In the spotlight: Marcel Zijlstra
Marcel Zijlstra was 21 toen hij organist werd van de Sint-Adelbertabdij, augustus 1982, en nu is hij 65 en dus maar liefst 44 jaar onze organist. Hij is net met pensioen als conservatoriumdocent muziekgeschiedenis, dirigent en specialist in het gregoriaans, met een cv vol afwisseling, en dan valt het enorm op: 44 jaar trouw aan de kerkdiensten van de broeders. 50 jaar geleden, als jongen van 15, speelde Marcel voor het eerst in een kerkdienst.
Hoe kwam je zo jong op het orgel?
‘Heel gewoon, in de jaren zestig verscheen in vele Hollandse huiskamers het elektronisch orgel. Wij kregen met Sinterklaas met z’n allen een orgel en iedereen kreeg les. Toen ik vijftien was, zocht onze pastoor Brandsen in Bakkum iemand die orgel kon spelen. Ik durfde niet, maar mijn vader heeft opgebeld en toen mocht ik komen. Na een tijdje meelopen heb ik op 15 april 1976 voor het eerst zelfstandig een hele mis begeleid. Daar kreeg ik belangstelling voor het kerkorgel.’
Kom je uit een gelovig katholiek gezin?
‘Wij waren gewoon katholiek zoals iedereen in Castricum. Ik ben van 1960, dus toen ik tot begrip van de wereld om me heen begon te komen, was het Tweede Vaticaans Concilie al voorbij. Ik werd al anders opgevoed dan mijn broers en zus; die zag ik als kind op hun knieën elke avond de rozenkrans bidden. Dat hoefde ik niet meer. (Hij lacht hartelijk)
‘Ik leerde wel bidden, mijn vader bracht me altijd naar bed. Maar na Mijn Heer en mijn God sloeg mijn vader het zinnetje ik kniel voor u neer altijd over, want ik lag in bed.
‘In 1966 verhuisden we. In het oude huis hing naast elk bed nog een wijwaterbakje met een palmtakje en een beeldje van de heilige Teresia. Die hele Roomse zooi ging allemaal naar zolder in het nieuwe huis. Alleen in de slaapkamer van mijn vader en moeder hing een kruisbeeld.’
Hoe beleefde je het geloof als kind?
‘Poe, moeilijke vraag, dat was er gewoon. Dat ik organist werd, heeft me denk ik voor het geloof bewaard. Ik ging me interesseren voor liturgie, ik ging als student bij een gregoriaans koor, van Wim van Gerven, op aanraden van de pastoor van Bakkum.’
En toen naar de abdij, hoe werd je daar organist?
‘Dat blijft een geweldig verhaal. Er kwamen in Bakkum mensen vragen of ik hun trouwmis wilde spelen. Die vond plaats in de abdij. Want, die jongen was protestants en het meisje katholiek. In de abdij hing niet zoveel Roomse heisa aan de muur, zeiden ze, dat was belangrijk voor de gereformeerde familie.
‘Je moet een orgel altijd even leren kennen, dus ik had de abdij gebeld. Nou, kom maar langs. Een paar maanden na de trouwmis belde pater Simon Laoût, of ik aanstaande zondag wilde spelen. Nee, zei ik, dat kan ik niet, dan moet je me zes weken van tevoren bellen. En ja hoor, zes weken voor 15 augustus 1982 belde hij en zo speelde ik op Maria Tenhemelopneming voor het eerst hier de mis. Dat ging redelijk. Pater Simon zei dat ik maar vast elke veertien dagen moest komen spelen, en dat is nooit meer veranderd.’
Trouw zijn was vast weleens moeilijk in die 44 jaar.
‘Ik ben een keer héél boos geweest. Ik kwam op kerstochtend, ik denk 2008, en er lag een boekje op de trap met uitsluitend Nederlandse gezangen, terwijl ik me helemaal had verheugd op Puer natus est … het gregoriaans in de mis voor de wisselende gezangen was afgeschaft. Ik ben als musicoloog gespecialiseerd in gregoriaans, en ik was woedend! Ik heb een ontslagbrief geschreven. Misschien nog het meest omdat ze me niet van tevoren hadden gebeld. Ik voelde me klooster-meubilair, ik heb gehuild van boosheid.’
Hoe is het weer goed gekomen?
‘Pater Simon zei: ja Marcel, het is moeilijk, maar we kunnen het niet meer … Vader abt Gerard zei dat we de ontslagbrief maar even onder ons moesten houden. Ik heb toen ook loonsverhoging gekregen. (Weer die uitbundige lach)
‘Tja, en nu vind ik het eigenlijk toch een goed besluit om het gregoriaans af te schaffen. Het is prachtig, maar moeilijke gezangen waarbij je niet weet of je als communiteit het eind wel haalt, ja dan ben je niet meer aan het bidden.’
Krijg je genoeg waardering?
‘Ja! Ik word altijd bedankt. Net nog: Dank je wel voor je feestelijke begeleiding, zei vader abt Thijs.’
Kom je na 44 jaar nog steeds graag naar de abdij om samen met Gerard onze missen te begeleiden, op jouw eigen uitbundige manier?
‘Ja, want organist is het enige wat ik nog ben. Ik ben met pensioen en ik heb geen koren of clubjes meer. Op maandag passen mijn man en ik op ons kleinkind, dat is geweldig. Ik ben geen vader, maar ben nu wel grootvader opeens. Daar richt ik me op.
‘Eindelijk heb ik nu tijd om grote stukken in te studeren. Ik speel nu ook piano, Mendelssohns Lieder ohne Worte, en ik heb ook les. Op mijn orgel thuis studeer ik nu de grote koraalvoorspelen van Bach.
‘Vanochtend in de kerk heb ik tijdens het offertoriumVater unser im Himmelreich van Bach gespeeld, omdat het vandaag, 21 juni, Vaderdag is.’
Tekst Renée Braams
