis in Bennebroek op het landgoed dat hij daar bezit.” Moeder Wilfsit sprak, “dan zullen wij daar in gebed verder leven zonder nog nieuwe zusters aan te nemen.” De gravin beloofde “ ik zal een gouden altaartafel laten maken waar ik deze bijzondere steen zal plaatsten zodat haar glans straalt over de reliekschrijn van Sint Adelbert”. 

En zo was het dat de steen Ostelaen haar plaats kreeg in de kerk van de Abdij van Egmond, welke verrees in steen en een grote rol speelde in de opbouw en bestuur van het Graafschap Holland.

 

[1] Egmond-verhalen, M. Koenen, uitgeverij Joh. Roosenboom, Heerlen.

Deel 9

Het gouden altaar

Bij gelegenheid van de bouw van de eerste stenen abdijkerk gaven Graaf Dirk II en Gravin Hildegard een grote gift in de vorm van boerderijen, dorpen en landerijen opdat de monniken zichzelf in hun levensonderhoud konden voorzien. Naast het evangelieboek waar ik eerder over geschreven heb schonk Gravin Hildegard aan de Abdij een altaarstuk, het gouden altaar genoemd. In de kroniek van Egmond geschreven door de karmeliet Johannes van Leyden staat hierover:
“daar en boven heeft de Gravinne Hildegaart aan de Kerke van Egmond geoffert een Altaar-tafereel, schitterende geheel van goud, met vele onwaardeerlyke edele gesteentens vercierd, uit wiens bovenst top men zegt dat de steen Ostulanus, die ’s nachts de gehele Gerw-kamer met glinsterende straalen verlichtte, en den geenen, die hen by zich droeg, onzichbaar maakte, gestoolen is.”.

Hoe het stuk er uitgezien zou hebben weten we via twee bronnen. Balduinus van Den Haag schreef erover en een zekere Heda, afkomstig uit de omgeving van Egmond, schrijft erover na zelf, rond 1500, in de abdij het altaarstuk gezien te hebben. Heda schrijft; “ ik heb het kunstwerk gezien en bewonderd, want het is werkelijk bewonderenswaardig. Ik weet niet, wat ik er meer in moet prijzen: de diepzinnigheid van voorstelling of de kunst, waarmee ze is uitgevoerd, en ik geloof ook niet, dat ik, vooral niet in onze kerken, ooit zoiets gezien heb, dat in alle opzichten zó volmaakt schoon is.”
Heda beschrijft vervolgens het retabel, feitelijk een opstaande achterwand achter op het altaar.
“ Ze is met roodkleurig goudbeslag bedekt, bezet met fonkelend edelgesteente en kunstig door een vaardige meesterhand gegraveerd. De retabel is vierkant van vorm, zoals men dat in de oud romaanse kunst aantreft. Rondom staat er langs de rand te lezen in Romeinse hoofdletters: Dit altaar dat ter ere van God, den Vorst der Apostelen Sint Petrus, en den voortreffelijken Belijder Christi Sint Adelbert, was opgericht, hebben de eerwaardige graaf Theodoricus samen met zijn geliefde gemalin Hildegardis met goud en edelgesteente versierd en in de hoop op een eeuwig loon voor zich, voor hun ouders en hun eigen kroost, aan God en genoemde heiligen godvruchtig gewijd. “

Op deze afbeelding ziet u het hoogaltaar van de Basiliek Saint Dennis in Parijs uit de 10e eeuw met een retabel aan de achterkant van het altaar. Daarachter een reliekschrijn en aan de zijkanten gordijnen. Deze afbeelding voldoet in alle opzichten aan de beschrijving van het Hoogaltaar in onze Abdijkerk.

Zoals wij lezen maken de gevers geen geheim van hun verlangen. Deze opdracht past helemaal in de lijn van de kloosterstichting, het verkrijgen van het eeuwige leven in het hiernamaals. Toch is dit niet alles, Heda vervolgt met de beschrijving van het paneel zelf:
“ in iedere hoek van het retabel ligt een grijsaard met een leegstromende kruik onder zijn armen, zoals men vanouds de Donau, de Rijn, de Tiber en de andere rivieren placht uit te beelden. Hier zijn het zoals erbij te lezen staat, de vier Paradijsstromen: de Phison, Tigris, Eufraat en Geon. Tussen de bovenste twee rivieren staan zes eerbiedwaardige Apostelfiguren: Sint Johannes, Andreas, Petrus, Paulus en wat lager Philippus en Jacobus, ieder met zijn naam erbij. Onderaan staan tussen de rivieren: Sint Thomas, Bartholomeus, Thadaeus, Symon, Jacobus en Mathias. Midden op de retabel bevindt zich het Kruis met diadeem en de afbeelding van de Verlosser. Op de rechterarm van het kruis leest men Caritas ( liefde ); op de linkerarm Spes ( hoop ); op de voet Fides ( geloof ) en daarbij staan de corresponderende emblemen in het verlangde van de linker kruisarm ziet men  een engelenfiguur, aangeduid als Cherubijn, en daarnaast tot aan de rand van het vierkant: Sint Adelbert en Sint Bavo. Aan de linkerkant bevindt zich een serafijn met Sint Martinus en Sint Willibrord. Tussen de Phison en het kruis zit Sint jan met een lessenaartje en een boek, dat begint : in Principio. Daar tegenover Sint Matthaeus eveneens met lessenaar en boek: Liber generationis. Vervolgens tussen Eufraat en kruis: Sint Lucas met een hoorn in plaats van een boek. En aan de andere kant tussen Geon en kruis: Sint marcus met een boek waarop geschreven staat : Ecce mitto. Ieder der Evangelisten heeft het symbolische dier bij zich uit de Apocalyps.”

