Daar is Hij in ons midden

Dierbaren,

In deze weken herneemt het leven langzamerhand zijn gewone loop. De vakantie loopt ten einde, scholen beginnen weer en voor velen keren de vertrouwde werkzaamheden en verplichtingen terug. Juist op zo’n moment reiken de Schriftlezingen van vandaag ons iets kostbaars aan. Zij spreken over onze verantwoordelijkheid voor elkaar, over de liefde die wij elkaar verschuldigd zijn en over Christus, die aanwezig wil zijn waar mensen in zijn naam samenkomen.

Velen hebben tijdens de vakantie een reis gemaakt. Misschien ging de reis met de auto naar Frankrijk, Spanje of Italië: genieten van de natuur, een andere omgeving, tijd voor elkaar en met elkaar. Dat klinkt heerlijk. Toch kan juist wanneer mensen langere tijd dicht bij elkaar zijn, plotseling irritatie ontstaan.

Iemand vertelde eens over zijn ouders. In meer dan veertig jaar had hij hen nooit op een echte ruzie kunnen betrappen. Behalve die ene keer, tijdens een vakantie in Zuid-Frankrijk. Zij kwamen bij een tweesprong zonder richtingaanwijzer. Hij wilde naar rechts, zij wilde naar links. Geen van beiden wilde toegeven en het meningsverschil liep ongekend hoog op.

Samen op reis, alle tijd voor elkaar, en toch ineens een conflict over de weg die gekozen moest worden. Misschien herkennen wij er iets van. Soms is er maar weinig nodig om tegenover elkaar te komen staan. Een verkeerd woord, een misverstand, een oude gevoeligheid of de overtuiging dat alleen wij weten welke richting de juiste is.

Wij mensen hebben elkaar nodig. Wij zijn niet geschapen om alleen te leven. Wij horen bij elkaar. Maar dat wil nog niet zeggen dat het altijd vanzelf goed gaat. Waar mensen samenleven, kunnen zij elkaar ook teleurstellen en verwonden. Dat gebeurt in gezinnen, tussen vrienden, in een geloofsgemeenschap en ook binnen een kloostergemeenschap.

Jezus weet dat. Hij heeft geen romantisch beeld van de gemeenschap. Hij weet hoe kwetsbaar onze onderlinge verbondenheid is. Daarom geeft Hij vandaag heel concrete raad: “Wanneer uw broeder gezondigd heeft, wijs hem dan onder vier ogen terecht. Luistert hij naar u, dan hebt u uw broeder gewonnen.”

Let op die laatste woorden: “Dan hebt u uw broeder gewonnen.” Jezus zegt niet: dan hebt u het gelijk aan uw kant gekregen. Ook niet: dan hebt u de ander op zijn plaats gezet. Het gaat Hem erom dat wij onze broeder of zuster terugwinnen. Het doel is niet de overwinning, maar de verzoening; niet het eigen gelijk, maar het herstel van de verbondenheid.

Dat is een goede raad, maar geen gemakkelijke. Wanneer iemand ons gekwetst heeft, praten wij soms liever óver die persoon dan mét hem of haar. We blijven erover nadenken, vullen de bedoelingen van de ander in en vertellen ons verhaal aan mensen die er eigenlijk buiten staan. Ondertussen wordt de pijn groter en groeit de afstand.

Jezus nodigt ons uit een andere weg te gaan: zoek de ander op. Niet vanuit boosheid of superioriteit, maar vanuit het verlangen elkaar niet kwijt te raken. Spreek eerlijk uit wat er gebeurd is en wat het met je heeft gedaan. Probeer niet eerst een beschuldiging te formuleren, maar vertel wat je pijn heeft gedaan. En luister vervolgens ook naar het verhaal van de ander. Misschien heeft die de situatie heel anders beleefd.

Dat vraagt moed. Het vraagt ook nederigheid, want wij moeten rekening houden met de mogelijkheid dat niet alleen de ander, maar ook wijzelf iets verkeerd hebben gezien of gedaan. Een werkelijk gesprek begint wanneer wij niet alleen ons woord willen doen, maar ook bereid zijn het woord van de ander te ontvangen.

