Preek 12 mei 2024

Zusters en broeders,

Tussen Hemelvaart en Pinksteren vieren we a.h.w. een kleine ad­vent van de H.Geest. Negen da­gen van verstilling en verwach­ting, een tijd van gebed, van biddend saamhorig­heid beleven. Het is onze oudste noveen. 9 dagen samen bidden. In protestantse kringen heet deze zondag `het weeskind’

De lezingen van deze zon­dag tussen beide hoogfeesten vormen een sterke eenheid. Zij kunnen ons gebed voeden. Lezingen als verbin­dingswe­gen naar een hemel die opengaat, waar de Vader gehoor schenkt, waar de Mensenzoon bidt aan Gods rechterhand, en vanwaar de Geest wordt toegezegd. De Geest, die van de Vader uit­gaat, is immers krachtens zijn wezen niets anders dan beweging naar de Vader toe. In de heden­daagse theologie wordt in de Geest graag het vrou­we­lijke, moederlijke, zorgende, van God gezien. Wij mensen kunnen het niet laten ons voorstellingen te maken, ook al weten wij dat God die allemaal te boven gaat. Met onze beelden en voorstellingen kunnen wij nooit Gods wezen uitzeggen en wij moeten vermijden van onze ideeën idolen te maken, want dan zitten we goed fout, of het nu mannelijke of vrouwe­lijke afgoden zijn. In het evangelie horen wij een passage uit Jezus’ hogepriesterlijk gebed waarin Hij zijn hemelse Vader smeekt dat zijn leerlingen deel mogen krijgen aan de waarheid van Gods Woord. Dat is een waarheid die bevrijdt, ruimte schept en leven geeft, een waarheid die je nooit hebt, die je niet bezit, maar waarin je mag leven en groeien en verbonden wordt met Gods schepping. Een wonderlijke waarheid die ons beperkte verstand te boven gaat, die ons verheft boven eigen mogelijkheden, die ons verandert en ons juist zo meer ons zelf doet zijn. God is onze waarheid, en God is groter dan ons hart!

De confrontatie met hun verrezen Heer confronteert de apostelen met die waarheid en maakt nieuwe mensen van hen. De dramatische gebeurtenissen van zijn heengaan hebben hen diep getekend en een verandering van zielsgesteldheid bewerkt. Voordien waren zij naief, opgetogen dat de rabbi uit Nazareth, de wonderdoener, hen tot zijn leerlingen had gekozen, zij waren ambitieus en zelfverzekerd. Door wat met Jezus gebeurde bij zijn heilig Lijden en zijn wrede kruisdood gingen zij door een diep dal. De verrezen Heer had hen een veel dieper inzicht gegeven in de diepte van wat Hem had bezield, en in hun eigen roeping. Zij begrepen dat hun apostel-zijn nu pas begon, en wat het inhield aan totaal engagement, aan bereidheid te getuigen met hun eigen leven.

Dat bracht hen, in de eerste dagen na Pasen ertoe hun twaalftal te willen aanvullen, door iemand in hun groep op te nemen in de plaats van Judas. Daarover vertelde ons de eerste lezing.

Na de Hemelvaart van de Heer, keerden de apostelen terug van de Olijfberg naar Jeruzalem. Voordat de Heer van hen scheidde, zei hij tot hen: “Ik zal jullie sturen wat mijn Vader heeft beloofd. Blijft daarom in de stad totdat jullie bekleed worden met kracht van boven. Johannes doopte met water, maar jullie zullen worden gedoopt met de Heilige Geest in een paar dagen” (Luk.24/49; Hand.1/5). Hoeveel dagen weten ze niet. In Jeruzalem brachten ze de dagen door met wachten en ondertussen baden ze en bereidden ze zich voor. De apostelen gingen terug naar de bovenkamer, waar ze op Witte Donderdag het Laatste Avondmaal hadden gevierd. Nu al vormen allen, de apostelen en de discipelen, een gemeenschap, het begin van de  Kerk. Maria, de moeder van Jezus, is onder hen, net als de broers, familieleden van Jezus, evenals de vrouwen die Jezus waren gevolgd uit Galilea, in totaal honderdtwintig mensen (Hand. 1/12-15).

Ze zijn blij, niet langer verdrietig vanwege het vertrek van Jezus, omdat ze weten dat Hij te zijner tijd zal terugkeren en dat over een paar dagen een andere Parakleet, een andere trooster en verdediger, hen in deze tussenliggende tijd te hulp zal komen.

Terwijl ze wachten, blijven ze de Tempel bezoeken en keren dan terug naar het Cenakel, om te bidden en hun gemeenschapsleven voort te zetten.