Deze zeer gedetailleerde beschrijving spreekt zeker tot de verbeelding. Wij weten dat rond 1520 dit retabel nog in de Abdijkerk is geweest. En in 1524 werden er nog werkzaamheden uitgevoerd voor de zijluiken die in de 15e eeuw werden aangebracht. In de jaren hierna weten wij niets meer van dit retabel. Dit zal waarschijnlijk liggen in het feit dat het Abdijarchief helaas niet meer compleet is. Tijdens en na de plundering door de Geuzen heeft men veel buit gemaakt uit de abdij. Er is een getuigenverklaring die stelt dat de Geuzen richting Alkmaar gingen met medeneming van zilveren kelken, kazuifels die men spottend droeg en van andere kostbaarheden die men als krijgsbuit meenam. In deze verklaring wordt geen vermelding gemaakt van het retabel. Als men hierop de hand had kunnen leggen dan was dit zeker vermeld. Misschien zit er een kern van waarheid in de eeuwenoude legende dat de monniken het retabel hebben kunnen verbergen op het abdijterrein. Wie weet wat er ooit nog opduikt.

Op de volgende twee foto’s zien wij voorbeelden van retabels uit de 10e eeuw, de tijd waaruit ons retabel stamt.

© Arnoldius, wikipedia commons.

Deze foto is van het gouden altaar in Aken. De panelen zijn uit de 10e eeuw, het houtwerk is uit later tijd. Christus is hier tronend afgebeeld en naast hem Maria en St. Joris. Hiernaast de dieren van de Evangelisten. Hieromheen het passieverhaal van palmzondag tot de verrijzenis.

 

© G.dallorto wikipedia commons.

Deze foto toont het altaar retabel van de Dom van Milaan. Het vierkante middenpaneel lijkt erg veel op de beschrijving van ons altaar. Met boven en onder de genoemde apostelen en de armen van het kruis met haar afbeeldingen.

In de beschrijving van het retabel door Heda wordt er melding gemaakt van de steen Ostelaen welke gestolen werd. Dit verhaal is te mooi om hier kort te behandelen. Ik zal dus in de volgende blog schrijven over deze mysterieuze steen.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Deel 8

Het evangelieboek

In deze blog zal ik terugkomen op de schenking van Graaf Dirk II en zijn Vrouw Hildegard bij gelegenheid van de stichting van de tweede Abdijkerk.
Ter gelegenheid van de stichting gaven zij een Evangelieboek “met goud en kostbare stenen versierd” en een altaartafel “wonderbaarlijk mooi versierd met goud en kostbare stenen versierd” zoals wij dit kunnen lezen in de annalen in het jaar 977.
Het evangelieboek dat geschonken is voor de eredienst bevindt zich nu in de koninklijke Bibliotheek in Den Haag. Het is een perkamenten handschrift dat sinds de stichting tot de verwoesting in gebruik was voor de eredienst. Naast een aantal illustraties voor het begin van elk evangelie zijn er twee illustraties die heel erg bijzonder zijn. Deze illustraties tonen de Graaf en Gravin die het evangelieboek op het altaar leggen in de nieuwe kerk. Bijzonder is te vermelden dat deze twee afbeeldingen de vroegste afbeeldingen zijn van landgenoten die wij nu kennen. In de tweede illustratie knielt Graaf Dirk II voor St. Adelbert en ligt de Gravin op de grond.

Ik wil beide afbeeldingen met u delen en kort wat dieper in gaan bij elke illustratie

De voorspraak van St. Adelbert.

Op deze voorstelling zien wij hoe St. Adelbert als middelaar optreed tussen Christus en het Grafelijk paar. In de linker marge van de afbeelding staat in het latijn een toelichting:
“meest verheven Heer, ik smeek u nadrukkelijk met welwillendheid om te waken over het welzijn van deze mensen, die zoveel moeite hebben gedaan om u op een waardige wijze te dienen”.

Deze afbeelding maakt direct duidelijk wat de stichters van de Abdij voor ogen hadden bij de stichting. St. Adelbert die nu als “Huis-Heilige” van de Grafelijke Familie fungeert als voorspraak voor de Graven van Holland.

( foto afbeelding @ koninklijke Bibliotheek)

De aanbieding van het Evangeliarium.

Op deze afbeelding leggen Graaf Dirk II en Gravin Hildegard het evangelieboek op een altaar en op de achtergrond zien wij de abdijkerk van Egmond. Het bijzondere hieraan is dat dit de oudste afbeelding is van een gebouw in Nederland. Als toelichting bij deze afbeelding staat er in het Latijn een opdracht; “Dit boek is geschonken door Dirk en zijn geliefde vrouw Hildegard aan de gezegende vader Adalbert, opdat hij hen rechtvaardig zal gedenken in eeuwigheid

( foto afbeelding @ koninklijke Bibliotheek)

Het evangelieboek dat de Graaf en Gravin schenken zal tijdens de eerste 600 jaar van het bestaan van de Abdij altijd in ere worden gehouden. Eerst en voornamelijk als boek om te gebruiken in de liturgie later zal het boek in zijn kostbare band versierd met goud en edelstenen op het altaar staan op hoogfeesten. De kostbare band is helaas verdwenen maar gelukkig is de tekst zelf bestaan gebleven.

Wat het evangelie boek voor mij echt bijzonder maakt zijn wel de vermeldingen van de ‘ Fundaciones, dotaciones et donaciones hecmundensi monasterio collate a primitivis comitibus Hollandie necnon a ceteris fidelibus Christianis’ ofwel in vertaling , “Fundaties, schenkingen en gaven aan het klooster van egmond, gedaan door de eerste graven van Holland, alsmede door andere christengelovigen”. 

