In de spotlight: Daniëlle
Danielle kookt in kleur
Het is weer een drukke dinsdagochtend in de abdijkeuken. ‘Maar het gaat lukken!’, zegt Danielle, ‘want ik maak het niet te ingewikkeld. Thaise curry met rijst en tofu, en het toetje staat al in de oven.’ Danielle Nijssen-Kloeth (56) is kandidaat-oblaat van de Sint-Adelbertabdij en ze is kok op dinsdagochtend, als abdijkok Tim vrij is.
Een grote en verantwoordelijke taak voor een vrijwilliger, want er eten zó dertig gasten en broeders in de refter. Daarnaast is er de tien man sterke tuinploeg die ook soep en een hoofdmaaltijd krijgt, en dan zijn er nog maaltijden voor het seminarie in Heiloo die Danielle moet opwarmen en in schalen doen.
Uit de oven komt een heerlijk zoete geur, want de invalkok waar de broeders mee gezegend zijn, is vermaard om haar toetjes. ‘Broeder George komt altijd vertellen hoe heerlijk het toetje weer was.’ Wat vanochtend zo lekker ruikt is vetloze cheesecake van Skyr, ijslandse yoghurt, met eieren en een zakje puddingpoeder er doorheen geroerd.
Schillen en snijden
Met snelle halen schilt Danielle wortels voor het hoofdgerecht. De abdijsoep – ‘alles wat er over is samen in een pan met bouillon, want we zijn heel erg tegen verspilling’ – is al klaar, dat heeft Tim al gedaan.
‘Ik kook met zoveel mogelijk verschillende groenten, en dus met zoveel mogelijk verschillende vitamines’, vertelt ze.
Schillen en snijden, dat is wat haar vrijwilligerswerk haar ‘oplevert’ om het plat te zeggen. ‘Ik heb adhd-add en ben vaak in mijn hoofd heel druk. Groente snijden is voor mij meditatie, het meest rustgevende wat er is. Ik werk hier urenlang in stilte, zonder te hoeven praten. Dan raak ik in een hyperfocus, optimaal geconcentreerd, en dan dwarrelen alle emotionele stations van de afgelopen week rustig op de achtergrond langs. Zo ga ik mentaal helemaal uitgerust naar huis.’
Geven
Het kokswerk betekent voor Danielle in de eerste plaats gewoon naar de abdij gaan, om iets te geven. ‘Ik heb een duidelijke keuze gemaakt om een deel van mijn inkomen weg te geven. Dat doe ik nu met deze wekelijkse kookdag.’
Danielles inzet als vrijwilliger is extra bijzonder omdat ze pas 56 is en nog geld moet verdienen. Ze werkt drie dagen per week in de zorg.
Koken heeft ze haar hele leven gedaan. ‘Ik had als kind al een schriftje met recepten. Mijn broertje en ik waren sleutelkinderen en ’s middags ging ik vast aardappels schillen en boontjes doppen. Als mijn moeder in het weekend wilde uitslapen, ze had toen een vriend, ging ik dingetjes koken voor mijn broertje en mij. Ik heb veel geleerd van mijn Indische oma, die stond dagen in de keuken. In een Indische familie kunnen de mannen ook koken, dus mijn vader en mijn opa kookten ook.’
Ze heeft later ook gewerkt in keukens, maar dat was moeilijk. ‘Je moet altijd ’s avonds werken, niks voor mij.’
Nog niet zo lang geleden heeft Danielle de vegetarische koksopleiding gedaan. ‘Je leert zonder vlees de lekkerste dingen te maken. Mijn kookjuf zei altijd: eten doe je met je ogen. Dus het liefst gebruik ik groenten in alle kleuren van de regenboog.’
Spitsuur
Danielles abdij-kookdag begint al op zondagavond. ‘Dan krijg ik van Tim bericht wat er in huis is en dan app ik broeder Columba wat ik graag op het boodschappenlijstje van broeder George wil hebben.’ Op dinsdagochtend is ze er al vroeg. ‘Als ik binnenkom, zegt broeder Frans: O, U bent er weer, dat wordt weer lekker!’
Tussendoor hoopt ze naar de eucharistieviering te kunnen. Maar ze luistert in ieder geval via de speaker in de keuken.
‘Om half één is het spitsuur. Dan komt de tuinploeg vragen om hun eten en om kwart voor een moet je echt zorgen dat alles klaar staat. Precies als het voorlezen van de heilige van de dag klaar is en het voorlezen uit de Regel begint, mag ik de soep in schalen scheppen.’
Parade
Krijgt ze veel feedback? ‘Na het eten ben ik aan het schoonmaken, fornuis schrobben, vloer dweilen, en dan komt de parade van monniken door de keuken. Een voor een komen ze langs om weer naar hun plek te gaan en dan is het van het was weer lekker en bedankt, het was weer top. Broeder Kleopas zegt vaak dat iets geváárlijk lekker was.’
Krijgt ze ook weleens kritiek? ‘Broeder Columba heeft een keer gezegd: die pompoen had je moeten schillen. Daar had hij groot gelijk in, pompoen moet je óf schillen óf langer koken.’
Danielle voelt zich als oblaat groeien in de keuken, denkend aan de spreuk van Benedictus ora et labora. ‘Bidden en werken, ik vind het een eer dat ik dat hier mag doen.’ Jammer dat het vaak niet lukt om naar de mis te gaan om halftien, maar ze wil Vader Abt vragen of ze alleen even de kerk in mag komen om ter communie te gaan. Dan kan ze voor ze naar huis gaat toch het lichaam en bloed van Christus ontvangen, waar het immers allemaal om begonnen is.
Tekst Renée Braams
(P.s.: Danielles cheesecakerecept heb ik thuis uitgeprobeerd: heerlijk, een traktatie voor wie niet van vette happen houdt)
