Veertig dagen samen onderweg

‘De veertigdagentijd is bij de meeste mensen waarschijnlijk beter bekend als de vastentijd’. Zo schrijft de onlangs overleden Peter Nissen in zijn handreiking ‘Loslaten en groeien’ die hij ons als gids voor de veertigdagentijd heeft nagelaten. Maakt dat nu wat uit of je het veertigdagentijd noemt of vastentijd? Bij vasten denk je aan dingen die niet mogen, aan zaken of gewoontes die je moet nalaten. Alleen maar ‘nee, en ‘’niet’ is voor de meeste mensen geen inspirerende gedachte. Wij zien het dagelijks voor ons in de consumptiemaatschappij. Opgeven blijkt moeilijk wanneer er geen sprekend doel is om voor te gaan. De naam ‘veertigdagentijd’ roept heel andere associaties en gevoelens op.  Daar komen niet alleen beelden op van een tocht vol uitdagingen, met de belofte van een land van melk en honing, maar het is ook een tocht die je niet moederziel alleen gaat, maar met tochtgenoten, met mensen die dezelfde droom in hun hart dragen. Als je zo aan de veertigdagentijd begint krijgt het leven een heel andere kleur dan bij een veertigdaagse vasten. Samen op weg met Jezus in ons midden, want hij gaat met ons als gids en tochtgenoot. Dat is geen vakantiereis, maar een levensreis, met alle lief en leed dat erbij hoort, op weg naar het huis van de Vader waar alle tranen worden afgewist en de dood niet meer zal zijn. Die tocht  vraagt om de juiste bepakking, de juiste instelling en een groot geloof. Dat brengt dus met zich mee dat je keuzes moet maken anders haal je nooit het doel. Daar krijgt  vasten dus een plek, maar niet als doel, maar als een van de onmisbare middelen om het beoogde doel te bereiken.

Samen op weg. En bij het begin van de tocht worden ons vandaag  drie specifieke aandachtspunten aangereikt voor de tocht. Wij hoorden ze in het evangelie. Aalmoezen geven, bidden en vasten. Zij verwijzen naar de drie relaties die het fundament vormen van ons leven. Zij zijn ook de ijkpunten voor ons gedrag onderweg. De omgang met de ander, met God en met jezelf.

Aalmoezen geven, dat is tegenwoordig een ouderwets woord, maar het is afgeleid van het griekse woord elyemosuné, dat barmhartigheid betekent. Een aalmoes is dus niet een fooi geven, maar barmhartigheid, compassie tonen met wie onze tochtgenoten. Wij zijn niet alleen op de wereld, en wij zijn allen met welke kleur of geloof ook, kinderen van God, de een niet meer dan de ander. Geroepen om samen de weg te gaan. En dan niet voortdurend elkaar de maat nemen of kleineren, maar de ander bezien met de blik van Jezus, evenbeeld van Gods menslievendheid voor zondaars en heiligen. Niemand  aan zijn lot overlaten, niemand langs de weg laten liggen, maar meenemen en alle zorg geven om samen het doel te bereiken, de stad van vrede, het hemels Jerusalem. Doen zoals Jezus heeft gedaan, die onze gids en leidsman is. Woorden van leven spreken, levensmoed en hoop geven, allen in woord en daad nabij en dragen in gebed.  Samen onderweg, samen de weg ten leven.

Het tweede aandachtspunt  is het gebed. Wat gebeurt er met ons als ons leven niet gegrond is in onze relatie met God? Wat gebeurt er met een leven dat de humus mist van een gezond en geaard bestaan? Kan het groeien en bloeien zoals God het heeft bedoeld?  Dat wil niet zeggen dat het dan een bestaan wordt zonder vragen en beproevingen. We zien het bij Jezus die ons menselijk bestaan heeft gedeeld en het kruis niet is bespaard. Maar een gegrond bestaan kan  tegen de stormen van het leven, want wie in God geaard is, weet zich bemind  en heeft vaste grond onder de voeten. In onze wereld die bol staat van  maakbaarheid en zelfrealisering is het een zegen je bemind te mogen weten door God uit wie wij leven. Bidden, het is stil worden en met Jezus en als Jezus je door de Geest van de Vader laten doorademen. En zo de greep op het leven loslaten. Het leven zelf de ruimte geven, geen grijpgrage handen, maar open handen die weten te ontvangen, te danken en op hun beurt weten te geven. Mensen van God  worden, competitie en concurrentie achter ons laten, want alles is gekregen om het dankbaar te delen zodat God in alles en allen wordt verheerlijkt. Dat is de weg naar Pasen, samen met Jezus.

En dan het derde aandachtspunt. Dat heet vasten. Dat is een oefening om op een volwassen manier met ons eigen leven om te gaan. In onze samenleving zijn meer en meer mensen afhankelijk van wat anderen van je zeggen.  Alle idolen doen menigeen er aan twijfelen of ze wel de moeite waard zijn, of hun lijf wel voldoet aan de mode van dit moment en zo meer.  Wat betekent dat niet alleen voor onze omgang met ons lichaam, maar ook voor onze omgang met onze ziel?  Krijgt ons lichaam, die tempel van de Geest, de zorg die het verdient?  Weten wij maat te houden, niet te veel, maar ook niet te weinig? En onze ziel, is er nog tijd voor stilte waarin wij  mogen horen wie wij zijn een waartoe wij zijn geschapen?    Vasten, het is ruimte maken in het lijf en in het hart om ons te laten bevrijden van alles ons belet te leven als vrije en verantwoordelijke kinderen van God.  Vasten, het is de rugzak voor de levensreis opruimen zodat wij de aarde niet bezwaren met onze grote voetafdruk, maar samen met  onze tochtgenoten de weg gaan met zorg en aandacht voor elkaar en heel de schepping die ons draagt. Vasten, het is onthaasten en onthechten met  lichaam en ziel, zodat wij weer zicht krijgen op wat er echt toe doet. Laat ons zo in deze de veertigdagentijd de weg met Jezus gaan om met Pasen op te staan als herboren en herschapen mensen, samen met Hem, de eerstgeborene van heel de schepping.

AMEN

Vader Abt Thijs

 

Lezingen: Joel 2,12-18; 2Korinthe 5,20-6,2; Matheus 6,1-6+16-18

 

 

 

 

Nieuwsbrief

Schrijf u vrijblijvend in en blijf op de hoogte van de activiteiten van Abdij van Egmond.

We respecteren uw privacy. Sint-Adelbertabdij zal uw e-mailadres nooit delen met derden.
© 2026, Abdij van Egmond Algemene voorwaarden