Deze aantekeningen gaan vooral over schenkingen die aan de abdij werden gedaan om te voorzien in het onderhoud van de monikken van de abdij. Het optekenen van deze schenkingen in het evengelieboek is niet alleen bedoeld om te zorgen dat de schenkingen op schrift gesteld werd maar het maakte ook een statement. Bij het gebuik van het evangelieboek tijdens de liturgie of op de momenten dat het evangelieboek op het altaar werd geplaatst werden ook de schenkingen als het ware in herinnering  gebracht en werden ze feitelijk door de Schrift bekrachtigd.

Het evangeliarium word thans in de Koninklijke Bibliotheek bewaard waar het veilig en goed bewaard en geconserveerd wordt.

Noot van de auteur: ik heb voor het schrijven van dit artikel onder meer gebruikgemaakt van de website van de Koninklijke Bibliotheek in Den Haag.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Deel 7

Graaf Dirk II en Gravin Hildegard

In dit blog wil ik u weer mee nemen naar het Egmond van de 10e eeuw, naar het jaar 950 om precies te zijn. Het is in dit jaar dat Graaf Dirk II de definitieve stichting van Egmond doet. De graaf laat de zusters die tot dit moment in het kleine kloostertje wonen verhuizen voor hun veiligheid naar Bennebroek en haalt voor Egmond de eerste monniken uit Gent. Ook geeft de Graaf opdracht om een stenen abdijkerk te bouwen om een veilig onderkomen te geven aan de broeders en voor de bezittingen zoals de relieken van St Adelbert. Bij de stichting van de abdij geven Graaf Dirk II en zijn Gravin diverse geschenken. Naast een aanzienlijke hoeveelheid land en boerderijen die moesten zorgen voor het onderhoud van de broeders schonk het Grafelijk paar nog enkele bijzondere geschenken.
Deze  geschenken waren een Evangelieboek “met goud en kostbare stenen versierd” en een altaartafel “wonderbaarlijk mooi versierd met goud en kostbare stenen versierd” zoals wij dit kunnen lezen in de analen in het jaar 977. Op deze schenking kom ik in de volgende blog terug.

De kinderen van de Graaf  en Gravin van Holland.

Graaf Dirk II en Gravin Hildegard krijgen drie kinderen, en elk van deze drie kinderen zijn op een bijzondere manier verbonden met de abdij van Egmond.
Graaf Arnout volgt zijn vader op als Graaf van Holland, hij zorgt ook voor het voltooien van de bouw van het stenen nieuwe klooster aan de zuidzijde van de abdijkerk die zijn vader bouwde. Tijdens zijn leven schonk hij de abdij vele gaven in de vorm van hoeven en landerijen. Een wel heel bijzondere vermelding over deze derde Graaf wil u niet onthouden. Het boek Breviculi Leonis vermeld dat; “ eens op de tweede zondag van Pasen, toen er veel mensen in de kerk waren, de sarcofaag van de Graaf door ouderdom uiteen viel en er een rookkolom van twee ellen uit het graf omhoog steeg die de geur van myrrhe en wierrook verspreidde”. Een rekening uit 1482 vermeld een post voor de reparatie van “een hengsel aan sinte Arnouts graf”. Om voor ons onduidelijke reden werd deze graaf als heilige vereerd in Egmond. Hij zal niet enige zijn zoals wij zo zullen zien.

De dochter van het grafelijk paar was Erlinde. Van haar weten wij niet zoveel behalve een opvallende vermelding in de Vita Adelberti. Erlinde was blind aan een oog en het was dankzij de voorspraak van St Adelbert dat zij bij zijn relieken het zicht in haar oog terug kreeg. Erlinde werd in de Abdijkerk begraven.

De tweede zoon van Graaf Dirk II en Hildegard was Egbert. Deze Egbert was monnik in onze abdij en hij heeft ook persoonlijk de voorspraak van St. Adelbert ervaren. Egbert werd op de dag na palmzondag ziek met koortsen. Dit duurde tot het feest van St. Adelbert op 25 juni. Ondanks zijn ziekzijn vervulde hij in de hoogmis zijn taak toen hij plotseling van zijn ziekte verlost werd. Later vervulde Egbert  de positie van kanselier van de Keizer en werd hij tenslotte Aartsbisschop van Trier. Op deze monnik van onze abdij kom ik in een volgend blog terug.

De stichters van onze Abdij hadden naast de stichting van een kerk voor St Adelbert ook een andere reden om de kerk en het klooster te stichten. Als opkomend vorstenhuis werd het bezit van een grafkerk waar voor de gestorven leden van hun geslacht gebeden werd en zo de kerk als een praalgraf van het Hollandse Gravenhuis kon dienen. Het Grafelijk paar werd dan ook in deze kerk bijgezet. Gravin Hildegard stierf op 30 maart van een ons onbekend jaar. Graaf Dirk II stierf op 6 oktober 988 en tot op de dag van vandaag wordt de wens van onze stichter gerespecteerd en bidden wij op deze dag voor de zielenrust van de Graaf.

Deel 6

De Abten van Egmond.

Terwijl ik dit schrijf heeft onze gemeenschap juist de keuze van haar nieuwe Abt achter de rug. Onze broeder Thijs Ketelaars is gekozen tot 44e abt van Egmond, de 6e overste sinds de restauratie van de Abdij in 1935. Misschien is dit het moment om eens te kijken hoe de verkiezingen en de zegening van abten in onze geschiedenis is gegaan.

