Reisverhalen zijn er in vele soorten en uit vele tijden. Sommigen hebben veel aandacht voor de schoonheid van de natuur, anderen beschrijven de cultuur en weer anderen laten ons delen in de ontmoetingen die de reiziger ten deel vallen. In dit heilig jaar wordt door velen, jong en ouder, de reis naar Rome gemaakt en ongetwijfeld zal dat een grote schat aan reisverhalen opleveren. Een deel daarvan wordt wellicht op papier gezet of digitaal verspreid en anderen zullen in het hart worden bewaard en mogelijk mondeling gedeeld. Maar ook wie niet de tocht naar Rome maken zijn er niet minder reiziger om, want als mens zijn wij allen een leven lang onderweg. En van de vele wegen die wij gaan is de weg naar binnen de langste, de weg die zicht geeft op je innerlijke bestemming. Waar die niet gevonden wordt, valt te vrezen dat alle andere wegen, hoeveel je er ook gaat, doodlopen.
Vandaag vieren wij het einde van de levensweg van Maria en sinds heel oude traditie wordt daarvan gezegd, dat die reis haar tot de hemel heeft gevoerd. Dat is – om misverstanden te voorkomen – geen plek hoog in de lucht of boven de sferen, maar daarmee wordt uitgedrukt dat het leven van Maria zijn bekroning heeft gevonden in God. Daar zal toch geen meningsverschil over bestaan zou je kunnen denken, maar de werkelijkheid is anders. Daar is met name sinds de reformatie heel wat over getwist en geschreven. Gelukkig worden er tegenwoordig wegen bewandeld die zorgen voor toenadering, maar de bestemming is nog niet bereikt waar wij de moeder Gods eenstemmig of misschien meerstemmig weten te eren. Ook daar zijn wij dus nog reizigers onderweg.
Een preek is er niet om heel die reis door de geschiedenis uit de doeken te doen, maar het is een moment om ons te binnen te brengen wat wij vieren en wat dat voor Maria, maar ook voor ons, betekent.
Maria, haar levensweg is niet over rozen gegaan. Dat simpele feit kan mogelijk al voor herkenning zorgen. Haar leven was voor haar geen gelopen pad als was ze een zondagskind. De doornen hebben op haar weg niet ontbroken. Mocht ze het nog niet hebben vermoed, dan werd ze wel uit de droom geholpen toen ze haar kind in de tempel opdroeg en de oude Simeon op haar toetrad en voorspelde dat het kind dat zij in haar armen droeg oorzaak zou zijn dat haar ziel door een zwaard zou worden doorboord. Moderne psychologen zouden misschien zeggen dat hij met die woorden deze jonge moeder een zware last oplegde. Gelukkig volgde op die profetie de woorden van een oude vrouw, Anna, die een ander geluid lied horen en sprak over de verlossing van Jeruzalem. Het was het begin van een lange levensreis met licht en donker.
Maar die reis was al eerder begonnen. In het reisverhaal van het evangelie van Lukas horen wij niets over de geboorte van Maria en haar vroege jeugd. In de Schrift begint haar levensreis met een ontmoeting, wanneer een engel haar een aanzoek doet van alzo hoge. Een droom waarvan zij niet had gedroomd, maar waar zij voor werd gevraagd: een levensreis onder de schaduw van Gods vleugels, om moeder te worden van een kind met een bijzondere belofte en bestemming. Wie weet hoe die droom haar eigen droom voor het leven doorkruiste, maar zij zei ja en toonde zich daarmee een echte dochter van Abraham die ook ooit ja had gezegd op een avontuur waarvan hij de reikwijdte niet kende. Maar de aanzoek was te sterk om te weigeren. Het was het begin van een weg die helemaal in dienst stond van de zending en de toekomst van haar zoon. Ook daar worden tegenwoordig wel vragen bij gesteld: heeft ze zich niet opgeofferd voor haar zoon en is ze wel toegekomen aan haar eigen leven? Geen verkeerde vraag, maar het antwoord vraagt om wijze onderscheiding. Waar leef je voor en waar kies je voor als je eenmaal ja hebt gezegd?
Maria, zij gaat haar weg en de Schrift besteedt er geen lange verhalen aan. Het weinige dat wij horen, laat ons een moeder zien die in haar hart een geheim bewaart, een vrouw die niet op de voorgrond treedt, maar zich ten volle bekommert om het wel en wee van haar zoon. In Jeruzalem heeft zij samen met Josef gezocht naar de twaalfjarige Jezus en later heeft zij hem ooit samen met zijn broers tot rede willen brengen, maar verder wordt zij in het evangelie niet genoemd als tochtgenote op zijn reizen. Zij wilde hem vrij laten om zijn eigen weg te gaan, een weg die ze op afstand begeleidde met haar liefde, haar vertrouwen, haar gebed, haar zorg ook en haar vragen. Hoezeer zij hem volgde bleek toen zij in dat laatste uur er voor hem was, daar onder het kruis. Moeder als geen ander, met hart en ziel.
Haar weg, die heeft in het spoor van haar zoon gelopen zoals haar zoon liep in het spoor van zijn moeder, die juist als hij ja had gezegd op Gods aanzoek om geschiedenis met Hem te schrijven, om God geschiedenis te laten schrijven in en met haar leven.
En waar haar levensweg ten einde leek gekomen, kreeg zij nog een nieuwe roeping, daar onder het kruis. Haar zoon vertrouwde haar zijn leerlingen toe en zo vinden wij haar terug in de bovenzaal in Jeruzalem wachtend op de Geest. Haar leven begint met de aankondiging en geboorte van haar zoon en het eindigt in de Schrift met het wachten op de geboorte van de kerk, die geroepen is lichaam van Christus te zijn in deze wereldtijd. Wanneer dat tweede kind geboren is, horen wij niet meer van Maria. Haar levensreis is voltooid. Zij die uit God geleefd heeft, voor God geleefd heeft en met God geleefd heeft, is in God opgenomen, thuis gebracht. En wij, wij zeggen dank voor dit leven van toewijding aan de Zoon en vragen haar voorbede om op onze beurt de Zoon te dragen en te dienen, opdat God in alles en allen verheerlijkt wordt.
AMEN.
Abt. Thijs Ketelaars
Lezingen: Apoc. 11,19a;12,1-6a.10b 1Kor. 15,20-26 Luc. 1,39-56
