komt allen tesamen

Alweer is er een jaar voorbij en zijn wij hier samengekomen om te gedenken, te zingen en te bidden dat Jezus geboren is in de kerstnacht.  Bent u in dit heilig jaar gekomen als pelgrim van de hoop of is het juist om in deze nacht hoop te vinden bij dat kind in de kribbe? Want wie dit jaar zijn ogen een beetje de kost heeft gegeven ziet zoveel verdeeldheid, versplintering, zoveel conflicten, lijden en dood in de eigen kleine omgeving, in onze samenleving en op wereldniveau in oorlogen met onbevattelijk leed. Op tal van plaatsen worden mensen niet meer als mens gezien , maar als obstakel. Mensen worden afgewezen, uitgewezen, nagewezen of afgeschreven.. En ook de aarde, de levende schepping moet vechten tegen de ondergang . Waar is dan die God die mens is geworden tot redding van de wereld? Hoe kan een kwetsbaar kerstkind nu vrede brengen, een licht dat niet meer dooft, liefde die iedere dood overwint?

En toch.. ‘Komt allen tesamen’ is de eerste regel van een kerstlied dat al een lange traditie kent over landsgrenzen en talen heen. Wij komen samen rond een oud verhaal. Is dat dan niet wonderlijk?

Het verhaal van Jezus geboorte roept ons, en wij hopen er door te worden aangeraakt, bemoedigd, ja herboren te worden niet als mensen met de moed der wanhoop maar als mensen van nieuwe hoop.

Is ons eigen verhaal al niet zo idyllisch, het kerstverhaal is dat zeker ook niet. Het haalt ons al direct uit de droom. Het begint met te vertellen van keizer Augustus die de dienst uitmaakte over een groot deel van de bekende wereld. Gewone mensen hadden er niets of niet veel in te brengen. Zij werden als nummers behandeld en moesten zich laten registreren. Niks nieuws onder de zon dus. Dat gold ook voor Jozef en Maria. Dat zij hoogzwanger was, kwam niet voor vrijstelling in aanmerking. En dan ook nog onderweg een onderkomen vinden…. Wie biedt onderdak, hulp, gastvrijheid?

Nee, het kerstverhaal begint niet in kerststemming. Maar laat u niet ontmoedigen, vrees niet, want midden in dat duister  breekt het licht door. Midden in de nacht wordt er een kind geboren, een kind geboren uit Gods eigen verlangen. In dit mensenkind maakt God met ons geschiedenis als geen ander.  Hier wordt een kind geboren om mens te worden en dat is een teken van hoop. Maar tegelijk is er de onuitgesproken vraag, die bij elke geboorte klinkt: wat zal er worden van dit kind?

Kunnen wij wel open staan voor dit kind, open staan voor deze boodschap van vrede en liefde, is ons hart van binnen hiervoor wel voldoende ruim, zuiver en toegankelijk? Wie het stil laat worden in zijn hart en de woorden overweegt die over dit kind door de engelen zijn gesproken, wie met de ogen van een verruimd hart kan kijken, krijgt te zien hoezeer God om ons geeft, om u, om jou, om mij. Laat dat eens binnenkomen als u met de herders stil naar dat kind in de kribbe kijkt. Weerloos en tegelijk ontwapenend. Maar niet in een roze wolk, maar in een stal, liggend in een kribbe. Dat is geen zoet kerstplaatje, maar een teken. Dit kind in de voederbak zal zich geven als voedsel voor de wereld.

God is naar ons op zoek en vandaag horen wij het verhaal dat hij daartoe ons bestaan op zich heeft genomen en mens is geworden zoals wij. Niet een supermens, hoog verheven boven ons maar een eenvoudig kwetsbaar mensenkind, een van ons, God met ons. Ja, mens zoals wij, maar zo, dat zijn liefde geen ondergrens en geen bovengrens kent. Liefde tot in het lijden en de dood. Liefde die niets en niemand buitensluit.

Als wij dat alles stil overwegen, waartoe nodigt dat kind nog zonder woorden ons dan uit?

Horen wij niet de roep om met de kwetsbaarheid van dat kind te beminnen, het licht van dat kind alle ruimte te geven in ons, zodat er gerechtigheid, waarheid en liefde kan gebeuren in de kleinere en grote wereld?

God zoekt mensen samen te brengen rond dit kind, waarin zijn mensenliefde handen en voeten krijgt en een hart dat aan geen mens of schepsel voorbij ziet.

Dit kind, door machtigen niet opgemerkt, is van Godswege een belofte van leven en vrede.

Heden is u een redder geboren, Christus de Heer. Het zal met ons de weg gaan,  niet van verdeel en heers,  niet van uitsluiting en verdelging maar een van samen optrekken, van delen van lief en leed, tot in de dood, ons leven dragend, verdragend, meedragend, opdat niets ons zou scheiden van de liefde van Christus, geen duisternis of dood.

Komt allen tesamen. Vandaag wordt een kind geboren en in een kribbe neergelegd. Eer aan God in den hoge, die zo naar ons omziet en vrede op aarde voor wie samenkomen rond dit kind en het met hun gaven en eigen leven eren.

God die zich zo klein heeft gemaakt, mens onder de mensen,

Laat dan geen  kinderen in  goot of  stal achter, sluiten wij de deuren van ons hart niet, opdat vrede het deel wordt van al Gods kinderen op aarde en wij samen dag in dag uit naar waarheid kunnen instemmen met het lied van de engelen in den hoge.

Het licht, de vrede van Christus moge deze nacht opnieuw  in ons hart geboren worden tot zegen voor ieder en alles wat leeft.

AMEN

 

Broeder Abt Thijs Ketelaars

Lezingen: Jes. 9,1-3.5-6; Titus 2,11-14; Lc. 2,1-14

Volgend artikel Bekijk het overzicht
Agenda
3 Activiteiten
Bekijk alle
Gastenverblijf
Een plaats van gebed en ontmoeting, van rust en stilte, waar iedereen zich thuis mag voelen en op adem mag komen.
Meer informatie