De verkiezing van een nieuwe abt is altijd een bijzonder moment in iedere communiteit. Ook in onze communiteit was dit ook een bijzondere gebeurtenis. Na 39 jaar is Vader Abt Gerard terug getreden en is Vader Abt Thijs gekozen. Dit alles gebeurde volgens een aantal plechtige momenten die sinds de middeleeuwen inhoudelijk niet zijn veranderd. Op de dag na zijn verkiezing heeft de Abt een bezoek gebracht aan de Bisschop van Haarlem-Amsterdam en de dag hierna op het feest van St. Jan de Doper heeft de Abt-Praeses de abtszegening verricht. Dat abtswisselingen niet altijd zo voorspoedig verliepen blijkt wel uit de geschiedschrijving van onze Abdij. Ik heb een paar voorbeelden gevonden die de verschillen aanduiden.

Onze eerste abt Wonoboldus is naar alle waarschijnlijkheid bij de stichting van de abdij rond 950 als abt benoemd toen hij met zijn medebroeders op reis ging om de nieuwe stichting te bevolken. Hij zal waarschijnlijk door het overreiken van de Abtsstaf door de Graaf zijn geïnstalleerd.

Bij het overlijden van de 6e Abt Adalardus in 1120 zien wij voor het eerst een probleem rond de opvolging. Pas in 1124 wordt Ascelinus tot 7e Abt benoemd. Ik zeg benoemd omdat hij niet gekozen is door de communiteit maar benoemd door de Gravin-Weduwe. Ascelinus was eerst haar hofkapelaan en is na de dood van Abt Adalardus in het klooster opgenomen als novice en na zijn professie tot abt gezegend. Onder zijn bewind was er zoveel tegenslag dat de broeders honger leden terwijl de Gravin met het kloosterkapitaal een begin maakte met de bouw van een nieuwe kerk.

Na de keuze van de 23e abt Dirk Screvel wende deze zich tot de bisschop van Utrecht om de Abtszegening te ontvangen. Bisschop Frederik eiste een absurd bedrag voor deze gunst dat de Abt zich tot de wijbisschop van Utrecht richtte om de abtszegening te ontvangen. Deze ontving de Abt in 1319 uit handen van de Wijbisschop.

Een ander bijzonder voorbeeld vinden wij bij Abt Willem van Rolant die in 1345 gekozen werd. Gedurende zijn abbatiaat is er niet veel bijzonders te melden. Pas bij zijn abdicatie in 1350 en de jaren die hierop volgden komen wij een bijzonder gegeven tegen. Jan Olout was abt van 1351 tot 1353, na dit korte abbatiaat wilden de graaf van Egmond en de Hertog van Gelre zich gaan bemoeien met de komende Abtskeuze om zo hun politieke wil op te leggen aan de kloostergemeenschap. Van deze plannen op de hoogte gesteld kwamen de monniken voor het keuze kapittel bijeen en kozen de afgetreden Abt Willem van Rolant opnieuw tot Abt. Bij aankomst van de afgezanten van de Graaf en de Hertog konden zij niets anders doen dan onverrichterzake terug te keren naar hun opdrachtgevers.

Toen na 26 dagen de rust weder gekeerd was riep de Abt zijn kiezers bijeen en deed in tegenwoordigheid opnieuw afstand van zijn waardigheid. Hij trok zich vervolgens weer terug in zijn huis op het kloosterterrein.

Een laatste voorbeeld dat ik wil aanhalen is de volgende. Bij de oprichting van het bisdom Haarlem in 1559 werd bepaald dat na het sterven van de dan zittende Abt de nieuwe Bisschop de abdij als persoonlijk tafelgoed zou krijgen om zo in zijn levensonderhoud te voorzien. In 1561 was dit moment gekomen en de 1e bisschop van Haarlem werd Nicolaas van Nieuwland. Zijn pontificaat was turbulent en na 9 jaren abdiceerde hij. Zijn opvolger werd Godfried van Mierlo. Deze werd bij zijn bisschopswijding automatisch Abt van Egmond. Het bijzonderste aan deze Abt-Bisschop was wel het feit dat hij als Dominicaan Abt werd van een Benedictijner Abdij!

Hartelijke Groet,
Br. Adelbert o.s.b.

Deel 5

Egmond in de 2e wereldoorlog.

Beste lezer,

Deze blog wijkt af van de serie die ik aan het schrijven ben. In het kader van 75 jaar bevrijding zal deze blog gaan over ons klooster en de kloosterlingen in de 2e wereldoorlog.

Na het binnenvallen door de Duitsers en de capitulatie van Nederland veranderd er in de Priorij van Egmond niet zoveel, zo meld ons de kroniek van Egmond. In het voorjaar van 1941 komen de nieuwe koorbanken, naar een ontwerp van architect Kropholler gereed. Ook kwam de nieuwe boerderij welke gebouwd werd door werklozen uit het werklozenkamp “Vredestein” gereed. “Vredestein” wordt op 12 april gesloten. In deze eerste jaren loopt het klooster diverse keren schade op door het inslaan van bommen. Toen in 1942 in Nederland massaal de klokken werden gevorderd werd de luidklok van de kloosterkapel voor de veiligheid opgeborgen. In November 1942 moesten de monniken op last van de Duitsers evacueren. Ik zie met verbazing op oude foto’s dat werkelijk alles werd meegenomen. Potten en pannen, bedden en kasten en tafels, en het complete koorgestoelte wordt op een vrachtwagen geladen om vervolgens door een vrachtschuit verder vervoerd te worden. De bibliotheek wordt gedurende de oorlog veilig ondergebracht in Heiloo.

De eerste bestemming van de evacuees is kasteel Huize Bingerden bij Doesburg, dit door tussenkomst van Pastoor A.C. Uijterwaal de pastoor van Doesburg. Hier zal het kloosterleven zijn doorgang kennen tot september 1944 de broeders worden verjaagd door de Duitsers en het huis verwoest wordt. Door dezelfde pastoor krijgen ze onderdak in Doesburg in een verlaten kostschool. De broeders maken hier op 16 april 1945 de bevrijding mee. De communiteit verblijft tot de algehele bevrijding op 5 mei op het kasteel Slangenburg bij Doetinchem. In dit kasteel word na de oorlog ons zusterklooster de Willibrord abdij gesticht.

