Boeteviering Witte donderdag

Veertig dagen zijn wij onderweg in een wereld die nood heeft aan bekering, in een wereld vol geweld in het groot en in het klein en in een wereld die op vrijwel alle fronten inzet op maakbaarheid. Geweld en maakbaarheid, misschien is er wel een verband tussen die twee. Want heel wat geweld komt voort uit de wens dat het moet zoals wij het willen.

Nu is niet alle maakbaarheid verkeerd of afkeurenswaardig. We mogen blij zijn met tal van technische vooruitgang die ons tot van alles in staat stelt, maar als maakbaarheid tot hoogste ideaal van onze handel en wandel wordt gepromoveerd, wat dan?

Voor wat er dan wel of juist niet gebeurt verwijs ik naar het onlangs verschenen boek met de titel ‘Een haas in huis’[1]. Het is een autobiografisch verhaal waarin de schrijfster vertelt hoe haar leven een ommekeer doormaakt wanneer zij gaat zorgen voor een haasje dat voor haar deur ligt. Een dag of wat oud is het beestje en als zij er zich niet over ontfermt zal het sterven of opgegeten worden. Ze aarzelt want het past niet in haar levenspatroon en al haar plannen. Maar als het haasje er in de namiddag nog ligt, gaat ze overstag.

Waarom dit verteld? Haar beslissing zorgt er voor dat ze gaandeweg haar eigen leven gaat bevragen: waar ben ik in godsnaam mee bezig en wat jaag ik eigenlijk allemaal na. Het brengt een keer in haar bestaan, en dat alles omdat ze de maakbaarheid en de planmatigheid van haar bestaan terzijde had geschoven om het leven van een klein schepsel een levenskans te geven. Zij deed de deur van haar huis en van haar hart open op een moment dat ze helemaal niet had georganiseerd. Een toevallige ontmoeting zorgde voor een nieuw levensperspectief voor de haas en voor de vrouw.

In een maakbare samenleving zien wij hoe dergelijke ontmoetingen worden weggestreept of ontlopen. Dat past niet in ons levensproject en daarmee lopen wij voorbij aan het leven zelf. Want maakbaarheid is heel iets anders dan het leven ontvangen.

In het evangelie dat wij zojuist hebben gehoord zijn drie mannen onderweg. Er wordt niet verteld waarheen, wat dat doet er niet toe. Op hun tocht zien zij iemand halfdood langs de weg liggen. Twee van de drie lopen erom heen. Geen tijd, geen zin, geen ik weet niet wat. Zij missen de ontmoeting van hun leven door hun eigen plannen te volgen. Want wat voor een keer zou er niet hebben kunnen plaatsvinden in hun leven als zij oog voor de man hadden gehad?  Maar het kwam hen niet uit en ze liepen verder. Hun eigen leven een ontmoeting  armer, de Heer gemist en de man in de goot het leven niet gegeven.

Een was er die halt hield en innerlijk geraakt hem zag. Het werd een ontmoeting die geen van twee zou vergeten en die beiden leven gaf. Want waartoe zijn wij op aarde anders dan elkaar leven te geven, al de rest is maar stoplapperij van een leeg bestaan.

Wij leven in een samenleving waar in het groot en klein mensen anderen levenskansen ontzeggen en ontnemen, en waar wij de schepping veelal onze dodelijke wil opleggen . Dat heeft desastreuze gevolgen en wij hebben misschien niet in de gaten  hoe schandelijk en schadelijk dat is.

Hoe vaak lopen wij in een boog om anderen? Geen tijd, geen zin, of gewoon lastig en niet passend in ons project.

Veertig dagen zijn wij onderweg naar Pasen. Waren wij samen op weg in de woestijn van het leven? Hebben wij omgezien naar wie niet mee kon of in de goot lag? Hebben wij de deur van ons land, van ons dorp, van ons huis en hart opengezet om het verhaal te horen van wie vroegen om een plek, om hulp? Hebben wij oog gehad voor de roep en de vraag die onverwacht op ons pad kwam? Misschien komen al die vragen samen in dat ene woord waarmee Benedictus de regel begint ; “luister”. Luisteren naar het leven, luisteren naar de stille stem in ons hart, luisteren naar het grote woord dat ons oproept alle leven te hoeden om het zo zelf te mogen vinden. Want dat is de paradox van het leven, de paradox van Pasen, ons in Jezus getoond. Wie het leven verliest zal het vinden.

Laten wij vergeving vragen waar wij in die roeping  tekort zijn geschoten, hebben gefaald, en bidden wij om de adem van de Geest opdat wij in onze oude wereld mensen mogen zijn die oog hebben voor wat ertoe doet opdat er voor allen en alles toekomst zal zijn van Godswege.

AMEN.

Lukas 10,25-37

 

[1] Chloe Dalton: Een haas in huis.

Nieuwsbrief

Schrijf u vrijblijvend in en blijf op de hoogte van de activiteiten van Abdij van Egmond.

We respecteren uw privacy. Sint-Adelbertabdij zal uw e-mailadres nooit delen met derden.
© 2026, Abdij van Egmond Algemene voorwaarden