De dagen tussen Hemelvaart en Pinksteren zijn bijzonder gewijd aan gebed. Wij bidden samen om de komst van de Geest. En waar wij dat samen doen, komt Hij, Gods Geest. Is Hij aanwezig. Wij hoorden in de Handelingen van de apostelen dat alle leerlingen eensgezind samen waren, volhardend in gebed, samen met Maria, de moeder van Jezus, en met zijn broeders.
Tijdens zijn aardse leven waren het nog twee partijen, beide op Hem betrokken, allebei vol liefde en verwachting naar Hem toe. Maar zij begrepen elkaar niet. Zij waren gescheiden. Tijdens het leven van de Heer was er nog een onderlinge spanning. De familieleden van Jezus hadden het moeilijk met zijn optreden. Zijn leerlingen stonden Hem meer nabij dan zijn verwanten, die bezorgd voor Hem waren, maar Hem niet begrepen. Toen de familie van Hem naar Hem zocht antwoordde Hij: Mijn moeder en mijn zusters en broeders zijn zij die naar Mij luisteren. Na Pasen is de lucht geklaard. Er is eenheid. In deze dagen van beleven van zijn afwezigheid, groeien zij naar elkaar, komen zij tot eenheid, een nieuwe verbondenheid, niet meer op basis van eigen verwachtingen, maar in bereidheid de wil van God te aanvaarden, God zijn plannen laten volbrengen zoals Hij die in zijn Voorzienigheid wil, tot onze zaligheid. Zo bidden wij nu samen, naar het voorbeeld van Jezus’ leerlingen met zijn Moeder Maria. Negen dagen van verstilling en verwachting, een tijd van gebed, van biddend en vertrouwvol saamhorigheid beleven. Wij zien de geboorte van de Kerk. Samen zijn zij in gebed. Zij ontvangen de gave Gods waarvoor Jezus gebeden heeft in zijn laatste uren. De Geest, die van de Vader uitgaat, is krachtens zijn wezen niets anders dan beweging naar de Vader toe.
Het wezen van God blijft ontoegankelijk. Wat ons is geopenbaard, en dat is een groot mysterie, is dat God ontvankelijk wil zijn voor ons gebed, als wij ons tot Hem richten in de Geest van Jezus, dus ook samen met elkaar.
In het Evangelie, hoorden we het begin van Jezus’ Hogepriesterlijk gebed. Daarin bidt de Heer voor zijn leerlingen en voor allen, die door hun woord tot geloof zullen komen. Dit gebed veronderstelt dat de leerlingen zich moeite geven om de Naam van Jezus te verkondigen, en het evangelie te verbreiden. Alle eeuwen door hebben mensen zich inderdaad van die opdracht gekweten, en op velerlei wijze daaraan gestalte aan gegeven. Prediking en evangelisatie, onderwijs, maatschappelijke- en ziekenzorg zijn er uit voortgevloeid, steeds inspelend op actuele noden en de kwalen van tijd, cultuur en samenleving.
Een ding is daarbij altijd constant: de toeleg op gebed.
Daarmee wordt het voornaamste werk van Jezus voortgezet, waaruit al zijn andere handelen voortvloeide: het zoeken van verbinding. De Evangelies verhalen van Jezus’ optreden, van zijn parabels, zijn tekenen en wonderen, zij spreken ook van zijn gebed. Bij voorkeur verborgen in de nacht. Vervuld van de goddelijke Geest, zocht Jezus het gesprek met zijn hemelse Vader in de stilte van de nacht, in de vroege morgen, en de dag door in het verborgene van zijn hart, maar met een intensiteit die telkens weer naar buiten sloeg.
Dat gebed is door de apostelen en leerlingen, samen met Maria, de Moeder van Jezus, en de vrouwen, ook voortgezet. Zo biddend mochten zij de Geest ontvangen, die hen toerustte met de kracht tot getuigenis.
In deze tijd van wereldwijde politieke spanning worden ook wij herinnerd aan onze afhankelijkheid van de hemel, aan de noodzaak van gebed, en aan de kostbare gave dat wij kunnen bidden, dat wij mogen weten gehoord te worden. Ja, naar ons gebed wordt als het ware uitgekeken. God wil de wereld redden, maar Hij duwt het ons niet door de strot, wij zullen het Hem dienen te vragen. God zoekt medewerkers, daartoe zijn wij geschapen. De bloemen bloeien, de vogels fluiten, de vissen zwemmen, de mensen zingen Gods lof, eren Hem om zijn schepping en bidden om ons aller behoud. De kerkvaders leren dat de Schepper de mens een plaats gaf zelfs boven de engelen. Dat zou de reden zijn geweest van de val van Lucifer en zijn volgelingen, die niet wilden accepteren dat die zwakke aardse wezens een hogere roeping hadden dan de zuivere geesten. Maar in plaats van trouw te zijn in dienst van de Allerhoogste toonde de mens zich niet dienstbaar en dankbaar, maar wantrouwend en zelfzuchtig, en zo verbeurde hij zijn geluk. Het is natuurlijk voornamelijk beeldspraak maar bevat een diepe waarheid.
De geestelijke dimensie van ons leven is helaas buiten ons blikveld geraakt. De mensheid is zo onder de indruk van haar eigen technisch kunnen, dat de geestelijke dimensie van zijn leven naar het rijk der fabelen wordt verwezen. Wij zien tot welke onvoorstelbare resultaten menselijk vernuft leidt, maar we zien ook met schrik dat die slimme mens zijn hand dreigt te overspelen. Hij doet dingen zonder te beseffen waartoe zij leiden. Hij voorziet de gevolgen niet. Die uitdaging moeten wij niet ontvluchten, en niet ontkennen. Wij mogen onze hand niet overspelen en voorbijzien aan het feit dat zelfs de knapste koppen slechts een heel klein deel van de werkelijkheid doorgronden, en dat de natuur tal van geheimen heeft waar wij geen weet van hebben. Op zoveel terreinen heeft de mens ervaren dat wat vooruitgang leek, grote risico’s meebracht, rampzalige gevolgen had. Er zijn nog ontelbaar veel geheimen van de aardse werkelijkheid te ontraadselen. In een huisgezin kan een kind grote ravage aanrichten in de keuken of in de garage of elders in huis, door op een knopje te drukken, een motor te starten, ergens contact te maken met desastreuze gevolgen. Hopelijk is dan moeder in de buurt of iemand die groter onheil weet te voorkomen. Maar wie houdt die grote kinderen tegen die toegang hebben tot apparaten die de wereld kunnen ontwrichten? Op weg naar Pinksteren roept onze moeder de H. Kerk ons op tot eendrachtig gebed, tot nederig besef van onze grenzen, in dankbaarheid voor de mogelijkheden die ons gegeven zijn om vooruitgang te bewerken, maar ook om bescheidenheid, respect voor al wat leeft en voor onze God die ons het leven geeft.
In het gebed, in het eucharistisch offer, nemen wij onze roeping serieus om heel de schepping op te dragen aan de Drieëne God en zo het geschapene en de Schepper in hun onderlinge relatie te respecteren en te waarderen.
Laat ons God danken en smeken om zijn erbarmen.
AMEN
Br. Gerard Mathijsen