De Duitse soldaten die tijdens de oorlog op de priorij verbleven vertrokken op 15 mei uit het dorp. Dankzij de inzet van een grote groep dames uit het dorp werd in de tijd die hierop volgde het klooster grondig schoongemaakt. In Augustus komt ook de bibliotheek terug en wordt weer ingericht. In december 1945 vermeldt de kroniek een serenade door de fanfare bij gelegenheid van de terugkeer van de communiteit.

Bij de evacuatie van de communiteit in 1942 vertrokken niet alle monniken. Drie paters en twee broeders bleven in Egmond achter en maakten gebruik van enkele kamers in het klooster. Op 16 Februari 1943 worden de vijf broeders uit het klooster gezet toen het gevorderd werd door de Duitsers. De broeders woonden vervolgens op de oude boerderij tot ze op 18 maart ook hieruit verdreven werden. De nieuwe boerderij werd door de Duitsers als stal voor hun paarden in gebruik genomen.

De rest van de oorlog wonen de vijf monniken in huize St. Jozef aan het begin van de oprijlaan. Dit was hun kleine woning tot aan de bevrijding. De naast het huis gelegen varkensstal werd omgebouwd tot kapel waar de broeders de getijden baden en de H. Mis vierden.

Deze kleine kapel staat nog steeds naast het huis aan het begin van de oprijlaan, schuin tegenover het monument ter nagedachtenis van de gesneuvelden van deze oorlog.

Hartelijke Groet,
Br. Adelbert o.s.b.

Deel 4

Tot Abdij verheven.

Beste lezer,

Vandaag wil ik u meenemen naar het jaar 950, het jaar dat het klooster in Egmond tot abdij werd verheven. In de 10e eeuw was het erg onrustig in de kustgebieden door de herhaaldelijk invallen van de Noormannen. Meerdere keren zijn de kapel op het graf en het klooster van de zusters door brand aangetast. Graaf Dirk II nam het besluit om een stenen kerk te bouwen die met zijn zware torens en smalle vensters bijna onneembaar zou zijn. De zusters die tot dit moment in het houten klooster wonen worden naar het veiliger Bennebroek overgeplaatst en er werden Monniken aangetrokken vanuit Gent.

De veiligheid was niet het enige motief dat de Graaf had bij de stichting van de abdij. Het prestige van het snel opkomende Gravenhuis eiste ook een monument dat een waardige uitdrukking zou zijn van zijn groeiende macht. Net als andere vorstenhuizen zou ook Holland een waardig monument krijgen dat tegelijkertijd diende als praalgraf voor de gestorven leden van het Gravenhuis en waar ten eeuwigen dage met getijden en diensten voor hun nagedachtenis werd gebeden. Op deze manier moest het Hollandse Gravenhuis een roemrijk graf bezitten, bij het lichaam van Sint Adelbert.

De stichting van de abdij werd bekroond met een belangrijke schenking aan landgoederen, waardoor het dagelijks onderhoud van de monniken kon warden verzekerd. De graaf stelde het klooster in opdat de monniken vrij zouden zijn voor God, Deo Vacare constituit. Ook in onze tijd wordt dit nagestreefd , de huidige abdij heeft als wapenspreuk Deo Vacare. Zo vind de wens van de stichter zelfs na zoveel eeuwen gehoor.

De keuze voor monniken uit Gent was niet een willekeurige keus. In de zuidelijke Nederlanden werd door de Graaf van Vlaanderen een aanvang gemaakt met de hervormingen van de kloosters in zijn bezit. Onder de bezielende leiding van Gerard van Brogne werd al spoedig tot in Frankrijk en Engeland de hervorming en restauratie van verschillende kloosters opgenomen.
Door de verwantschap tussen het Hollandse Gravenhuis en het Vlaamse Gravenhuis was het voor Graaf Dirk II mogelijk om ons klooster bij deze hervormings- en restauratiegolf aan te sluiten.

De band met de St. Baafsabdij in Gent blijkt ook uit feesten van Heiligen die hier vereerd werden en oorspronkelijk in Gent gevierd werden. Op het Altaar retabel dat bij de stichting geschonken werd door het gravenpaar stond ook St. Bavo afgebeeld. Deze Bavo was de Patroonheilige van de abdij in Gent.
Met de eerste monniken en de verheffing tot Abdij komen wij ook Wonoboldus tegen als eerste Abt van Egmond. Over de eerste Abten zal ik u in de volgende blog berichten.

Hartelijke Groet,
Br. Adelbert o.s.b.

Deel 3

Het eerste klooster.

Beste lezer,

Vandaag kijken we naar het eerste klooster dat hier in Egmond gesticht is.

In de Abdijtuin is de plek aan te wijzen waar de eerste stenen Abdijkerk gestaan heeft. De muren zijn aangegeven door lariks-hagen. Twee grafstenen geven de begraafplaatsen aan van Graaf Floris I en de Gravinnen Thetburga en Othilde binnen de eerste kerk. Op deze plek is ook de plaats aan te wijzen waar het allereerste klooster heeft gestaan. Dit klooster was een houten huis met een afgescheiden kapel. In dit klooster dat was gesticht door Dirk I Graaf van Holland en werd bewoond door zusters werd gebeden voor de stichters.

