12e zondag door het jaar
Het is vandaag 21 juni, de dag van de zomerzonnewende. De langste dag van het jaar en volgens de geleerden was dat vanmorgen om 9.25 uur. Dat ligt dus alweer enige minuten achter ons.
Zonnewende, begin van de zomer, maar hoe die zal uitpakken moeten wij nog afwachten. Zal er veel of weinig bewolking zijn, wordt het warm en droog of krijgen wij een natte zomer. Bij alle kennis van het weer blijft er ook tegenwoordig nog veel onzeker. Afwachten dus.
Naast het weerbericht van het KNMI is er ook nog een ander weerbericht, maar dat verschijnt gewoonlijk niet op het journaal. En dat terwijl het niet minder invloed heeft op ons welbevinden. Hoe staat het met onze innerlijke zon? Door wie of wat wordt de constellatie daarvan bepaald? Daar heeft de zon aan de hemel ongetwijfeld ook invloed op, maar zij is niet de belangrijkste component. Daar zijn andere klimaatfactoren bij in het spel. Is er een veilig klimaat waar iedereen zonder angst en agressie kan leven. Wordt er samengewerkt en zoeken wij verbinding in klein en groot verband? En hoe staat het met plekken en tijden om te danken, ontvangen, geven en vergeven? Vragen waarop de langste dag geen antwoord heeft.
Misschien kunnen wij daarvoor wel terecht bij de lezingen van deze liturgieviering. Er zit wel de nodige bewolking in die verhalen, maar dat hoeft geen beletsel te zijn om goed te kijken en te luisteren naar wat er aan het licht komt.
In de eerste lezing kwam Jeremia aan het woord, een van de grote profeten. Die titel was geen erfelijk bezit. Profeet werd je wanneer God zelf je de profetenmantel omwierp met een woord of gebaar dat je zelf niet had bedacht of verwacht. Maar van geboorte kwam Jeremia uit een priesterlijk geslacht en dat was in Israël wel erfelijk. Dan behoorde je tot de gevestigde orde. Die cyclus lag zo’n beetje vast als die van de zon die voor zomer en wintertijd zorgt, maar een profetenbestaan kent een heel ander verloop. Daar kun je de klok niet op gelijk zetten. Dat bestaan wordt getekend door bezieling van Godswege, maar ook door het wisselende klimaat van de tijd, de situatie van land en volk, en het grote wereldgebeuren. Een profeet kijkt met Gods ogen naar het leven zou je kunnen zeggen. Een waakzame blik, een weg wijzend woord, een oproep tot bekering. Onder dat gesternte stond het leven van Jeremia.
Hoe het er in zijn dagen voorstond klinkt door in zijn roepingsverhaal waar de woorden klinken: “ik stel u heden aan om uit te rukken en af te breken, om te verdelgen en te verwoesten, om te bouwen en te planten.”[1] Vooraleer er gebouwd en geplant kan worden is er sprake van afbreken en puin ruimen. Dat kritisch geluid kon niet rekenen op een warm onthaal. Jeremia kreeg het zwaar te verduren en zijn Jobstijdingen leverden hem de bijnaam op van “ontzetting overal”. Er was sprake van tegenweer en tegenwind, maar Jeremia hield stand en slikte zijn commentaar op de afgoden van zijn tijd en de onzalige machtspolitiek niet in. En in die strijd bleef Jeremia op de Heer vertrouwen, hoe eenzaam hij zich soms ook voelde. Zijn innerlijk klimaat was er een van vertrouwen, hij legt zij leven in Gods hand en laat het aan God over om het oordeel te voltrekken. Dat is de rots waarop hij bouwt, ook bij zwaar weer. Maar waar de menselijkheid en de eer van God in het geding zijn, kan hij niet zwijgen. Die toewijding en trouw van Jeremia zouden ook ons aan het denken mogen zetten. Wat is onze roeping, war staan wij voor en op wie en wat bouwen en vertrouwen wij?
Het evangelie van vandaag sluit vrijwel naadloos aan op het verhaal van de profeet. Een woord aan al die mannen en vrouwen die Jezus zijn gevolgd en die in zijn voetspoor leven voor Gods Koninkrijk, een gemeenschap waar iedereen wordt gezien en geacht, geroepen om te leven op de adem van God. Allemaal kinderen van God.
Maar ook Jezus en zijn leerlingen krijgen te maken met tegenkrachten, van buiten af en van binnen uit. De waarheid is zo weerloos als een mensenkind. En wat doe je dan? Kies je voor je eigen hachje of blijf je trouw aan de Heer die niet wil dat iemand verloren gaat en tot op het kruis trouw blijft aan de Vader die zijn zon over goeden en slechten laat opgaan?
Driemaal horen wij Jezus vandaag zeggen “wees niet bevreesd”. Allereerst ter bemoediging om niet met de waarheid te marchanderen als het erop aan komt. Hijzelf is er het levende teken van tot de dood toe. Leven geven, leven behoeden in Gods naam, hij heeft het gedaan en hij roept ons op hem te volgen op die weg.
‘Wees niet bevreesd’, klinkt het voor een tweede maal. Dat is een teken dat het leven niet alleen rozengeur en maneschijn is, maar momenten kent waarop het erom spant. Vreest dan niet tot het uiterste te gaan, maar vrees dat je ziel en zaligheid verliest door valse compromissen te sluiten. En dan klinkt uit Jezus’ mond dat aandoenlijke en tere beeld van de mus die niet op de grond zal vallen buiten de wil van de Vader. Durf je daar in te geloven en waag je het dan er naar te leven?
En nog een derde laatste keer: “Wees niet bevreesd”, wees niet bang om Jezus te belijden als de mens geworden liefde van de Vader, die geen kwaad met kwaad vergeldt en die wil dat niemand verloren gaat.
Jezus is zelf de weg gegaan en hij gaat hem met ons. Als de zon hoog aan de hemel staat, maar ook In het duister van de nacht. Hij heeft zijn innerlijk kompas laten ijken in het stil gesprek met de Vader.
Hij bemoedigt ons: wees niet bang, maar vertrouw en hoedt het leven dat je wordt toevertrouwd in Gods Naam. Hij laat zijn zon opgaan over alles wat leeft.
AMEN.
Abt. Thijs Ketelaars
Lezingen: Jeremia 20,10-13 / Romeinen 5,12-15 / Mattheus 10:26-33
[1] Jer. 1,10
foto: Rianne Geelhoed
