Preek broeder Thijs zondag 16 augustus 2020

Adjh20 2020  Jes. 56,1+6-7;  Rom. 11,13-15+29-32; Mt 15,21-28

 

75 jaar bevrijding, we hebben het dit jaar niet kunnen vieren zoals het gepland was. Ook daar stak het virus een stokje voor. Dat is spijtig, want het had een moment kunnen zijn om samen na te denken over de toekomst.

75 jaar geleden kozen onze ouders en grootouders voor politieke en economische samenwerking, voor uitwisseling en internationale verbanden in de hoop daarmee een nieuwe toekomst op te bouwen waar oorlog tot het verleden zou behoren. Die hoop is maar heel ten dele uitgekomen. Zelfs Europa is de laatste decennia op de Balkan getuige geweest van oorlogsgeweld.

Maar de laatste jaren is er sprake van een opmerkelijke verschuiving.  Grenzen trekken en buitensluiten heeft de plaats ingenomen van grensverlegging, blikverruiming en openheid. Die omslag vraagt om een kritische reflectie en daar zouden oude vragen wellicht bij kunnen helpen. Je kunt de oude catechismus verguizen, maar de eerste vraag is nog steeds actueel: waartoe zijn wij op aarde?  En wie nog verder teruggaat zou zijn voordeel kunnen doen met die twee pertinente vragen aan het begin van het boek van ons geloof: Adam, waar ben je? Gevolgd door die andere vraag die er nauw mee verbonden is: waar is je broeder? Vragen gaan aan antwoorden vooraf en een goede vraag is het halve antwoord.

Vragen die er toe doen, toen en nu, die ons kunnen helpen bij het onderscheiden van de weg, want wij zijn niet de eersten in de geschiedenis die worstelen met vragen over openheid en grenzen trekken.  De liturgische lezingen van deze zondag laten ons daar iets van zien en wijzen ons een mogelijke weg.

Openheid van hart en geest, een houding die respect en begrip weet op te brengen voor andere mensen en nieuwe levenssituaties, zijn ons niet aangeboren. Benedictus zegt op het eind van de proloog van zijn regel dat ruimheid van hart de vrucht is van een volgehouden luisterend leven. Blikverruiming, openheid van hart, zij worden verworven in een soms moeizaam groeiproces.  Dat valt niet of nauwelijks te leren uit de boeken, het leven zelf is daar de leerschool en de toetssteen. Soms vormen crisismomenten daarin een bevoorrecht moment, hoe pijnlijk dat ook kan zijn.

De lezing uit Jesaja doet ons daar iets van vermoeden. Het is kort na de ballingschap. Een deel van de ballingen is weer thuis in eigen land. En sommigen sluiten zich daar op in eng nationalisme en religieuze afzondering. Dat is de oude en vertrouwde weg. Maar de profeet laat een ander geluid horen, hij heeft een Gods woord dat een andere weg wijst. Niet opsluiten binnen de bekende kaders en tradities, nee, hij verwelkomt vreemdelingen en buitenstaanders. Zonder de eigen identiteit prijs te geven blijkt er in Gods huis plaats te zijn voor veel meer groepen dan Israël had vermoed. Allen die het recht behartigen zijn welkom in Gods huis. Die ervaring is te vergelijken met die van menigeen die in en na de tweede wereldoorlog ontdekte dat andersdenkenden en vreemdelingen voor dezelfde zaak vochten als zij. Grenzen vielen weg op grond van een gedeelde ervaring van verbondenheid en verantwoordelijkheid voor een nieuwe aarde.

In het leven van Jezus is er iets soortgelijks voorgevallen. Wij moeten ons door  dogmatische uitspraken niet het zicht laten ontnemen op zijn groei als mens. Hij is onze weg als mens gegaan met al wat dat aan tasten en zoeken, met groei en confrontatie met zich meebrengt. Als ware zoon van Israël had hij weet van de uitverkiezing, en bij zijn doop is hem een intense ervaring ten deel gevallen van de unieke liefde van de Vader. Dat anderen die niet tot die kring behoorden , zoals de Kananese vrouw, ook konden geloven, dat viel aanvankelijk buiten Jezus’ blikveld. Dat leidt tot een reactie in de trant van: ‘ daar ben ik niet voor; voor die mensen draag ik geen verantwoordelijkheid. Ik heb genoeg aan de eigen kring.’ Maar dan gebeurt er iets wonderlijks. Al zijn innerlijke grenzen en vooroordelen vallen weg wanneer Jezus echt weet te luisteren naar deze vrouw. Het hulpgeroep van deze moeder, die hem aanspreekt op wie hi is, raakt hem. Hier staat een vrouw die om leven roept zoals hijzelf het dagelijks doet, wanneer hij bidt.  En Jezus verstaat haar, hij hoort en verhoort haar. God is er ook voor haar.

Grensoverschrijding, het prijsgeven van vooroordelen, hoe vroom en eerbiedwaardig ook, wij zijn er allen toe geroepen. Willen we echt universele broeder of zuster worden, dan dienen we een open oor te hebben voor de roep die op ons toekomt van dichtbij of veraf. Maar dat appèl kan ons slechts bereiken, als we de binnendeuren van ons hart open zetten.

Dat openen van de deuren van het hart vraagt om momenten van bezinning, van stilte en gebed. Je terugtrekken in de binnenkamer van het hart, niet om je op- of af te sluiten, maar om te luisteren wat je belet Gods roep zuiver te verstaan en  om alle obstakels te laten opruimen.

Hoeveel vooroordelen kennen wij soms niet over vreemden of andersdenkenden, maar ook over mensen die je zeer na staan, hoeveel vrome maar valse godsbeelden leven er niet in ons hart, om nog maar te zwijgen van angsten om  oude en vertrouwde paden te verlaten. Echt geloof en ware ruimheid van hart worden maar geboren waar we deze innerlijke confrontatie niet uit de weg gaan.

75 jaar geleden waren velen van een nieuwe geest vervuld. De crisis van de oorlog die zoveel nood en ellende had gebracht, had het hart van mensen van allerlei slag en stand geraakt. Men wilde nieuwe wegen gaan. Geen uitsluiting maar communio tot opbouw van een nieuwe wereld. Na 75 jaar vrijheid staan wij, zo lijkt het, opnieuw voor de oproep ons niet op te sluiten in eigen kleine kring, maar ons in te zetten voor een wereldwijde gemeenschap, waar ieder mensenkind telt en meetelt als kostbaar in Gods ogen.

Voor U in deemoed, met U in geloof, in U in stilte. AMEN.

Nieuwsbrief

Schrijf u vrijblijvend in en blijf op de hoogte van de activiteiten van Abdij van Egmond.

We respecteren uw privacy. Sint-adelbertabdij zal uw e-mailadres nooit delen met derden.
© 2020, Abdij van Egmond Algemene voorwaarden