Wij weten de plaats van dit klooster vrij nauwkeurig omdat de stichter van dit klooster met zijn vrouw in de houten kapel werden begraven. Bij de bouw van de eerste stenen Abdijkerk werd dit graf binnen de nieuwe kerk opgenomen en kwam in het koor voor het zijaltaar te liggen. Dit klooster werd bewoond door zusters, zoals ik al eerder vermelde. Een van de zusters, Wilfsit genaamd, kreeg omtrent 922 tot drie keer toe een visioen van een man die haar vroeg om zijn gebeente op te graven en het over te brengen naar het klooster. Na de Graaf en de Bisschop van Utrecht geïnformeerd te hebben werd op 15 juni 922 het graf van Adelbert geopend om zijn lichaam naar het klooster over te brengen. In het levensverhaal van Sint Adelbert dat in opdracht van de Aartsbisschop van Trier, een zoon van Graaf Dirk II, op schrift werd gesteld lezen wij het volgende:

“Bij die gelegenheid is er onder de grafkist een bron gevonden met wonderlijk helder en doorzichtig water, die tot op de huidige dag het vermogen heeft behouden velen te genezen die de hoop eigenlijk al hadden opgegeven. En toen men ook de kist hadden geopend, kon men zien dat de wade waarin het heilige lichaam was gewikkeld niet was aangetast door enig bederf en verrotting: hieruit bleek de levenskracht van de overledene”

Zo werd het lichaam van Sint Adelbert overgebracht naar het klooster van de zusters en daar in de kapel geplaatst. De lijkwade werd als reliek in de kapel boven het graf van Sint Adelbert bewaard. Het klooster werd volgens het leven van Sint Adelbert enkele keren verwoest waarbij ook de relieken door brand werden aangetast. Dit is nog duidelijk te zien aan de relieken die bewaard worden in het hoogaltaar in de huidige Abdijkerk.

Bij archeologisch onderzoek zijn ook brandsporen ontdekt die terug te voeren zijn tot het houten klooster. Door de invallen van de Noormannen was de veiligheid van de zusters niet langer zeker. Graaf dirk II liet rond 950 de zusters verhuizen naar een klooster in Bennebroek en plaatste in het klooster in Egmond monniken uit Gent. Het is ook in deze tijd dat het klooster tot abdij is verheven.

Hierop zal ik in de volgende blog ingaan.

Broeder Adelbert o.s.b

Deel 2

Sint Adelbert, Apostel van het Kennemerland.

L.S.
In het hoogaltaar van de Egmondse Abdijkerk rust het gebeente van Sint Adelbert de patroon van ons klooster. In deze blog wil ik met u terug gaan in de tijd, naar het jaar 690 om precies te zijn. Vanaf dit jaar zullen wij vertrekken om zodoende Adelbert wat beter te leren kennen.
Op een kleine boot op de uitgestrekte Noordzee zit een groep van 13 monniken en een schipper uit Ierland. Om precies te zijn uit het klooster Rath Melsigi. Het is een gemêleerd gezelschap en onder hen zijn Willibrord en Adelbert. Willibrord zal later aartsbisschop van de friezen worden, maar laten we ons eens richten op Adelbert. Hij is net als alle andere opvarenden een monnik maar zijn roepingsverhaal is wel heel bijzonder. De overlevering leert ons dat Adelbert de zoon en opvolger was van een van de koningen van Engeland. Deze prins verlangde er steeds meer naar om zich terug te trekken in het klooster om een monastiek leven te leiden. Op een gegeven dag deelt hij zijn verlangen met zijn vader en overhandigt hij zijn kroon aan hem om vervolgens te vertrekken naar het klooster Rath Melsigi.

Aan land gekomen gaat de groep missionarissen vlijtig aan het werk. Ze trekken rond en verkondigen het Evangelie, dopen mensen en stichten kerken. Een van de kerken die gesticht werden was de kerk in Heiloo, het is aan deze kerk dat Adelbert verbonden wordt. Dit Heilig Loo ( heilig bos) is de plaats van waaruit Adelbert werkt, waar hij de zielzorg uitoefent.
Niet ver van Heiloo ligt de plaats Hallum ( het huidige Egmond) en nog een kilometer verder ligt het dorp Egmond. Een mooi en rustig dorp aan de voet van de duinen een aantal huizen staan hier en in het grootste huis woont Eggo met wie Adelbert snel bevriend raakt. (Eggo is trouwens de oudst bekende Egmonder van wie wij de naam kennen.)

Op een bepaalde dag zit Adelbert bij het vuur in Eggo’s huis een appel te eten. En hij vertelt dat hij op reis zal gaan naar Engeland om zijn familie nog eens te bezoeken. Eggo wordt zeer bedroefd van dit nieuws en vraagt Adelbert de belofte te doen dat hij weerkomt. Adelbert gooit het klokhuis van zijn appel in het vuur en zegt “ zodra deze pitten vrucht dragen kom ik terug. Adelbert vertrekt naar zijn Vaderland en nog diezelfde nacht breekt er een brand uit die het hele huis verwoest. De tijd gaat voorbij, het huis wordt sterker opgebouwd en zie daar uit de as is een kleine appelboom opgekomen en op de dag dat de eerste appel aan dit boompje rijp is meert de boot met Adelbert aan. Adelbert blijft nu in de omgeving van Heiloo en Egmond als pastor werkzaam, hij ziet de kinderen die hij doopte opgroeien en zelfs hun kinderen mocht hij weer dopen. Het was goed leven in dit schone Kennemerland.

Rond 740 gaan Adelberts krachten langzaam achteruit, de jaren laten zich gelden, hij is een oude man geworden. In die laatste dagen van zijn leven neemt hij afscheid van iedereen en hij bereid zich voor op de ultieme ontmoeting met zijn Schepper. Langzaam glijdt hij uit dit leven weg en blaast zijn laatste adem uit.
De diepbedroefde dorpelingen begraven hem vlak buiten het huis van Eggo en bouwen op zijn graf een klein kerkje waar vele mensen komen bidden en genezing vinden.
Zo werd een Prins tot missionaris en apostel van Kennemerland.

