Waarschijnlijk kennen jullie het lied: ‘Midden in de dood zijn wij in het leven’.
Een lied van Muus Jacobse. Maar klopt het wel? Is het niet eerder omgekeerd?‘
‘Midden in het leven zijn wij in de dood’, zoals Luther het in een hymne verwoordde, gebaseerd op de Latijnse antifoon ‘Media vita in morte sumus’.
Een waarheid die maar al te vaak werkelijkheid wordt. Denk maar aan de vele slachtoffers van oorlog, honger of geweld, of aan mensen die midden in het leven abrupt geconfronteerd worden met de dood. Midden in onze plannen, ons werk en onze dromen kan de dood binnenvallen.
Over leven en sterven is het laatste woord nog niet gezegd.
Vandaag, in extreme tijden, zien we duidelijk twee uitersten — overtuigingen waarvan we ook een spoor terugvinden in het evangelie.
Aan de ene kant zijn er degenen die ervan uitgaan dat de dood onherroepelijk het einde is. Gelovigen mogen dan zingen dat de Heer op de derde dag opstaat, maar voor niet-weinigen klinkt het als loze woorden. Ook in het evangelie klinkt die stem: Lazarus ligt al vier dagen in het graf. Het lijk ontbindt. Einde. Punt uit. It’s over!
Aan de andere kant zijn er die het leven eindeloos willen rekken. Ook bigtech-bedrijven, niet zonder winstbejag, willen de dood, ziekte en ouderdom bannen. Mocht er toch maar een middel of een chip zijn die de sterfelijkheid opheft. Het doet denken aan de woorden van Martha en Maria: ‘Mocht U hier zijn, Heer, dan zou er geen dood zijn, alleen leven.’
Het evangelie echter houdt zijn eigen koers: leven en sterven en sterven en leven horen bij elkaar. Jezus zal naar Jeruzalem gaan en er sterven, maar de evangelist Johannes verwoordt zijn intieme overtuiging: ‘wie in Christus gelooft zal leven, ook al is hij gestorven’. Dit evangelie van Lazarus werpt een vooruitblik, een voorafschaduwing, op wat Jezus zelf doormaakt: sterven en opstanding.
Over dat over en weer van leven en sterven mogen we ons laten raken door enkele elementen, misschien details van grote betekenis.
Over sterven
Jezus neemt het sterven ernstig. Als mens huilt hij om het sterven van zijn vriend Lazarus. “Wat heeft hij veel van hem gehouden,” zegt het volk. Van Jezus leren we dat we het sterven van anderen niet dienen te banaliseren; we mogen oprecht verdrietig zijn en troost zoeken. Maar hoe fijngevoelig Jezus ook is, in hem is er ook verontwaardiging en innerlijke spanning, omwille van het ongeloof van de omstaanders.
Over ontluikend leven
En wat met leven voorbij het sterven? Er is het gegeven van een steen bij het graf en Lazarus die in linnen gewikkeld is. Wat wil dat zeggen? Even een omweg. Met Pasen zien we dat de steen weg is en de zweetdoek netjes opgerold. Christus heeft de dood achter zich gelaten. Een gave van zijn Schepper, zijn Zoon. Christus is opgestaan uit de dood! Die volle goddelijke gemeenschap — God allen in allen — ligt nog voor ons open.
Terug naar Lazarus. Hij is gebonden: aan het vergankelijke leven, aan alles waar een mens kan vastzitten: angst, ellende, verdriet, ziekte of pijn, vervolging, afwijzing, slechte gewoontes, onzekerheden…
En heel merkwaardig: het is niet Jezus die de steen wegrolt of de linnen doeken. Hij zegt: maak jullie hem los, rol de steen weg. Hier, op deze plaats, niet later, maar nu. Laten wij losmaken wat leven in zijn greep houdt: door gebed, door goede keuzes, door nabijheid, door strijd voor gerechtigheid, door eerbied voor de aarde, door de-escalatie en vergeving, door met de hulp van anderen zelf op te staan uit doodse ervaringen. Lazarus, kom naar buiten!
De naam Jezus betekent ‘die losmaakt of bevrijdt. ’ Dat is en blijft zijn zending — eens voorgoed en nu reeds in dit leven. In zijn leven en sterven op het kruis, juist in zijn gehoorzame zelfgave aan de Vader, heeft hij de poort geopend naar het leven.
Dood en leven samen. Gave en opgave.
In de eucharistie komen gave en opgave, dood en leven samen. Er is de gave van het leven dat wij ontvangen, en in de gaven van brood en wijn bieden wij onze menselijke gaven aan de Heer, in alles en voor alles. Maar de grootste gave is reeds dat Jezus uit liefde voor de mensheid de dood heeft overwonnen. Een glimp van het paaslicht gloort reeds doorheen de tekenen van de schepping.
Dit licht, deze liefde nodigt ons uit tot de vrijheid van de kinderen van God, tot gemeenschap met Hem, en tot zorg voor elkaar, vooral voor wie in het duister tasten.
Voor ons hier samen, is het vervolg van de liedtekst van Jacobse toch wel passend:
Dood is in ons bloed, dood voor onze ogen,
maar Hij geeft ons moed, dat wij leven mogen
met de dood in ’t bloed.
Dat wij uit de dood
opstaan om te leven, etend van het brood
dat Hij heeft gegeven midden in de dood.
Amen.
Br. Paul Cools
Lezing: Johannes 11, 1-45
