Doop van de Heer
Met Kerstmis herdachten we de geboorte van Jezus, een week later vierden we de Heilige Familie, daarna de Openbaring van de Heer. Vandaag gedenken we Jezus’ doopsel. Vier bijzondere feestdagen na elkaar. Met de geboorte van Jezus herdenken we dat God als Mens onder de mensen is komen wonen, en dat Hij ons als Mens zijn enige gebod heeft voorgeleefd: ‘Bemin God bovenal, en uw naaste gelijk uzelf.’ Het feest van de Heilige Familie richt onze aandacht op families en gezinnen. Echte vragen: hoe bouw je in deze tijd een gezin op in al zijn variaties, in al zijn relaties, in goede en kwade dagen. De H. Familie was een buitengewoon gezin: zijn er andere samenlevingsverbanden die misschien niet direct passen in ons boekje, maar waarin O.L.Heer zijn plaats vindt, waar Hij thuis is? Een monastieke communiteit bijvoorbeeld. Gisteren mochten wij vieren dat onze br. Paul professie deed. Wij zijn gewoon te zeggen: in een klooster hebben de broeders (of de zusters) elkaar niet gekozen. Maar ouders hebben hun kinderen ook niet gekozen, en kinderen niet hun ouders. Wij zijn aan elkaar gegeven, aan elkaar toevertrouwd, tot gemeenschap geroepen. Eenzame mensen kunnen ons duidelijk maken hoe een grote gave dat is. Natuurlijk een opgave ook. Maar de heer is aanwezig waar mensen elkaar dragen. De viering van Epiphanie, het feest van Driekoningen maakt overduidelijk dat God er is voor alle mensen, voor alle volkeren, voor alle culturen. Bij dat feest kunnen we ons de vraag stellen of wij zijn zoals die Wijzen? Zoeken ook wij naar God, trekken ook wij erop uit om Hem te vinden? Hebben wij een open geest, een ruim hart, om zijn aanwezigheid te ontdekken waar wij die het minst verwachten? En in de viering van vandaag wordt ons een gelijkaardige vraag gesteld, namelijk: gedragen wij ons altijd als geliefde kinderen van onze Schepper? Zoals Jezus ons dat heeft voorgeleefd? Wij zijn in Hem gedoopt. Dank zij zijn grote menslievendheid mogen wij in ons leven, in de diepte van onze ziel, zijn heilige Geest aanwezig weten. Zijn wij gastvrij naar binnen? Hebben wij aandacht voor onze innerlijke gast, Gods Geest, of de engel die ons leidt?
Vandaag vieren we dat Jezus zich laat dopen, en dat is heel merkwaardig. Hij hoefde dat voor zich zelf niet te doen. Hij is immers de Zoon van God, Hij is zonder zonden, Hij had geen nood aan een doopsel, behoefde geen reiniging. Je zou kunnen zeggen: het hoorde niet bij Hem. Zo dacht ook Johannes erover, maar dan zegt Jezus: ‘Laat het nu maar gebeuren, want het is goed dat we Gods gerechtigheid vervullen.’ Dat zijn de allereerste woorden van Jezus die ons zijn overgeleverd. Woorden van overgave aan het goddelijk plan, aan Gods Vaderlijke voorzienigheid. Woorden van gehoorzaamheid, en van solidariteit. “Laat het zo zijn” «αφες αρτι» Hoe vertaal je dat: laat maar toe, laat maar los, scheld maar kwijt. “want zo behoren wij de hele gerechtigheid te vervullen”. Jezus spreekt in het meervoud. Dat lijkt geen pluralis majestatis, maar samen met de Doper laat Hij het doopsel over zich heenkomen, aanvaardt Hij zijn lot, om de gerechtigheid te vervullen. Wat een mooie levenshouding:geloof in Gods Voorzienigheid, Hij leidt ons leven, door alle duisternis heen. En hoezeer Hij die gerechtigheid vervult, blijkt na zijn doop: een stem uit de hemel bekrachtigt: ‘Dit is mijn geliefde Zoon, in Hem vind ik vreugde.’
