homilie professie br. Johannes
Bij de tijdelijke professie van broeder Johannes drie jaar geleden stond er op de omslag van het liturgieboekje een afbeelding van Maria Magdalena in zwart wit. Ze was van de hand van frère Francois Mes, monnik van de Sint Paulusabdij in Oosterhout. Hij was een beroemde colorist, maar de keuze viel toen op een houtsnede van Maria Magdalena met in haar hand een kruikje. Ze is op weg om het lichaam van Jezus te balsemen. Haar blik verraadt een zware tocht.
Vandaag treft u op de omslag van de liturgie opnieuw een beeltenis van Maria Magdalena aan, maar dit maal in kleur van de hand van een andere kunstenaar. De keuze is door broeder Johannes zelf gemaakt. Een heel andere afbeelding dan drie jaar geleden en ze gaf mij te denken.
Bij de tijdelijke professie preekte ik over de twee gezichten van Maria Magdalena die de traditie ons heeft overgeleverd. Een portret van een gekwelde vrouw die door Jezus wordt genezen en het portret van een stralende, tot leven gewekte vrouw bij de ontmoeting met de opgestane Heer. Maar toen ik bij de voorbereiding van deze preek de afbeelding van drie jaar geleden naast die van de kleurige afbeelding van vandaag zag liggen, besefte ik dat ik destijds éen portret over het hoofd heb gezien. Misschien zijn er zelfs nog meer, maar vandaag bij deze plechtige professie houd ik het op drie en dat niet zonder reden. Zij helpen mij ook een beter zicht te krijgen op de weg van het monastieke leven dat voor broeder Johannes vandaag op een kruispunt staat.
De portretten die de traditie ons aanreikt, hebben zeker voor een deel trekken gekregen van andere Maria’s en zelfs van een naamloze zondares uit het evangelie van Lucas. Welbeschouwd komt de naam van Maria Magdalena in de vier evangelies alleen voor in het passie en opstandingsverhaal. Er is één uitzondering, een plaats in het Lucas’ evangelie. Hij spreekt over Maria Magdalena die samen met enkele andere vrouwen Jezus volgt op zijn tocht. En wanneer hij dat schrijft, zegt hij er bij dat uit haar zeven demonen zijn weggegaan. Leveren die gegevens ons nu wel genoeg materiaal voor het schilderen van een portret? Ik vermoed van wel, zelfs voor drie portretten. Misschien worden het geen Vlaamse meesters met hun meesterlijk realisme, maar worden het eerder expresionistische doeken of misschien impressionistische al naar uw hand wil.
Dat schaarse materiaal heeft een voordeel. Het geeft ons de gelegenheid ons in te leven in de persoon van Maria Magdalena. Ze maakt ons deelgenoot aan haar innerlijke reis. Ze wordt door Jezus van zeven demonen genezen. Hoe dat gebeurt en welke demonen het zijn horen wij niet. Het evangelie is geen roddelblad. Het maakt ons in het voorbijgaan deelgenoot van een ontmoeting die helend is. Daarmee wordt ons nu de gelegenheid gegeven om zelf stil te staan en te ontdekken wat er met je gebeurt als Jezus je in je verwarring, in je vervreemding aankijkt met een meelevende en leven gevende blik, je aanspreekt met een woord dat je nog nooit zo hebt horen zeggen. Maria Magdalena, ze wordt er innerlijk door geraakt, het leven gaat in haar stromen. Deze Jezus wordt haar leven en ze sluit zich aan bij de groep die met hem optrekt. Haar leven heeft een wending genomen. Ze heeft iemand om voor te leven, om mee te leven, ze krijgt deel aan een nieuw bestaan. Ze weet zich met heel haar historie aanvaard en bemind. Zo en niet anders. Dat portret mag u nu op het doek zetten. Het krijgt dunkt mij veel kleuren al zitten er hier en daar donkere vegen in. Het ademt toekomst en vreugde.
Het tweede portret laat een heel ander gezicht zien. Het is een vrouw die ooggetuige is geweest van een terechtstelling en nu na een duistere nacht waarin ze geen oog heeft dicht gedaan, met een paar anderen op weg is om het lichaam te balsemen en misschien zelfs mee te nemen. De droom van haar leven is stuk geslagen. Ze had het zich zo anders voorgesteld. Ze denkt aan niets anders dan redden wat er nog te redden valt. Een dode meenemen. Maar wat dan? Leven met een dode? Is er nog een morgen?
Derde portret. Een vrouw die de dood achter zich heeft gelaten, die de dode achter zich heeft gelaten. ‘Houd mij niet vast”, ze wordt geroepen de liefde in een nieuw licht te beleven. Want liefde is sterker dan de dood, en God is groter dan ons hart en alleen wie hem vrij spel laat kan herboren worden tot Paasmens. De liefde van Maria Magdalena sterft niet, zij hoeft die ook niet prijs te geven, maar die liefde vraagt om transformatie. Niet leven met hem zoals voorheen, maar leven in hem, zich door zijn liefde laten bewonen als Licht dat leven geeft, als Licht dat het hart verruimt en haar naar de broeders en zusters doet uitgaan met de liefde van de opgestane Heer. De wereld bewonen als brenger van hoop, want de liefde van Christus laat ons geen rust. Een portret in het volle licht, een bloementuin, waar kleuren en geuren leven schenken.
Broeder Johannes, jij gaat vandaag je plechtige professie doen op het feest van Maria Magdalena. We hebben stilgestaan bij drie portretten, die een blik werpen op haar leven. Ze laten ook iets zien van onze weg als monnik. Jij weet je gezien en aangesproken door Jezus, en je bent op weg gegaan met hem, en zoals Maria Magdalena, doe je dat samen met anderen, hier in dit huis.
Het tweede portret schrikt misschien af, maar de dood met zijn vele gezichten is de poort naar het leven. Onze liefde moet getransformeerd worden om te worden tot louter Licht dat de ander in het licht stelt. Loslaten in vertrouwen. De donkere nacht is niet het einde, maar deel van de weg.
Het derde portret laat in zijn volle klaarheid nog op zich wachten, maar het feit dat jij, broeder, deze afbeelding hebt gekozen voor deze dag laat ons vermoeden dat de opgestane Heer je al laat delen in zijn Geest die het oude bestaan transformeert en kleur en geur geeft nooit vermoed. Wees er mee gezegend en wees een zegen als Maria Magdalena, apostel van de apostelen, hier in onze gemeenschap en voor allen die met ons in tal van verbanden de weg van het leven gaan.
AMEN.
Vader Abt Thijs Ketelaars
Homilie gehouden op 22 Juli, Feestdag Maria Magdalena t.g.v. de plechtige gelofte van broeder Johannes Clement.
Lezingen: Hooglied 3: 1 4A Johannes 20: 1 + 11-18
Foto: Armando Jongejan