Lukt zo’n gesprek niet, dan zegt Jezus: “Neem een of twee anderen mee.” Niet om een meerderheid tegenover de ander te vormen, maar om hulp te zoeken. Soms hebben mensen een wijze en betrouwbare derde nodig: iemand die kan luisteren, die de spanning helpt verminderen en die ons eraan herinnert dat wij, ondanks alles, broeders en zusters blijven.

De profeet Ezechiël gebruikt vandaag het beeld van de wachter. Een wachter blijft wakker en kijkt uit over het land. Wanneer er gevaar dreigt, mag hij niet zwijgen. Ook wij worden geroepen om over elkaar te waken. Dat betekent niet dat wij elkaar voortdurend moeten beoordelen of corrigeren. Het betekent wel dat het lot van de ander ons niet onverschillig mag laten.

Werkelijk waakzaam zijn is met liefde naar de ander kijken. Het is niet zeggen: “Het is zijn eigen verantwoordelijkheid; hij zoekt het maar uit.” Het is durven spreken wanneer dat nodig is, maar ook weten wanneer wij moeten zwijgen en luisteren. Een liefdevol woord op het juiste moment kan iemand behoeden voor een verkeerde weg. Een hard woord op het verkeerde moment kan juist een deur sluiten.

Paulus vat het vandaag prachtig samen: “Weest niemand iets schuldig dan alleen elkaar lief te hebben.” De liefde is de enige schuld die wij nooit helemaal kunnen aflossen. Iedere dag opnieuw zijn wij elkaar aandacht, geduld, eerlijkheid en vergeving verschuldigd.

Dat betekent niet dat wij alles moeten goedpraten. Liefde kan ook duidelijk zijn en grenzen stellen. Maar zij schrijft de ander nooit af. Zij blijft in de ander een mens zien die door God geschapen en bemind is. Ook wanneer een gesprek mislukt, blijft de ander onze broeder of zuster. Ook wanneer de afstand niet onmiddellijk kan worden overbrugd, mogen wij voor die ander blijven bidden en de deur naar verzoening niet voorgoed sluiten.

Jezus zegt: “Waar twee of drie in mijn naam bijeen zijn, daar ben Ik in hun midden.” Dat is een belofte vol troost. Christus is niet alleen aanwezig wanneer alles goed gaat en wij volkomen eensgezind zijn. Hij komt juist binnen in onze kwetsbare gemeenschap, met onze verschillen, misverstanden en onvolkomenheden. Hij staat in ons midden om ons telkens opnieuw bijeen te brengen.

Straks worden wij rond dezelfde tafel verzameld. Wij ontvangen hetzelfde brood en drinken uit dezelfde beker. Wij komen niet naar voren omdat wij volmaakte mensen zijn, maar omdat wij leven van Gods barmhartigheid. Aan deze tafel leert Christus ons dat niemand alleen leeft en dat niemand alleen wordt gered.

Laten wij daarom onze verschillen, onze gekwetstheid en ook onze koppigheid bij Hem brengen. Laten wij Hem vragen ons een zachtmoedig en moedig hart te geven: zachtmoedig genoeg om de ander niet te veroordelen, en moedig genoeg om een eerlijk gesprek niet uit de weg te gaan.

Misschien komen ook wij soms bij een tweesprong. De een wil naar links en de ander naar rechts. Dan is de belangrijkste vraag niet altijd wie de juiste richting heeft gekozen. Belangrijker is dat wij elkaar onderweg niet verliezen.

Waarheen de weg ons ook voert, laten wij haar samen gaan, in geduld, in waarheid en in liefde. Want waar wij elkaar in de naam van Christus vasthouden, daar gaat Hijzelf met ons mee. Daar is Hij in ons midden.

AMEN

 

Br. Gerard Mathijsen

Volgend artikel Bekijk het overzicht
Gastenverblijf
Een plaats van gebed en ontmoeting, van rust en stilte, waar iedereen zich thuis mag voelen en op adem mag komen.
Meer informatie