Geen producten in de winkelwagen.

Preek 13 maart 2022

C40d2 2016

Het zijn geen alledaagse teksten die de liturgie ons vandaag aanreikt.  Maar wij leven ook in een voor ons niet alledaagse tijd. Wie weet, kunnen deze verhalen ons bemoedigen en sterken juist in deze dagen.

In het verhaal over Abraham is er sprake van nacht en diepe duisternis, terwijl er in het evangelie een Jezus ten tonele verschijnt die baadt in licht. De tegenstelling kan niet groter. En toch.

Nemen wij de tijd om de verhalen nauwkeuriger te beluisteren, dan ontdekken wij bij alle verschil ook gelijkenis. Zowel in het verhaal over Abraham als in het evangelie van vandaag is er sprake van een gesprek. Abraham is met God in gesprek en Jezus voert een gesprek met Mozes en Elia.

De sterren aan de hemel kunnen niet verhelen dat het voor Abraham toch een heel duistere nacht is. Nacht in zijn ziel meer nog dan een nacht aan de hemel. Abraham is de wanhoop nabij, want het leven komt hem voor als een donkere tunnel die geen lichtende einder toont. Alle beloften van God ten spijt is Abraham nog steeds kinderloos. En ook een vaste plek om te wonen is nog steeds een onvervulde droom. Zal het er ooit van komen? Hoe lang nog wachten, en op wie of wat?  Die vraag van de vader van ons geloof wordt tot op de dag van vandaag door tallozen gedeeld. Ze trekken dagelijks in de media onze aandacht Is er toekomst voor mij? Is er voor mij, voor ons een plek waar het veilig wonen is? Die vraag vult de dagen en nachten van Abraham. En in die nacht is hij in gesprek met God en met zichzelf. De Heer belooft Abraham nageslacht, toekomst, en een land dat hij het zijne kan noemen. Maar Abraham heeft te veel meegemaakt om goedgelovig te zijn en hij komt met een vraag die vele eeuwen later een echo vindt bij het uitblijven van een andere geboorte, bij een gelijkaardige crisis. Klinkt in het grote geloofsverhaal van Abraham de vraag ‘hoe zal ik het weten’[1], aan het begin van het nieuwe testament keert de vraag terug in de mond van Zacharias, wanneer de engel hem in zijn ouderdom een zoon aanzegt[2]. Toekomst, zal mijn leven toekomst kennen, ligt er voor mij leven in het verschiet? Abraham twijfelt eraan, maar in dat duister bevestigt God zijn belofte met een eed, met een verbond, dat met een teken wordt bevestigd. En terwijl Abraham, moe van het wachten, in een diepe slaap valt, verbindt God zich op leven en dood aan het gegeven woord. In dat duistere ritueel trekt God als een laaiende fakkel tussen de geslachte dieren door. Hij stelt zichzelf garant voor de toekomst van Abraham. Midden door de dood trekt Hij, afgedaald tot in de diepte van het menselijk bestaan en zo wijkt Hij niet van Abraham, ook niet in het uur van de uiterste beproeving.

De eeuwen door zal de vraag van Abraham blijven klinken: Is er toekomst voor mij, voor ons? Is er toekomst ten tijde van de ballingschap, is er toekomst uit de dood?  Durf je geloven in toekomst wanneer je met lege handen staat en het leven vruchteloos lijkt? Durf je juist dan vertrouwen dat God zijn woord gestand doet en zich op leven en dood met ons verbonden heeft in Abrahams grote zoon?

Ook in het evangelie van vandaag zijn wij getuigen van een gesprek. Boven op de berg is Jezus in gesprek met Mozes en Elia. Jezus is in gebed zegt de evangelist. Dat is een gesprek van een bijzondere aard. En wanneer hier vandaag Mozes en Elia ten tonele worden gevoerd, dan kan het niet anders of dat gesprek gaat over de weg door de woestijn van het leven. Want daar hadden die twee mannen weet van. Een weg door de woestijn. Waar geen weg was, wisten zij hem te vinden en voor te gaan door een en al oor te zijn voor het stille spreken van God in de duisternis van het bestaan. Jezus bidt, hij luistert, hij voert een gesprek, met Mozes en Elia, met God, en er gebeurt iets met hem. Zijn gelaat verandert en hij baadt in een oogverblindend licht. In de ontmoeting met Mozes en Elia wordt hem zonneklaar welke weg de zijne is. Hij gaat er van stralen zoals een verliefde ziel gaat stralen om het geluk dat zijn deel is. Niet dat zijn pad eenvoudig wordt, maar nu verstaat hij zijn weg ten volle en hij zegt er van harte ja op. Het is alsof hij de dood achter zich laat.  Hij zal de weg gaan, een weg waarop alles van hem zal worden gevraagd, een weg waarop hij alles zal moeten dragen, maar waarop hij ook gedragen zal worden door Hem van wie hij zijn naam heeft gehoord.

Wij horen vandaag het geloofsverhaal van Abraham en Jezus, diens grote zoon. Zij hebben geworsteld met het leven, zij hebben geluisterd naar de stille stem en hebben er geloof aan gehecht. Zij zijn de weg gegaan in vertrouwen, ook toen alles dat leek tegen te spreken. Vandaag worden zij ons als leidsman ten leven gegeven, als gidsen op de tocht door de woestijn. Waar leef je uit, waar leef je voor? Waar bouw je en vertrouw je op, ook in het aardedonker.

Laten wij het wagen op die Paasweg opdat het aanschijn der aarde mag worden vernieuwd en voor al Gods mensenkinderen leven dagen mag, sterker dan alle dood. AMEN.

Abt Thijs Ketelaars

 

 

 

[1] Gen. 15,8

[2] Lc. 1,18

Nieuwsbrief

Schrijf u vrijblijvend in en blijf op de hoogte van de activiteiten van Abdij van Egmond.

We respecteren uw privacy. Sint-adelbertabdij zal uw e-mailadres nooit delen met derden.
© 2022, Abdij van Egmond Algemene voorwaarden