Geduld
De vorige week hoorden wij in het evangelie spreken over God als zaaier en broeder Paul heeft daar gloedvol over gepreekt. Vandaag is het de beurt aan het vervolg van die passage en weer gaat het over zaaien, over God die zaait. En ook nu gaat het opnieuw over het rijk der hemelen. Maar lag vorige week het accent op de zaaier die niet bekrompen is maar met gulle hand strooit en geen plek op de akker en naast de akker overslaat, vandaag ligt het accent op het geduld van de zaaier. Je kunt wel met gulle hand uitstrooien, maar als je daarna geen geduld hebt, wat dan?
Nu leven wij in een samenleving die weinig opheeft met geduld. De technische ontwikkelingen van de voorbije eeuwen en de snelle ontwikkelingen van de laatste decennia hebben er mede voor gezorgd dat er een mentaliteit is ontstaan die alles op staande voet wil zien gebeuren. En met dat ongeduld is er nog een woekerplant opgeschoten, namelijk dat alles moet en kan zoals wij het willen.
Nu is die houding niet enkel iets van onze tijd, maar misschien is het wel in een hogere versnelling gekomen. Ongeduld en het leven naar eigen inzicht vorm geven begon al met Adam in het paradijs. Hij wilde de plek innemen van God, kon niet wachten en met dat al kwam hij buiten het paradijs terecht. Zo ging het toen en zo gaat het nu.
De Schrift houdt ons vandaag niet alleen in het evangelie maar ook in de overige lezingen een andere kijk op het leven voor. Het evangelie spreekt heel beeldend over geduld en wachten, de eerste lezing doet dat ook, maar in een andere setting. We hebben daar te maken met een gebed of meditatie. De schrijver heeft stil en geduldig naar het leven gekeken en het overdacht. En nu is hij met God in gesprek. Eigenlijk zouden wij die regels een voor een en zonder haast moeten overwegen. Herkennen wij ons erin? Gods macht is er niet een die zich met brute kracht laat gelden, zo heeft de bidder ontdekt. God is niet degene die voorop loopt met oordelen en hij zoekt ons mensen met zachtheid te winnen. In één woord, God is geduldig. En daarmee geeft hij ons een voorbeeld. Leven kan maar gedijen en groeien waar mensen elkaar nieuwe levenskansen geven.
Gods geduld, het is geen zwakheid, maar het is een vorm van meededogen, van stille volharding zoals Paulus in de Romeinenbrief van de Geest getuigt. Die pleit met onuitsprekelijke verzuchtingen om nieuw leven te wekken in een aangevochten mensenbestaan.
En dan het evangelie. Ook vandaag gaat het weer over het rijk der hemelen. Jezus optreden kent eigenlijk maar een thema. Je zou hem een saaie predikant kunnen noemen. Altijd preken over hetzelfde. Maar waar zou hij anders over moeten preken? Zijn hartsverlangen, dat het hartsverlangen van God zelf is, dat is een wereld waar het zaad van zijn goedheid kan gedijen en opgroeien tot een leven in overvloed. Aan het zaad zal het niet liggen. Maar als wij om ons heen kijken zien wij een akker waar ook onkruid tevoorschijn komt. We zien hoe de knechten naar hun meester gaan en ze stellen voor het onkruid uit te trekken. Maar hun heer heeft een ander kijk op de situatie. Hij wil niet het risico lopen dat met het onkruid ook het goede gewas wordt opgeruimd. Wij willen dat Rijk van God wel, maar dat onkruid is een sta in de weg. En als wij even terugdenken aan de eerste lezing, dan zien wij hoe God in het evangelie aan het werk is, maar op een andere manier dan wij vaak willen. God is geen potentaat en heeft ook niets op met grootse projecten en macht en getal. Dat koninkrijk van hem kom je maar op het spoor als je oog hebt voor Gods bescheiden en geduldig werken als een boer die zaad op de akker zaait. Dat wordt uitgestrooid op een akker waar ook ander gewas tevoorschijn komt. Gods Koninkrijk, komt er dan nog wat van? Je zou er aan kunnen twijfelen, als je ziet hoe het erbij staat. Maar misschien moeten wij met ander ogen kijken. God is sinds mensenheugenis aan het werk op de akker van het leven en elke dag opnieuw zaait hij en maakt hij met ons een nieuw begin, geeft hij tijd voor groei, heeft hij geduld.
Onze ogen missen al te vaak de geduldige blik van God, die kijkt en ziet hoe er leven groeit en bloeit, hoe kleine goedheid wonderen doet en geduldig wachten kansen biedt tot bekering en onverwachte ontwikkelingen ten goede. Maar wij met ons ongeduld en onze eigengereidheid missen de zachtmoedige en ruime blik van God. Wij doen er goed aan bij Jezus in de leer te gaan. Zijn parabels laten ons zien dat hij met een heel andere blik naar het leven kijkt dan wij veelal doen. Hij vergaapt zich niet aan grootse bouwwerken en heeft het niet begrepen op macht en aanzien. Hij ziet naar het hart en ontdekt daar een verborgen schoonheid en goedheid. Pijn ook, die vraagt om een helend woord of een meelevend gebaar.
De parabels van vandaag , ook die van het mosterdzaadje en de gist in het deeg, vertellen allemaal hoe Gods Koninkrijk heel onooglijk begint, verborgen ook en hoe alles geduld vraagt. Geduld, niet als een onverschillig zijn gang laten gaan, maar als een actief geven van tijd om te laten groeien en behoedzaam toe te zien. Bestrijd het kwaad in al zijn vormen door aandacht en zorg te hebben voor het goede dat is uitgezaaid. Dat geldt voor onze ziel, dat geldt voor de aarde en al wat er leeft. Wie het geduld mist zal nooit de boom zien die opgroeit en plaats biedt voor vogels van allerlei soort. Hij of zij zal evenmin het geurige brood proeven na een mooie rijs. Het zou zonde zijn als wij dat leven zouden missen. Vandaag wordt het ons hier aangereikt door hem die als zaad in de akker gevallen is en brood geworden is voor eeuwig leven.
AMEN
Broeder Abt Thijs
lezingen: Wijsh. 12,13+16-19; Rom. 8,26-27; Mt. 13,24-43
