Preek 8 juli 2023

Zondag 14 dhj A “Ik zegen u Vader Heer van hemel en aarde…”

Via de massamedia worden wij overspoeld met informatie over veel wat elders in de wereld gebeurt, en is het ook mogelijk om ooggetuigen te zijn van topprestaties van menselijk kunnen op velerlei gebied. Uitvoeringen van de grootste artiesten, sportevenementen van het hoogste niveau, toespraken van wereldleiders, al wat voorheen voorbehouden was aan weinigen geprivilegieerden, komt nu via het scherm onze woning binnen. Tegelijk weten wij dat dit alles vermengd is met veel nepnieuws, dat beelden gemanipuleerd kunnen zijn, dat lang niet alles wat wij zien en horen beantwoordt aan de werkelijkheid. Wij hebben nood aan goede gidsen die ons leren kritisch waar te nemen, en die onze smaak vormen.

Hoe anders Gods Woord! In het evangelie van deze zondag jubelt Jezus het uit dat de Vader Hem in staat stelt degenen die in Hem geloven toegang te verschaffen tot diepe wijsheid en waar inzicht. En Hij nodigt uit om zijn lering te aanvaarden, en Hem vertrouwen te schenken.

In zijn uitroep geeft Jezus ons een verrassende inkijk in zijn intiem gebedsleven. Gedurende heel zijn leven is Hij in gebed, in gesprek met de Vader. Hij trekt zich dikwijls terug om te bidden. Hij bidt in het verborgene en heeft ons geleerd Hem daarin na te volgen. Maar bij bijzondere momenten breekt de relatie met de hemel open en wordt zij zichtbaar en hoorbaar.

Bij de aanvang van zijn openbare optreden daalde Hij af in de Jordaan; daar kwam de Geest over Hem neer en klonk de stem van de Vader. De evangelies verhalen dat Hij met drie van zijn leerlingen de berg Tabor opgaat: daar mogen dezen Hem aanschouwen in glanzend licht en het getuigenis van de Vader over Hem vernemen. In het evangelie dat wij zojuist beluisterden zien wij Jezus, in het leven van alle dag, zoals Hij zich bewoog te midden van veel onbegrip, afwijzing en tegenspraak. En toch was Hij ervan overtuigd: Hij was gezonden om aan de mensen Gods liefde en nabijheid te openbaren. In Hem wilde God de mensen nabijkomen. Gods liefde zichtbaar doen zijn in onze wereld, dat Hij een God is van mensen.

Jezus heeft ons leren bidden: in de Bergrede schenkt Hij de woorden van het Onze Vader. In de hof van Olijven bidt Hij voor zichzelf, maar zo leert Hij ons ook hoe wij in moeilijke omstandigheden behoren te bidden: “Vader, als het mogelijk is, laat deze beker dan aan mij voorbijgaan. Maar laat het niet gebeuren zoals Ik het wil, maar zoals u het wilt.” En tenslotte bidt hij stervend op het kruis: “Mijn God, mijn God, waarom hebt u mij verlaten?” De Vader lijkt van Hem geweken, maar Jezus toont ons dat zelfs in de uiterste beproeving Hij, de gezondene van God, onze lotgenoot is, ons in diepste nood grenzeloos nabij.

Maar vandaag, zusters en broeders, vandaag horen wij Jezus spreken met de Vader als Hij in volle actie is, te midden van zijn werkzaamheid, zoals Hij in menselijke gestalt Gods nabijheid en Vaderlijke liefde mag openbaren.

“Ik zegen u Vader Heer van hemel en aarde…”

In dit evangelie proeven wij iets van zijn zielenleven, zijn innerlijke bewogenheid. Midden in zijn openbare bediening in Galilea – ja, nadat Hij het ontnuchterend ongeloof van zijn tijdgenoten aan de kaak heeft gesteld, die sceptisch stonden tegenover de asceet Johannes de Doper, en al even sceptisch tegenover die Jezus die zich inliet met zondaars, in een situatie waar mensen zijn optreden bekritiseren en afkeuren – wendt Jezus zich jubelend tot zijn hemelse Vader. We krijgen toegang tot de intimiteit van de Geliefde Zoon en de Almachtige Vader, de Heer van hemel en aarde. Het is veelzeggend dat, binnen de stroom van het verhaal zoals dat door Mattheüs wordt verteld, dit serene en glinsterende gebed oprijst in een hoofdstuk vol twijfel over Jezus en afwijzing van Hem door zijn mede-Galileeërs, en gevolgd door een hoofdstuk vol conflicten, met daarin een verwijzing naar de Lijdende Knecht van de profeet Jesaja en de eerste vermelding van een samenzwering om hem te vernietigen.

