Ga, en ook jij, doe zoals deze Samaritaan!
“Het woord is dichtbij, in uw mond, in uw hart”. De medemens voor wie wij verantwoordelijk zijn, ook die is niet ver: hij of zij is dichtbij, het is de mens die we mogen ontmoeten. Dat is onze naaste.
Met de gelijkenis van de barmhartige Samaritaan zet Jezus ons aan het denken als wij ons zelf proberen te onttrekken aan onze verantwoordelijkheid. De Heer gaat in op een vraag die een schriftgeleerde, een doctor in de wet, een geleerde theoloog, aan Hem stelt om hem op de proef te stellen: “Meester, vraagt hij, wat moet ik doen om het eeuwige leven te verwerven? Jezus antwoordt: “Houd je aan de Wet”. Wat de wet leert, moet de schriftgeleerde goed weten. En Jezus bekrachtigt zijn woorden: “doe dit en u zult leven”.
Een klaar en duidelijk antwoord, maar de geleerde ondervrager is er niet tevreden mee. Hij kwam om Jezus op de proef te stellen, om Hem in verlegenheid te brengen. Hij herhaalt daarom zijn vraag en spitst haar toe: de echte moeilijkheid, het echte probleem, schuilt er voor hem in te weten wie de naaste is, wie we dienen en te beminnen als onszelf? Want dit was een fel bediscussieerde vraag onder geleerden. Er waren mensen die ermee instemden om onder deze term “naaste” alle landgenoten te verstaan, maar dat in ieder geval niet-joden werden uitgesloten. Er waren Farizeeën die verder gingen: zij waren geneigd zelfs een flink aantal landgenoten uit te sluiten, zelfs alle niet-farizeeën, en in ieder geval tollenaars, zondaars, onwetenden, de Samaritanen, en hun persoonlijke vijanden. Terwijl Jezus het bestond te eten met zondaars en tollenaars; en zich in te laten met de armsten, met onwetenden, met mensen die veracht werden door iedereen, zelfs met Samaritanen.
Jezus antwoordt met een uiterst leerzame gelijkenis. “Een man (een vreemdeling, een niet nader genoemde Jood) ging van Jeruzalem naar Jericho”. De lange, verlaten afdaling tussen Jeruzalem en Jericho was en is altijd berucht geweest om zijn bandietenaanvallen. De man in de gelijkenis valt ook in handen van rovers. Hij zal geprobeerd hebben zich te verdedigen, want hij werd in elkaar geslagen en de overvallers lieten hem gewond en halfdood achter, beroofd van al zijn bezittingen. Een priester en een leviet bemerken hem, maar lopen in een boog om hem heen, zonder zich om hem te bekommeren. Jezus zegt wel dat ze de gewonde man halfdood zagen creperen, maar ze deden niets, in schril contrast met de Samaritaan, van wie wordt gezegd: “Hij zag hem en werd door ontferming bewogen”. Misschien voelden de priester en de leviet ook wel medeleven, deernis, maar zij deden niets. De Samaritaan werd niet alleen door mededogen geraakt, hij handelde ook. Hij ging niet aan de andere kant van de weg lopen, hij ging niet aan de gewonde voorbij, maar stopte, stapte van zijn ezel, rolde zijn mouwen op, heelde de wonden van de halfdode man, maakte ze schoon met wijn (wijn desinfecteert), en drenkte ze met olie. Hij depte de wonden, waarschijnlijk door zijn linnengoed te scheuren, want het is onwaarschijnlijk dat hij verband bij zich had. Dan laadde hij de halfdode man op zijn ezel. Zelf ging hij te voet, hij leidde de ezel en zorgde, zegt de gelijkenis, voor de arme gewonde man Hij zorgde er ongetwijfeld voor dat hij hem voorzichtig vervoerde, totdat hij een herberg vond. Laten we vooral niet vergeten dat deze barmhartige reiziger een Samaritaan is, een verachte man, erger dan een heiden, hij gold als een vijand van de Joden. Nu zorgde deze marginale figuur voor een gewonde man, die een Jood voor hem was, terwijl de priester en de Leviet, deze reinen, deze rijken, deze mannen van aanzien, een omweg maakten, er in een boog omheen liepen. Een Samaritaan helpt een Jood, een arme man zorgt voor een arme. Ware naastenliefde kent geen aanzien des persoons; ze is onbaatzuchtig en onpartijdig.
Soms wordt aangenomen dat die Samaritaan een rijke koopman zou zijn, die dikwijls langs deze route kwam zodat de herbergier hem kende. Niets minder zeker. De Samaritaan lijkt zelf niet rijk te zijn. Hij betaalt twee denariën aan de herbergier, dat is een bescheiden bedrag: het loon voor twee dagen werk. Blijkbaar heeft hij niet meer te missen, al is hij wel bereid alle kosten op zich te nemen. De herbergier stemt daarmee, en neemt op zich om voor deze arme, uitgeklede Jood te zorgen, die noch de Samaritaan, noch de herbergier kent. Hij verwerpt de belofte van de Samaritaanse buitenlander niet: “Wat je nog meer hebt uitgegeven, zal ik betalen, als ik terugkom”. De herbergier aanvaardt het aanbod en geeft zijn vertrouwen.
Dit is Jezus’ antwoord op de vraag van de geleerde schriftgeleerde: “Wie is mijn naaste?” Het is de Samaritaan die heeft laten zien de ware naaste te zijn, het dichtst bij de ander. Je naaste, zegt Jezus ons, is iedereen, iedereen. Maar het is in de eerste plaats degene die uw hulp, uw medelijden, uw hulp, uw barmhartigheid nodig heeft. En voor die mens bent u, ben jij de naaste! De goede vraag is dan ook niet : wie is mijn naaste? Maar: voor wie ben ik de naaste? De laatste zin van de gelijkenis is aan ons allemaal gericht: “Ga, en jij ook, doe zoals deze Samaritaan”. Wat een les voor ieder van ons, wat een les voor onze politici, wat een les voor Europa, daar is geen woord Frans bij, het is duidelijke taal, maar bovenal, lieve broeders en zusters, vergeten wij deze les zelf nooit: het is een les voor ieder van ons, bewaren wij haar in ons hart en mogen wij ernaar handelen.
