Een nieuw begin!
Een nieuw begin! Vandaag: de eerste zondag van de advent.
Moeten we er tegenop zien, bang voor wat de toekomst brengt? Maakt dat ons bezorgd, sceptisch? Wat is het heerlijk als je er verwachtingsvol naar mag kijken, vol hoop, met blij vertrouwen. Spannend, zo’n nieuw begin. De liturgie maakt er telkens weer een bijzondere tijd van het jaar van; het mag er in onze mensenwereld nog zo beroerd aan toegaan, de Eeuwige doet ons hoopvol uitzien naar zijn toekomst, die het aanschijn van de aarde zal vernieuwen. “De nacht loopt ten einde, ons heil komt dichterbij.” Paulus zit het wel zitten, al heeft hij toch best reden zich zorgen te maken. Paulus is een gedreven mens, een man met een missie. Hij gelooft in Gods toekomst, hij gelooft dat die aanstaande is, en dat hem is toevertrouwd daarvan de heraut te zijn, mensen het goede nieuws aan te zeggen en op te roepen een nieuwe gemeenschap te vormen, open te staan voor de komst van het Godsrijk. Heeft de apostel zich vergist, of is er door zijn bezielde prediking in die eerste eeuw van onze jaartelling inderdaad iets heel nieuws in de samenleving gekomen: het christelijk geloof, de gemeenschap van christenen die een wereldwijde eenheid gingen vormen, zusters en broeders, ongeacht hun maatschappelijke status, vrijen en slaven, Joden en heidenen van alle volkeren en rassen, talen en kleuren?
Het was niet voor het eerst dat de Schepper met de mensheid iets nieuws ging beginnen. In de dagen van Noach had de Eeuwige ook al eens ingegrepen. Toen was de aarde bedolven onder de wateren, en alleen Noach en zijn gezin waren aan de dood ontsnapt. Maar Noach was er niet in geslaagd zijn missie op zijn nageslacht over te dragen. Verwarring, verdeeldheid, godvergetenheid kregen de overhand boven godsvertrouwen en voorbereiding op een toekomst die ons voorstellingsvermogen te boven gaat. Op deze eerste zondag van de advent horen wij de oproep van Jezus: en vandaag luidt die boodschap: ‘Wees waakzaam’ Dat is de raad van Jezus na zijn verhaal over de tijd vóór de zondvloed. De mensen waren toen zozeer met zichzelf bezig dat ze geen oog hadden voor de werkelijkheid om hen heen, voor waar het eigenlijk om gaat, voor wat echt van belang is. Zij gingen op in het binnenwerelds gebeuren, in het hier en nu.
‘Wees waakzaam, want gij weet niet op welke dag uw Heer komt’, zegt Jezus. Voortdurend hebben wij de keuze: tussen licht en donker. Licht: het licht van liefde en vrede, van aandacht voor elkaar, van eerbied voor de natuur, van positief denken, van streven naar gerechtigheid en zoveel andere dingen die Gods schepping tot een aards paradijs maken, of valt onze keuze ten faveure van het donker, duiken wij in de donkere wereld van egoïsme en kortzichtig eigenbelang, oorlog en terrorisme, vernietiging van onze aarde, waanzinnige rijkdom van weinigen, en afgrijselijke armoede van honderden miljoenen andere mensen.
Laten we ons erop bezinnen of we zijn zoals Noach? Hij bouwde een ark omdat hij luisterde naar God. Doen wij dat ook: luisteren naar God, of zijn we zoals Noachs tijdgenoten die er zelfs niet aan denken naar God te luisteren, want ze zijn te druk bezig met zichzelf. Jammer genoeg is dat heel herkenbaar vandaag, in de grote politiek, maar eigenlijk niet minder in onze kleine wereld. In de grote politiek, waar de mensen die het voor het zeggen hebben bezig zijn zich tegenover elkaar tot de tanden te bewapenen. Het moet weer! Alle defensie die werd afgebouwd, de militairen die werden omgevormd van vechters tot een soort van maatschappelijke helpers en opbouwers, de strategie is weer 180 graden gewijzigd. En hoe is het in ons kleine leven? Zijn wij ook niet druk, zo druk dat we er niet bij stilstaan, dat het niet bij ons opkomt om te verlangen naar de komst van de Mensenzoon? Die werkelijkheid is zó ver weg, zo onvoorstelbaar. En toch is dat de grote, de uiteindelijke werkelijkheid voor ons allemaal. En in het licht van die toekomst krijgt ons leven vandaag, in deze tijd zijn zin, begrijpen wij onze opdracht. We mogen leven in het licht van de advent, van Gods komst naar ons toe. Hij komt, Hij is gekomen om ons bij te brengen hoe we zijn schepping kunnen uitbouwen tot een aards paradijs. De komst van de Mensenzoon: dat is dus Kerstmis, maar die viering moet dan meer zijn dan een feest van lekker eten en drinken, veel cadeaus, lichtjes in straten, op pleinen, in tuinen. Dat is de feestverpakking, dat alles mager best zijn, maar het is enkel buitenkant, en als het geen inhoud heeft is het leeg. De prachtige advent moet meer zijn dan een tijd waarin we ons afvragen hoe het feestmenu er zal uitzien, welke geschenken we zullen kopen en krijgen, en in welke winkels we het meest voordelig de inkopen kunnen doen?
Zusters en broeders, in de eerste lezing schrijft de profeet Jesaja hoe de wereld er zal uitzien als alle volkeren luisteren naar de woorden van de Heer. ‘Zij zullen hun zwaarden omsmeden tot ploegijzers, hun speren tot sikkels. Geen volk zal nog het zwaard trekken tegen een ander, en niemand zal nog leren oorlog voeren’. Hoe heerlijk zou zo’n wereld zijn: een wereld van zorg voor elkaar, van vrede en gerechtigheid. Ik wens ons toe dat deze advent voor ons meer mag zijn dan een mee stromen met de commercie en een meegaan in het vijanddenken en de bewapening. In de advent worden wij opgeroepen om naar Gods uitnodiging te luisteren, om samen gestalte te geven aan die wereld die komen moet, en die komen zal. Om ons te bekommeren om onze medemensen in nood, en solidariteit te tonen, en de gezindheid te laten groeien waarin de mensenliefde zichtbaar wordt en gestalte krijgt. Natuurlijk denken we dat wij het verschil niet zullen maken in de wereld, en dat het al heel mooi is als we aan de kerkelijke viering aandacht geven, maar iedere grote verandering heeft een heel kleine aanvang, iedere storm begint met enkele druppels, als we niet in het kleine geloven zal onze inzet nooit tot iets leiden, maar als we bereid zijn op kleine schaal naar mogelijkheid in te spelen op Gods genade kunnen we bergen verzetten, en kan de Heer door ons grote dingen tot stand brengen. Want “de Heer komt op het uur waarop gij het niet verwacht.”
