Scholastica
De oudste benaming voor de christenen staat opgetekend in het boek van de Handelingen. ‘Mensen van de weg’[1] worden ze er genoemd. Een prachtige uitdrukking! Op de achtergrond horen we de tekst meeklinken ‘ik ben de weg’, een van de namen van Jezus. Er klinkt ook in mee dat de leerlingen van Jezus niet in de eerste plaats een leer aanhangen, maar mensen zijn die op een spoor zijn gezet, samen op weg in navolging van hem die zich de weg noemt. Leven als christen is een reis, innerlijk en uiterlijk. Een tocht die ons, zo hopen wij, voert naar ‘een nieuwe hemel en een nieuwe aarde waar gerechtigheid woont’.[2]
Mensen van de weg, samen op weg, synodaal. Dat is geen hedendaagse uitvinding, maar het oudste kenmerk van de leerlingen van Jezus. En wij mogen ons gelukkig prijzen dat de Geest ons dat nu weer laat ontdekken. Welk een zegen zou het niet zijn als wij in onze geïndividualiseerde wereld dat weer in praktijk zouden brengen. Het zou ons kunnen hoeden voor ideologieën en dichtgespijkerde meningen. Het leven is een weg van tasten en zoeken zoals Paulus in Athene zei[3]. Dat beeld van de weg geeft ruimte. Je krijgt de tijd en de kans om te groeien onderweg.
Waarom dit alles verteld op deze feestdag van Scholastica? Wel, als het leven van Benedictus ons iets leert, dan is het dat wij mensen onderweg zijn, hoe honkvast we misschien ook leven. De school die Benedictus heeft gesticht is geen klasje waar alles in de boeken staat, maar het is bovenal een weg die je gaat samen met anderen. Een coenobium waar wij samen optrekken met het evangelie als gids. Dat zien wij vandaag ook in de vita bij de ontmoeting van Scholastica en Benedictus. Zij hadden beiden al een hele weg afgelegd in de navolging van Jezus. Benedictus was al ver gevorderd, maar vandaag zien wij hem een pas op de plaats maken of misschien zelfs een stap achteruit zetten in plaats van vooruit. Hoe dat te verklaren? Paus Gregorius heeft er een antwoord op als hij bij deze episode verwijst naar het woord van Johannes: God is liefde.[4] Is dat niet al te kort door de bocht, want we kunnen toch moeilijk zeggen dat Benedictus tijdens zijn leven niet heeft liefgehad. Denk aan zijn zorg voor zijn broeders en de vele pelgrims.
Het huiswerk dat de zusters van de gemeenschap hier ons heeft laten verrichten alvorens naar Oosterhout te komen, heeft ons de vreugde verschaft het levensverhaal van Benedictus nog eens te lezen en de leeservaringen te delen. En zo werd ik geraakt door de ontdekking dat het begin van zijn leven en het einde op elkaar rijmen. In hoofdstuk 1 van de vita ontmoeten wij een vrouw en in hoofdstuk 33 opnieuw een. En beiden hebben een bijzondere band met Benedictus. In hoofdstuk 1is het zijn voedster die met hem meegaat als hij de stad verlaat om naar een eenzame streek te gaan. Zij alleen gaat mee, en zij bemint hem zeer. Zij krijgen van mensen die hun een goed hart toedragen een plek om te wonen. Maar dan gebeurt er in huis een ongeluk en breekt de zeef waarmee de voedster graan aan het zeven is. Er is geen sprake van opzet, het gebeurt per ongeluk. Dat zorgt voor een voedster in tranen, zij weent, want de zeef was geleend. De jonge Benedictus wordt door haar verdriet geraakt, raapt de twee stukken op en begint onder tranen te bidden. De zeef wordt als door een wonder geheeld en Benedictus troost de voedster en geeft haar de zeef terug. Het verhaal lijkt als twee druppels water op dat van Scholastica, maar van de compassie die Benedictus heeft voor zijn voedster, is tegenover Scholastica niet direct veel te merken. Is de spontaniteit van de jeugd verdwenen, wat is er aan de hand? Welke weg heeft Benedictus nog te gaan?
En dan de monnik Romanus in het 2e hoofdstuk. Die ziet Benedictus aankomen wanneer hij op zoek is naar een grot. Romanus spreekt hem aan en staat hem drie jaar bij. Hij leeft wel in een klooster onder de regel van vader Deodatus, maar geregeld glipt Romanus een paar uur onder het vaderlijke oog weg om Benedictus op vaste dagen brood te brengen dat hij steelt van zijn eigen maal. En dat doet hij uit liefde – caritas- staat er. Maar dat kan de duivel niet verdragen en die probeert er een eind aan te maken. Voeg deze episode samen met de voorgaande van de voedster en je hebt een spiegelverhaal van dat van Scholastica en Benedictus.
Wat heeft ons dat te zeggen? Wel, aan het begin van het levensverhaal van Benedictus ontmoeten wij de monnik Romanus die door de liefde bewogen de regel zijn juiste plek weet te geven. Benedictus heeft nog een weg te gaan. Hij heeft al vroeg een voorbeeld gekregen, maar heeft er niet de innerlijke drijfveer van onderkend. En de voedster bracht hem tot de compassie die hij zijn zus onthield. Benedictus bezat de vitale kracht tot liefde, maar hij moest nog leren hoe haar in andere situaties te bespelen en de ruimte te geven.
Scholastica, zusters en broeders, is in de vita juist het toonbeeld van de liefde, van de caritas, die vleugels heeft en zich door niets laat weerhouden. Benedictus is de wetgever, de man van orde en maat. Maar die twee kunnen niet zonder elkaar. Waar de liefde niet geaard is in de structuur van wet en regel, wordt zij zweverig, staat ze niet met beide benen op de grond. En waar de wet niet de bezieling kent van de liefde wordt het leven star en vreugdeloos.
Benedictus is een weg gegaan samen met Scholastica en het is nooit te laat om nog te leren en je te laten vormen. Het gold voor Benedictus en het geldt voor ons. Wij zijn mensen van de weg en het is ons gegund samen al tastend en zoekend de weg te gaan die naar innerlijke eenheid leidt en ons God en elkaar in één adem doet beminnen. De Geest moge ons daartoe bezielen, iedere dag opnieuw en niet alleen op dit mooie feest.
AMEN
Vader Abt Thijs
Preek gehouden in Oosterhout t.g.v. hoogfeest H. Scholastica
[1] Hand. 9,2
[2] 2Petr. 3,13
[3] Hand. 17,27
[4] 1Joh. 4,16