Misschien zijn we ons daar niet van bewust, maar deze woorden zegt God tegen elke mens, want allen zijn we zijn kinderen, en vreugde vindt Hij in al zijn schepselen. Aan ons allen vraagt Hij dat we zouden leven naar zijn beeld en gelijkenis. En misschien vragen we ons daarbij af wat en hoe dat is: leven naar Gods beeld en gelijkenis. Maar we kennen het antwoord op die vraag: dat is leven zoals Jezus, zoals God zelf, ons heeft voorgeleefd. We kennen zijn woorden en zijn daden, en ze worden in de eerste lezing ook heel mooi beschreven. Daarin horen we dat Hij zijn gerechtigheid laat stralen over de volkeren. Hij maakt daar geen lawaai bij, zijn stem verheft Hij niet, want Hij is nederig. Wie in nood is, wijst Hij niet af, maar onvermoeid en zonder ophouden komt Hij op voor hen.
Jezus laat zich dopen om te openbaren dat God de mensen weer aanneemt als zijn kinderen. De zonde van de eerste mensen had de band tussen God en de mensen verbroken. Niet langer was de mens drager van de heilige Geest. Die was van hem geweken en de mensheid dwaalde voortaan in duisternis. Ging eigen wegen, maar die leidden alleen maar bergaf. Als wij de weg van overgave gaan dan neemt de Vader ons leven in zijn hand, en leidt Hij het ten goede, al lijkt alles nog zo zeer spaak te lopen.
Jezus is zijn missie begonnen met die daad van complete overgave: “zo past het ons, alles wat is vastgesteld te volbrengen.” Kunnen wij Hem daarin navolgen? We zijn immers maar mensen. Durven wij die sprong in het duister aan? Maar wij zijn gedoopt in Jezus’ dood, om te leven, in een onvoorstelbare toekomst, die in dit leven al begint. Petrus kwam tot dat inzicht: “Nu besef ik pas goed dat er bij God geen aanzien van persoon bestaat, maar dat uit welk volk ook, ieder die Hem vreest en die het goede doet Hem welgevallig is.
Wij zijn gedoopt, maar hoe zit het met al die niet gedoopte mensen, toch de grote meerderheid van de mensheid van alle tijden. Zijn alleen de gedoopten gered? Wat heeft men niet getobd over het lot van de ongedoopte kinderen? Geliefden, ik geloof vast dat God van ieder mens houdt, en dat ieder mens een goede kans heeft op eeuwig geluk. Het doopsel bevestigt die band, maakt hem wederzijds. Als een dopeling zich presenteert dan vraagt de priester: “wat verlangt u?” En het antwoord is “het doopsel”. De kandidaat vraagt erom. Wij vragen om Gods vriendschap. Voor God is het geen vraag. Wij zijn het maaksel van zijn handen. Hij houdt van ieder mens. Dat heeft Jezus ons getoond. Daarom wilde Hij zelf worden gedoopt, om te tonen dat Hij kopje onder wilde gaan in ons mensenleven.
Vol liefde, vol vrede, vol gerechtigheid, vol nederigheid, zo is de mens Jezus, dat heeft Hij ons voorgeleefd. Daarvan wil de Kerk een beeld zijn. Dat beeld is niet af. Het is onze opdracht het vorm te geven.Paus Leo gaat ons daarin voor. Hij moet al die kardinalen op een lijn zien te krijgen. Rekening houden met mensen die gehecht zijn aan de traditie, en mensen die ijveren voor de vooruitgang. Wat hebben wij het dan een stuk gemakkelijker. Zusters en broeders, laten wij proberen te leven: allen als kinderen van dezelfde Vader, als mensen die leven zoals Hijzelf ons heeft voorgeleefd. In het vaste vertrouwen dat ieders leven in God geborgen is. Moge de Heer onze God ook vreugde vinden in ons. Amen.
