Homilie bij een jubileum!
Hoe zal dit geschieden?”, vraagt Maria aan de engel, de boodschapper van Godswege.
Zij zegt na de roeping van de engel uiteindelijk wat een wijdeling zegt bij zijn wijding, lange tijd nadat hij zich geroepen begon te voelen, wanneer hij voor de bisschop staat: “Hier ben ik.”
Zo ben jij, broeder Gerard, vandaag precies vijftig jaar geleden voor bisschop Ernst getreden. Dankbaar gedenken wij vandaag jouw antwoord nadat jouw naam geroepen werd, in de abdijkerk in Oosterhout. “Hier ben ik.”
Dankbaar vieren wij de 50 jaar priesterlijke dienstbaarheid die jij vandaag volmaakt. En wel op de dag waarop wij het ‘fiat’ van Maria weer horen. “Zie de dienares van de Heer, mij geschiede naar uw woord”
Zonder mensen die zoals zij ‘ja’ zeggen is er voor God geen plaats in deze wereld.
Dan zou het de wereld van Achaz worden, zo’n grenzeloos geestloze wereld van een man die zelf wel zijn plan zal trekken. De wereld is overbevolkt met zulke mensen, meestal mannen. Overigens moeten we daarvoor in de kerk ook oppassen. De geestelijkheid kan zich zo gedragen, wij weten het. De kerk als bedrijf, als vastgoedbedrijf, als service-instituut, ja als verdienmodel; een kerk die zichzelf wel zal redden met een uitgekiende communicatiestrategie, een missionaire kerk die precies weet hoe het zit, wat je moet geloven, maar die niet weet te luisteren naar wat er al aan heilige Geest leeft bij de mensen en daarop voortbouwt.
Paus Franciscus waarschuwde ons daar tot vervelens toe voor: dat de kerk, dat de bisschop, dat de priester werelds zou worden, leven, regeren volgens de maatstaven van de wereld, met bisschoppen, abten en pastoors van enorme gebieden als een soort religieuze ceo’s.
Maria staat voor een andere wereld, net als de jonge vrouw ten tijde van de profeet Jesaja, van wie wij de identiteit niet kennen. De kerkelijke traditie ziet in haar een voorafschaduwing van de jonge vrouw van Nazareth.
Maria was heel kwetsbaar. “Hoe zal dit geschieden, ik beken geen man?” Wat zal de wereld daarvan zeggen. Een jonge vrouw, zwanger, die ja zegt tegen een toekomst die zij niet kent, waarvan zij niets in de hand heeft, behalve haar vaste geloof, haar krachtige engagement: ‘mij geschiede naar uw woord, neem mij zoals ik hier nu ben, sla uw leven als een mantel van licht om mij heen…hier ben ik.’
Vijftig jaar geleden, broeder Gerard, werd je gewijd in de Sint Paulusabdij te Oosterhout, op deze 20ste december, ‘in ultimis feriis,’ één van de laatste dagen voor Kerstmis, dagen waarin – als ik het goed heb – in het Bredase bisdom de wijdingen plaatsvonden.
In de enkele jaren kloosterleven die ik hier mocht beleven (waarop ik dankbaar terugzie) heb ik jou in Egmond zien komen, onder het abbatiaat van broeder André, voor jou en voor mij een belangrijk geestelijk leidsman, die althans op mijn gelovig leven, mijn staan als christen in de wereld en in de kerk een krachtig stempel heeft gedrukt. Van deze geleerde, spirituele abt werd jij de opvolger.
Tientallen jaren was je vader abt en bracht je in praktijk, als christen, als monnik en als priester wat je schrijft over het in 1935 herstichte Egmond (meer dan drieëneenhalve eeuw na de verwoesting in 1578) in het Benedictijns Tijdschrift dat deze week verscheen: het nieuwe klooster werd geen duizelingwekkend bouwwerk, geen centrum van gebed, cultuur en wetenschap, maar (citaat): “een kleine pretentieloze gemeenschap van broeders die, gesteund door een grote groep vrijwilligers, de abdij bewonen als een centrum van gebed en benedictijnse gastvrijheid, een plaats van stilte en schoonheid, waar gezocht wordt om God te dienen in eenvoud en verbondenheid.”
Dit signalement van de abdij heb jij vooral ontworpen en in praktijk gebracht. Zo heb ik het althans ervaren in de afgelopen tientallen jaren. Geen in zich gekeerde vesting, maar een bescheiden, betekenisvolle aanwezigheid, waar bezoekers en gasten de eenvoud van evangelisch leven kunnen ontdekken. Er zijn de stilte, de schoonheid, de gastvrijheid. De abdij is een open huis geworden met aandacht ook voor de ontmoeting met christenen van andere belijdenissen. In een tijd waarin velen de eigen identiteit sterk benadrukken was en bleef Egmond een huis van ontmoeting en oecumenische gevoeligheid.
Monnik en priester.
In de benedictijnse traditie is de combinatie heel vertrouwd. Het priesterambt is een dienst aan de kerkgemeenschap. De ambtspriesters hebben de roeping de gemeenschappelijke priesterschap die het volk Gods is, te herinneren aan- en voor te gaan in zijn priesterlijke opdracht.
Het priesterambt is ook een dienst aan de kloostergemeenschap. De priester-monnik gaat voor in de eucharistie en desgevraagd in andere sacramenten en met name ook in de dienst van de verzoening. Menigeen vindt hier een rustige, gastvrije ontvangst om zich uit te spreken in de biecht.
Nog een citaat:
“Een priester is een man Gods,
geroepen om verbinding te leggen
tussen mensen en God
en tussen mensen onderling,
want de liefde tot God
en de liefde tot de naaste
is de kern van christen-zijn
en dus ook de kern van het priesterschap.”
Deze woorden zijn een citaat uit een preek van onze bisschop, uitgesproken vorige zondag in de kathedraal bij gelegenheid van het gouden priesterjubileüm van een andere Limburgse priester met een royale footprint in Weert.
“Geroepen om verbinding te leggen tussen mensen en God en tussen mensen onderling.” Dit signalement is royaal van toepassing op de priester-jubilaris van vandaag.
Wij danken God voor jouw fiat, vijftig jaar geleden. Wij bidden om nog veel meer gezegende priester-monniksjaren voor jou, broeder Gerard; dat het geloofsvertrouwen van Maria jouw kracht, voorbeeld en vreugde mag blijven. Amen.
Preek ter gelegenheid van het 50 jaar priesterschap van broeder Gerard Mathijsen, zaterdag 20 december 2025, door Nico v/d Peet
