Spiegeling in de nacht

Spiegeling in de nacht

Vandaag vieren we het Hoogfeest van de Heilige Drie-eenheid. Een geheimnisvol feest. Misschien kent u de bekende beelden wel. Het klavertje drie: Vader, Zoon en Heilige Geest – drie blaadjes, één plant. Of drie lucifers die samen één vlam vormen. Het zijn sympathieke pogingen, maar ze schieten tekort. De Drie-eenheid is geen raadsel voor ons verstand. Laten we daarom liever kijken naar het evangelie. Dat brengt ons dichter bij het hart van dit mysterie.

Jezus spreekt met Nikodemus. Hij was een leider van de Joden. Een Schriftgeleerde met een perfect theologisch bouwwerk. Hij had de controle. Als lid van de Hoge Raad hoorde hij bij de absolute elite. Tradities noemen hem een van de rijkste mannen van Jeruzalem; men rolde de tapijten voor hem uit op weg naar de tempel.

Juist deze man komt in de nacht naar Jezus toe. Waarom in de nacht? Misschien was hij bang om door zijn collega-raadsleden gezien te worden. Of misschien zocht hij gewoon de stilte, omdat de nacht de tijd was voor intense studie.

Maar er is een diepere reden. Nikodemus zit vast, hoe wetsgetrouw hij ook is. Hij zit gevangen in de nacht van zijn eigen onrust. Zijn hart is als een vogel zonder nest; hij vindt geen tak om op te landen. Want de nacht is meer dan een tijdstip. Het is een innerlijke toestand. Het is de eenzaamheid van de mens op de grens van zijn eigen kunnen. Opgesloten in de eigen ratio.

Daar, in die diepe duisternis, dwingt de nacht Nikodemus – en iedereen die ’s nachts wakker ligt – om in de spiegel te kijken. In de stilte vallen onze maskers weg. Status en prestaties verliezen hun kleur. De nacht spiegelt ons wie we werkelijk zijn.

Herkennen wij dat niet? De moderne mens zoekt geluk in materie en prestaties. Maar we zijn spiritueel dakloos geworden. We verliezen ons in angst voor de toekomst. Die constante bewijsdrang ligt achter de burn-outs van onze tijd. Het legt de vinger op de zere plek van onze eigen innerlijke nacht.

Maar de nacht is er niet om in te verdwalen. In de duisternis klinkt plotseling het Woord van Jezus:

‘Want  zozeer heeft God de wereld liefgehad, dat Hij zijn eniggeboren Zoon heeft gegeven.’

Nu valt er kosmisch licht op de ziel van Nikodemus. Het breekt al zijn schijnzekerheden af. Nikodemus kende alleen een God van de wet en de controle. Jezus toont hem een heel ander godsbeeld. God is geen eenzame dictator op een verre troon. God is een Drie-eenheid van relatie. God is onbaatzuchtige zelfgave. De betrouwbare liefde.

Jezus voegt eraan toe: God zendt zijn Zoon niet om te oordelen, maar om te redden. Hier horen wij dat we onze spirituele status niet krampachtig hoeven te verdedigen.

Wie gelooft, hoeft geen angst meer te hebben voor het oordeel. Dit vraagt om het loslaten van ons grote gelijk. Het vraagt om het simpele vertrouwen dat we geliefd zijn.

Als ik niets meer hoef te bewijzen, pas dan ben ik echt vrij.

Die innerlijke onthechting raakt aan het wezen van God zelf. Jezus nodigt Nikodemus uit om opnieuw geboren te worden. Om als volwassene weer kind te worden. Open voor de Geest, die waait waar Hij wil.

Wat doet dat Licht met een mens? Het roept ons op om dat licht zelf uit te stralen. Het Evangelie laat Nikodemus gelukkig niet achter in de verwarring van die nacht. De ontmoeting laat een onuitwisbaar spoor na.

Veel later neemt hij in de Hoge Raad het woord. Zijn felle collega’s willen Jezus zonder proces veroordelen. Maar getekend door dat nachtelijke gesprek steekt hij plotseling moedig zijn nek uit. Hij eist een eerlijk proces.

En het volle daglicht breekt definitief door na de kruisiging. Als bijna alle leerlingen uit angst gevlucht zijn, treedt dit gerespecteerde raadslid openlijk naar voren. Net als Mozes in de eerste lezing op de berg Sinaï neerviel toen Gods barmhartigheid aan hem voorbijging (Ex.34, 6.8)  stort nu ook het oude leven van dit raadslid in elkaar. De man voor wie ooit de tapijten werden uitgerold, knielt nu in het stof bij het kruis. Hij treedt openlijk naar voren om Jezus het laatste eerbetoon te brengen en brengt honderd pond kostbare mirre en aloë mee.

Zijn innerlijke spiegel is schoongeveegd. Hij spiegelt niet langer de macht van het Sanhedrin. Hij spiegelt de onbaatzuchtige liefde die hij tijdens de nacht ontving.

Moge dat ook onze weg zijn. Dat wij in onze eigen innerlijke nachten de rust vinden om te kijken in de spiegel van Gods liefde. En dat wij, net als Nikodemus, de moed vinden om uit de schaduw van de angst te treden. Zodat we in ons dagelijks leven een levend baken worden van de Drie-enige God.

Gedragen door de onvoorwaardelijke liefde van de Vader.

Verlost door de nabijheid van de Zoon.

En bezield door de adem van de Heilige Geest.

 

Amen.

 

Homilie over Johannes 3: 16-18 bij het hoogfeest van de Heilige Drie-eenheid 2026.

Broeder Paul

 

Nieuwsbrief

Schrijf u vrijblijvend in en blijf op de hoogte van de activiteiten van Abdij van Egmond.

We respecteren uw privacy. Sint-Adelbertabdij zal uw e-mailadres nooit delen met derden.
© 2026, Abdij van Egmond Algemene voorwaarden