Graag tot de volgende keer,
Broeder Adelbert o.s.b

Deel 1

Gegroet lezer,

Mijn naam is broeder Adelbert en ik ben monnik van deze abdij en ik mag met enige regelmaat een blog schrijven op deze plaats om het wel en wee van onze abdij te beschrijven van haar stichting tot aan vandaag de dag.

Met een onderbreking van 300 jaar is er bijna 1100 jaar monastiek leven geweest in Egmond, en deze monastieke geschiedenis heeft zijn sporen nagelaten in Egmond en dan specifiek op het terrein van de Abdij. Je kunt op sommige plaatsen in de tuin letterlijk geen spade in de grond steken of je vindt iets uit de middeleeuwen of de tijd daarna. Toegegeven het zijn kleine fragmenten maar toch.

Ons kennen van de oude abdij berust vooral op gedeeltelijke opgravingen en reconstructies aan de hand van schilderijen en etsen uit een latere tijd. Maar nu gaat dat waarschijnlijk veranderen!. De provincie Noord-Holland heeft voor de duur van drie jaar  toestemming gegeven  voor onderzoek met grondradar, sonar en andere apparatuur voor het hele abdijcomplex. Het is voor ons als Monniken ook een prachtig project om te volgen, want zeg nu zelf niet iedereen heeft een middeleeuwse abdij begraven in haar achtertuin. Het is nu voor het eerst dat er een volledig beeld wordt geschetst van de Abdij en haar bijgebouwen, weliswaar in de grond maar een compleet beeld.

Dit prachtige project is voor mij de aanleiding geweest om ook weer eens de bibliotheek in te duiken om mijn kennis van de geschiedenis van onze abdij bij te schaven. Een geschiedenis van monniken en wereldse heersers, van eerbiedwaardige abten en slechte abten, van veranderingen en tegenstand, van simpel klooster tot groot bolwerk van Humanisme en nog zoveel meer.

Ik wil u in deze blogs meenemen op een reis door de tijd. Ik wil u voorstellen aan bijzondere mensen uit onze geschiedenis. Ik wil u laten zien hoe de verhouding met de Heren van Egmond escaleert. Ik neem u mee naar het feest van Sint Adelbert in de 15e eeuw. Ik stel u voor aan Sint Adelbert zelf en we luisteren naar zijn verhaal. We zullen kennismaken met de zusters die de aanleiding waren voor de opgraving van de relieken van Sint Adelbert. We volgen de eerste broeders die hier neerstreken op verzoek van de graaf van Holland, die de Stichter is van ons Klooster, en zijn opvolgers die zoveel hebben gedaan voor onze abdij. Wij volgen het wel en wee van de bewoners van de abdij in het verre verleden maar ook in het nabije verleden, de paters en broeders die zich met zoveel overgave hebben ingezet voor de her stichting van de abdij in de jaren 30 van de vorige eeuw.

Ik hoop dat ik u iets van het fascinerende verleden mag vertellen zodat wij samen een reis kunnen maken door de mooie geschiedenis van onze Abdij.

Broeder Adelbert o.s.b

 

Blog 10

Blog 9

Blog 8

Blog 7

Blog 6

Blog 5

Blog 4

Blog 3

Blog 2

Blog 1

 

Haast u mij te helpen

“God kom mij te hulp, Heer haast U mij te helpen”

Deze week lazen we een mooie blog over deze woorden. Ondanks onze lege kerk en leeg gastenverblijf hoorden we een heldere echo van deze aanroep. Pastor en lekendominicaan Roy Clermons schreef er een blog over. Hij verbleef in november enkele dagen bij ons en deelt hierbij zijn reflectie. Hoe er ruimte komt voorbij gevoelens van onmacht en opstandigheid.

Lees zijn blog hier op de website van de Dominicanen.

 

 

‘Haast U mij te helpen’

4e Werelddag van de Armen

Zondag 19 november is de 4e Werelddag van de Armen. Deze dag is in juni 2017 door paus Franciscus ingesteld maar werd al aangekondigd bij het eind van het Heilig Jaar van de Barmhartigheid in 2016. In zijn boodschap voor deze dag herinnert de paus aan de Bijbelse opdracht om de liefde voor de armen te vertalen naar daden.

Boodschap van Paus Franciscus bij de dag van de armen.

Allerheiligen en Allerzielen

Op zondag 1 november vieren we het hoogfeest van Allerheiligen. Op deze dag worden de grote heiligen in de kerkgeschiedenis herdacht. De dag erna, op Allerzielen, kan ieder zijn eigen ‘kleine’ heiligen gedenken: de overledenen uit familie- en vriendenkring.

Omdat we  in onze kerk momenteel maar zeer beperkt bezoekers kunnen ontvangen, willen we u graag de mogelijkheid geven om online de naam of namen van uw overleden  door te geven. Deze namen zullen dan klinken in onze kerk tijdens de voorbeden op 2 november. U kunt deze volgen via onze live stream. Stuur uw intenties naar: gastenhuis@abdijvanegmond.nl of bel naar 072-5061415

Uitvaart vlinderbroeder Frans

De broeders van Egmond danken u allen voor uw medeleven de afgelopen dagen. Vanmiddag hebben we broeder Frans naar het kerkhof gebracht en hem weer toe vertrouwd aan de aarde.

