Geven zonder te verwachten

“Het hart van de verstandige mens denkt na over de spreuken,” zegt Jezus Sirach. Laten we dat dan doen, dierbare broeders en zusters, door te luisteren naar de twee gelijkenissen van Jezus. Deze gelijkenissen stemmen steeds tot nadenken, vooral nu velen na de vakantie hun dagelijks ritme weer opnemen. “Uw woord is een lamp voor mijn voeten, uw woord is een licht op mijn weg,” zegt de psalm (Ps 119, 105). Het evangelie vertelt dat Jezus door een vooraanstaande farizeeër uitgenodigd wordt om bij hem te komen eten. Hij ziet hoe iedereen een ereplaats voor zichzelf zoekt.

Dat zie ik niet iedereen doen, er zijn zeker mensen die zich graag op de voorgrond plaatsen, maar anderen houden zich juist liever op de achtergrond, en voelen zich het beste thuis in vertrouwd gezelschap, of misschien zo stilletjes en onopvallend mogelijk. Toch is de situatie herkenbaar. De gewoonten waarover het evangelie spreekt, zijn ons zeker niet vreemd. Wij zijn en blijven mensen, en mensen zijn toch altijd hetzelfde. Jezus weet wat er diep in ieders hart leeft en ziet dat we, zoals de gasten in het evangelie, graag onze plaats kiezen en dat daarbij onze zelfzucht ons parten speelt. De ereplaats hoeft niet op de eerste rij te zijn, naast de gastheer of gastvrouw, of dicht bij een bijzondere gast. Je kan ook een ereplaats op het oog hebben op de laatste rij of in een verborgen hoekje. Het is geen kwestie van stoelen, van ruimtelijke ordening, maar van je hart. Een ereplaats zoeken betekent vooral, denk ik, dat je uitgaat van jezelf,  jezelf in het middelpunt stelt, je eigen comfort zoekt, dat het draait om mij, en om niemand anders, dat je eigen gemak nastreeft eerder dan dat je er op uit bent het een ander naar de zin te maken, hulp aan te bieden, dat je vooral jezelf zoekt en weinig bedacht bent op anderen. Het gaat hier dus niet allereerst om een zitplaats, maar om een levenshouding.

Samen aan tafel gaan is een kans om de rijkdom van het leven te delen. Om er te zijn met elkaar en voor elkaar. Wat een mogelijkheden om anderen er bij te betrekken, om de kring ruimer te maken. Velen van ons zullen zich de grote kinderrijke gezinnen van vroeger herinneren. Daar was altijd nog plaats voor een vriendje of vriendinnetje. Het ging dan niet om de eerste plaats, er was gewoon plaats, een gastvrij welkom.

De Heer houdt niet van arrogantie en egoïsme. Hij is de “vader van de deemoedigen”. Jezus Sirach waarschuwt: “Wat je doet, mijn kind, doe dat met zachtheid, en je zult meer bemind worden dan iemand die geschenken geeft. Hoe hoger je staat, des te kleiner moet je je maken en je zult genade vinden bij de Heer” (17-18). Nederigheid heeft niets te maken met onderdanigheid. De nederige vergelijkt zich zelf  niet met anderen, maar heeft respect voor God. Wie nederig is, zal erkennen dat alleen God groot is, dat alleen Hij goed en barmhartig is.De brief aan de Hebreeën zegt: “gij zijt genaderd tot de stad van de levende God, het hemelse Jeruzalem.” In onze christengemeenschap moet het er niet aan toegaan zoals dat in onze seculiere wereld gebeurt, tenminste daar waar de oude waarden van gastvriendschap en onderling respect hebben plaatsgemaakt voor haantjesgedrag en groepsbelangen. Niemand van ons is van nature goed of heeft vanzelf een goed karakter. Goedheid is vrucht van bekering, van bereidheid tot   luisteren naar het woord van God, van naastenliefde. Als je nederig bent, kan je begrip opbrengen, kan je liefhebben, broederlijk/zusterlijk leven, bidden en menselijk handelen. Dan kan je de hoogste bergen verzetten en de diepste afgronden overbruggen. De nederige doet ook wat de andere gelijkenis van het evangelie zegt: “Wanneer u ’s middags of ’s avonds een feestmaal geeft, roep dan niet uw vrienden bij elkaar, of uw broers of uw familie, of rijke buren. Die zouden u op hun beurt uitnodigen, om iets terug te doen. Nodig liever, als u een feest aanricht, armen uit, gebrekkigen, kreupelen en blinden. Wat een geluk voor u dat ze er niets tegenover kunnen stellen” (14, 12-14). In een volledig gecommercialiseerde wereld, waar het gedrag van de mensen bepaald wordt door de staalharde wet van het “do ut des”,  het geven om iets terug te krijgen, daar is de leer van Jezus over de onbaatzuchtigheid van het geven uit liefde echt een ‘goede boodschap’. Waar die boodschap gehoor vindt kan een nieuwe, alomvattende solidariteit ontstaan. In deze tijd, met onvoorstelbaar veel mensen die een onveilige omgeving ontvlucht zijn en op zoek zijn naar een betere en veiligere omgeving hebben de woorden van Jezus een bijzondere betekenis. Kunnen wij onze grenzen gesloten houden om onze welvaart te beschermen als het anderen ontbreekt aan het allernoodzakelijkste? Steeds  meer krijgen wij er oog voor dat onze welvaart niet zo vanzelfsprekend is als wij misschien denken, maar dat de prijs wordt betaald door mensen in andere omstandigheden, of door natuurlijke middelen die op onverantwoorde manier worden uitgebuit.  Zal de Heer des huizes straks ook ons niet om rekenschap vragen, en staan wij dan beschaamd om ons egoïsme? Wij mogen vieren vanuit de overvloed van Gods goedheid. Laten wij dat doen met een dankbaar hart, en moge de herinnering aan Gods goedheid ons in alle omstandigheden inspireren en bemoedigen om ons in te spannen dat het niemand aan het nodige ontbreekt. Mogen wij groeien in verbondenheid met elkaar, als dankbare kinderen van de de Vader die ons nodigt aan het hemels gastmaal.

Als wij daarmee beginnen, op kleine schaal, in eigen gezin, in onze gemeenschap, waar wij elkaar ontmoeten, daar kan de evangelische gezindheid groeien en bloeien, daar kan het leven kleur krijgen, daar wordt het een feest, een vooral iets proeven van de hemelse vreugde.

AMEN

Br. Gerard Mathijsen

 

Afbeelding: Table fellowship by Sieger Köder

Lezingen: Wijsheid van Sirach 3,17-18.20.28-29; Psalm 68 (67); Hebreeën 12, 18-19.22-24a; Lukas 14, 1.7-14

Volgend artikel Bekijk het overzicht
Agenda
3 Activiteiten
Bekijk alle
Gastenverblijf
Een plaats van gebed en ontmoeting, van rust en stilte, waar iedereen zich thuis mag voelen en op adem mag komen.
Meer informatie