Achter Mij aan
Wie wil er nu niet graag een beetje haantje de voorste zijn?
Als eerste het antwoord weten, de beste willen zijn of door iedereen aardig gevonden worden. Het klinkt wat ondeugend, maar het is heel menselijk. Ik herinner me nog dat ik in het vierde leerjaar met mijn fiets bij de schoolpoort stond te wachten tot we naar huis mochten. Ik vertrok iets te vroeg. De meester hield me tegen en zei: ‘Haast en spoed zijn zelden goed.’ Ik dacht toen: ‘zelden? Misschien is het deze keer wél goed.’ Ik wilde gewoon graag vertrekken. Ik was mijn tijd vooruit. En misschien herkennen we dat wel: we willen vooruit, vaak ook in ons denken en in onze plannen.
Wanneer vragen ons overvallen of wanneer we oplossingen zoeken, zijn we soms zo snel dat we al een antwoord hebben voordat de vraag überhaupt helemaal gesteld is. We vullen de toekomst al in voordat zij gekomen is.
En precies daar komen we bij Petrus (Mt. 16, 21-27).
Jezus vertelt zijn leerlingen openlijk wat Hem in Jeruzalem te wachten staat: Hij zal lijden, gedood worden en op de derde dag verrijzen. Petrus wil daar niets van weten. Hij neemt Jezus apart en zegt: ‘Dat verhoede God, Heer! Dat zal U nooit overkomen.’ Petrus houdt van Jezus en wil Hem beschermen. Maar hij denkt ook al te weten hoe het verder moet. Een Messias hoort in zijn ogen niet te lijden. Petrus heeft zijn beeld al klaar en loopt Jezus in zijn denken vooruit. En dan klinkt dat harde woord van Jezus: ‘Ga weg, satan, achter Mij.’
Het woord satan betekent letterlijk ’tegenstander’. Jezus wijst daarmee niet Petrus als mens af, maar wel de verleiding die in zijn woorden meeklinkt: de weg van het lijden ontwijken, de werkelijkheid naar onze hand zetten en een gemakkelijkere weg kiezen. Met zijn woorden staat Petrus Jezus in de weg. Daarom zegt Jezus: ‘Achter Mij.’ Hij zet Petrus opnieuw op zijn plaats als leerling. Niet vóór Hem uit om de weg te wijzen, maar achter Hem om te volgen.
Het opvallende is dat Jezus diezelfde woorden onmiddellijk daarna tot alle leerlingen spreekt: ‘Wie achter Mij wil komen…’ Wat eerst scherp tot Petrus wordt gezegd, wordt zo een uitnodiging aan iedereen. Achter Jezus gaan is de basishouding van iedere christen.
Dat is het sleutelwoord van dit Evangelie.
Niet: denk niet na.
Niet: neem geen initiatief.
Maar: loop Mij niet voorbij.
Jezus gaat voor. Er is een wezenlijk verschil tussen volgen en vooruitlopen. Petrus wil Jezus een andere weg opsturen omdat hij denkt te weten hoe het hoort. Jezus vraagt hem echter om leerling te blijven. Daarom zegt Hij ook: ‘Wie achter Mij wil komen, moet zichzelf verloochenen, zijn kruis opnemen en Mij volgen.’
Het kruis is geen doel op zich; het is geen uitnodiging om het lijden bewust op te zoeken. Het is wel de consequentie van de weg van de liefde waarop Christus ons voorgaat. Wie Hem volgt, kan tegenstand ontmoeten, moet soms eigen plannen loslaten, of een weg gaan die moeilijker is dan we zelf hadden gekozen. Jezus maakt duidelijk dat de weg van de liefde niet altijd gemakkelijk is. Ook vandaag niet.
In de eerste lezing (Jer. 20, 7-9) horen we over de profeet Jeremia. Eeuwen vóór Petrus kent ook hij de worsteling met een roeping die loodzwaar weegt. Jeremia is moe. Hij wil niet langer verkondigen wat God hem opdraagt en zou het liefst zwijgen. Maar dat lukt hem niet. Gods woord brandt in hem als een vuur; hij kan het niet voor zich houden. Jeremia wil achteruit, Petrus loopt vooruit. De een kan nauwelijks nog verder, de ander denkt al te weten hoe het moet. Beiden worstelen met de weg die voor hen ligt.
En misschien herkennen wij ons soms wel in allebei. Soms willen we de toekomst al helemaal vastleggen en denken we te weten wat God eigenlijk zou moeten doen. Op andere momenten zijn we juist moe, hebben we geen antwoorden meer en weten we niet hoe we verder moeten. Juist dan klinkt opnieuw dat woord van Jezus: ‘Ga maar achter Mij, Ik zal je voorgaan.’ Jezus gaat de weg die voor Hem ligt, maar Hij vergeet de mensen onderweg niet. Hij ziet juist wie moe is, gekwetst of achteropgeraakt. Wie Jezus volgt, kijkt niet alleen naar het einddoel, maar leert onderweg vooral van wat Hij doet.
Wie ziet Hij? Wie komt Hij nabij? Wie laat Hij niet vallen?
Ook vandaag zijn er mensen die moe zijn, gekwetst of langs de kant geraakt. Wie Jezus volgt, leert juist daar kijken en niet zomaar doorlopen. Volgen is leerling zijn: je gaandeweg laten vormen door Degene die voor je uitgaat. Daarom sluit wat Paulus in de tweede lezing (Rom. 12, 1-2) hier zo prachtig bij aan: ‘Laat u vernieuwen in uw denken, zodat gij kunt onderscheiden wat God wil.’
Paulus vraagt niet dat we ophouden met nadenken. Ons denken mag juist vernieuwd worden. Het gaat erom dat we niet meteen reageren vanuit onze eerste impuls of angst, maar de ruimte nemen om te onderscheiden: van waaruit denk ik nu? Waar richt ik mij op? De houding van een leerling is: niet alles vooraf al willen bepalen, maar je telkens opnieuw laten vormen door wat God op dit moment vraagt. Misschien had mijn meester uit het vierde leerjaar dus toch gelijk: ‘Haast en spoed zijn zelden goed.’ En dat geldt zeker voor de weg van de Meester, Christus.
Wij hoeven Hem niet vóór te zijn en we hoeven ook niet zelf de weg uit te vinden. Hij gaat ons voor, en dat geeft rust. Hij blijft ons nabij, juist wanneer de weg zwaar wordt of doodloopt. Wie met Hem meegaat, leert kijken zoals Hij kijkt, nabij zijn zoals Hij nabij is, en doen wat Hij doet. Dat is de imitatio Christi: leren leven zoals Christus leeft en handelen zoals Hij handelt.
Non-stop vóór Hem uitlopen hoeft niet, moedeloos achterblijven evenmin. We mogen eenvoudig met Hem meegaan.
Amen
Br. Paul