Een van de eerste daden van deze gemeenschap van het Cenakel is het regelen van de vervanging van Judas. Petrus neemt het initiatief. Hij houdt een toespraak waarvan de traditie de essentiële punten heeft behouden, die Lukas heeft verzameld in het verslag van de verkiezing van Matthias, dat zojuist als eerste lezing werd voorgelezen.

De toespraak heeft vier punten: de val van Judas, de voorspelling van deze val door de Schrift, de noodzaak om een ​​vervanger voor de gevallen apostel te kiezen en de voorwaarden voor deze keuze.

Het is nodig, aldus Petrus, dat alvorens de Heilige Geest komt het apostolisch college, dat door de afvalligheid van Judas tot elf is teruggebracht, weer compleet zal zijn. Voor de eerste christenen was het geval van Judas pijnlijk en bijna onverklaarbaar. Hoe kon Jezus als apostel iemand kiezen waarvan hij van tevoren wist dat hij een verrader zou zijn? Petrus geeft voorlopig slechts een kort antwoord. De Schrift die deze afvalligheid had voorspeld, moest in vervulling gaan. Dit beroep op de Schrift is uiteraard slechts een gedeeltelijke verklaring voor het geval van Judas, maar voldoende om uit te leggen dat Jezus het wist, had voorzien en dat hij niet onverwachts werd verraden. Voor Petrus was op dit moment het belangrijkste dat een van de psalmen waarnaar hij verwijst had gezegd: “Zijn opdracht zal overgaan op een ander”, en dat het daarom nu nodig was om in de plaats van Judas een andere te kiezen.

En ze zijn het allemaal eens over de voorwaarden waaraan kandidaten voor de functie van Judas moeten voldoen: ze moeten de Heer trouw gevolgd zijn vanaf zijn door Johannes tot aan zijn hemelvaart. Want zo had Jezus zelf gehandeld:  uit degenen die Hem vanaf het begin van zijn openbare leven waren gevolgdhad Hij  zijn twaalf apostelen had gekozen. Er waren ooggetuigen nodig die konden getuigen over alles wat Jezus had gedaan en gezegd, geloofwaardige en betrouwbare getuigen.

 

Twee kandidaten voldeden aan deze voorwaarde. Daarom nemen zij hun toevlucht tot  loten, nadat ze gebeden hebben tot de Heer die de harten doorzoekt, zodat God zelf aanwijst wie de lege plaats in de bediening, de dienst van het apostelschap, zal innemen.

‘En het lot viel op Matthias, die voortaan tot de twaalf apostelen werd gerekend.’ Het apostelcollege was nu voltallig en voorbereid op de komst van Gods Geest.

Als wij in onze dagen en in onze gemeenschap beseffen dat we Gods Geest nodig hebben vinden we in hun handelen een model, een voorbeeld hoe wij ons daarop kunnen voorbereiden, in gebed, in samenkomen en ons openstellen.

Iedereen heeft het erover: de kerk, en niet alleen die van Rome, alle kerken zijn in een crisis. Hoe is het mogelijk dat in zo’n gezelschap van mensen die zeggen dat ze in God geloven en dat ze zijn dienst zijn toegewijd, zoveel schandalen aan het licht zijn gekomen? De kerk van onze dagen heeft groot gezichtsverlies geleden doordat mensen die er een uitverkoren positie innamen, zoals Judas dat deed in het apostelcollege, ontrouw bleken, onwaardig, en de reputatie van het instituut ernstig hebben geschaad. Hoe heeft Jezus die ene apostel zo kunnen vertrouwen? Hoe hebben die rotte appels zoveel ruimte gekregen in de kerk? In onze dagen is het nu het schandaal van het sexuele misbruik. Vroeger waren er andere misstanden die ergernis gaven. Machtsmisbruik, nepotisme, noem maar op.

In het evangelie bidt Jezus voor de gemeenschap die Hij achterlaat. Dat het kwaad haar niet de baas mag worden, ook al manifesteert het zich in haar gelederen, het mag niet het laatste woord hebben.  Dat de waarheid overwint, en zij die waarheid toegewijd mag zijn.

Daarom zusters en broeders bidden wij tot de Vader van onze  Verrezen en in de hemel opgenomen Heer, dat Hij ons, zijn kerkgemeenschap,  zuivert en heiligt door de gave van zijn Heilige Geest. Mogen wij volharden in dat gebed, elkaar vasthouden, en bidden dat de Geest zijn werk in ons verricht, nu in deze viering en in ons leven van elke dag.

br. Gerard Mathijsen osb

Nieuwsbrief

Schrijf u vrijblijvend in en blijf op de hoogte van de activiteiten van Abdij van Egmond.

We respecteren uw privacy. Sint-adelbertabdij zal uw e-mailadres nooit delen met derden.
© 2024, Abdij van Egmond Algemene voorwaarden