Net zoals onder grotere druk een fontein hoger spuit en haar stroom voller te worden, zo geeft deze weerstand tegen zijn persoon, zijn wegen en zijn leer, aanleiding tot deze krachtige explosie van lof, zegen en prediking. Ook in het Magnificat van zijn moeder Maria, de moeder van de armen en verdrukten, klinkt zo’n explosie van positieve gevoelens in een bedreigende wereld.

Dit gebed loopt dan uit op een uitnodiging: “Komt tot mij, allen die ploeteren en overbelast zijt en ik zal u rust geven”. Hij zegt niet “Kom tot God”. Hij zegt “Kom tot mij”. En Hij beschrijft zichzelf als een Meester en Leraar die “zachtmoedig en nederig van hart is en je zult rust vinden voor je zielen”. Zoals de profetie van Jesaja zegt: “Hij zal een gekneusd riet niet breken noch een smeulende lont doven”.  Hij wil ons nabij zijn als onze Redder, onze Heiland, ons geluk, onze Zaligmaker.  In het begin van evangelie van Mattheüs wordt Hij beschreven als “Emmanuel – God met ons”. Later, in het midden, hfdst. 18, zegt Hij dat waar twee of drie in zijn naam samenkomen “Ik, Ikzelf, ben met jullie”; en aan het slot van Mattheus, in het laatste vers van het evangelie zegt Hij – “Weet dat ik altijd bij jullie ben tot het einde der tijden”.

Tussen het gebed tot de Vader en de uitnodiging om Hem te volgen staat de openbaring van de goddelijke voorzienigheid. “Niemand kent de Zoon behalve de Vader en niemand kent de Vader behalve de Zoon”. Maar die uitspraak van exclusiviteit wordt a.h.w. opengebroken – “en degenen aan wie de Zoon verkiest hem te openbaren.”

De werkwoorden staan hier allemaal in de tegenwoordige tijd. Het is nu van invloed in elk hier en nu in dit rijk van de Opgestane en Gekruisigde Heer. Deze uitnodiging wordt ons niet alleen gegeven in de letter van de Schriften, maar in de Heilige Geest die ons oproept tot bekering van valse zekerheden tot een ontvankelijkheid voor discipel schap onder een zachtmoedige en nederige Meester, die tot ons spreekt en vrede biedt aan onze harten.

Zusters en broeders, wat een voorrecht deze intieme woorden van Jezus te mogen beluisteren. Zeker, ze komen tot ons via de pen van de evangelist, door het filter van de traditie. Maar zij laten ons kijken in het hart van Jezus’ gebed. Zij nodigen uit om te vertrouwen op zijn boodschap, om geloof te schenken aan wat Hij ons zegt: dat de last van het dagelijks leven niet zinloos is, maar naar leven in volheid leidt. Zoals we hoorden bij Jesaja: “Hij kondigt vrede af onder de volken, zijn heerschappij reikt tot de grenzen der aarde.”

In onze samenleving is de vrede ver te zoeken. Natuurlijk zoekt ieder mens niet anders dan geluk. De machtigen en de machtelozen, de agressoren en de verdedigers van hun rechten en hun vrijheid. Ieders inspanningen zijn erop gericht beter te worden, gelukkiger. Maar wij bereiken alleen maar dat onze situatie nijpender wordt.  Onze wereld is vol van problemen die om een oplossing vragen, en met alle goede wil slagen wij er niet in om die te vinden.

We mogen vandaag luisteren naar het intieme gebed van Jezus’ hart. Wat zou het voor de hand liggend zijn dat dit een zucht van wanhoop zou zijn, een uitroep van moedeloosheid, dat Hij zou zeggen: God, goede Vader, hoe kunt U van Mij vragen dat ik mijn opdracht in deze wereld tot een goed einde breng? Dat Ik de mensen overtuig van uw boodschap van liefde?

Jezus weet wat er omgaat in de harten van de mensen om Hem heen. Hij kent de plannen van zijn vijanden. Hij kent ook de mateloze nood van de armen.

En Hij jubelt het uit in een extatische vervoering van vreugde. Hij vertrouwt op Gods toekomst, op de uiteindelijke vrede: “dan gaat zijn heerschappij van zee tot zee, van de rivier tot de grenzen der aarde.”

Moge Hij ons deel geven aan zijn Geest en ons opwekken tot een leven in Gods volheid.

Br. Gerard Mathijsen osb

 

Nieuwsbrief

Schrijf u vrijblijvend in en blijf op de hoogte van de activiteiten van Abdij van Egmond.

We respecteren uw privacy. Sint-Adelbertabdij zal uw e-mailadres nooit delen met derden.
© 2024, Abdij van Egmond Algemene voorwaarden