Column: Broekerveiling

Maandag 18 augustus hebben wij, als collega’s van de Benedictushof een bezoek gebracht aan het Broekerveiling Museum. De Broekerveiling, in de Noord Hollandse polder, was de eerste én laatste groenten-doorvaar-veiling ter wereld. Sinds 1973 is het een uniek museum.

Het rijk der ‘Duizend Eilanden’ lag rond  de dorpen van Broek op lange Dijk en onstond tussen de 10e en 12e eeuw. Bij het graven van sloten werd de vruchtbare grond gebruikt om de eilanden op te hogen. Er ontstonden toen meer dan vijftienduizend akkers op die eilandjes, Een fascinerend voorbeeld van menselijke ingrepen in het landschap. Eeuwenlang zaaiden en oogsten sterke mannen in weer en wind hier hun groenten.

Mijn vader had destijds ook een schuitje achter ons huis liggen in Sint Pancras. Zes dagen per week ging hij ‘kloetend’ naar zijn akker. Van alles werd er verbouwd; aardappels, uien, wortels en kool. Als er iets geoogst werd ging hij met zijn schuit richting de Broeker Veiling. Daarna maar afwachten wat de opbrengst zou zijn. Soms bracht de inhoud van de schuit weinig op. Dan werd alles, zoals ze dat noemden ‘doorgedraaid’ en als veevoer gebruikt. Kortom…echt rijk werden die hardwerkende tuinders meestal niet. Inmiddels zijn er, na de ruilverkaveling, nog maar 250 eilandjes over.

Wij werden eerst rondgeleid in het museum en arriveerden, eenmaal buiten, bij het houten ‘huisje’. Dat was een primitieve w.c, uit de jaren vijftg. Ik herkende dat huisje boven de sloot waarop wij destijds op een plank, met een ronde opening, konden plaats nemen. Vervolgens onder ons dan een plons en alles verdween in de sloot. Ik herinner mij nog hoe koud het er tijdens de wintermaanden kon zijn. Bovendien bleef alles, als het gevroren had, op het ijs liggen. Mijn moeder heeft mij verteld dat zij, nadat ik geboren was, in de sloot de vieze luiers eerst uitspoelde voordat ze die met hand zelf ging wassen. Ze had geen wasmachine, Niets van alles, wat wij nu zo vanzelfsprekend gebruiken, was destijds aanwezig.

Ik denk dikwijls terug aan die tijd als ik nu de wasmachine aanzet, Daarna boodschappen doen en eenmaal weer thuis ontdekken dat de was klaar is. Ondertussen bezoeken veel mannen sportscholen. Zoiets was destijds totaal overbodig. Ze stonden vroeg op en stapten in hun klompen om te werken op de akker. De oogst werd in houten kisten geladen. Die sjouwden ze naar hun      schuitje om vervolgens naar de veiling te gaan. En dat zonder hulp van een buitenboord motor…laat staan een ‘fluisterboot’ waarin wij werden rondgevaren.

“Vroeger was alles beter”. beweren sommige mensen. Helaas idealiseren ze het verleden. Ze vergeten dat iedereen in een huis woonde zonder centrale verwarming. Mijn vader stond ’s morgens vroeg op, om de kolenkachel in de woonkamer   aan te steken, zodat wij warm konden ontbijten. Niemand had een douche. Wij hadden een kraan in de keuken waar alleen koud water uitkwam. Pas veel later besefte ik dat mijn moeder haar  handen vol had aan een gezin met vier kinderen.

 

Dus hoezo…vroeger was alles beter?

 

Adriana Madderom.

 

Terug naar de website van de abdij

 

 

 

 

 

 

Volgend artikel Bekijk het overzicht
Agenda
3 Activiteiten
Bekijk alle
Gastenverblijf
Een plaats van gebed en ontmoeting, van rust en stilte, waar iedereen zich thuis mag voelen en op adem mag komen.
Meer informatie