We vinden het jammer dat we  deze dag alleen in besloten kring konden beleven. Voor iedereen die toch wil stil staan bij het leven van onze Vlinderbroeder Frans hebben het gebed dat vader Abt tijdens de dienst bad:

 

GEBED VOOR BROEDER FRANS

 

Wij zeggen U dank, Heer onze God,
voor het leven van onze broeder Frans;
Gij hebt hem de liefde voor uw schepping
in het hart gelegd
en hij heeft die gave
veelvoudig vrucht doen dragen.
Met zijn grote naamgenoot heeft hij
een leven lang U lof gezongen
om al wat de aarde kleur en geur geeft,
en de pijn van zijn broze lichaam
en de kwetsbaarheid van het bestaan
heeft hij aanvaard
als deelname aan de weg van Jezus;
Bekleed hem nu met het kleed
van de nieuwe schepping,
dat hij vrij wandelen mag
in het land van de levenden
door Christus onze Heer.

 

 

U kunt de dienst hier nakijken op youtube.

 

begraafplaats Br Frans

 

 

 

 

Broeder Frans Melkert overleden

IN VREDE

Op donderdag 17 september 2020 overleed op zijn eigen cel in onze abdij in volle overgave BROEDER FRANS MELKERT

Benedictijner monnik van de Sint-Adelbertabdij te Eg­mond-binnen. Franciscus Hermanus Bernardus Maria Melkert werd te Utrecht geboren 1 januari 1937. Op 14 september 1955 deed hij zijn intrede in de abdij. 11 november 1957 legde hij zijn tijdelijke professie af en drie jaar later volgde zijn plechtige professie. Zijn lichamelijke beperkingen hebben hem er niet van weerhouden zich een leven lang in te zetten voor Gods lof en de zorg en aandacht voor de schepping. Van jongs af aan heeft hij met passie vlinders gekweekt en bestudeerd. Zijn vlindertuin was vermaard en in 2012 werd hij door de Vlinderstichting geëerd met de gouden vlinder. Met zijn liefde en kennis van de natuur heeft hij velen geïnspireerd. Hij was ook jarenlang een plichtsgetrouwe en nauwkeurige assistent in de administratie. Moge hij nu bekleed worden met de heerlijkheid van de nieuwe schepping.

Het lichaam van Broeder Frans is opgebaard in de achterkerk van de abdij. De uitvaart in besloten kring zal plaats hebben op maandag 21 september ’s middags om 14.30 uur, waarna begrafe­nis op het klooster kerkhof. U kunt de dienst volgen via onze website www.abdijvanegmond.nl

 

Nieuwe Abt!!

Dankbaar voor de vele blijken van verbondenheid delen wij u mee dat de broeders van de Sint- Adelbertabdij heden broeder Thijs Ketelaars hebben gekozen als opvolger van abt Gerard Mathijsen die de dienst als overste van de abdij van Egmond  39 jaar heeft vervuld. De abtszegen zal op woensdag 24 juni om 9.30 uur in de abdijkerk  worden toegediend door abt Maksymilian Nawara, abt praeses van de Congregatie van de Annunciatie. Deze Eucharistieviering is hier terug te bekijken:

 

De liturgie van deze viering kunt u hier downloaden: abtszegening 24062020

60 jarig Professiefeest abt Gerard Mathijsen

Feest op vrijdag 24 april 2020 in de abdij van Egmond.

Vader abt viert aanstaande vrijdag zijn diamanten professiefeest. In deze Coronatijd is het helaas niet mogelijk een groots feest aan te richten met een openbaar toegankelijke eucharistieviering en receptie. Dat is jammer voor de jubilaris zelf, maar vooral ook voor zijn familie, vrienden, bekenden en relaties. Het zal dus beperkt blijven tot een viering in de besloten kring van onze bescheiden communiteit.

Maar ook al zijn we een kleine gemeenschap, vitaal zijn we wel net als vader abt zelf. U kunt sinds kort veel van onze vieringen volgen via onze website www.abdijvanegmond.nl, op facebook en youtube.

Een viering samen met u in de abdijkerk is dus niet mogelijk, maar we nodigen u uit bij de feestelijke eucharistieviering en avonddienst via internet waar we met u bidden en dank zeggen voor het diamanten jubileum van vader abt. U kunt vrijdag aanstaande vanaf 9.15 uur via onze website aansluiten bij de eucharistie van 9.30 uur  en vanaf 16.45 uur voor de avonddienst die om 17.00 uur begint. Het liturgieboekje kunt u hier vinden.

Zoals u weet hecht vader abt veel waarde aan de mogelijkheden van moderne communicatiemiddelen. De laatste maand is gebleken dat het streamen van onze kerkdiensten via facebook en youtube zeer op prijs wordt gesteld door een groot publiek. We maken hierbij gebruik van simpele middelen waardoor beeld en geluid te wensen overlaten. Omdat we ook in de toekomst mensen die niet in onze kerk kunnen komen van dienst willen zijn, is professionele apparatuur, zoals camera’s, mengpaneel en microfoons vereist. Mocht u denken aan een passend cadeau, dan zou een bijdrage in de kosten van deze apparatuur door vader abt zeer op prijs worden gesteld.

Uw gift kunt u storten op rekeningnummer NL61 INGB 0000 264314  t.n.v. Sint Adelbertabdij onder vermelding van ‘cadeau vader abt’.

We danken u bij voorbaat namens vader abt en hopen u vrijdag 24 april online te mogen ontmoeten.

Met hartelijke groet en tot ziens,

in gebed verbonden, geestelijk of online,

De monniken van de abdij van Egmond

(Foto: br. Geerard Labeur)

Nieuwsbrief

Schrijf u vrijblijvend in en blijf op de hoogte van de activiteiten van Abdij van Egmond.

We respecteren uw privacy. Sint-adelbertabdij zal uw e-mailadres nooit delen met derden.
© 2021, Abdij van Egmond Algemene voorwaarden